De sociale partners in de Groep van Tien onderhandelen sinds begin dit jaar over de loon- en arbeidsvoorwaarden. Maar die onderhandelingen leken al voorbij voor ze begonnen waren. De grote struikelsteen is de mate waarin de lonen in de privésector de komende twee jaar mogen stijgen bovenop de index. Een rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven legde de grens op 0,4 procent, maar dat noemen de vakbonden een "aalmoes". De kloof bleek gisteren uiteindelijk te groot. De werkgevers hebben de regering in een brief op de hoogte gebracht van de stopzetting van het overleg. Daarmee ligt de bal in het kamp van de regering, en meer bepaald van minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne. Het loonoverleg is een mogelijk explosief dossier, omdat het mogelijk de socialisten en liberalen binnen de regering verdeelt. De vakbonden hopen dat de regering via omzendbrieven toch kan sleutelen aan de loonnormwet van 1996, zodat er in sectoren die het goed doen iets meer mogelijk is dan 0,4 procent extra loon bovenop de index. Die mogelijkheid is opgenomen in het regeerakkoord. Dermagne kreeg er vandaag in de Kamer vragen over van Open Vld-voorzitter en -Kamerlid Egbert Lachaert en van Anja Vanrobaeys (sp.a), Nathalie Muylle (CD&V), Björn Anseeuw (N-VA), Raoul Hedebouw (PVDA), Christophe Bombled (MR) en Sophie Thémont (PS). "De loonwet is er niet voor niets", zei Lachaert. "De gereglementeerde loonsonderhandelingen zijn er niet om de mensen te ambeteren, maar om te vermijden dat de loonsopslag van de ene ten koste gaat van de job van de andere." De Open Vld-voorzitter benadrukte dat het regeerakkoord "duidelijk van de loonwet van 1996 vertrekt". "Ik denk dat u de sociale partners op hun verantwoordelijkheid moet wijzen. Daar rekenen we op." Nathalie Muylle pleitte ervoor "het gepingpong, het gedoe, zelfs in de eigen regering", te stoppen. Volgens de voormalige minister van Werk en Economie betekent het in vraag stellen van de loonnormwet dat er "nooit een dialoog tussen sociale partners zal komen". Sp.a-Kamerlid Anja Vanrobaeys echode het standpunt van de vakbonden dat er in de sectoren waar het afgelopen jaar winst is geboekt ruimte moet zijn voor extra loonsverhogingen. "Dat er in sommige sectoren geen marge is begrijpt iedereen. Maar zij die floreren zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen." Minister Dermagne benadrukte dat het sociaal overleg wat hem betreft nog niet dood is. De loonnormwet maakt de onderhandelingen inderdaad moeilijker, antwoordde hij op vraag van PVDA-kopstuk Raoul Hedebouw, die pleitte voor een indicatieve loonnorm. Maar na "verschillende contacten met beide partijen" sinds gisteren/woensdag heeft "geen enkele partij bemiddeling van de regering gevraagd", klonk het. De PS-vicepremier herhaalde dat hij een "faciliterende rol" wil spelen in het overleg, eventueel door te werken met omzendbrieven "in overleg met de sociale partners" en "om wat ruimte te geven aan de onderhandelingen". "Ik blijf ervan overtuigd dat een akkoord mogelijk is." (Belga)

De sociale partners in de Groep van Tien onderhandelen sinds begin dit jaar over de loon- en arbeidsvoorwaarden. Maar die onderhandelingen leken al voorbij voor ze begonnen waren. De grote struikelsteen is de mate waarin de lonen in de privésector de komende twee jaar mogen stijgen bovenop de index. Een rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven legde de grens op 0,4 procent, maar dat noemen de vakbonden een "aalmoes". De kloof bleek gisteren uiteindelijk te groot. De werkgevers hebben de regering in een brief op de hoogte gebracht van de stopzetting van het overleg. Daarmee ligt de bal in het kamp van de regering, en meer bepaald van minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne. Het loonoverleg is een mogelijk explosief dossier, omdat het mogelijk de socialisten en liberalen binnen de regering verdeelt. De vakbonden hopen dat de regering via omzendbrieven toch kan sleutelen aan de loonnormwet van 1996, zodat er in sectoren die het goed doen iets meer mogelijk is dan 0,4 procent extra loon bovenop de index. Die mogelijkheid is opgenomen in het regeerakkoord. Dermagne kreeg er vandaag in de Kamer vragen over van Open Vld-voorzitter en -Kamerlid Egbert Lachaert en van Anja Vanrobaeys (sp.a), Nathalie Muylle (CD&V), Björn Anseeuw (N-VA), Raoul Hedebouw (PVDA), Christophe Bombled (MR) en Sophie Thémont (PS). "De loonwet is er niet voor niets", zei Lachaert. "De gereglementeerde loonsonderhandelingen zijn er niet om de mensen te ambeteren, maar om te vermijden dat de loonsopslag van de ene ten koste gaat van de job van de andere." De Open Vld-voorzitter benadrukte dat het regeerakkoord "duidelijk van de loonwet van 1996 vertrekt". "Ik denk dat u de sociale partners op hun verantwoordelijkheid moet wijzen. Daar rekenen we op." Nathalie Muylle pleitte ervoor "het gepingpong, het gedoe, zelfs in de eigen regering", te stoppen. Volgens de voormalige minister van Werk en Economie betekent het in vraag stellen van de loonnormwet dat er "nooit een dialoog tussen sociale partners zal komen". Sp.a-Kamerlid Anja Vanrobaeys echode het standpunt van de vakbonden dat er in de sectoren waar het afgelopen jaar winst is geboekt ruimte moet zijn voor extra loonsverhogingen. "Dat er in sommige sectoren geen marge is begrijpt iedereen. Maar zij die floreren zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen." Minister Dermagne benadrukte dat het sociaal overleg wat hem betreft nog niet dood is. De loonnormwet maakt de onderhandelingen inderdaad moeilijker, antwoordde hij op vraag van PVDA-kopstuk Raoul Hedebouw, die pleitte voor een indicatieve loonnorm. Maar na "verschillende contacten met beide partijen" sinds gisteren/woensdag heeft "geen enkele partij bemiddeling van de regering gevraagd", klonk het. De PS-vicepremier herhaalde dat hij een "faciliterende rol" wil spelen in het overleg, eventueel door te werken met omzendbrieven "in overleg met de sociale partners" en "om wat ruimte te geven aan de onderhandelingen". "Ik blijf ervan overtuigd dat een akkoord mogelijk is." (Belga)