Scenarist Raf Njotea: ‘Zachtheid wordt niet echt beloond in deze samenleving’

Raf Njotea: ‘We hebben behoefte aan gesprekken in plaats van debatten.’ © CARMEN DE VOS
Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Er was veel dat scenarist Raf Njotea en zijn vader uit elkaar dreef. Op de valreep begonnen ze met elkaar te spreken. ‘We hadden geen band en ik geloofde oprecht dat ik dat niet miste.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.

Jarenlang gleed scenarist en columnist Raf Njotea soepel en lichtvoetig door het leven. ‘Ik wist amper wat stress was, dichtte mezelf een groot relativeringsvermogen toe.’ En nu knaagt soms iets aan hem. Ouder worden, denkt hij, maar ook de blutsen en de builen die onvermijdelijk met het leven komen. Dromen blijken binnen handbereik minder aanlokkelijk dan toen ze een onbepaald verlangen waren. ‘Niet eens zo lang geleden wist ik heel duidelijk waar mijn doel lag. Een eigen tv-serie schrijven. Dat was de ultieme betrachting. Maar nu weet ik het even niet meer en dat is best scary.’

‘Wat is mijn droom als het deze niet is? Ik heb aan een eigen reeks mogen werken, maar dat is een heel moeizaam proces geweest. Misschien komt er ooit iets van, op dit moment is dat onduidelijk. Ik heb het even losgelaten. De creatieve energie die erin kruipt, is niet te onderschatten. Ik weet ook niet of ik wel de geschikte persoon ben om dat soort projecten te trekken. Ik vermijd conflicten, verkies de harmonie van de groep boven de kracht van mijn eigen ideeën en ga eerder sussen dan doorduwen. Ik durf blijkbaar niet zo goed op mijn instinct af te gaan. Want als het dan mislukt, is het ook mijn schuld.’

Er stonden vier stoelen rond de tafel, ook al waren we met z’n vijven. Mijn papa at niet mee, hij zat op de bank en keek televisie.

Het leven is even minder makkelijk dan het tot nu was?

Raf Njotea: Dat klinkt zwaarder dan het is, maar het klopt wel. Ik vind het leven moeilijker dan vroeger. Ik ben nog altijd aan het bekomen van een liefdesbreuk, denk ik. Ik fietste altijd op intuïtie door het leven, alles ging vanzelf, was fun, makkelijk en leuk. Met de liefde leek het ook zo te gaan. Ik leerde mijn ex kennen toen we samen in Duitsland studeerden. We woonden twee jaar samen, het voelde als voorbestemde liefde. Ik kan het nog altijd niet verklaren, maar het is misgelopen omdat plots een oude liefde weer door mijn hoofd spookte. Soms gaan je emoties en je lichaam met je aan de haal. Het heeft me wel wat cynisch gemaakt. Ik ben altijd al meer rationeel dan emotioneel geweest, hou er niet van controle te verliezen en nu wantrouw ik emoties nog meer.

Hoe houdt u lichaam en geest enigszins in balans?

Njotea: Ik heb weinig hoogtes en laagtes. Als je het aan mijn vrienden vraagt, dan omschrijven ze me hoogstwaarschijnlijk als grijs. Mijn vrienden lachen me daar ook mee uit. Ik ben de man zonder mening. Vraag aan mij wat we zullen eten en ik antwoord dat alles goed is. Misschien omdat het me echt niet zo veel kan schelen, maar deels ook omdat ik moeite heb om te weten wat ik wil. Zeker met andere mensen erbij, ik schik me snel omdat frictie me afschrikt.

Zou u liever wat meer ruzie maken?

Njotea: Dat klinkt natuurlijk raar, want ik verafschuw conflicten, maar ik merk wel dat ik nooit geleerd heb met conflicten om te gaan. Toen Dave, mijn ex, en ik samen waren, hebben we nooit ruzie gemaakt. Achteraf besef je dat dat niet goed is, dat het belangrijk is om zaken te benoemen, ook al leiden ze tot frictie. Ik kan daar niet mee om. Als mijn ouders ruzie maakten, dan werden de dingen nooit uitgepraat. Het stof ging op een of andere manier gewoon liggen, dat sleet en zo viel alles weer min of meer in de plooi.

Over emoties werd niet gepraat?

Njotea: Ik kom niet uit een gezin van mensen die hun hart op tafel leggen. Ik kan zelfs niet zeggen of ik dat gemist heb toen ik opgroeide. Ik voel zelden de nood om emoties te delen of om emotioneel te zijn. Sommige zaken waren anders bij ons thuis. Niemand stoorde zich daaraan. Er stonden vier stoelen rond de tafel, ook al waren we met z’n vijven. Mijn papa at niet met ons mee, hij zat op de bank en keek televisie. Rond de figuur van mijn papa hing iets wazigs. Dat was wie hij was. Voor ons was dat normaal, het waren altijd buitenstaanders die wezen op het bizarre, het andere of het vreemde. We hadden het er niet over, tot ik die podcast maakte.

***

Die podcast, dat is Ouder. Toen Francis, de Nigeriaanse vader van Njotea, in 2017 uit coma ontwaakte, bekende hij in een staat van verwarring dat hij tien jaar ouder was dan hij altijd beweerd had. Voor zijn zoon was dat het begin van een zoektocht naar de wortels van zijn vader, niet zonder aarzeling en met de nodige aansporing van jeugdvriend Lander Kennis.

Hij praatte met zijn vader, voor het eerst echt, en groef net iets dieper dan de oppervlakte waar zowel hij als zijn vader zich het gemakkelijkst voelde. Al dat zoeken, vragen, praten, peuteren en krabben werd een podcast en het leek bijna alsof zijn vader erop gewacht had, want niet lang na de opnames, stierf hij. Dat was in februari van dit jaar.

Njotea: Zijn dood was niet geheel onverwacht. We waren erop voorbereid, er was ons al een paar keer gevraagd om afscheid te nemen. Na die zoektocht stond ik dichter bij mijn vader dan ooit. Je zou denken dat de schok dan groter is, maar het is net heel troostend te weten dat alles wat besproken moest worden op tijd is gebeurd.

U blijft niet achter met ‘had ik maar’?

Njotea: Nee. De podcast heeft daar echt het verschil gemaakt. Ik kan het niet met zekerheid zeggen, want het is een geschiedenis die niet geschreven is, maar zonder die gesprekken zou het afscheid lelijker geweest zijn, met meer frustratie en onbeantwoorde vragen. Ik dacht dat ik er niet mee zat, dat de band die er jarenlang amper was mij onberoerd liet. Maar dat maakte ik mezelf misschien wel wijs omdat het gewoon makkelijker is om daar allemaal niet te veel bij stil te staan.

Toen hij in 2017 in coma lag, bedacht u dat het u amper zou raken mocht hij sterven. Een wrang besef.

Njotea: Onze band was zo goed als onbestaand. Dat was een gevolg van hoe alles gelopen was, van wie mijn vader was, van wat niet bespreekbaar was. Mijn ouders zijn officieel gescheiden toen ik 21 jaar was. Het was het logische eindpunt van een langdurig en zacht proces, ze groeiden uit elkaar en ook wij, de drie broers, dreven weg van mijn vader. De jaren voor de coma was onze band ronduit slecht. Hij woonde alleen, ik zag hem niet vaak en als ik hem zag, voelde ik boosheid over hoe slecht hij zichzelf verzorgde. Hij beweerde steevast dat dat niet waar was, waarop mijn broers en ik op de duur dachten: los het zelf maar op. Toen hij in coma lag en de dood voor de eerste keer zo dichtbij kwam, voelde ik me schuldig. Het idee dat hij eenzaam had kunnen sterven en dat hij alleen in zijn huis gelegen zou hebben tot iemand hem vond, was ondraaglijk.

Het is wel een hoopgevende vaststelling, dat zelfs een niet-bestaande band enigszins hersteld kan worden.

Njotea: Door te praten met mijn vader is mijn beeld van hem verrijkt en heb ik een respect gekregen voor hem dat ik vroeger niet had. Ik had echt niet door wat de implicaties zijn van migreren, wat het betekent je land achter te laten, je familie, je vrienden, alles wat je kent, voor een erg onduidelijke toekomst. Nu besef ik dat je je als migrant altijd geamputeerd voelt, en dat er tegelijkertijd amper iemand is die een boodschap heeft aan jouw twijfels, aarzelingen en verdriet. Want de mensen die je achterliet, koesteren vooral hoge verwachtingen.

Dat hoor je van veel mensen met een migratieverhaal. Dat ze de familie in het thuisland niet willen teleurstellen. Maar de realiteit is dat ze in het land waar ze aankomen best wat vijandigheid ondervinden. Ze beginnen onder aan de ladder en het is onzeker of ze die ladder ooit zullen beklimmen. Er zijn nog altijd zaken waarvan ik denk: dat had je beter kunnen doen, je had veerkrachtiger kunnen zijn, maar de impact die migratie heeft op de mensen zelf, hun directe omgeving en ook op de samenleving, is fundamenteler dan we denken.

Uw vader had het moeilijk met uw homoseksualiteit. Weet u of hij het ooit aanvaard heeft?

Njotea: Hij erkende het, maar verder zweeg hij er vooral over. Ik was 21 toen ik uit de kast kwam en heb getwijfeld of ik het hem zou vertellen. Onze band was toen niet goed en het interesseerde me niet wat hij ervan vond. Uiteindelijk heb ik het hem op een wat omfloerste manier duidelijk gemaakt. Dat ik meer voor jongens dan voor meisjes voelde. Hij reageerde gelaten, het was wat het was, er was niets aan te doen en daarna werd er niets meer over gezegd. Ook niet toen ik met Dave samen was. Aan mijn broers vroeg hij hoe het met hun partners ging, aan mij vroeg hij dat nooit.

‘Aanvaarding moet niet alleen gebeuren in het hoofd van andere mensen, maar ook in uw eigen hoofd’, schreef u in een column. Hebt u zelf geworsteld met uw homoseksualiteit?

Njotea: Toen ik seksuele gevoelens kreeg, was dat voor jongens. Dat was gewoon zo en daar worstelde ik niet echt mee. Voor mezelf heb ik dat nooit verborgen, laat staan dat ik ervan wakker heb gelegen. Wat moeilijker lag, was de omarming van het concept ‘homo’ en wat het precies betekent om dat te zijn. De onduidelijkheid van het pad. Voor een heterorelatie wijst dat zichzelf min of meer uit, maar ik had geen idee welke toekomst ik had als jongen die op jongens viel. Ik had geen voorbeelden, geen rolmodellen, ik was een jongen onder jongens in Wechelderzande. Ik heb vriendinnen gehad en zoende dan stiekem met jongens.

Mijn vrienden zullen mij hoogstwaarschijnlijk als grijs omschrijven. Ik ben de man zonder mening.

Door uit mijn vertrouwde omgeving te vertrekken is alles in een stroomversnelling gekomen. Eerst ging ik naar Leuven studeren, daarna trok ik met een Erasmusbeurs naar Duitsland. In Leipzig hadden we een homo in de vriendengroep en dat hielp om er zelf mee naar buiten te komen. Tegen mijn moeder en broers heb ik wel eerst gezegd dat ik bi ben. Heel fout, want dat is echt not done.

Waarom niet?

Njotea: Omdat het zo vaak als tussenstap wordt gebruikt in een outing, denken mensen dat biseksualiteit niet bestaat en dat is natuurlijk pijnlijk als je wel bi bent.

Hoe zorgzaam bent u voor uw lichaam?

Njotea: Ik heb er gezonde aandacht voor en ook al voel ik me het meest comfortabel met hersenwerk, ik zit best goed in mijn lichaam. Ik probeer gezond te eten en voldoende te bewegen omdat mijn job toch vooral zitten is – achter de computer of in vergaderingen. Ik speel padel, ja, ik ben keihard op de hype gesprongen. Ik heb een tijdje ’s ochtends vroeg gezwommen en ik maakte mezelf wijs dat ik dat tof genoeg vond. Tijdens corona moest ik noodgedwongen stoppen omdat de zwembaden dicht waren. Ondertussen heb ik het niet opnieuw opgepikt, dus zo tof zal ik het wel niet gevonden hebben.

Heeft de dood van uw vader u geconfronteerd met uw eigen eindigheid? Voelt u de druk van de tijd in uw hoofd?

Njotea: Ik ben er iets meer dan vroeger mee bezig, ja, maar ik weet niet goed wat ik daar nu mee moet. Ik haat motivational quotes, maar now is all we’ve got, dat klopt natuurlijk wel. Ik probeer iets meer het nu-moment te beleven. Als ik vroeger alleen thuis was, begon ik altijd te werken. Ik noemde dat ‘voorsprong nemen op mijn agenda’. Maar je kunt voorsprong blijven nemen en zo leef je meer voor morgen en vergeet je dat vandaag telt. Dat besef probeer ik concreet te beleven. Ik kijk minder op mijn telefoon als ik bij vrienden ben en doe mijn best te genieten van nietsdoen.

Lukt dat? Nietsdoen?

Njotea: Wel als ‘niets’ ‘niets nuttigs’ betekent. Vroeger verslond ik series, nu merk ik dat ik liever game. Ik heb de afgelopen jaren een paar games gespeeld waarvan ik ondersteboven was. Red Dead Redemption 2 is zo mooi in beeld gebracht. Het is een western, het speelt zich af begin twintigste eeuw in Amerika, je rijdt te paard door overweldigende landschappen. Ik reed op mijn virtuele paard door die virtuele, majestueuze bergen en – hoe moet ik dit zeggen, want het gaat stom klinken – dat gaf me een ecologische boost. Shit, dacht ik, we moeten deze planeet redden want ze is te mooi om om zeep te helpen. Dat kan een computerspel met je doen.

Grappig dat u zich wat geneert om dat zo uit te spreken. Hoe komt dat, denkt u?

Njotea: Tja, een mens is toch wat bang om als bomenknuffelaar te worden weggezet.

Omdat dat naïef en al te weekhartig lijkt?

Njotea: Zachtheid wordt niet echt beloond in deze samenleving. Dat is letterlijk zo. Hardheid levert financiële meerwaarde op – in de zakenwereld, in de bankwereld, in de advocatuur, in de politiek. We houden er ook van de zaken te meten, objectiveren en kwantificeren. Alles wat subjectiever is, zachter, minder grijpbaar, daar hebben we het moeilijker mee. Ik voel wel dat er behoefte aan is, aan gesprekken in plaats van debatten, aan bruggen bouwen in plaats van polariseren. Zachtheid en kwetsbaarheid resoneren, maar het lijkt nog niet te lonen.

Wil u de planeet redden?

Njotea: Ik heb twee vuistregels. De eerste is dat ik heel hard het evenwicht zoek tussen ‘après nous le déluge’ en me toch inzetten om te doen wat ik zelf kan, door geen auto te hebben of weinig vlees te eten. Ik heb geen kinderen, voor mij is het makkelijker om te denken dat ik geen rekening hoef te houden met wie of wat er na mij komt. Als ik dood ben, is het voorbij. Bovendien zijn de boodschappen die we krijgen zo dubbel. We worden aangemaand de lichten te doven, maar dan zie je honderden mensen in privéjets landen in Davos die uit bezorgdheid voor het klimaat ons aanmanen nog beter ons best te doen. Zo veel hypocrisie doet een mens afhaken. Want welk verschil maak jij? Het is zoals met stemmen. Jouw stem maakt het verschil niet, maar als niemand nog stemt, is de democratie voorbij.

Wat is uw andere vuistregel?

Njotea: Zorg dat je in de spiegel kunt blijven kijken en wees geen klootzak.

Raf Njotea

– Geboren in 1986 in Antwerpen, groeide op in Wechelderzande

– Studeerde taal- en letterkunde (KU Leuven)

– Zag The Wire, The Sopranos en Six Feet Under en wilde ook scenario’s schrijven

– Gaf les, werkte bij AXA, bij Fonds Pascal Decroos

– Diende drie keer een aanvraag in voor het scenarioatelier bij het VAF

– Werd de vierde keer aanvaard

– Schreef mee aan Familie en Dertigers

– Maakte Ouder, een podcast over zijn vader

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content