Prachtige landschappen, gevatte poëtische details, esthetische beelden, mag het even voor een sterfotograaf uit de perswereld? Overtuigend ja voor iemand als Michiel Hendryckx (Adinkerke, 1951), een fenomeen, duivel doet al in de kunstwereld en hij vond het in het verleden niet te min om een mindere god te dienen.
...

Prachtige landschappen, gevatte poëtische details, esthetische beelden, mag het even voor een sterfotograaf uit de perswereld? Overtuigend ja voor iemand als Michiel Hendryckx (Adinkerke, 1951), een fenomeen, duivel doet al in de kunstwereld en hij vond het in het verleden niet te min om een mindere god te dienen.Michiel Hendryckx navigeert op verschillende plateaus want hij is ook een begenadigd schrijver, een schipper, een radio-, televisie- en theaterman. Zijn ogen zijn overal waar iets te beleven valt en zijn aanvankelijk wat nors voorkomen wordt aimabel wanneer het over zijn liefdeskind gaat, de fotografie. Die leerde hij op de Gentse Academie voor Schone Kunsten waar hij later ook docent werd. Hij werd niet alleen beroemd om zijn foto's eerst in De Gentenaar en later in De Standaard waar hij nog wekelijks in de kleurenbijdrage één foto publiceert met een gevat commentaar. Hij is officieel met pensioen maar de krant laat hem niet los.Zijn fotojournalistieke drang koppelde hij met eigen opdrachten zoals zijn voettocht van Gent naar het Griekse Olympia in het gezelschap van een muilezel, later verwerkt in het jeugdboek "Twee Ezels". Of zijn televisieprogramma's "De Bende van Wim" waarin hij met Jean Blaute en Wim Opbrouck Europa doorkruiste op een motor of dat andere succesverhaal "Het Bourgondisch Complot", waarin hij met een omgebouwde vrachtboot, de Maria van Dam (zie Het Dwaallicht van Elsschot), van Gent naar Macon vaarde in gezelschap van tegendraadse gasten (o.m. Paul van Nevel, Midas Dekkers, Rik Torfs, Kamagurka & Herr Seele). Dat is Hendryckx ten volle uit. Dwars maar humaan, man van revolte maar liefdevol voor zijn medemens. Ondertussen is hij in zekere mate een cultfiguur geworden die her en der om zijn mening gevraagd wordt. Wat soms de fotograaf in hem doet vergeten. Maar die is, nooit aflatend, altijd aanwezig. Hij kijkt met een spiedend oog de wereld in, wordt getroffen door een landschap, een gebouw of een detail dat niemand, behalve hij, opmerkte. Bovendien is Hendryckx een estheet pur sang, je zult hem nooit betrappen op een nietszeggend beeld, een cliché of enige vulgariteit. Hij heeft klasse. De portretten die hij, nog in zwart-wit, destijds maakte zijn schoolvoorbeelden van esthetiek en persoonsanalyse. Het karakter van zijn modellen, vaak kunstenaars met internationale reputatie, worden niet herleid tot karakteristieken maar doorgronden en tonen de persoonlijkheid. Uit de journalistiek heeft hij geleerd dat geen enkel onderwerp taboe is, een fotograaf moet alles aankunnen. Het is echter de manier waarop een onderwerp of een situatie bekeken wordt dat aan het simpelste gegeven een meerwaarde toevoegt. En wanneer dat dan gebeurt zonder de trucjes van de foor is er een geïnspireerd fotograaf aan het werk. Hendryckx hoeft blijkbaar niet na te denken, het zit hem in het bloed.Wanneer men de tentoonstelling die nu aan de kust loopt aandachtig bekijkt zal men zich bepaalde beelden herinneren die al eerder in de weekendbijlage van De Standaard verschenen. Maar er is uiteraard toch een grondig verschil tussen het afgedrukte en het origineel. In die laatste versie ziet men pas hoe hij zijn technische kennis aanwendt om unieke momenten of situaties vast te leggen. De stand van de zon, het spel van de wolken, de kadrering, de lichtinval, het exploiteren van het toeval en het bewust zoeken en vinden van een esthetische meerwaarde, het zijn allemaal elementen die hij schijnbaar achteloos gebruikt om tot het volmaakte beeld, zowel qua compositie als inhoudelijk, te komen.In het Belgisch fotolandschap is Michiel Hendryckx niet zozeer een buitenbeentje dan wel een haast klassiek gedreven en bedreven kunstenaar die los staat van tendensen of modeverschijnselen. Hij heeft trouwens de leeftijd bereikt waarop men zich niet meer moet bewijzen. Maar dat doet hij toch, door technische vaardigheid te koppelen aan esthetische normen zonder enige pretentie voor te staan. Dat hij, na een superlatief overzicht van zijn oeuvre, verleden jaar in de Gentse Sint-Baafs abdij nu instemde met een expositie in een bescheiden cultuurcentrum in het wat volkse Blankenberge bewijst dat hij geen sterallures heeft gekweekt maar zijn werk wil tonen aan zij die er van willen genieten.