Pascal Debruyne

‘Permanente noodtoestand in kampen? Het is tijd dat we asielzoekers weer als mensen gaan zien’

Pascal Debruyne Onderzoeker aan Odisee Hogeschool en voorzitter van Uit De Marge VZW en Samenlevingopbouw Gent

‘Het is dringend tijd dat we de gewenning aan deze uitzonderingstoestand, de onverschilligheid ten aanzien van asielzoekers en de steeds verder afbrokkelende ondergrens een halt toeroepen’, schrijft Pascal Debruyne. ‘Het parlement moet deze regering dwingen haar eigen wetgeving te volgen en opvang te voorzien, zodat de georganiseerde dakloosheid stopt en de kampen in het hart van ons land en Europa verdwijnen.’

“Het is hier erger dan de vluchtelingenkampen in Libië”. Mensen op de vlucht gaan niet lichtzinnig om met vergelijkingen. Maar de situatie in het kraakpand “het Paleis van de Rechten” in de Paleizenstraat in Schaarbeek leent zich ertoe. 900 mensen leven er, met besmettelijke ziektes als tuberculose, zorgwekkende gevallen van difterie en een zeer grote verspreiding van schurft die circuleren. Er leven en slapen tussen de uitwerpselen en vuilnis.

De situatie van vluchtelingen die geen opvang krijgen in België – ook diegenen die al maandenlang in vaak barre temperaturen slapen in tenten- doet denken aan wat de filosoof Giorgio Agamben schrijft over “de permanente noodtoestand”. Agamben klaagt dit type machtsuitoefening aan en noemt het onomwonden ‘soevereine macht’: de dragers ervan gaan ervan uit dat ze aan niets of niemand verantwoording hebben af te leggen. Agamben wijst op de infiltratie van totalitaire trekken in hedendaagse democratieën. Volgens hem worden zelfs respectabele democratische staten uitgehold door een dergelijke brute soevereine machtsuitoefening, wanneer men maatregelen neemt die indruisen tegen het democratische bestel en die in strijd zijn met de grondwet en de basisprincipes van de rechtstaat.

Agamben noemt het subject van de uitzonderingstoestand waar het recht wordt opgeheven, “de homo sacer”, de vogelvrij verklaarde mens. De Homo Sacer is naakt, uitgekleed van rechten. Agamben verwijst naar “het kamp” als een hedendaags politiek paradigma, waar die uitzonderingstoestand wordt belichaamd. Die referentie naar “het kamp” als een werkzaam beleidsparadigma en de “homo sacer” als de belichaming ervan, kan schokkend overkomen. En toch, de beleidspraktijken die zich opstapelen in de opvangcrisis dwingen ons om door die lens te kijken, zeker als die uitzonderingstoestand stilaan de norm wordt na anderhalf jaar “crisis”.

De bestaande uitzonderingstoestand

Die uitzonderingstoestand in het asielbeleid is het laatste anderhalf jaar stap voor stap gecreëerd, en wordt zo stilaan genormaliseerd. Vandaag is de weigering van opvang voor wie er recht op heeft, ondanks de gestage opbouw van opvangplaatsen die men beleidsmatig volgens Myria en anderen ook overdrijft door de afbouw niet te vermelden, helaas nog altijd de regel, ondanks de voorrangsregels voor kwetsbaren. Men kan enkel toegang afdwingen met voldoende veroordelingen van de arbeidsrechtbank en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de hand heeft. De 7000 juridische veroordelingen van Fedasil –en sinds begin december 2022 ook de Belgische staat waardoor men eindelijk beslag kan leggen op materiaal van bijvoorbeeld de kabinetten- worden niet tot onvoldoende nageleefd. Ook niet na verschillende veroordelingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat voor staten geen legitieme redenen ziet, behalve beleidsmatig falen voor de massale dakloosheid van asielzoekers, en ongeziene voorlopige maatregelen oplegt.

Ook de rechtbank van Eerste aanleg gaf de NGO’s in februari 2022 gelijk, gevolgd door het Hof van Beroep dat bevestigde dat staatssecretaris de Moor de alternatieven aangereikt door NGO’s zelfs niet bekeken heeft. Of de arbeidsrechtbank die op een bepaald moment de verantwoordelijkheid strafrechtelijk bekeek., als ‘doelbewuste, gecoördineerde en aanhoudende’ schending van het recht op opvang dat asielzoekers hebben.  Wat we zien bij het asielbeleid is een totale uitholling van de rechtststaat en internationale bescherming, want opvang is het hart van internationale bescherming. Zonder opvang, geen registratie, geen overzicht, geen hulp, verzorging of bijstand en dus geen bescherming. Niet voor niets droegen advocaten de rechtstaat tijdens een manifestatie ten grave.

Niet alleen “de wet” maar ook de instituties zelf die de rechtstaat in de praktijk moeten belichamen of operationaliseren, werden uitgehold: lees gerust de audit van de asieldiensten, rapporten van Myria tot de federale ombudsman. Of de gezamenlijke nota van Myria met    andere    mensenrechteninstellingen zoals  het  Federaal  Instituut  voor  de  Rechten  van  de  Mens,  de federale  Ombudsman,  de  Kinderrechtencommissaris  en  de  Délégué  général  aux  droits  de  l’enfant. De combinatie van het tekort aan personeel en opvangcentra, informele regelgeving, het gebrek aan transparantie en samenwerking zijn er de “buzzwords”. In de nota van 2022 van Myria en anderen vermeldt men de consequenties van dat gebrek aan personeel bij DVZ: “De  mensen  die  geen  opvang  hebben  wordt  er geen  enkel  medisch  onderzoek  en  geen  enkele screening van de kwetsbaarheden georganiseerd door de overheden. Lange periodes op straat  kunnen  ernstige  gezondheidsproblemen  veroorzaken  of  verergeren:  schurft,  difterie,  onderbreking  van  de  hiv-behandeling,  posttraumatische  stress  of  psychische  problemen.  (…) Door het gebrek aan opvang, zelfs voor één nacht, belanden mensen in een onveilige situatie: zo werd een jonge vrouw het slachtoffer van seksueel geweld  omdat  zij  gedwongen  was  de  nacht  op  straat  door  te  brengen.

Zelfs het meest kwetsbare leven moe(s)t eraan geloven. Niet-Begeleide Minderjarigen (NBMV) kwamen -en komen- op straat zonder opvang. Waardoor 24 NBMV’s zijn verdwenen volgens Caritas. Terwijl we al onder Francken, De Block en Mahdi bezig waren met Taskforces Verdwijningen naar aanleiding van verdwenen jongeren? En wat betekent het rechtsprincipe van “het hoger Belang van het Kind” nog? Ook wanneer men leeftijdsinschatting op het gezicht organiseert, wat volstrekt onwettig is.

Na anderhalf jaar kan je niet anders dan kritische vragen stellen over een bewuste politiek, alleen al door de keuzes die niet werden gemaakt, zoals verplichte spreiding of hotelopvang organiseren. Advocaat migratierecht Benoit Dhondt verwees een tijd geleden naar het bestuurlijk model ten opzichte van vreemdelingen, waar we meer dan ooit een despotische tendens kunnen waarnemen. Mensen die onder de asieldiensten vallen hebben het gevoel dat ze rechteloos worden. Hun rechten zijn in de praktijk zo voorwaardelijk geworden dat ze gewoon façades zijn in de praktijk. Dan hebben we het niet eens over het proces van gezinshereniging, die uitgesteld wordt door deze opvangcrisis, met alle sociale gevolgen vandien. Trouwens, niet alleen “nieuwkomers” ervaren rechteloosheid, want precariteit breidt uit naar kwetsbare “burgers” met papieren, die evengoed overleven.

Vogelvrije mensen

We kijken vandaag met argusogen naar extreemrechts en alt-right, zeker na de bestorming van het Capitool door Trumpisten en de instellingen door Bolsonaristas. De bestormingen en extreemrechtse praktijken nopen tot bezinning, of het ook bij ons uit de hand kan lopen. Maar is het niet goedkoop retorisch scoren met deugdzame woorden alsof het de antipode is? Het verschil ermee maak je in de praktijk. Uitgaand van “je bent wat je doet”, brengt extreemrechtse praktijken vaak veel dichterbij dan we denken. Ook al komen ze er in de praktijk niet aan te pas. De groepen die extreemrechts dagelijks belaagt en het subject van haar racistische “omvolkingstheorie” maakt, zijn in de praktijk al “vogelvrij”.

Wat de praktijken van het laatste anderhalf jaar ons leren, is dat je het gerecht en instituties kan negeren, zonder dat er ook maar iemand het woord “politieke verantwoordelijkheid” in de mond zal nemen. Die verantwoordelijkheid wordt voortdurend afgewenteld op kwetsbare mensen op de vlucht: het zijn dé Afghanen zonder erkenning die eruit moeten want “vol is vol”, het zijn de Dublingevallen ondanks het feit dat het gaat over rechthebbenden, of het zijn werkende asielzoekers. Dat, en vooral “dat” zou angst moeten oproepen. Waar staat en recht structureel beginnen divergeren, wordt de uitzonderingstoestand regel.

In allerlei gradaties zien we daar voorbeelden van. Met het Paleis van de Rechten” als uiterste voorbeeld daarvan. Daar zijn de bewoners echt “homo sacer”, vogelvrij verklaarden. De politie, NGO’s of overheidsdiensten als “Reach Out” van Fedasil melden dat ze er niet meer “durven komen” en mogen komen. Wat cruciaal is om te weten wie er leeft en die mensen “een statuut” te geven. NGO’s gaan er nog altijd vanuit dat de meerderheid opvanggerechtigden zijn.

Één bewoner stapte net voor nieuwjaar (hoogstwaarschijnlijk) uit het leven na een overdosis medicijnen. De stilte in beleidsmiddens, behalve de mededeling dat het ging om een Tunesische man zonder papieren -alsof men dan geen verantwoordelijkheid draagt als beleid, toont de hartverscheurende verachting voor menselijk leven. Zelfs geen referentie naar het regeerakkoord waar men kiest om in te zetten op “opvang en oriëntatie” van mensen zonder wettig verblijf, via ICAM-coaches tot het Outreach-team van Fedasil en “de proeftuinen” opvang en oriëntatie voor mensen zonder wettig verblijf. 

Herstel het asiel en-migratierecht

Zijn we zo stilaan het stadium niet voorbij van een toestand waar rechten worden verbonden met een verzorgende staat die burgers versterkt? Het lijkt erop dat elk recht voor deze groepen verbonden wordt met mogelijke aanzuigeffecten. En rechten zo voorwaardelijk en onbereikbaar als mogelijk worden gemaakt, dat het in de praktijk dé facto eindigt op een uitzonderingstoestand, ook al omdat duizenden juridische veroordelingen dat recht zo stilaan obsoleet maken. Het verschil met wat Agamben aangeeft over de uitzonderingstoestand, is dat er geen wet wordt afgekondigd waardoor de wet bewust wordt opgeheven. Het is nog erger. Het is een uitzonderingstoestand, ontrechtelijking en vogelvrij verklaren zonder juridische basis; verstatelijkte anomie en wetteloosheid als bestuursmodus. Beangstigend, ook al omdat niemand daarvoor het parlement moest bestormen.

Het is dringend tijd dat we de gewenning aan deze uitzonderingstoestand, de onverschilligheid ten aanzien van asielzoekers en de steeds verder afbrokkelende ondergrens een halt toeroepen. Het parlement moet deze regering dwingen haar eigen wetgeving te volgen en opvang te voorzien, zodat de georganiseerde dakloosheid stopt en de kampen in het hart van ons land en Europa verdwijnen. Er is nood aan een vermenselijking van asielzoekers, in plaats van de georganiseerde ontmenselijking van vandaag.

Er is nood aan een staatssecretaris van asiel en migratie en Vivaldi-regering die de Belgische wetgeving, het regeerakkoord en internationale mensenrechtenconventies respecteren, zoals ze belooft in haar regeerakkoord (blz 91 & 92). Trouwens niet alleen voor asielzoekers, maar ook voor mensen zonder wettig verblijf en andere categorieën van nieuwkomers die onder het vreemdelingenrecht vallen.

Pascal Debruyne is Dr. In de Politieke en Sociale Wetenschappen en Master in de Moraalwetenschappen. En werkt als onderzoeker en docent asiel en migratie bij het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van Odisee Hogeschool.

Partner Content