Het Europees Hof oordeelde dat ons land de Europese mensenrechtenconventie overtreden heeft bij de uitwijzing van de Soedanees in 2017. Het meende dat ons land artikel 3 van die conventie met de voeten heeft getreden, dat een verbod op onmenselijke of mensonterende behandeling voorschrijft. De regering had drie maanden de tijd om te vragen of de Grote Kamer van het Hof de zaak behandelt. Dat staatssecretaris Mahdi dat nu niet doet, betreurt Theo Francken. De voormalige staatssecretaris vindt dat een verkeerd signaal. Sammy Mahdi "zet daarmee zijn eigen administratie te kijk en bemoeilijkt zo zelf zijn opdracht om mensen in illegaal terug te sturen". Maar volgens de N-VA'er mag dat allemaal niet baten: "De gretigheid om mij met de vinger te kunnen aanwijzen als iemand die 'de mensenrechten schond', was blijkbaar te verleidelijk". Staatssecretaris Mahdi lichtte zijn beslissing toe bij de voorstelling van zijn beleidsnota in de bevoegde Kamercommissie vorige woensdagavond. Hij wees erop dat de doorverwijzing naar de Grote Kamer geen 'normale' beroepsprocedure is, maar enkel wordt toegestaan indien er interpretatieproblemen zijn met betrekking tot het EVRM of als het risico bestaat dat het arrest in strijd is met een eerder gewezen arrest van het Hof. Mahdi dacht in dat verband aan de feitelijke onduidelijkheden rond de vrijwillige vertrekverklaring en de situatie die gecreëerd werd door de specifieke omstandigheden van de Soedanese identificatiemissie. Voorts verwees hij naar de verschillende wijzigingen aan de procedure zoals de invoering van de impliciete asielaanvragen, waardoor het CGVS in een zeer beperkt aantal gevallen, en op initiatief van DVZ, toch een onderzoek naar internationale bescherming voert in gevallen waarin de betrokkene geen asiel aanvraagt. Maar Theo Francken wijst erop dat in de Grote Kamer "de echte juridische kleppers" zitten die beter de praktische implicaties van hun uitspraken kunnen inschatten. Dat een beroep zin heeft, bewijst volgens hem Spanje, "die in de ophefmakende Ceuta en Mellila zaak na doorverwijzing naar de Grote Kamer plots wél gelijk kreeg". Door niet in beroep te gaan schikt Mahdi in het oordeel van Straatsburg en wordt het arrest definitief, aldus het Kamerlid, die meent dat staatssecretaris Mahdi hiermee het verkeerde signaal geeft. (Belga)

Het Europees Hof oordeelde dat ons land de Europese mensenrechtenconventie overtreden heeft bij de uitwijzing van de Soedanees in 2017. Het meende dat ons land artikel 3 van die conventie met de voeten heeft getreden, dat een verbod op onmenselijke of mensonterende behandeling voorschrijft. De regering had drie maanden de tijd om te vragen of de Grote Kamer van het Hof de zaak behandelt. Dat staatssecretaris Mahdi dat nu niet doet, betreurt Theo Francken. De voormalige staatssecretaris vindt dat een verkeerd signaal. Sammy Mahdi "zet daarmee zijn eigen administratie te kijk en bemoeilijkt zo zelf zijn opdracht om mensen in illegaal terug te sturen". Maar volgens de N-VA'er mag dat allemaal niet baten: "De gretigheid om mij met de vinger te kunnen aanwijzen als iemand die 'de mensenrechten schond', was blijkbaar te verleidelijk". Staatssecretaris Mahdi lichtte zijn beslissing toe bij de voorstelling van zijn beleidsnota in de bevoegde Kamercommissie vorige woensdagavond. Hij wees erop dat de doorverwijzing naar de Grote Kamer geen 'normale' beroepsprocedure is, maar enkel wordt toegestaan indien er interpretatieproblemen zijn met betrekking tot het EVRM of als het risico bestaat dat het arrest in strijd is met een eerder gewezen arrest van het Hof. Mahdi dacht in dat verband aan de feitelijke onduidelijkheden rond de vrijwillige vertrekverklaring en de situatie die gecreëerd werd door de specifieke omstandigheden van de Soedanese identificatiemissie. Voorts verwees hij naar de verschillende wijzigingen aan de procedure zoals de invoering van de impliciete asielaanvragen, waardoor het CGVS in een zeer beperkt aantal gevallen, en op initiatief van DVZ, toch een onderzoek naar internationale bescherming voert in gevallen waarin de betrokkene geen asiel aanvraagt. Maar Theo Francken wijst erop dat in de Grote Kamer "de echte juridische kleppers" zitten die beter de praktische implicaties van hun uitspraken kunnen inschatten. Dat een beroep zin heeft, bewijst volgens hem Spanje, "die in de ophefmakende Ceuta en Mellila zaak na doorverwijzing naar de Grote Kamer plots wél gelijk kreeg". Door niet in beroep te gaan schikt Mahdi in het oordeel van Straatsburg en wordt het arrest definitief, aldus het Kamerlid, die meent dat staatssecretaris Mahdi hiermee het verkeerde signaal geeft. (Belga)