Opvoedingslijn: “Soms is het goed om grenzen aan te geven”

De Opvoedingslijn, een contactpunt waar Vlamingen en Brusselaars vragen over de opvoeding van kinderen kunnen voorleggen, bestaat vrijdag 25 jaar. In die tijd zijn 33.631 ouders en andere opvoedingsverantwoordelijken te woord gestaan over uiteenlopende vragen.

“De basis is hetzelfde, of je nu 25 of 50 jaar in de tijd teruggaat”, zegt directrice Ilse De Block. “Het gaat om de zorg die ouders willen geven. Ze willen dat hun kinderen goed opgroeien en goed terecht komen in de samenleving. Maar we merken dat ouders vandaag wel heel veel kansen geven. Soms is het ook goed om grenzen aan te geven.”

“Kan ik tegen mijn 13-jarige zeggen dat de telefoon ’s nachts beneden moet blijven?”, geeft De Block als voorbeeld. “Of hoe zit het met de privacy van mijn zoon of dochter?” De opkomst van het internet en sociale media doet mensen twijfelen. “Er is héél veel kennis, die ook heel veel gedeeld wordt. Ouders zijn er zeer bewust mee bezig. Maar toch neemt de onzekerheid toe.”

In 2021 ontving de Opvoedingslijn voornamelijk telefoongesprekken, 1.503 in totaal. Er kwamen 341 e-mails en 45 chatgesprekken binnen, 19 vragen werden gesteld via sociale media. “25 jaar geleden was er geen computer, internet of sociale media. Dat heeft erg veel veranderd”, heeft De Block gemerkt.

“Ouder weten best hoe ze grenzen moeten trekken”, vervolgt ze. “Ze voelen dat ze moeten kunnen zeggen dat een fuif in het weekend niet doorgaat. Maar hoe onderhandelen ze dat?”, illustreert ze. “Mijn kind moet toch weerbaar worden en we moeten toch luisteren?” Overwegingen “die het soms moeilijk maken”, zeker na een scheiding waarbij een vorige partner een grens niet afdwingt.

“Ouders – maar natuurlijk niet allemaal – zijn dat een beetje afgeleerd”, vindt De Block. “Wanneer ze ons opbellen lijken ze in de eerste plaats op zoek naar bevestiging. Vaak willen ze horen dat hun aanpak prima is. En dat is in 70 procent van de oproepen ook het geval.”

Vandaag doen vooral moeders een beroep op de Opvoedingslijn, ze vertegenwoordigen 60 procent van de vragen. Vaders stellen 11 procent van de vragen en in 6 procent van de gevallen doen de ouders gemeenschappelijk een oproep. 5 procent van de vragen wordt gesteld door een plusouder, in 4 procent van de gevallen gaat het om een grootouder. In de overige dossiers gaat het om een intermediair of is de identiteit onbekend.

Het leeuwendeel van de vragen, zowat 41 procent, gaat over opvoeding of ouderschap in het algemeen. In 22 procent wordt advies gevraagd over opvallend gedrag. Bij 14 procent zijn er vragen over de emotionele ontwikkeling van een kind. In 6 procent van de gevallen gaat het om een vraag over opvang en school. Andere vragen gaan over sociale ontwikkeling, spel- en vrijetijdsbesteding, lichamelijke of verstandelijke ontwikkeling. Amper 1 procent van de vragen ging vorig jaar over corona.

De Block wil ouders aanmoedigen om met een open blik over opvoeding te denken en communiceren. “Het is prima om je oor te luisteren te leggen bij anderen en zorgen te delen. Maar doe het vooral onbevooroordeeld. En oordeel niet over elkaar. We moeten opvoeden in de tijd waarin we leven en kunnen dus niet zomaar ‘copy paste’ doen van wat 25 jaar geleden prima was.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content