Slechts 11% van jongdementerenden kunnen terecht in voorbehouden bedden woonzorgcentra

© Getty

Terwijl er vandaag in Vlaanderen 1.800 mensen de diagnose van jongdementie kregen, zijn er slechts 200 bedden in woonzorgcentra die voorbehouden zijn voor jongdementen. “Slechts 11 procent jongdementen krijgt hulp van de regering-Jambon”, besluit Groen-parlementslid Ann De Martelaer woensdag naar aanleiding van Werelddementiedag.

Met 200 beschikbare bedden blijft het overgrote deel van de mensen met jongdementie in de kou staan. Daarnaast bestaat er geen ondersteuning voor mensen met jongdementie die thuis blijven wonen. De Martelaer dringt aan op een ommekeer in het beleid. “In plaats van bedden voor slechts enkele mensen met jongdementie zou iedereen met de diagnose een persoonsgebonden budget moeten krijgen voor persoonlijke zorg op maat”, vindt de Groen-politica.  Het overgrote deel van de mensen die voor de leeftijd van 65 jaar de diagnose dementie krijgen, wordt volgens haar door de regering Jambon aan z’n lot overgelaten. In zo goed als alle gevallen komt alle zorg bij een partner of andere mantelzorger terecht.

“Behalve de zorgtaak en emotionele impact komt een diagnose van jongdementie vaak met zware financiële gevolgen”, legt De Martelaer uit.  Groen hekelt dat er amper hulpmechanismen voor mensen met jongdementie zijn. Patiënten, waaronder ook dertigers en veertigers, die niet meer thuis kunnen wonen met de hulp van een mantelzorger komen noodgedwongen terecht in een woonzorgcentrum. In Vlaanderen zijn er 200 plaatsen in woonzorgcentra voorbehouden voor mensen met jongdementie.

Alleen op deze plaatsen krijgen inwoners met jongdementie een korting van 27,60 euro op de dagprijs.  In plaats van een korting op de dagprijs van enkele euro’s, pleit De Martelaer ervoor dat élke patiënt met jongdementie een persoonsgebonden budget toegewezen krijgt op basis van de persoonlijke context en noden. “Met een persoonsgebonden budget kunnen patiënten hun hulpbehoeften zelf invullen, ongeacht of ze nog thuis wonen of in een woonzorgcentrum verblijven”, besluit De Martelaer.

Partner Content