Een kwaadaardige daad probeerde ik altijd te begrijpen, zonder te veroordelen. Zelfs bij moord vroeg ik me af uit welke moeilijke, gefrustreerde levensgeschiedenis zulk gedrag kon voortkomen. Tot ik de getuigenis las van iemand die een aanval van een serieel verkrachter had overleefd: ze zag hoe de man genoot van de doodsangst in haar ogen. Maakt te veel begrip blind voor de ware aard van het kwaad? Hoe verhouden verantwoordelijkheid, kwaad en schuld zich tot elkaar?
...

Een kwaadaardige daad probeerde ik altijd te begrijpen, zonder te veroordelen. Zelfs bij moord vroeg ik me af uit welke moeilijke, gefrustreerde levensgeschiedenis zulk gedrag kon voortkomen. Tot ik de getuigenis las van iemand die een aanval van een serieel verkrachter had overleefd: ze zag hoe de man genoot van de doodsangst in haar ogen. Maakt te veel begrip blind voor de ware aard van het kwaad? Hoe verhouden verantwoordelijkheid, kwaad en schuld zich tot elkaar? Elke mens begaat soms een misstap, ook ikzelf. Het is te makkelijk om het kwade alleen bij de ander te zien, zoals de logica van demonisering voorschrijft: jij bent slecht, dus ik ben goed, want ik verschil van jou. Vanuit het besef dat elke mens soms over de schreef gaat, beweren sommigen dat alle mensen zondaars zijn. Iets stoort me aan dat christelijke verhaal van zonde en erfzonde: het koppelt verantwoordelijkheid los van schuld. In Augustinus' versie erft elke mens een neiging tot het kwade, sinds Adam en Eva uit het paradijs werden verdreven. Vermomd als een slang had de duivel hen verleid. De duivel is een gevallen engel, want hij wilde wat hij niet mocht willen: zich met God meten. Die fout herhalen de twee mensen: ze verlangen ernaar de appel van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten en overtreden zo een goddelijk gebod. Sinds de erfzonde zit het verlangen naar het kwade in het menselijk lichaam vervat: mannen hebben een 'ongehoorzaam lid', zoals Montaigne het noemde, en vrouwen lijden aan barensweeën. Een erfzonde lijkt me onrechtvaardig: bij de geboorte is de mens verantwoordelijk zonder dat hij al iets heeft gedaan. Die overtuiging kan een verpletterend schuldbesef opwekken. Heel wat mensen voelen zich persoonlijk verantwoordelijk voor wantoestanden die anderen hebben gecreëerd. Elke mens is alleen verantwoordelijk voor wat hij zelf doet, denk ik. Niet meer, niet minder. Hannah Arendts 'banaliteit van het kwade' spreekt me daarom aan. In 1961 woonde zij het proces tegen SS-functionaris Adolf Eichmann bij. Hij speelde een sleutelrol in de organisatie van de Holocaust. Maar in de beklaagdenbank zag Arendt geen monster of duivelse figuur zitten. Eichmann was een middelmatige man, die herhaalde dat hij plichtsgetrouw de wetten van de Führer had nagevolgd. Hij ontkende zijn schuld, omdat hij zich niet verantwoordelijk achtte. Die houding getuigt van wat Arendt 'thoughtlessness' noemt, gedachteloosheid. De bureaucraat Eichmann dacht niet zelf na. Hij voerde geen innerlijk gesprek, hij schakelde zijn geweten uit. Zijn slachtoffers waren anonieme objecten geworden, instrumenten in een technische rationaliteit. Volgens Arendt leeft elk individu in een totalitaire samenleving geïsoleerd (in 'loneliness'), afgesneden van anderen en van zichzelf. Toch kan niemand zijn verantwoordelijkheid op anderen afwentelen. Arendt noemt het kwade banaal, niet omdat de daden niet gruwelijk zouden zijn, maar omdat elke mens in gedachteloosheid kan verzinken. Ik kan dus niet garanderen dat ik nooit zoals zo'n gedachteloze ambtenaar zal worden. Maar wat met een serieverkrachter, die seksueel opgewonden wordt van iemands lijden? Ik durf wel te stellen dat zulke wreedheid mij vreemd is. En valt dat gedrag te begrijpen? Begrijpen, niet oordelen, veronderstelt dat achter elke kwaadaardige daad een oorspronkelijk verlangen naar liefde en erkenning schuilgaat. Dat elke wandaad reactief, defensief is: het gevolg van lelijke ervaringen of jeugdtrauma's. Dat elke dader heelbaar, verbeterbaar is. Dat er misschien geen excuus, maar wel een uitleg is. Maar ik weet niet of dat altijd klopt. Ik wil de mogelijkheid openhouden dat agressie soms geen verborgen psychische afweer is, geen reactie op angst of tekort. En dat daarbij niet zozeer begrip, maar een oordeel past.