Verhalen uit 2022: hoe bakkerij Goossens de waanzin overleefde

Patrick en Laura Goossens: ‘Altijd hetzelfde doen waar je goed in bent: dat wordt te weinig naar waarde geschat.’ © Saskia Vanderstichele
Stijn Tormans

De wereld draaide dol in 2022, maar er was één zekerheid: af en toe een verrukkelijk roggeverdommeke vol rozijnen kopen bij bakkerij Goossens in Antwerpen. Daar kon Poetin niets aan veranderen en de tijd ook niet. Die krijgt geen vat op de bakkerij in de Korte Gasthuisstraat: alsof de roaring twenties er nooit echt voorbijgegaan zijn. Niet alleen de winkel ziet er zo uit, ook hun brood smaakt naar glorieuze tijden. Ik vroeg me af wat hun recept is.

Na sluitingstijd praat ik wat met zaakvoerders Patrick Goossens en zijn nicht Laura Goossens, de vierde en vijfde generatie van het bakkersgeslacht. Allebei hebben ze nochtans iets anders gestudeerd: Patrick geschiedenis, Laura Engels, theater, film en zakelijke communicatie. Hoe interessant die studies ook waren, de lokroep van de winkel was luider. ‘Al tijdens mijn studententijd kwam ik hier elke ochtend en middag’, zegt Laura. ‘Niet alleen om brood te eten, maar ook omdat ik hier graag ben.’

Toen ter sprake kwam of ze ooit mee in de zaak zou stappen, keek ze niet vreemd op. Al is het niet altijd vanzelfsprekend. ‘Soms bellen ze om elf uur ’s avonds: de elektriciteit werkt niet of er is een bakker ziek. Dan moet je een oplossing verzinnen.’

‘Als mensen online iets kopen’, zegt Patrick, ‘weten ze dat het er de volgende dag misschien niet zal zijn. Dat aanvaarden ze niet van een bakker. Het brood móét er zijn, anders komen die klanten niet terug.’

‘Maar als die broden aan het einde van de dag allemaal verkocht zijn, geeft mij dat wel een enorme voldoening’, zegt Laura. ‘Dan is de cirkel rond.’ Ze hoeft niet op wereldreis. Hier in de Korte Gasthuisstraat ligt haar geluk.

‘Hoe was 2022?’ vraag ik.

‘Zo’n waanzinnig jaar hebben we nog nooit meegemaakt’, antwoordt Patrick.

***

En ze hebben nochtans al veel meegemaakt. Aan de muur hangen foto’s van hun voorouders. Tot de negentiende eeuw boerde het geslacht Goossens in Zichem. Zo arm als Job waren ze. Tot een van hen, Philippe Goossens, naar Antwerpen reisde, op zoek naar een beter leven. Hij ging eerst werken in een bakkerij en begon er later zelf een. Op de broodzakken liet hij GOOSSENS-MOONEN drukken – het koppel was al feminist toen dat woord nog uitgevonden moest worden.

Hun zaak was best modern, ze kochten een machine die deeg kon kneden op hetzelfde ritme als mensen dat deden. Maar ook dat kon een wereldcatastrofe niet tegenhouden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef de lamp branden bij bakkerij Goossens – ook al vocht zoon Goossens vijf jaar aan het front.

Twintig jaar later hield die zoon tijdens de Tweede Wereldoorlog de zaak recht. Terwijl rondom hem de V1’s neervielen, bleef hij koppig brood bakken in de kelder. Net na de Tweede Wereldoorlog stierf hij aan een hartaanval. ‘Een laat slachtoffer van de oorlog’, zeiden de mensen toen. ‘Zijn hart heeft te veel schrik gehad.’

'Ik hoorde onlangs: dat is een fantastische bakker, die maakt goede donuts. Vreemd, ik ken geen enkele bakker die donuts maakt. Die komen allemaal uit een fabriek.'
‘Ik hoorde onlangs: dat is een fantastische bakker, die maakt goede donuts. Vreemd, ik ken geen enkele bakker die donuts maakt. Die komen allemaal uit een fabriek.’ © Saskia Vanderstichele

De winkel sputterde even, maar al gauw stonden er weer lange rijen voor de etalage. De sixties en seventies van Bakkerij Goossens swingden. Intussen werd hun straat, als een van de eerste in Antwerpen, autovrij en gaf hun laatste triporteur er de brui aan. Na een conflict met de politie, maar vooral omdat mensen steeds minder aan huis geleverd brood kochten. Vanuit een telefooncel belde de bezorger naar de bakkerij: ‘Meneer Goossens, kom dat ding maar halen. Ik stop ermee.’

Maar ook dat overleefde bakkerij Goossens, net als de overnamepogingen van de projectontwikkelaars. ‘Natuurlijk boden die enorme bedragen voor ons huis’, zegt Laura. Ze overlegden in de familie, maar lieten zich niet tegen elkaar uitspelen en bleven gewoon doen wat ze graag doen in hun nostalgische winkel.

***

Patrick wijst naar een foto van een vrouw. ‘Dat was Francine’, zegt hij. ‘Ze heeft meer dan vijftig jaar achter de toonbank gestaan. Al die tijd deed ze waar ze verschrikkelijk goed in was: mensen bedienen. Dat wordt te weinig naar waarde geschat. Ze praten je zo veel aan: je moet carrière maken en tien keer van job veranderen. Zo was Francine niet. Zelfs na haar pensioen stond ze nog geregeld in de winkel.’

‘Ze is gestorven tijdens corona in een ziekenhuis’, zegt Laura. ‘In isolement. Ze verdiende zo veel beter, want ze is altijd een mensenmens geweest.’

Hun hart klopt voor zulke mensen en die appreciatie zit ook in hun brood. De wereld is danig veranderd sinds de negentiende eeuw, maar het brood van Goossens bleef min of meer hetzelfde. Wellicht smaakt het niet helemaal meer zoals toen – de granen zijn anders – maar veel zal het niet schelen. Ook omdat het nog altijd op dezelfde manier gemaakt wordt. ‘Economisch gezien is dat niet de meest efficiënte manier van werken’, zegt Patrick. ‘Soms zie ik een grote vrachtwagen rijden op de snelweg waarop in gigantische letters staat: SIROOP – AMBACHTELIJK GEMAAKT. Hoe kan dat nu, vraag ik me dan af.’

***

Ze bleven altijd bewust klein. Een jaar nadat Bakkerij Goossens opgericht werd in 1884, opende de eerste Grand Bazaar in Antwerpen en vond een apotheker in Atlanta Coca-Cola uit.

‘In vergelijking met hen hebben wij het natuurlijk bijzonder slecht gedaan’, lacht Patrick. Op een blauwe maandag is Albert Heijn, die van de supermarkt, weleens komen aankloppen, maar ze wezen hem de deur.

Zij bleven heren van Zichem, mensen met boerenverstand: aan schaalvergroting deden ze niet mee, aan kortingen ook niet. ‘We zagen bakkerijen die dat wel deden, maar die zijn intussen allang failliet. Altijd komen er wel mensen die nog goedkoper willen werken. Die race kun je niet winnen.’

Maar het heeft wel gevolgen. ‘Er komt steeds meer een tweedeling tussen mensen die ambachtelijk en duurder brood kunnen betalen en mensen die supermarktbrood eten met bewaarmiddelen: dat is zeker ook nog goed, maar het is wel iets anders. Ik vind dat bijzonder jammer.’

Al heeft niet iedereen dat door. Onlangs stapte iemand bij bakkerij Goossens binnen. ‘Ik vind dat jullie frangipane nergens naar smaakt’, klaagde hij. ‘Mensen zijn intussen zo gewoon aan die industriële smaak,’ zegt Patrick, ‘dat ze niet meer weten hoe een echte frangipane smaakt.’

Elders hoorde Patrick iemand beweren: ‘Dat is een fantastische bakker, want die maakt goede donuts.’ Ook een gekke uitspraak, want ‘ik ken geen enkele bakker die donuts maakt. Die komen allemaal uit een fabriek.’

‘Vroeger aten mensen bijvoorbeeld geen speltbrood’, zegt Laura. ‘Dat was een tweederangsgraan, het werd aan de varkens gegeven. Tot een foodie dat met veel marketingtrucs in de markt heeft gezet: nu wil iedereen speltbrood eten.’

Behalve een paar gezondheidsgoeroes die brood op hun zwarte lijst gezet hebben. En ook een schooldirectie. ‘We hebben altijd brood en koffiekoeken geleverd aan een paar scholen’, zegt Patrick. ‘Onlangs kreeg ik een mail van een van hen: “U hoeft niet meer te leveren. We bieden onze leerlingen voortaan gezonde dingen aan.” Dat vond ik heel frappant. De ban op suiker raakt op de eerste plaats dus niet de ketchups en andere producten met verborgen suikers, maar wel de koffiekoeken. Ik zeg niet dat je elke dag een koffiekoek moet eten, maar het is wel een authentiek product dat gewoon lekker is.’

***

Een ambachtelijke bakkerij runnen in 2022 is niet vanzelfsprekend. ‘Mijn vader belde elke avond naar de luchthaven van Deurne’, zegt Patrick, ‘om te weten welk weer het de volgende dag zou worden. Bij goed weer bakte hij veel broden, bij slecht weer veel minder.’

Vandaag moeten ze met zo veel andere dingen rekening houden: zelfs met virussen en oorlogen. ‘Tijdens de coronatijd hebben we het echt moeilijk gehad’, zegt Patrick. ‘Buiten de steden draaiden bakkers wel – naar de bakker gaan was het enige wat mensen nog konden doen. Maar bij ons lag dat anders. Voor de eerste keer was onze locatie in het hart van Antwerpen geen voordeel: de shoppers bleven massaal weg, en onze winkel is klein.

‘Net toen we opkrabbelden, brak de energiecrisis uit: onze energiefactuur is maal zes gegaan. Dat is waanzin. Momenteel spreken we onze reserves aan, maar dat kan niet blijven duren. Zoals elke bakker gaan ook wij door zwaar weer.

‘Ik vraag me af of de regering dat weet. Of misschien willen ze het niet weten, dat kan ook. Alexander De Croo zegt dat we nu in een oorlogseconomie leven, maar dat klopt niet helemaal. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de regering haar voorzorgen genomen. De bakkers moesten zo veel bloem inslaan zodat ze nog een hele tijd voort konden.’

***

We kijken naar de muur met de foto’s van hun voorvaderen. ‘Ik hoop dat mijn foto daar ook ooit hangt’, zegt Laura. ‘Ik zal er alles aan doen om de traditie voort te zetten.’ Maar of dat zal lukken, weet ze niet. Daarvoor zijn de tijden te onzeker, de elektriciteitsrekeningen te hoog.

Een ding weet ze wel: als ze ooit een kind op de wereld zet, geeft ze dat een dubbele achternaam. Als eresaluut aan de familie Goossens: die heren van Zichem met boerenverstand die niet van verandering hielden, maar net daarom alle waanzin overleefd hebben.

Partner Content