Danseres Zoë Demoustier: ‘Op scène voel ik nooit pijn’

Zoë Demoustier: ‘Alleen op het podium voel ik geen pijn. De adrenaline werkt verdovend.’ © Carmen De Vos
Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Mocht ze niet dansen, dan zou ze iets doen met eten. Zoë Demoustier moet bewegen of met haar handen bezig zijn om het malen in haar hoofd voor te zijn. ‘Ik ben altijd tegen mezelf aan het praten.’

Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.

Er zijn van die dagen waarop Zoë Demoustier voelt dat ze schoenen nodig heeft om steviger op de grond te staan, maar het liefst loopt ze op blote voeten, een gewoonte die ze van thuis meekreeg. Het is ook de eerste regel van de hedendaagse dans. Dansen doe je blootsvoets. De schaafwonden en kwetsuren die al dat schuiven over de grond veroorzaken, leer je te verbijten want ze horen erbij.

‘Uiteindelijk kweek je voldoende eelt op je knokkels en zolen’, vertelt Demoustier aan de tafel waarop ze schalen met druiven, rijsttaartjes en peperkoek heeft uitgestald. Ook dat erfde ze van thuis. Als er mensen komen, verwen je hen met eten. Mocht ze niet van dansen haar leven maken, dan zou ze iets met koken doen. Ja, knikt ze, iets met geuren, smaken, verhalen achter familiegerechten en hoe eten mensen samenbrengt. Haar ogen fonkelen wanneer ze erover fantaseert. ‘Ik eet gewoon supergraag.’

Ik ben een ramp in meditatie. Staan als een boom. Ik werd daar knettergek van.

Moeten dansers niet heel erg letten op wat ze eten?

Zoë Demoustier: Discipline is niet mijn sterkste kant. Ik vind het ontzettend moeilijk om lekker eten te laten liggen. Ik wil het ook niet. Je bent maar even op deze planeet en misschien nog korter dan je vermoedt, waarom zou je jezelf dan al die heerlijke smaken ontzeggen? Er schuilt zo veel plezier in goed eten. Zelf koken of kijken naar mensen die groenten snijden, in potten roeren, eten proeven, is voor mij puur genieten. Als de onrust in mijn hoofd te groot wordt en bewegen niet helpt, dan ontspan ik me door een kookprogramma op te zetten of door heel eenvoudig te bladeren in kookboeken en prentjes van recepten te bekijken.

Hebt u echt weinig discipline of bent u gewoon stiekem streng voor uzelf?

Demoustier: Het moeilijkste aan een job die om je lichaam draait, is dat je je lichaam heel goed moet verzorgen. Ik ben zeer goed in het zorgen voor anderen en zeer slecht in het zorgen voor mezelf. Ik sta niet elke dag een halfuur vroeger op om oefeningen te doen, ik blijf liever wat langer in bed liggen. Ik zou mezelf niet lui noemen, dat spreekt mijn hypergeorganiseerde agenda tegen, maar op die kleine, gestolen momenten ben ik wel liever lui dan moe.

Mag ik daaruit afleiden dat u uw lichaam goed vindt zoals het is?

Demoustier: Dat zou je denken, maar als danser ken je je lichaam tot in de kleinste plooi, waardoor je er ook altijd tegen strijdt. Ik ben vaak boos op mijn lijf omdat het niet doet wat ik wil. Ondertussen ken ik mijn zwakke plekken en weet ik hoe ik moet bewegen om die niet te bruuskeren. Maar dat is een aanvaardingsproces.

© Carmen De Vos

Waarom bent u dan toch soms boos op uw lijf?

Demoustier: Ik ken mijn beperkingen te goed. Op mijn dertiende heb ik tijdens de lessen lichamelijke opvoeding mijn voet gebroken. Dat leek niets ernstigs, maar door een slechte doorbloeding duurde die genezing heel lang. Op een bepaald moment begonnen de dokters te twijfelen of ik wel nog zou kunnen lopen, laat staan dansen. Daar zat ik dan, in een rolstoel, met mijn grote droom. Tot dan beeldde ik me in dat ik danseres zou worden, deel van een groot gezelschap. Toen drong het tot me door dat een lichaam best kwetsbaar is en dat als danser bewegingen uitvoeren misschien wat beperkt is. Ik kon ook op andere manieren zelf dingen maken en verzinnen. In die jaren, tussen mijn 13 en mijn 16, was ik grote fan van Frida Kahlo. Hoe zij met al haar pijn, soms liggend en ingesnoerd, de mooiste dingen maakte, bood me houvast. Het besef dat je vanuit zwakte ook tot schoonheid kunt komen. Maar iedere droom die je moet bijstellen, is een rouwproces. De breuk en de blessures die erop volgden, bepalen mijn lichaamstaal. Een lichaam heeft een geheugen. Een deel van dat geheugen wordt gevormd door de pijn die je ooit hebt gevoeld.

Is pijn te vermijden of hoort ze er gewoon bij?

Demoustier: Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik ergens pijn voel. Dat is soms een groot verdriet en ik zoek voortdurend naar manieren om ermee om te gaan. Ik heb al talloze kinesisten versleten, ik heb een goede acupuncturist. Of ik smijt me twee weken lang op keiharde bikram-yoga in een hittekamer. Hoe meer je met je lichaam bezig bent, hoe meer je iedere steek, tinteling of verkramping registreert. Soms ben ik bang dat ik iemand word die voortdurend meent dat ze ziek is of ‘iets’ heeft. Uiteindelijk moet je leren de pijn te omarmen en je erbij neer te leggen dat je af en toe zult afzien. Op scène staan is daarbij een hele verademing. Dan voel ik nooit pijn. De adrenaline werkt verdovend en ik kan niet bezig zijn met gedachteflarden en hersenkronkels, ik moet daar in het moment zijn.

Zoë Demoustier: ‘Alleen op het podium voel ik geen pijn. De adrenaline werkt verdovend.’ © Carmen De Vos

Zijn dat de mooiste momenten? Als het denken stopt en het lichaam het overneemt?

Demoustier: Absoluut. Dat is als een roes. Zalig, maar zeldzaam. Want soms kruip ik ook op het podium in mijn hoofd. Ik hoor een kuch, iemand verschuift zijn stoel en dan begin ik te denken. Vinden mensen het vervelend? Is het saai? Ik probeer dan de aandacht vast te houden door groter te spelen, te overdrijven. Dat zijn niet de beste voorstellingen. Na mijn opleiding heb ik moeten leren opnieuw plezier te beleven aan dansen en bewegen. Dat is natuurlijk het nadeel als je van je hobby je beroep maakt. Ik ben mijn hobby en mijn ontspanning kwijt.

Dansen is niet langer therapie?

Demoustier: Voor zover het dat ooit geweest is, natuurlijk. Ik ben er wel naar op zoek, naar een vorm van therapie, een manier om uit mijn hoofd te breken. Want mijn grootste angst is om te angstig in het leven te staan, om niet meer te kunnen loslaten. Ik ga wel naar een psycholoog, al een tijdje, maar soms vraag ik me af of het wel kan helpen, al dat praten. Ik overdenk en analyseer al zo veel. Misschien heb ik iets anders nodig. Maar ik weet niet wat. Ik ben een ramp in meditatie. Op school hadden we qi gong. Staan als een boom. Ik werd daar knettergek van. Laat me bewegen, maar niet stilzitten of stilstaan.

Bent u meer denker dan danser?

Demoustier: O ja, ik ben altijd tegen mezelf aan het praten. Ik zoom uit, analyseer en in groep voel ik me vaker toeschouwer dan deelnemer. Er is ook die maker in mij, waardoor alles wat ik zie, ervaar of bedenk de potentie heeft om iets te worden. In een stad loop ik nooit zomaar ontspannen rond. Ik heb een notitieboekje bij me en ik noteer om niet te vergeten. Ik vind het moeilijk om los te laten, om gewoon te zijn en te genieten. Het is wel een dingetje van mijn generatie, merk ik. Plots begint iedereen rondom mij te pottenbakken of yoga te doen.

Om houvast te vinden? Te stoppen met denken? Of om de wereld te vergeten?

Demoustier: We zijn een generatie met heel veel twijfels en vragen. Op zich raar, want we zijn ook een generatie die alle mogelijkheden heeft. We zijn opgegroeid met het idee van de maakbaarheid van ons geluk. We kunnen worden wat we willen. Maar met al die mogelijkheden komt ook veel druk. Want wat kies je? Wat doe je?

© Carmen De Vos

Ik ben veel bezig met bewaren en archiveren. Met Unfolding an Archive maakte ik een voorstelling op basis van het beeldarchief van mijn vader en nu werk ik in What Remains samen met kinderen en oudere dansers om te onderzoeken welke herinneringen er in bewegingen zitten. Ik probeer wat ik rond mij zie te structureren, vast te houden, te bewaren. Ik weet niet goed waarom. Omdat het me helderheid geeft in de chaos in mijn hoofd? Om niet de hele tijd te denken aan straks en later? Gewoon hier en nu zijn, vind ik zo moeilijk. Ik ontsnap eraan wanneer ik beweeg of met mijn handen bezig ben: als ik kook, of bloemen pluk – dat doe ik soms op een plukveld – of als ik zoals mijn oma met mijn handen in de aarde wroet. Ik woon in de stad, maar het platteland waar ik opgroeide, zit in mij.

U had het daarnet over uw vader, oorlogsfotograaf en -cameraman Daniel Demoustier. Hij bracht de ellende van de wereld in beeld. Een noodzakelijke job, maar het betekende ook dat hij er zelden voor jullie was.

Demoustier: Hij was een afwezige vader. Want zelfs als hij thuis was, sloot hij zich emotioneel af. Ik draag dat met me mee, ja. Er is altijd een gemis en een hunkering naar huiselijkheid en geborgenheid. Hoezeer mijn mama, mijn grootouders, mijn broer en zus me die warmte en liefde gegeven hebben, degene die er niet is, bepaalt soms meer dan je lief is. Of dan hij zelf beseft. Mijn vader zag niet dat hij afwezig was omdat andere zaken in zijn leven zo veel groter waren. Dat laatste herken ik wel en dat schrikt me soms af. Want als ik kinderen krijg, zal ik het dan anders en beter doen? Of zal ik mijn keuzes ook boven hun geluk stellen? Die vraag houdt me bezig. De rest heb ik een plaats gegeven. Vroeger wilde ik dingen veranderen. Nu weet ik dat je een ander niet kunt veranderen.

Wat wilde u veranderen?

Demoustier: Ik had verwachtingen en met verwachtingen kwamen ontgoochelingen. Nu verwacht ik niet zo veel meer. Al kan ik me er nog aan mispakken. Soms koester ik toch hoop, tegen beter weten is. Dat hij iets emotioneels over de voorstelling zou zeggen, bijvoorbeeld, maar dan krijg je een technische uitleg te horen. Of dat hij zegt dat hij er zal zijn en dan is hij er niet. Het voordeel is dat ik bij mijn vader makkelijker voor mezelf kan kiezen en ‘foert’ zeggen. Ik heb Unfolding an Archive gemaakt omdat ik mijn vader wilde begrijpen. Hij had een kankerdiagnose, deed daar bijzonder luchtig over en gaf ons geen ruimte om verdrietig te zijn. Met hem praten, lukte niet. Het enige wat ik had, waren zijn beelden en de herinneringen die ik aan die beelden had.

© Carmen De Vos

Het is misschien een vreemde vraag voor iemand van 27, maar bent u bang voor de dood?

Demoustier: Heel bang, ja, en dat is bizar want ik ben er nog nooit van heel nabij mee geconfronteerd. Mijn vader heeft zijn kanker overleefd, mijn beide grootouders leven nog, maar doordat ik tot nu van dat leed gespaard ben gebleven, vrees ik op een of andere bijgelovige manier dat er wel iets ernstigs moet gebeuren. Het is belachelijk, maar ik kan ervan wakker liggen. Ik ben ook goed in het verzinnen van doemscenario’s over mezelf, over de mensen die me lief zijn. Het is zonde van de tijd, want in plaats van gewoon te dromen over oud worden en over een leven waarin alles nog kan, anticipeer ik al op de dood.

Onze geest is tot veel in staat, maar soms lijkt hij onze grootste vijand.

Demoustier: Exact. Dan zit je over de dood te tobben in plaats van te genieten van het leven. Ik vind het natuurlijk ook moeilijk om mezelf als oud voor te stellen.

Omdat dansers zelden als danser oud worden?

Demoustier: Dat speelt zeker mee. In What Remains werk ik heel bewust met oudere professionele dansers. Want hoe gek is het, dat we ons lichaam hebben en dat er op een bepaald moment voor ons beslist wordt dat het te oud is? De oudste danser in het gezelschap is 75, de jongste is 5. Wat gebeurt er als het kind de beweging van de oude man nadoet en omgekeerd? Misschien is het ook een vorm van anticipatie. Als je zo fysiek bezig bent, is je lichaam bepalend voor de rol die je krijgt. Wat als ik merk dat mijn lichaam niet meer alles kan? Ik beweeg nu al anders dan tien jaar geleden. Ik ben ook sneller moe, maar ik ken mijn lichaam ondertussen beter, waardoor ik me evengoed sterker voel. Vroeger smeet ik me totaal, waardoor ik sneller geblesseerd was. Nu heb ik meer controle. Als ik land na een sprong, weet mijn lichaam hoe het mijn gewicht moet opvangen. Spieren hebben een geheugen.

Mijn vader zag niet dat hij afwezig was omdat andere zaken in zijn leven zo veel groter waren.

Ook het lichaam heeft een geheugen, zei u daarnet. Wat bedoelt u daarmee?

Demoustier:Het is niet zo dat als ik een beetje beweeg er allemaal herinneringen bovenkomen of dat mijn verbeelding geprikkeld wordt. Ik heb andere mensen nodig, verhalen, om te beginnen bewegen. Maar de kwaliteit van mijn bewegingen zit wel als een soort archief in mijn lichaam opgeslagen. Je hebt dansers die uren in een ruimte met hun eigen lichaam kunnen improviseren. Ik heb daar bewondering voor, maar als je dat aan mij vraagt, ben ik na twee minuten klaar. Er komt geen fantasie als ik beweeg. Integendeel. Dat doet me niet zo veel.

U hebt de wereld nodig.

Demoustier:Ja, ik moet die kunnen binnentrekken. Ik wil het ook over de mens en de wereld hebben, over hoe belangrijk we onszelf kunnen vinden en hoe nietig we soms zijn. Ik ben de oudste van drie kinderen. Mijn jongste zus is elf jaar jonger en ik zorgde mee voor haar. In sommige opzichten ben ik de cliché-oudste. Ik had heel snel zin in het volwassen leven. Ik hield me niet zo graag bezig met hangen, drinken, uitgaan. Ook omdat ik toen al elke avond trainde en op zaterdagochtend om negen uur op ballet moest zijn. Ik heb een deel van mijn puberteit gemist, zeker het deel waarin je je afzet tegen je ouders en je je eigen ik ontwikkelt. Ik wist wat ik wilde: dansen. En daar ging ik voor, maar ik heb ook altijd goed geluisterd en de verwachtingen ingevuld. Dat is nu mijn zoektocht: wat verwacht ik?

Wat verwacht u?

Demoustier:Ongetwijfeld te veel. Ik hink op twee benen. Soms overvalt de verantwoordelijkheid me die ik heb voor anderen. Dan verlang ik ernaar deel te zijn van een groot gezelschap, zodat ik niet hoef te beslissen, maar gewoon kan volgen. Ook al creëer je samen een voorstelling, mijn positie als choreograaf is soms eenzaam. Ik heb altijd gedacht dat ik goed alleen kon zijn, maar steeds vaker verlang ik naar een soort geborgenheid. Ik merk het wanneer ik een dag alleen thuis ben. Dat gaat niet. Dan moet ik naar buiten, de wereld in. In die zin lijk ik wel op mijn vader. Anders, maar vergelijkbaar.

Zoë Demoustier

– 1995: geboren in Leuven, woont in Brussel

– Begon te dansen toen ze 7 was

– 2002: debuteerde in Dromen hebben veters van Kabinet K en fABULEUS

– Studeerde mime in Amsterdam

– Behaalde een master aan het RITCS en een master Culturele Studies aan de KU Leuven

– Richtte Platform In De Maak voor jonge makers op en won de prijs voor jonge belofte van de stad Leuven

– Geeft les in dansschool Aike Raes

– 2022: maakte de voorstelling Unfolding an Archive op basis van beelden van haar vader

– April 2023: What Remains gaat in première

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content