Filosofe Eva Rousselle: ‘Het is belangrijk om de dood aanwezig te maken’

Eva Rousselle: ‘Ik zal nooit iets uitstellen tot “na mijn pensioen”.’ © FOTO CARMEN DE VOS
Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Lange tijd loste filosofe Eva Rousselle problemen op door te denken. Tot dat niet meer volstond en een herontdekking van de stoïcijnse filosofie haar lichaam, emoties en geest weer met elkaar verbond. ‘De wereld is misschien ongelukkig, maar je kunt zelf beslissen om de wereld iets meer of minder ongelukkig te maken.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.

Een filosofe van het concrete, zo omschrijft Eva Rousselle zichzelf graag. Voor Avansa, de organisatie voor volwassenenvorming, brengt ze mensen met uiteenlopende achtergronden samen rond filosofie en levenskunst. In Gentse wijken organiseerde ze dialoogtafels waar mensen met elkaar spraken over wat het leven de moeite waard maakt, ze begeleidt cursussen rond verlies, afscheid nemen en sterven, en tijdens corona ontwikkelde ze een filosofische workshop over angst in onzekere tijden.

Zoals je naar de dokter gaat voor lichamelijke pijn en ongemak, schreef Seneca in een van zijn brieven aan Lucilius, zo is er de filosofie om het geestelijk lijden te verlichten. In zijn voetsporen meent Rousselle dat filosofie balsem kan zijn voor de ziel. Niet het weten en het grote gelijk, niet het brallen en het tieren, maar het luisteren en het zoeken staan centraal. ‘Ik hou heel erg van de socratische methode’, vertelt Rousselle. ‘Het vermogen om vragen te stellen, zonder te oordelen of te denken dat je het beter weet en mensen te laten antwoorden, niet vanuit een theoretische positie, maar vanuit hun levens.’

‘De mooiste momenten beleef je wanneer je met een groep mensen die elkaar amper kennen, samenkomt en een gat uit de tijd knipt.’ Enthousiast vertelt ze over een ander project. Samen lezen. Met een kort verhaal en een gedicht strijkt ze neer in de gevangenis, een armoedevereniging, een psychiatrische instelling. Aan wie wil luisteren, leest ze voor. ‘Heel snel kom je zo tot gesprekken over wat mensen betekenisvol vinden, hoe het soms mis is gelopen en hoe ze daarmee omgaan. Het is geen debat, het is een uitwisseling van ervaringen waarin mensen leren van elkaar.’

Ik snap niet dat mensen hun kinderen niet meenemen naar begrafenissen. Je moet de dood aanwezig maken.

Over filosofen wordt weleens gezegd dat ze te veel in hun hoofd leven en makkelijk vergeten dat ze ook een lichaam hebben.

Eva Rousselle: Het is een cliché dat jarenlang voor mij is opgegaan. Ik probeerde dingen op te lossen met mijn hoofd. Van kindsbeen af heb ik het geloof in de kracht van het denken meegekregen en de overtuiging dat je bij moeilijkheden altijd de knop kunt omdraaien. Ik vind dat nog altijd een mooie gedachte. Er zat ook veel humor in. Als we klaagden over het brood dat te hard was, zei mijn vader laconiek: ach meisje, je tanden zijn harder. Dat was het idee: als je ergens op botst, dan volstaat het om er anders naar te kijken. Heel lang is het me gelukt om zo met tegenslag om te gaan. De dood van mijn moeder, het ongeluk van mijn broer, de ziekte van mijn man: het raakte me diep, maar sloeg me niet lam.

Dat zijn nochtans zeer ingrijpende gebeurtenissen.

Rousselle: Zeker. Ik heb op jonge leeftijd geleerd om afscheid te nemen. Mijn moeder is gestorven toen ik zestien was. Zes jaar later is mijn broer van de weg gemaaid door een dronken chauffeur. Hij overleefde het ongeluk, maar zijn hersenen zijn beschadigd. Acht jaar geleden werd er kanker met uitzaaiingen bij mijn man geconstateerd. Niet voor niets trekken gesprekken over leven en dood me aan. Ik heb me er al vroeg in kunnen trainen en weet wat het betekent een dierbare te verliezen.

Mijn moeder is drie jaar ziek geweest, ze had schildklierkanker. We wisten dat ze ging sterven. Ze wilde euthanasie, maar dat was dertig jaar geleden nog verboden. Na haar dood heb ik me nooit beziggehouden met de vraag: waarom? Waarom ik? Waarom mijn moeder? Als er jaarlijks zo veel mensen overlijden aan kanker of een ongeluk krijgen, is het nogal aanmatigend te geloven dat het jou nooit zal overkomen. Die gedachte hielp mij. Tot ze niet langer volstond en ik toch gedwongen werd te erkennen dat ik ook een lichaam had en dat het geen teken van onvermogen of zwakte is om kwetsbaarheid toe te laten.

Was er een specifieke aanleiding voor die omslag?

Rousselle: Wat ik na de dood van mijn moeder niet doorhad en ook niet kon doorhebben, was dat een deel van mijn verwerkingsproces gebaseerd was op de verwachting zelf ooit moeder te worden en zo haar leven op een bepaalde manier door te trekken. Toen ik te horen kreeg dat ik onvruchtbaar was en geen biologische kinderen kon krijgen, had ik niet genoeg aan mijn denken om de pijn te verzachten. Mijn plafond was weg en ik verloor de grond onder mijn voeten. Alle draden leken doorgeknipt. Ik kon niet zomaar de klik in mijn hoofd maken. Ik moest door het verdriet.

© FOTO CARMEN DE VOS

Wat heeft u daarbij geholpen?

Rousselle: Handelen, dingen doen, wandelen, dat lichaam voelen, dat was belangrijk. En ook, mezelf niet forceren om het verdriet af te ronden, maar het de tijd geven om te slijten. Niet lang nadat we gehoord hadden dat ik onvruchtbaar was, hebben mijn man en ik beslist een kindje te adopteren. Omdat zo’n procedure al snel drie tot vier jaar duurt, was het waarschijnlijk het verstandigst om onze aanvraag onmiddellijk in te dienen. Ik ben blij dat we toch nog een jaar gewacht hebben. Ik wilde niet aan dat proces beginnen met het verdriet om de biologische kinderen die er nooit zouden zijn. Adoptie moest een positieve keuze zijn, geen pleister op mijn wonde die nog niet geheeld was. Dat kunnen we trouwens van de stoïcijnse filosofen leren: je niet te laten overspoelen door angsten, twijfels of verdriet, maar het onderscheid maken tussen wat je wel in de hand hebt en wat niet.

Het cliché wil dat een stoïcijnse levenshouding synoniem is voor emotieloos, onthecht, droog en saai.

Rousselle: Zo staat het ook omschreven in het woordenboek. Onbewogen, onaangedaan. Zelf heb ik ook lange tijd volgens dat cliché proberen te leven, mentaal een knop omdraaien en emoties wegduwen. Maar toen ik me erin verdiepte, bleek stoïcisme in essentie een zeer vreugdevolle filosofie te zijn. Het gaat over de vraag wat een goed leven is. Voor mij is dat meer de basisvraag van de filosofie dan die naar de zin van het leven. Het idee is niet dat je je moet afsluiten van emoties, maar dat je een evenwichtige manier zoekt om je ertegenover te verhouden. Dat je je bewust bent van de kwetsbaarheid van het leven en je daardoor meer richt op wat er wel is en je niet verliest in wat er niet is.

Dat klinkt een beetje als zenboeddhisme. Leef in het moment, laat je niet afleiden door een toekomst die je toch niet kunt kennen.

Rousselle: Dat hoor ik vaak van mensen die de cursus volgen. Er wordt weleens gezegd dat de westerse filosofie lichaam en geest gescheiden heeft of dat ze weinig praktisch is en dat de oosterse zo veel meer te bieden heeft. Ik vind het net boeiend om mensen te verrassen met een traditie uit de oudheid die ondergesneeuwd is geraakt. De filosofie van de stoïcijnen is heel materialistisch. Als je dood bent, is het gedaan. Er is geen ziel die naar een andere wereld verhuist. Daarom leggen ze de nadruk op het leven in het hier en nu. Een stoïcijn viert het leven.

Laten we het even over die basisvraag hebben. Wat is een goed leven?

Rousselle: Het is een vraag die teruggaat tot Socrates. Hij introduceerde de ethiek in de filosofie. Voor hem bogen filosofen zich over de oerstof waaruit het leven zou bestaan. Ze hadden het over water, over lucht, maar bij Socrates ging het over het goede doen en leven naar die inzichten. Later introduceerde Aristoteles de vier kardinale deugden, de stoa, die de stoïcijnen overnamen. Moed, wijsheid, matigheid en rechtvaardigheid die met het hart, het hoofd en de buik verbonden waren.

‘Deugden ontplooien’, het klinkt ouderwets, want als wij het hebben over het goede leven, praten we over eten, drinken, genieten en simpelweg je eigen zin doen. Maar hoe betekenisvol is dat? Goed leven is bij de stoa moreel handelen. Je bent wat je doet. De wereld is misschien ongelukkig, maar je kunt zelf beslissen om de wereld iets meer of minder ongelukkig te maken.

U geeft workshops over afscheid en dood. Een bekend citaat van de zestiende-eeuwse Franse filosoof Montaigne luidt: leren leven is leren sterven. Klopt dat?

Rousselle: Vrijheid, geluk, dood, leren sterven, het zijn klassieke filosofische thema’s en ook daar helpen de stoïcijnen. Ze wijzen erop dat een bewust leven inhoudt dat je je bewust bent van de eindigheid ervan. Het leert je om het moment te grijpen en wat je graag doet niet uit te stellen tot na je pensioen. Ik weet hoe plots het leven voorbij kan zijn. In mijn cursussen bied ik filosofische handvatten aan. Een vader die zijn zoon verloren had aan zelfdoding vroeg me ooit wat de stoïcijnen daarover te zeggen hadden. Het raakte hem diep dat Griekse filosofen, maar ook Seneca, de nadruk leggen op de kwaliteit van het leven en niet op de lengte ervan. Ook euthanasie, of de keuze voor het eigen einde was voor hen geen taboe. Goed sterven betekende evenzeer waardig sterven.

De dood boezemt u geen angst in?

Rousselle: Ik zou natuurlijk niet graag volgend jaar sterven, maar ik besef dat het ieder moment gedaan kan zijn, waardoor ik des te bewuster leef. Het is de kern van de stoïcijnse levenskunst. Blij zijn met het leven, ook de tegenslagen omarmen, proberen te veranderen wat je vindt dat beter zou moeten en de dood onder ogen durven te zien. Montaigne had het erover dat het belangrijk was zo dicht mogelijk bij de dood te komen, om er vertrouwd mee te raken. Ik snap bijvoorbeeld niet dat mensen hun kinderen niet meenemen naar begrafenissen of hen geen afscheid laten nemen. Het is belangrijk om de dood aanwezig te maken en gesprekken te voeren over de eindigheid.

Mijn vaders begrafenis was voor mij een blije, intense gebeurtenis. Al die mensen die samenkwamen om hem te vieren.

Waarom vinden we het zo moeilijk om over de dood te praten?

Rousselle: De angst om het pijnlijk te maken voor elkaar, vermoed ik. Terwijl het juist pijnlijker is als er gezwegen wordt. Toen mijn vader stierf, zei een collega me: ‘Weet dat ik aan je denk, maar ik ga er niet te vaak over beginnen, ik wil je niet verdrietig maken.’ Maar ik wilde net over mijn vader praten, want daardoor bleef hij aanwezig. Steeds vaker als mensen sterven, stuur ik enkele maanden na het overlijden een kaartje. De eerste weken is er meestal voldoende aandacht en word je overstelpt. De maanden erna zijn het moeilijkst. Als iedereen zwijgt uit angst te kwetsen of omdat de wereld verder draait en de overleden persoon ogenschijnlijk niet nodig heeft.

Hebt u met uw vader de gesprekken over het einde gehad?

Rousselle: Hij is heel plots gestorven. Hij zou komen babysitten en kwam niet opdagen. Mijn zus heeft hem gevonden in zijn bed. De jaren ervoor hebben we wel vaak gepraat over wat hij belangrijk vond in het leven. Zijn begrafenis was voor mij vreemd genoeg een blije, intense gebeurtenis. Al die mensen die samenkwamen om hem te vieren, om hem nog een laatste keer levend te maken.

De dood boezemt u geen angst in. U geeft wel een workshop over angst in onzekere tijden. Wat maakt u angstig?

Rousselle: De staat van de wereld, sowieso. De droogte, de bosbranden en elders de overstromingen en hoe politici gevangen blijven in kortermijndenken. Of mensen die zich opsluiten in hun eigen waarheid en gelijk. Als moeder van een zoon van kleur maak ik me natuurlijk ook zorgen over het racisme waar hij zelfs als elfjarige al mee geconfronteerd wordt.

Hoe helpt filosofie om die angsten te bezweren?

Rousselle: Bij de stoïcijnen gaat het over downsizen. Wat heb je onder controle, wat niet? Ik kan niet verhinderen dat mijn zoon tijdens een uitstapje naar Blankenberge van een volwassen man te horen krijgt dat ‘hier geen bruinen thuishoren’. Maar ik kan hem wel bewust opvoeden en hem sterken in zijn zelfrespect. En als hij dan antwoordt: ‘Ah ja, want het is hier Blankenberge. Enkel blanken op de berg’, dan denk ik: wat een geweldige kerel, zo jong en zo ad rem.

U bent opgegroeid in Oostende. Draagt u de zee met u mee?

Rousselle: Oh ja, de zee zit in mijn lichaam en is altijd aanwezig. De golven, de geur, zwemmen in de zee. Ik keer graag terug naar de zee, in alle seizoenen. Als tiener fietste ik vaak ’s avonds naar het strand, om er te zitten en naar de horizon te staren. Dat hielp vaak als ik het lastig had. Toen ik op mijn zeventiende naar Gent trok om te studeren, miste ik de horizon en de overvloed aan zuurstof in de lucht. En natuurlijk is er de stad zelf, Oostende. De straten zijn gevuld met herinneringen aan mijn moeder en vader. Ik draag mijn ouders overal en altijd met me mee, maar in Oostende zijn ze tastbaar.

Het klinkt alsof de zee zowel lichamelijk als geestelijk genot brengt. Zijn er nog andere zaken?

Rousselle: Ik sta gretig in het leven en ik moet mezelf er soms voor behoeden om mijn dagen vol te proppen. Ik vind het fijn om naar theater te gaan, tentoonstellingen te bezoeken, maar ik merk ook dat ik er niet altijd van oplaad en dat ik er meer deugd van heb om alleen te zijn. Te lezen, of te wandelen. Vorig jaar heb ik voor het eerst een week lang gewandeld in Corsica. Het is heerlijk om ’s ochtends op te staan, een hele dag te wandelen en helemaal in dat landschap te zijn. Ik plan dat gauw opnieuw te doen.

En niet te wachten tot na uw pensioen?

Rousselle: Dat zal ik inderdaad nooit doen. Mijn ouders droomden van een lange roadtrip door Engeland en zeiden zo vaak: ‘Dat doen we als we met pensioen zijn.’ Mijn moeder was ook zo graag naar Australië gegaan. Het is er nooit van gekomen. Niet uitstellen tot later, dus, maar het moment grijpen en daar dankbaar voor zijn.

Eva Rousselle

– 1977 geboren in Oostende

– Woont in Gent met man, zoon en kat

– Studeerde wijsbegeerte en vergelijkende cultuurwetenschappen aan de UGent

– Volgde de opleiding socratische gespreksvoering en narratieve gesprekstherapie

– Is educatief medewerker filosofie, zingeving en literatuur bij Avansa

– Werkte drie jaar als vrijwillig moreel consulent in het WZC Zuiderlicht in Gent

– Coördineert SamenLezen en Dag van de Filosofie in Gent

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content