Column

Ann Peuteman

‘Zonder het te beseffen gijzelen we mensen in hun eigen huis’

Ann Peuteman Redactrice bij Knack

Mensen met een rollator of rolstoel rijden zich keer op keer vast. Als ze hun huis al uit kunnen. ‘Hoog tijd dat we brievenbussen en bushokjes verplaatsen, veel meer banken installeren en beter nadenken als we de vuilnisbak buitenzetten’, schrijft Knack-redactrice Ann Peuteman in haar wekelijkse column De Zoetzure Dinsdag.

Ik kom met een volle wasmand de trap af en door de glazen voordeur kijk ik recht in het gezicht van een onbekende dame. Dan pas zie ik dat ze leunt op een rolstoel waarin een man met grijze krullen zit. Eerst denk ik nog dat ze voor mij komen, maar ze hebben helemaal niet aangebeld. Toch maak ik de deur open. Vertwijfeld wijst de vrouw in de richting van de container met groenafval en de PMD-zakken van de buren. Ze nemen meer dan de helft van de stoep in en de rolstoel kan er onmogelijk langs. Aangezien er niet genoeg manoeuvreerruimte is om rechtsomkeer te maken, zitten zij en haar man letterlijk vast. Dus rol ik de container een eind verderop en zet ik de zakken keurig op een rij zodat ze weer verder kunnen.

Het is niet voor het eerst dat ik gestrande voorbijgangers in mijn portiek aantref. Toen er naast de deur bouwwerken aan de gang waren, reden heel wat mensen zich hier met hun rolstoel of rollator vast. Alleen al doordat de betonblokken waarin de werfhekken steunden te ver uitstaken.

Daar moest ik de voorbije dagen aan denken toen ik de woorden van Dichter des Vaderlands Mustafa Kör las. ‘Mobiel of kreupel. Waarom nog vertrekken als we toch gaan stranden?’ schrijft hij in het striemende gedicht Drempelvrees. Kör is niet oud, maar hij zit wel in een rolstoel en dus rijdt ook hij zich de hele tijd vast. Mensen die letterlijk huppelend door het leven gaan, staan daar veel te weinig bij stil. Zij denken dat alles al is opgelost als de stoepranden laag genoeg zijn. Niet dus. Voor wie niet goed ter been is en zeker voor wie een rolstoel of een rollator nodig heeft, is de stad één groot hindernissenparcours. Altijd staan er wel ergens drie of vier fietsen tegen een gevel aan of heeft iemand zijn auto knipperlichtend op de stoep geparkeerd. En dan zijn er nog die enge kasseistroken en de bushokjes, brievenbussen of reclamepanelen die overal in de weg staan. ‘Horden neem je als ze zich aandienen. Wat met drempels? En onwil?’ schrijft Kör.

Zijn veel Vlaamse steden zo al oninneembare burchten voor mensen die niet of moeilijk stappen, dan wordt het nog vele malen erger in tijden van wegenwerken. Wanneer de markt wordt heraangelegd, haasten de plaatselijke burgemeester en schepenen zich doorgaans om de handelaars gerust te stellen. ‘Maak u geen zorgen! Uw klanten zullen uw zaak nog altijd kunnen bereiken’, klinkt het keer op keer. Nooit hoor je zo’n verkozene des volks eens zeggen dat mensen die om de een of andere reden slecht ter been zijn hun huizen nog uit zullen kunnen. Vaak is dat dan ook niet het geval. Zo vertelde Viv (88) me dat ze niet meer naar buiten kan sinds de rioleringswerken in haar straat zijn begonnen. Zowel de stoep als de goot zijn opengebroken. Over de diepe, modderige geul die daardoor is ontstaan, hebben de werklui een houten bruggetje gelegd. Daar kunnen buurtbewoners over stappen om hun voordeur te bereiken. Maar Viv niet. Voor haar is die veredelde plank veel te wankel, en met haar rollator kan ze er al helemaal niet over. Dus blijft ze noodgedwongen thuis. Vier weken lang. ‘Alsof ik gegijzeld word in mijn eigen huis’, zegt ze.

Is er inderdaad onwil mee gemoeid, zoals Mustafa Kör in zijn gedicht lijkt te suggereren? Je zou het haast gaan denken. In elk geval ligt er een groot gebrek aan inlevingsvermogen aan de basis van alle drempels waar hij het over heeft. Wie vlot over een paar opengebroken stoeptegels of zelfs een volle vuilniszak springt, staat er niet bij stil dat heel wat anderen dat niet kunnen. En wie dat wel beseft, ziet er vaak geen graten in. Je raakt met je rolstoel niet tot bij de supermarkt? Dan doet iemand anders toch even boodschappen voor je? En als je de bus niet op kunt met je rollator is er toch altijd wel een vriend die je naar de stad wil brengen? Vast wel. Alleen dwingen we mensen op die manier om de hele tijd om hulp te vragen. Dat is niet alleen verschrikkelijk vervelend, het tast ook hun waardigheid aan. Of zoals Viv het zegt: ‘Sinds ik niet goed meer kan stappen, kunnen een paar losliggende straatstenen me al helemaal uit evenwicht brengen. Letterlijk en figuurlijk. Dan zou ik het liefst van al in dat gat verdwijnen.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content