Op 29 mei 2019 heb ik naar Tom Van Grieken volgend WhatsApp-bericht gestuurd: 'Een geschiedenis van het Vlaams Belang, die is naar mijn weten nog niet geschreven? Misschien een idee om eens te pitchen bij een uitgever?'

Ik stelde hem die vraag niet als journalist maar als historicus. De verkiezingen van 26 mei lagen dan 3 dagen achter ons. Twee politiek-historische feiten deden zich voor: Vlaams Belang groeide met 12,5 procentpunten en werd zo met 18,5 procent de tweede partij van Vlaanderen, een indrukwekkende comeback. En voor het eerst ooit nodigde de Belgische vorst een Vlaams Belang-voorzitter uit in het kader van een federale formatie. Dat vraagt om een boek, een studie.

Van Grieken antwoordde meteen: 'Ik blaas het alvast niet op. 40 jaar lang niet uitgenodigd worden, is eigenlijk historischer.' Ik toetste de suggestie van een monografie over het Vlaams Belang overigens meteen af bij een geïnteresseerde uitgever, maar behept met allerhande andere bezigheden tijdens de maanden die erop volgden, maakte ik er nooit verder werk van.

Zoals elke politieke journalist onderhield ik tijdens de formatieperiode contact met de Vlaams Belang-voorzitter, maar dat betrof louter de Vlaamse en nadien aanslepende federale regeringsvorming. Tom Van Grieken belde mij begin februari 2020 met de vraag of ik het voorwoord wilde schrijven voor dit boek, 'En nu is het aan ons'.

Van Grieken verwees ook naar ons whatsappgesprek van 8 maanden eerder en blijkbaar stond met dit boek toen al iets anders in de steigers. Dit is niet het onafhankelijk, historisch overzicht van 40 jaar Vlaams Blok-Vlaams Belang, zoals ik beoogde. Dit is een ander historisch genre: een zogenaamd egodocument, een neutrale term voor een tekst waarin de auteur schrijft over zijn eigen handelingen en emoties. Het is een hybride vorm van het historisch feitenrelaas, zoals een autobiografie, een dagboek of een reeks memoires. Het is een individuele belevenis, er zit reconstructie in van de feiten, maar natuurlijk ook veel constructie.

Dat doet niets af aan de historische waarde. Dit is een uniek getuigenverslag dat aanvangt in de lente van 2012, wanneer Tom Van Grieken wordt verkozen tot voorzitter van Vlaams Belang Jongeren, en eindigt met een vooruitblik op de volgende, al dan niet vervroegde nationale verkiezingen. Van 'kindsoldaat' tot politiek protagonist. De vele anekdotes, de persoonlijke, theoretische en bijwijlen emotionele beschouwingen zullen de historici van later citeren als geschreven bron, en natuurlijk ook onderwerpen aan de nodige historische kritiek. Maar bovenal: wie vandaag de dag inzicht wil verwerven in de werking, het succes, de ideeën en de plannen van de partij Vlaams Belang, moet dit boek zeer aandachtig lezen. Los van eenieders eigen politieke overtuiging. En lectuur kan ook animeren: kijk alvast uit naar passages over telefoontjes met het paleis, geïmproviseerde communicaties of botsingen met de pers.

Mag ik dit wel?

Mag dat wel, een voorwoord schrijven voor een Vlaams Belang-boek? Ik leg altijd bijzonder veel voorzichtigheid aan de dag bij elk verzoek vanuit de partijpolitiek. Daarbij hanteer ik voor elke partij hetzelfde deontologisch kader.

Mijn gedachten gingen naar het wedervaren van politicoloog Jonathan Holslag (VUB) in 2017, toen die het voorwoord had geschreven voor 'Toekomst in eigen handen', het eerste boek van Tom Van Grieken. De bijdrage kwam Holslag, een alom gerespecteerd politiek wetenschapper en opiniemaker, op heel wat kritiek te staan. Die kritiek kwam er al twee maanden alvorens het boek uitkwam: niet de inhoud van het voorwoord werd onderwerp van debat, maar het feit alleen al dat hij het voorwoord had geschreven.

Na de effectieve publicatie schreven zijn VUB-collega's een opiniestuk waarin ze stelden dat de 'openheid en luisterbereidheid' van Holslag was omgeslagen in sympathie, in een te vriendelijke toonzetting. Die intellectuele argumenten werden weken eerder echter voorafgegaan door principiële kritiek.

Mag dat wel, een voorwoord schrijven voor een boek van Vlaams Belang?

Dat ondervond ik regelmatig en recent ook. Naar aanleiding van het kerstreces van 2019 nam ik 10 lange eindejaarsinterviews op met 10 politici voor Vlaamsparlement.tv, het vroegere Actua-TV dat nu verslag uitbrengt over de werkzaamheden in het Vlaams Parlement. Elke partij kwam, zoals altijd, proportioneel aan bod. In de trailer die de interviewreeks aankondigde zaten videofragmenten met drie politici, waaronder Vlaams Belang-boegbeeld Filip Dewinter. Op Twitter moest ik daar bijzonder boze en persoonlijk kritiek over incasseren. Ook al waren de bewuste interviews nog niet uitgezonden.

Tegen mijn gewoonte in ging ik met de critici in debat en één van hen nodigde ik zelfs uit tot een telefoongesprek. Na overleg bleek ik echter telkens te belanden in een stellingenoorlog: de critici vonden dat, hoe dan ook, het Vlaams Belang onder geen beding in de media aan bod mocht komen. Het persoonlijk conflict legden we met excuses bij, maar over de studiogast klonk: 'Ik vind dat zo'n man nergens nog een forum verdient.' Ik antwoordde: 'OK, fair enough. Meningen zijn vrij (maar feiten heilig).'

Boycot door de media?

Een politiek journalist komt in deze discussie tussen hamer en aanbeeld. Want aan de andere kant van de stellingenoorlog staat immers de partij Vlaams Belang zelf, en die legt inzake media-aandacht ook vaak enige overdrijving aan de dag. Zo heeft Tom Van Grieken het in dit boek over een structurele 'boycot' door journalisten, nota bene nadat hij een scène beschrijft die ik me zélf nog herinner, en waarbij ik als journalist zijn nieuwjaarsreceptie van 2015 pas als laatste van een reeks recepties kon filmen, waardoor de Vlaams Belang-zaal quasi leeg was. Die laattijdigheid was een even banaal als ongelukkig gevolg van de ligging en de timing van het gebeuren ten opzichte van andere recepties van - toen grotere - partijen. Veel redacties hanteren in het geval van twijfel een verdeelsleutel op basis van het zetelaantal in het parlement. Al bij al werd de uiteindelijke nieuwjaarsboodschap - 2015 zou 'het jaar van het verzet' worden - ook uitgezonden.

Van Grieken vertelt verder in dit boek over gesprekken met journalisten over die vermaledijde media-coverage: 'Waarom komen wij minder aan bod, zelfs minder dan ons electoraal gewicht dan 6 procent?' is een vraag die hij ook mij indertijd rechtuit stelde. Ik lichtte toe hoe politieke verslaggeving zeker op dat moment in de tijd - de Zweedse coalities zijn dan nog geen jaar bezig - vrij beleidsgericht is en dat we zelf waken over een balans die gebaseerd is op grofweg de methode D'Hondt. Voor de duidelijkheid: dan heb ik het niet over recreatieve programma's - daar heb ik geen ervaring mee. Toch zal de partij het calimero-discours tot op vandaag niet loslaten; het klein zwart kippenkuiken.

Om terug te komen op dit voorwoord: indien ik dit prompt had geweigerd, zou me waarschijnlijk een vorm van politiek correcte vooringenomenheid verweten worden. Terwijl ook die eigenschap me vreemd is. 'Standing in the middle of the road is very dangerous; you get knocked down by the traffic from both sides' zei voormalig Brits premier wijlen Margaret Thatcher en ze vat daarmee de positie van een Wetstraatjournalist in deze kwestie samen.

Paljas

Ik heb hoe dan ook de indruk dat door een stille generatiewissel, nieuwsmedia vandaag de dag heel anders omgaan met het Vlaams Belang dan tijdens de jaren na 'Zwarte Zondag' van november 1991. Mijn generatie journalisten is opgegroeid met het Vlaams Blok en nadien Vlaams Belang. De partij was al eens groot, en dat was al zo in onze kindertijd.

Tegelijk maak ik deel uit van een generatie - geboren vanaf pakweg 1980 - voor wie diversiteit in Vlaanderen een gegevenheid was en is. We zijn meer vertrouwd met beide feiten dan de voorgaande generaties, voor wie zowel het Vlaams Blok als pakweg de islam in Vlaanderen 'nieuw' waren. Dat zorgt ervoor, meen ik, dat de nieuwe lichting perslui minder krampachtig omgaat met beide fenomenen, hetgeen resulteert in een meer uitgebalanceerde verslaggeving.

Die persoonlijke indruk heb ik los van de analyse die sommigen maakten na de verkiezingen, dat massamedia het Vlaams Belang hebben genormaliseerd, hetgeen doorslaggevend zou geweest zijn voor de wederopstanding. Ik twijfel daaraan en wacht op wetenschappelijke studies ter zake.

De bewuste analyse maakt mijns inziens ook abstractie van het huidige bereik en de impact van sociale media: in de Facebook-kosmos spant het Vlaams Belang de kroon - het resultaat van een massieve aanpak die Van Grieken in dit boek omstandig beschrijft. En daar heeft hij de klassieke media niet voor nodig. Van Grieken weet immers als geen ander hoe nieuwe, sociale media werken. De laatste ontmoeting die ik tijdens de verkiezingscampagne met hem had, was toen ik mee het televisiedebat modereerde waarin N-VA-voorzitter Bart De Wever hem langs zijn neus weg 'paljas' noemde.

In dit boek schrijft Van Grieken hoezeer hij zijn oren niet geloofde en verbouwereerd was. Maar tegelijk maak je mij niet wijs dat de communicatieman Van Grieken toen meteen goed wist dat die giftige opmerking 'als een klomp goud was die uit het niets uit de lucht kwam vallen', zoals journalist Douglas De Coninck het in De Morgen omschreef. Op Facebook en twitter ging het incident viraal, partijmilitanten lanceerden de geuzennaam #paljas en Van Grieken werd the talk of the town, luttele uren voor de kiesslag. Paljas, het is ook een bier: Niet bien joué van Bart De Wever en dan vinnig afgetapt door Van Grieken.

Hannibal Van Grieken

'Vincere scis, Hannibal, victoria uti nescis' (Livius). Vrij vertaald klinkt dat: 'Je weet te overwinnen, Hannibal, maar je weet niet hoe de overwinning te gebruiken.' Het is een vraag die Tom Van Grieken zichzelf onvermijdelijk vaak zal stellen.

Op Knack.be in 2013 legde ik de stelling voor aan Bart De Wever, wanneer volgens peilingen zijn N-VA voor een klinkende verkiezingsoverwinning stond. Het is de kritiek die de Carthaagse veldheer Hannibal Barkas in 216 V. Chr. kreeg van zijn cavaleriecommandant Maharbal. De Romeinen hadden een enorme nederlaag geleden tegen de Carthagen maar Hannibal aarzelde om Rome te veroveren. Livius neemt aan dat die ene enkele dag uitstel de stad en het Romeinse Imperium heeft gered.

Als er nu verkiezingen zouden zijn, dan zou volgens peilingen (voor wat die waard zijn, het is maar een peiling) het Vlaams Belang de grootste partij van Vlaanderen worden. Tom Van Grieken ziet in deze horizon de contouren van het absolute momentum voor zijn partij. Hij kadert dat ook in een breder, 40 jaar omvattend tijdsperspectief. Zijn partij is nu - en blijkbaar nu pas - klaar om een derde en finale fase in te gaan.

De eerste is de these, met het Vlaams Blok en Vlaams Belang in de rol van grote oppositiepartij. De antithese is de N-VA als bestuurspartij. 'Nu volgt de synthese' schrijft Van Grieken, 'met het Vlaams Belang als dominante beleidspartij.' Naar analogie met Hannibal staat van Grieken nu aan de poorten van Rome - Hannibal ante portas! Maar wat zal de partij (kunnen) aanvangen met haar voorspelde scores? 'Zolang het Vlaams Belang geen bepalend onderdeel van de regering zal zijn, zullen we gewoon meer van hetzelfde krijgen' concludeert de auteur in dit boek en hij breekt ermee met de postvatting van de generatie-Dewinter, die met zichzelf leerde leven als zijnde een agitator in de marge.

De ontrouwe kiezer

In de democratie zal alles blijken uit de volgende kiescampagnes en verkiezingen. De kiezer heeft het potentieel om alle compteurs op nul te zetten. 'Missie 2024' is voor Van Grieken de beoogde beleidsdeelname. Dat is de doelstelling, de strategie op lange termijn. Wat zal dan de tactiek zijn, dus op kortere termijn?

De eerste en electorale vraag die ik me dan stel is in hoeverre Van Grieken en zijn partij werkelijk vat hebben op de tegenwoordig zo volatiele kiezer. Hebben de burgers in 2019 op het Vlaams Belang gestemd of hebben ze vooral tegen de andere partijen gestemd? Is de keuze voor het Vlaams Belang geen signaal geweest naar 'de politiek' in het algemeen, eerder dan de bewuste keuze voor de uitvoering van een concreet programma? Uit postelectoraal onderzoek blijkt dat haar kiezers de regeringspartijen wilden afstraffen voor het gevoerde beleid en soms ook een middelvinger opstaken naar de Franstalige partijen. In het zero sum game dat ons kiesstelsel is, leverde dit het Vlaams Belang veel op.

Maar hoe posititief gemotiveerd en dus standvastig is die electorale voorkeur? We zagen eerder al hoe ontrouw de Belang-kiezers durven zijn, toen ze massaal verkasten naar de N-VA. Zal Van Grieken op deze kiezer kunnen blijven rekenen? Ook blijkt uit dezelfde recente peilingen die het partijsucces voorspellen, dat maar 6 op de 10 van deze Vlaams Belang-stemmers voor de splitsing van België zouden kiezen. En volgens politicoloog Bart Maddens in Het Laatste Nieuws zijn die separatistische gevoelens vooral ingegeven door de actualiteit: 'eens de (Belgische) crisis voorbij, ebben die anti-Belgische gevoelens ook snel weg.' Indien het voortbestaan van België de inzet zou worden van een stembusslag, dan kan dat dus paradoxaal kiezers kosten aan het Vlaams Belang.

In dit boek sluit het sociaal-economisch programma van de partij eens te meer aan bij dat van de SP.A en zelfs de PS, hetgeen ook de laatste overwinning mee zou verklaren. Maar zijn de bewuste stemmen niet vooral ingegeven door een bezorgdheid over migratie, islam en veiligheid, klassieke thema's van reeds het eerdere Vlaams Blok? Dat is een cruciale vraag en doet teruggrijpen naar het sociaal-economisch congres van de partij in 2012. Dat was overigens de gelegenheid waar ik als journalist voor het eerst Tom Van Grieken ontmoette. Ik vermoed dat hier, 8 jaar geleden, the key to succes werd geschapen van de recente electorale scores.

Tijdsgeest

In hoeverre zijn de recente successen eigenlijk de verdienste van het huidige, vernieuwde, en uitgedunde partijmanagement? Hebben ze zelf al die nieuwe en teruggekeerde kiezers overtuigd, zoals het avontuur in dit boek verhaalt, of surfen ze vooral mee op een Zeitgeist die hen eigenlijk in de schoot is geworpen? En die je ook elders in omgezet ziet in de scores van onder meer de Vijfsterrenbeweging en de Lega Nord in Italië, de PVV het Forum voor Democratie in Nederland, de FPÖ in Oostenrijk, het AfD in Duitsland, het Rassemblement National in Frankrijk, Fidesz in Hongarije en noem maar op: zelfs Donald Trump in de VSA en de brexiteers in het VK?

De Vlaams Belangers wisten een maatschappelijk ongenoegen alvast te capteren en electoraal te verzilveren, hetgeen een partij als Groen met de klimaatmarsen niet wist te doen: je kan de wind in de zeilen hebben, maar je moet de zeilen ook juist bijzetten. Dat is de krachttoer van Van Grieken gebleken. Maar stel, hypothetisch: indien Filip Dewinter nog het absolute boegbeeld zou geweest zijn, met zijn geheel eigen discours: zou de score dan minder geweest zijn, of dezelfde? Is de de inhoudelijke vernieuwing van Tom Van Grieken en de zijnen werkelijk de formule achter dit recent succes? Of is dit een vintage Vlaams Belang-stunt, op louter het juiste moment in de tijd?

Winnaars en verliezers van globalisering

Wie is juist de 'gewone Vlaming' waar het Vlaams Belang zegt voor te strijden? Volgens Van Grieken - en zowat alle rechtse formaties in Europa - scheurt er doorheen de klassieke politieke breuklijnen een nieuwe breuklijn: tussen nationalisten en globalisten. Met een huwelijk van 'bakfiets-groenen en Tesla-liberalen' tegen de kwetsbare, unheimlich voelende verliezers van de globalisering.

Maar welke identiteit stellen specifiek deze kiezers werkelijk tegenover de globalisten? Het Vlaams Belang werd op 26 mei de eerste partij bij ondermeer de jongeren en de arbeiders: zijn zij zelf geen globalisten, eerder dan - of tegelijk - verliezers? De jongere, de arbeider: ze zijn online verbonden en vervlochten met de soft power van buitenlandse, vooral Amerikaanse media, mode en normen. Ze zoeken met prijsbrekers naar de goedkoopste vliegtickets voor een reis of een citytrip, ze kopen internationaal en eten ook exotisch, ze kiezen voor aantrekkelijke buitenlandse bedrijven of carrières, ze lezen internationale bestsellers, waarschijnlijk meer dan oer-Vlaamse klassiekers. Zoals Jonathan Holslag drie jaar geleden schreef in zijn voorwoord - hij wijst op een Vlaamse culturele verloedering: 'Opnieuw vinden wij het vaak storend dat nieuwkomers vasthouden aan hun klederdracht, hun eten enzovoort. Maar wat zetten wij daartegenover? De Primark, de McDonald's en de Starbucks?' Kan je als middenklasser treuren om de teloorgang van een landelijk, schijnbaar meer geborgen Vlaanderen-van-weleer, en tegelijk meedoen aan de ratrace van modern materieel succes, richting een alleenstaande modern huis in Amerikaanse stijl, babysit en ouderenzorg uitbesteden, met een Duitse wagen op de oprit, een all-in in Egypte boeken, en liever een loungebar dan een oude bruine kroeg bezoeken? Ook bij de gepensioneerden wist de partij haar aanhang te verbreden. Maar is dat net niet de generatie die de meeste vruchten plukte van de naoorlogse mondialisering, welvaartsgroei en ontkerkelijking? Of zijn zij ook globalisten maar dan met te weinig financiële draagkracht om er naar believen mee van te genieten? Nationalisten bieden de natiestaat aan als geborgen kader - daar valt iets voor te zeggen - maar om terug op het volatiel electoraat gedrag te komen: wat als de besogne van de kiezer vooral financieel is? Ligt hij of zij dan nog wakker van een onafhankelijk Vlaanderen, als dat financieel probleem is opgelost? Of is het dan goed zoals het is? Zijn de Vlaams Belang-kiezers ook flamingant, zoals de voorhoede, het streven en het programma van de partij? Gaat het over centen of over zelfbeschikking en identiteit?

Over identiteit

Ik lees in dit boek: Vlaams Blok-stichter Karel Dillen zei begin de jaren '90 'Ons Europa is geen Europa van moskeeën en minaretten, maar van belforten en kathedralen en moet dit nog eeuwen blijven...' Goed en wel, maar: we beleven geen liturgie meer in die kathedralen en we bouwen ze ook niet meer. Steeds meer kerken en kloosters worden zelfs horeca-aangelegenheiden. We reduceren onze eeuwenoude iconen en gebruiken tot erfgoed, tot folklore. Een islamitische vriendin vroeg me ooit eens: 'Als ik me aanpas, waar moet ik me dan juist aan aanpassen?' Die vraag blijft me intrigeren, want ze polst naar een identiteit, en identiteit is wat het Vlaams Belang vooropstelt. Bart De Wever schreef in 2019 zijn boek 'Over Identiteit': bij hem is het een ideologische mindmap waarmee hij zich een weg baant tussen enerzijds het verabsoluteren van identiteit - hetgeen hij Vlaams Belang verwijt - en anderzijds een onzalig cultuurrelativisme. De handicap van het essay van De Wever vond ik echter dat als de diagnose dan al zou kloppen, we nog steeds verstoken blijven van de therapie: wat is dan juist de huidige Vlaamse identiteit? Valt die te definiëren en kan je daar deugdelijk beleid uit puren, dat verder gaat dan de geplande Vlaamse canon en vernieuwde inburgeringstrajecten? Op wat juist stoelen we de burgersamenleving en zelfs het inclusief nationalisme?

Drie vragen

Wat is de therapie van het Vlaams Belang? Volgens Van Grieken in dit boek een nieuw sociaal contract. Door radicaal te kiezen voor 'onze' mensen.

Ten eerste: De vraag wie dan niet van ons is zal zich blijven stellen. In hoeverre mag de hierboven genoemde islamitische vriendin erbij horen? Het zal sociologisch aan mijn beperkte peergroup liggen, maar tussen mezelf en kennissen en vrienden met islamitische roots is religie nauwelijks een issue. Tenzij dan in gesprekken als breed maatschappelijk thema. Maar generiek aan persoonlijke conflicten is het geloof niet. Waar situeert Vlaams Belang 3.0 dit feit in die politieke Vlaamse identiteit? En hoe draagt ze dat geloofwaardig uit, met militanten en boegbeelden die de koran as such voortdurend aanwijzen als vooral een bron van gewelddadig kwaad? Hoe zal de partij zorgen voor, simpelweg, een minstens al prettig samenleven?

Ten tweede: hoe allomvattend is dat sociaal contract als de partij een echte volkspartij wil worden: moet ze de spreekwoordelijke Tesla dan niet verzoenen met de Dacia, de klassiek-landelijke met de hippe metropolitane Vlaming, eerder dan zich te enten op de tegenstelling tussen die twee? En de arbeider, de kwetsbare werknemer in Vlaanderen: dat is niet enkel de autochtone blue collar-worker, maar steeds vaker de Vlaamse allochtoon.

Ten derde: als het Vlaams Belang beleidsdeelname ambieert, zal ze daar dan tactisch al naar laveren tijdens de volgende kiescampagne? Zal ze radicale eisen, zoals een onmiddellijk onafhankelijk Vlaanderen, bijschaven om toekomstige coalitiepartners én potentiële kiezers te verleiden? Zal ze migratie-doelstellingen formuleren die juridisch minder wringen met het bestaande internationale carcan? Zal de partij milderen in haar eisen en discours? En zal dit Vlaams Belang dan niet een N-VA-bis worden? Zal ze dan de aantrekkelijkheid van haar maagdelijkheid durven inzetten? Een N-VA worden met een sociaal-economisch meer linkse, milde agenda? Ik denk dat Tom Van Grieken dat durft.

Op 29 mei 2019 heb ik naar Tom Van Grieken volgend WhatsApp-bericht gestuurd: 'Een geschiedenis van het Vlaams Belang, die is naar mijn weten nog niet geschreven? Misschien een idee om eens te pitchen bij een uitgever?' Ik stelde hem die vraag niet als journalist maar als historicus. De verkiezingen van 26 mei lagen dan 3 dagen achter ons. Twee politiek-historische feiten deden zich voor: Vlaams Belang groeide met 12,5 procentpunten en werd zo met 18,5 procent de tweede partij van Vlaanderen, een indrukwekkende comeback. En voor het eerst ooit nodigde de Belgische vorst een Vlaams Belang-voorzitter uit in het kader van een federale formatie. Dat vraagt om een boek, een studie. Van Grieken antwoordde meteen: 'Ik blaas het alvast niet op. 40 jaar lang niet uitgenodigd worden, is eigenlijk historischer.' Ik toetste de suggestie van een monografie over het Vlaams Belang overigens meteen af bij een geïnteresseerde uitgever, maar behept met allerhande andere bezigheden tijdens de maanden die erop volgden, maakte ik er nooit verder werk van. Zoals elke politieke journalist onderhield ik tijdens de formatieperiode contact met de Vlaams Belang-voorzitter, maar dat betrof louter de Vlaamse en nadien aanslepende federale regeringsvorming. Tom Van Grieken belde mij begin februari 2020 met de vraag of ik het voorwoord wilde schrijven voor dit boek, 'En nu is het aan ons'. Van Grieken verwees ook naar ons whatsappgesprek van 8 maanden eerder en blijkbaar stond met dit boek toen al iets anders in de steigers. Dit is niet het onafhankelijk, historisch overzicht van 40 jaar Vlaams Blok-Vlaams Belang, zoals ik beoogde. Dit is een ander historisch genre: een zogenaamd egodocument, een neutrale term voor een tekst waarin de auteur schrijft over zijn eigen handelingen en emoties. Het is een hybride vorm van het historisch feitenrelaas, zoals een autobiografie, een dagboek of een reeks memoires. Het is een individuele belevenis, er zit reconstructie in van de feiten, maar natuurlijk ook veel constructie. Dat doet niets af aan de historische waarde. Dit is een uniek getuigenverslag dat aanvangt in de lente van 2012, wanneer Tom Van Grieken wordt verkozen tot voorzitter van Vlaams Belang Jongeren, en eindigt met een vooruitblik op de volgende, al dan niet vervroegde nationale verkiezingen. Van 'kindsoldaat' tot politiek protagonist. De vele anekdotes, de persoonlijke, theoretische en bijwijlen emotionele beschouwingen zullen de historici van later citeren als geschreven bron, en natuurlijk ook onderwerpen aan de nodige historische kritiek. Maar bovenal: wie vandaag de dag inzicht wil verwerven in de werking, het succes, de ideeën en de plannen van de partij Vlaams Belang, moet dit boek zeer aandachtig lezen. Los van eenieders eigen politieke overtuiging. En lectuur kan ook animeren: kijk alvast uit naar passages over telefoontjes met het paleis, geïmproviseerde communicaties of botsingen met de pers. Mag dat wel, een voorwoord schrijven voor een Vlaams Belang-boek? Ik leg altijd bijzonder veel voorzichtigheid aan de dag bij elk verzoek vanuit de partijpolitiek. Daarbij hanteer ik voor elke partij hetzelfde deontologisch kader. Mijn gedachten gingen naar het wedervaren van politicoloog Jonathan Holslag (VUB) in 2017, toen die het voorwoord had geschreven voor 'Toekomst in eigen handen', het eerste boek van Tom Van Grieken. De bijdrage kwam Holslag, een alom gerespecteerd politiek wetenschapper en opiniemaker, op heel wat kritiek te staan. Die kritiek kwam er al twee maanden alvorens het boek uitkwam: niet de inhoud van het voorwoord werd onderwerp van debat, maar het feit alleen al dat hij het voorwoord had geschreven. Na de effectieve publicatie schreven zijn VUB-collega's een opiniestuk waarin ze stelden dat de 'openheid en luisterbereidheid' van Holslag was omgeslagen in sympathie, in een te vriendelijke toonzetting. Die intellectuele argumenten werden weken eerder echter voorafgegaan door principiële kritiek. Dat ondervond ik regelmatig en recent ook. Naar aanleiding van het kerstreces van 2019 nam ik 10 lange eindejaarsinterviews op met 10 politici voor Vlaamsparlement.tv, het vroegere Actua-TV dat nu verslag uitbrengt over de werkzaamheden in het Vlaams Parlement. Elke partij kwam, zoals altijd, proportioneel aan bod. In de trailer die de interviewreeks aankondigde zaten videofragmenten met drie politici, waaronder Vlaams Belang-boegbeeld Filip Dewinter. Op Twitter moest ik daar bijzonder boze en persoonlijk kritiek over incasseren. Ook al waren de bewuste interviews nog niet uitgezonden. Tegen mijn gewoonte in ging ik met de critici in debat en één van hen nodigde ik zelfs uit tot een telefoongesprek. Na overleg bleek ik echter telkens te belanden in een stellingenoorlog: de critici vonden dat, hoe dan ook, het Vlaams Belang onder geen beding in de media aan bod mocht komen. Het persoonlijk conflict legden we met excuses bij, maar over de studiogast klonk: 'Ik vind dat zo'n man nergens nog een forum verdient.' Ik antwoordde: 'OK, fair enough. Meningen zijn vrij (maar feiten heilig).'Een politiek journalist komt in deze discussie tussen hamer en aanbeeld. Want aan de andere kant van de stellingenoorlog staat immers de partij Vlaams Belang zelf, en die legt inzake media-aandacht ook vaak enige overdrijving aan de dag. Zo heeft Tom Van Grieken het in dit boek over een structurele 'boycot' door journalisten, nota bene nadat hij een scène beschrijft die ik me zélf nog herinner, en waarbij ik als journalist zijn nieuwjaarsreceptie van 2015 pas als laatste van een reeks recepties kon filmen, waardoor de Vlaams Belang-zaal quasi leeg was. Die laattijdigheid was een even banaal als ongelukkig gevolg van de ligging en de timing van het gebeuren ten opzichte van andere recepties van - toen grotere - partijen. Veel redacties hanteren in het geval van twijfel een verdeelsleutel op basis van het zetelaantal in het parlement. Al bij al werd de uiteindelijke nieuwjaarsboodschap - 2015 zou 'het jaar van het verzet' worden - ook uitgezonden. Van Grieken vertelt verder in dit boek over gesprekken met journalisten over die vermaledijde media-coverage: 'Waarom komen wij minder aan bod, zelfs minder dan ons electoraal gewicht dan 6 procent?' is een vraag die hij ook mij indertijd rechtuit stelde. Ik lichtte toe hoe politieke verslaggeving zeker op dat moment in de tijd - de Zweedse coalities zijn dan nog geen jaar bezig - vrij beleidsgericht is en dat we zelf waken over een balans die gebaseerd is op grofweg de methode D'Hondt. Voor de duidelijkheid: dan heb ik het niet over recreatieve programma's - daar heb ik geen ervaring mee. Toch zal de partij het calimero-discours tot op vandaag niet loslaten; het klein zwart kippenkuiken. Om terug te komen op dit voorwoord: indien ik dit prompt had geweigerd, zou me waarschijnlijk een vorm van politiek correcte vooringenomenheid verweten worden. Terwijl ook die eigenschap me vreemd is. 'Standing in the middle of the road is very dangerous; you get knocked down by the traffic from both sides' zei voormalig Brits premier wijlen Margaret Thatcher en ze vat daarmee de positie van een Wetstraatjournalist in deze kwestie samen.Ik heb hoe dan ook de indruk dat door een stille generatiewissel, nieuwsmedia vandaag de dag heel anders omgaan met het Vlaams Belang dan tijdens de jaren na 'Zwarte Zondag' van november 1991. Mijn generatie journalisten is opgegroeid met het Vlaams Blok en nadien Vlaams Belang. De partij was al eens groot, en dat was al zo in onze kindertijd. Tegelijk maak ik deel uit van een generatie - geboren vanaf pakweg 1980 - voor wie diversiteit in Vlaanderen een gegevenheid was en is. We zijn meer vertrouwd met beide feiten dan de voorgaande generaties, voor wie zowel het Vlaams Blok als pakweg de islam in Vlaanderen 'nieuw' waren. Dat zorgt ervoor, meen ik, dat de nieuwe lichting perslui minder krampachtig omgaat met beide fenomenen, hetgeen resulteert in een meer uitgebalanceerde verslaggeving. Die persoonlijke indruk heb ik los van de analyse die sommigen maakten na de verkiezingen, dat massamedia het Vlaams Belang hebben genormaliseerd, hetgeen doorslaggevend zou geweest zijn voor de wederopstanding. Ik twijfel daaraan en wacht op wetenschappelijke studies ter zake. De bewuste analyse maakt mijns inziens ook abstractie van het huidige bereik en de impact van sociale media: in de Facebook-kosmos spant het Vlaams Belang de kroon - het resultaat van een massieve aanpak die Van Grieken in dit boek omstandig beschrijft. En daar heeft hij de klassieke media niet voor nodig. Van Grieken weet immers als geen ander hoe nieuwe, sociale media werken. De laatste ontmoeting die ik tijdens de verkiezingscampagne met hem had, was toen ik mee het televisiedebat modereerde waarin N-VA-voorzitter Bart De Wever hem langs zijn neus weg 'paljas' noemde. In dit boek schrijft Van Grieken hoezeer hij zijn oren niet geloofde en verbouwereerd was. Maar tegelijk maak je mij niet wijs dat de communicatieman Van Grieken toen meteen goed wist dat die giftige opmerking 'als een klomp goud was die uit het niets uit de lucht kwam vallen', zoals journalist Douglas De Coninck het in De Morgen omschreef. Op Facebook en twitter ging het incident viraal, partijmilitanten lanceerden de geuzennaam #paljas en Van Grieken werd the talk of the town, luttele uren voor de kiesslag. Paljas, het is ook een bier: Niet bien joué van Bart De Wever en dan vinnig afgetapt door Van Grieken. 'Vincere scis, Hannibal, victoria uti nescis' (Livius). Vrij vertaald klinkt dat: 'Je weet te overwinnen, Hannibal, maar je weet niet hoe de overwinning te gebruiken.' Het is een vraag die Tom Van Grieken zichzelf onvermijdelijk vaak zal stellen. Op Knack.be in 2013 legde ik de stelling voor aan Bart De Wever, wanneer volgens peilingen zijn N-VA voor een klinkende verkiezingsoverwinning stond. Het is de kritiek die de Carthaagse veldheer Hannibal Barkas in 216 V. Chr. kreeg van zijn cavaleriecommandant Maharbal. De Romeinen hadden een enorme nederlaag geleden tegen de Carthagen maar Hannibal aarzelde om Rome te veroveren. Livius neemt aan dat die ene enkele dag uitstel de stad en het Romeinse Imperium heeft gered. Als er nu verkiezingen zouden zijn, dan zou volgens peilingen (voor wat die waard zijn, het is maar een peiling) het Vlaams Belang de grootste partij van Vlaanderen worden. Tom Van Grieken ziet in deze horizon de contouren van het absolute momentum voor zijn partij. Hij kadert dat ook in een breder, 40 jaar omvattend tijdsperspectief. Zijn partij is nu - en blijkbaar nu pas - klaar om een derde en finale fase in te gaan. De eerste is de these, met het Vlaams Blok en Vlaams Belang in de rol van grote oppositiepartij. De antithese is de N-VA als bestuurspartij. 'Nu volgt de synthese' schrijft Van Grieken, 'met het Vlaams Belang als dominante beleidspartij.' Naar analogie met Hannibal staat van Grieken nu aan de poorten van Rome - Hannibal ante portas! Maar wat zal de partij (kunnen) aanvangen met haar voorspelde scores? 'Zolang het Vlaams Belang geen bepalend onderdeel van de regering zal zijn, zullen we gewoon meer van hetzelfde krijgen' concludeert de auteur in dit boek en hij breekt ermee met de postvatting van de generatie-Dewinter, die met zichzelf leerde leven als zijnde een agitator in de marge. In de democratie zal alles blijken uit de volgende kiescampagnes en verkiezingen. De kiezer heeft het potentieel om alle compteurs op nul te zetten. 'Missie 2024' is voor Van Grieken de beoogde beleidsdeelname. Dat is de doelstelling, de strategie op lange termijn. Wat zal dan de tactiek zijn, dus op kortere termijn? De eerste en electorale vraag die ik me dan stel is in hoeverre Van Grieken en zijn partij werkelijk vat hebben op de tegenwoordig zo volatiele kiezer. Hebben de burgers in 2019 op het Vlaams Belang gestemd of hebben ze vooral tegen de andere partijen gestemd? Is de keuze voor het Vlaams Belang geen signaal geweest naar 'de politiek' in het algemeen, eerder dan de bewuste keuze voor de uitvoering van een concreet programma? Uit postelectoraal onderzoek blijkt dat haar kiezers de regeringspartijen wilden afstraffen voor het gevoerde beleid en soms ook een middelvinger opstaken naar de Franstalige partijen. In het zero sum game dat ons kiesstelsel is, leverde dit het Vlaams Belang veel op. Maar hoe posititief gemotiveerd en dus standvastig is die electorale voorkeur? We zagen eerder al hoe ontrouw de Belang-kiezers durven zijn, toen ze massaal verkasten naar de N-VA. Zal Van Grieken op deze kiezer kunnen blijven rekenen? Ook blijkt uit dezelfde recente peilingen die het partijsucces voorspellen, dat maar 6 op de 10 van deze Vlaams Belang-stemmers voor de splitsing van België zouden kiezen. En volgens politicoloog Bart Maddens in Het Laatste Nieuws zijn die separatistische gevoelens vooral ingegeven door de actualiteit: 'eens de (Belgische) crisis voorbij, ebben die anti-Belgische gevoelens ook snel weg.' Indien het voortbestaan van België de inzet zou worden van een stembusslag, dan kan dat dus paradoxaal kiezers kosten aan het Vlaams Belang. In dit boek sluit het sociaal-economisch programma van de partij eens te meer aan bij dat van de SP.A en zelfs de PS, hetgeen ook de laatste overwinning mee zou verklaren. Maar zijn de bewuste stemmen niet vooral ingegeven door een bezorgdheid over migratie, islam en veiligheid, klassieke thema's van reeds het eerdere Vlaams Blok? Dat is een cruciale vraag en doet teruggrijpen naar het sociaal-economisch congres van de partij in 2012. Dat was overigens de gelegenheid waar ik als journalist voor het eerst Tom Van Grieken ontmoette. Ik vermoed dat hier, 8 jaar geleden, the key to succes werd geschapen van de recente electorale scores.In hoeverre zijn de recente successen eigenlijk de verdienste van het huidige, vernieuwde, en uitgedunde partijmanagement? Hebben ze zelf al die nieuwe en teruggekeerde kiezers overtuigd, zoals het avontuur in dit boek verhaalt, of surfen ze vooral mee op een Zeitgeist die hen eigenlijk in de schoot is geworpen? En die je ook elders in omgezet ziet in de scores van onder meer de Vijfsterrenbeweging en de Lega Nord in Italië, de PVV het Forum voor Democratie in Nederland, de FPÖ in Oostenrijk, het AfD in Duitsland, het Rassemblement National in Frankrijk, Fidesz in Hongarije en noem maar op: zelfs Donald Trump in de VSA en de brexiteers in het VK? De Vlaams Belangers wisten een maatschappelijk ongenoegen alvast te capteren en electoraal te verzilveren, hetgeen een partij als Groen met de klimaatmarsen niet wist te doen: je kan de wind in de zeilen hebben, maar je moet de zeilen ook juist bijzetten. Dat is de krachttoer van Van Grieken gebleken. Maar stel, hypothetisch: indien Filip Dewinter nog het absolute boegbeeld zou geweest zijn, met zijn geheel eigen discours: zou de score dan minder geweest zijn, of dezelfde? Is de de inhoudelijke vernieuwing van Tom Van Grieken en de zijnen werkelijk de formule achter dit recent succes? Of is dit een vintage Vlaams Belang-stunt, op louter het juiste moment in de tijd?Wie is juist de 'gewone Vlaming' waar het Vlaams Belang zegt voor te strijden? Volgens Van Grieken - en zowat alle rechtse formaties in Europa - scheurt er doorheen de klassieke politieke breuklijnen een nieuwe breuklijn: tussen nationalisten en globalisten. Met een huwelijk van 'bakfiets-groenen en Tesla-liberalen' tegen de kwetsbare, unheimlich voelende verliezers van de globalisering. Maar welke identiteit stellen specifiek deze kiezers werkelijk tegenover de globalisten? Het Vlaams Belang werd op 26 mei de eerste partij bij ondermeer de jongeren en de arbeiders: zijn zij zelf geen globalisten, eerder dan - of tegelijk - verliezers? De jongere, de arbeider: ze zijn online verbonden en vervlochten met de soft power van buitenlandse, vooral Amerikaanse media, mode en normen. Ze zoeken met prijsbrekers naar de goedkoopste vliegtickets voor een reis of een citytrip, ze kopen internationaal en eten ook exotisch, ze kiezen voor aantrekkelijke buitenlandse bedrijven of carrières, ze lezen internationale bestsellers, waarschijnlijk meer dan oer-Vlaamse klassiekers. Zoals Jonathan Holslag drie jaar geleden schreef in zijn voorwoord - hij wijst op een Vlaamse culturele verloedering: 'Opnieuw vinden wij het vaak storend dat nieuwkomers vasthouden aan hun klederdracht, hun eten enzovoort. Maar wat zetten wij daartegenover? De Primark, de McDonald's en de Starbucks?' Kan je als middenklasser treuren om de teloorgang van een landelijk, schijnbaar meer geborgen Vlaanderen-van-weleer, en tegelijk meedoen aan de ratrace van modern materieel succes, richting een alleenstaande modern huis in Amerikaanse stijl, babysit en ouderenzorg uitbesteden, met een Duitse wagen op de oprit, een all-in in Egypte boeken, en liever een loungebar dan een oude bruine kroeg bezoeken? Ook bij de gepensioneerden wist de partij haar aanhang te verbreden. Maar is dat net niet de generatie die de meeste vruchten plukte van de naoorlogse mondialisering, welvaartsgroei en ontkerkelijking? Of zijn zij ook globalisten maar dan met te weinig financiële draagkracht om er naar believen mee van te genieten? Nationalisten bieden de natiestaat aan als geborgen kader - daar valt iets voor te zeggen - maar om terug op het volatiel electoraat gedrag te komen: wat als de besogne van de kiezer vooral financieel is? Ligt hij of zij dan nog wakker van een onafhankelijk Vlaanderen, als dat financieel probleem is opgelost? Of is het dan goed zoals het is? Zijn de Vlaams Belang-kiezers ook flamingant, zoals de voorhoede, het streven en het programma van de partij? Gaat het over centen of over zelfbeschikking en identiteit?Ik lees in dit boek: Vlaams Blok-stichter Karel Dillen zei begin de jaren '90 'Ons Europa is geen Europa van moskeeën en minaretten, maar van belforten en kathedralen en moet dit nog eeuwen blijven...' Goed en wel, maar: we beleven geen liturgie meer in die kathedralen en we bouwen ze ook niet meer. Steeds meer kerken en kloosters worden zelfs horeca-aangelegenheiden. We reduceren onze eeuwenoude iconen en gebruiken tot erfgoed, tot folklore. Een islamitische vriendin vroeg me ooit eens: 'Als ik me aanpas, waar moet ik me dan juist aan aanpassen?' Die vraag blijft me intrigeren, want ze polst naar een identiteit, en identiteit is wat het Vlaams Belang vooropstelt. Bart De Wever schreef in 2019 zijn boek 'Over Identiteit': bij hem is het een ideologische mindmap waarmee hij zich een weg baant tussen enerzijds het verabsoluteren van identiteit - hetgeen hij Vlaams Belang verwijt - en anderzijds een onzalig cultuurrelativisme. De handicap van het essay van De Wever vond ik echter dat als de diagnose dan al zou kloppen, we nog steeds verstoken blijven van de therapie: wat is dan juist de huidige Vlaamse identiteit? Valt die te definiëren en kan je daar deugdelijk beleid uit puren, dat verder gaat dan de geplande Vlaamse canon en vernieuwde inburgeringstrajecten? Op wat juist stoelen we de burgersamenleving en zelfs het inclusief nationalisme? Wat is de therapie van het Vlaams Belang? Volgens Van Grieken in dit boek een nieuw sociaal contract. Door radicaal te kiezen voor 'onze' mensen. Ten eerste: De vraag wie dan niet van ons is zal zich blijven stellen. In hoeverre mag de hierboven genoemde islamitische vriendin erbij horen? Het zal sociologisch aan mijn beperkte peergroup liggen, maar tussen mezelf en kennissen en vrienden met islamitische roots is religie nauwelijks een issue. Tenzij dan in gesprekken als breed maatschappelijk thema. Maar generiek aan persoonlijke conflicten is het geloof niet. Waar situeert Vlaams Belang 3.0 dit feit in die politieke Vlaamse identiteit? En hoe draagt ze dat geloofwaardig uit, met militanten en boegbeelden die de koran as such voortdurend aanwijzen als vooral een bron van gewelddadig kwaad? Hoe zal de partij zorgen voor, simpelweg, een minstens al prettig samenleven? Ten tweede: hoe allomvattend is dat sociaal contract als de partij een echte volkspartij wil worden: moet ze de spreekwoordelijke Tesla dan niet verzoenen met de Dacia, de klassiek-landelijke met de hippe metropolitane Vlaming, eerder dan zich te enten op de tegenstelling tussen die twee? En de arbeider, de kwetsbare werknemer in Vlaanderen: dat is niet enkel de autochtone blue collar-worker, maar steeds vaker de Vlaamse allochtoon. Ten derde: als het Vlaams Belang beleidsdeelname ambieert, zal ze daar dan tactisch al naar laveren tijdens de volgende kiescampagne? Zal ze radicale eisen, zoals een onmiddellijk onafhankelijk Vlaanderen, bijschaven om toekomstige coalitiepartners én potentiële kiezers te verleiden? Zal ze migratie-doelstellingen formuleren die juridisch minder wringen met het bestaande internationale carcan? Zal de partij milderen in haar eisen en discours? En zal dit Vlaams Belang dan niet een N-VA-bis worden? Zal ze dan de aantrekkelijkheid van haar maagdelijkheid durven inzetten? Een N-VA worden met een sociaal-economisch meer linkse, milde agenda? Ik denk dat Tom Van Grieken dat durft.