Via verklaringen in zowat alle Vlaamse media liet Vooruit-voorzitter Conner Rousseau woensdagavond weten dat de socialisten zich niet zullen neerleggen bij een beperkte loonsverhoging van 0,4 procent bovenop de index in de privésector. Hij koppelt daar het artikel 14 van de loonwet van 1996 aan, wat concreet zou betekenen dat er ook geen dividenden kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. "Ik krijg dat aan de kassierster niet uitgelegd dat als er winsten worden gemaakt die naar de aandeelhouders gaan, er geen hoger loon kan gaan naar haar." PS-minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne echode die boodschap even later op Twitter. "Als er geen marge is voor een serieuze coronapremie en er geen discussie mogelijk is over het minimumloon, zal er ook geen marge zijn voor dividenden en de lonen van de CEO's", antwoordde hij op een tweet van Egbert Lachaert, de voorzitter van coalitiepartner Open Vld. Die laatste reageert woensdagavond kort bij monde van de partijwoordvoerster. "Wij rekenen erop dat de gemaakte akkoorden worden nageleefd. Die zijn duidelijk in de kern." Lachaert verklaarde eerder op de dag dat het kernkabinet een akkoord heeft om de maximale loonmarge effectief vast te leggen op 0,4 procent als de sociale partners geen akkoord kunnen vinden, maar dat zien de socialisten dus anders. Dat het loonoverleg een mogelijke splijtzwam is tussen socialisten en liberalen, is geen geheim. Minister Dermagne en premier Alexander De Croo probeerden het dossier al eens te ontmijnen door ruimte te maken voor een eenmalige coronapremie in sectoren die ondanks de coronacrisis goed hebben geboerd, maar de vakbonden lieten begin deze week weten dat het overleg mislukt is. Dermagne zelf benadrukte dinsdag in de Kamer dat hij toch nog probeert om bonden en werkgevers aan de tafel te krijgen. "Maar het is een schrale hoop", klonk het toen. De minister gaf de sociale partners eerder tot 1 mei de tijd om een akkoord te vinden. Vakbonden en werkgevers onderhandelen al enkele maanden over de loon- en arbeidsvoorwaarden in de privésector voor de komende twee jaar. Dat overleg liep van in het begin al bijzonder stroef, omdat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven marge zag voor slechts 0,4 procent opslag bovenop de verwachte index van 2,8 procent, een "aalmoes" volgens de bonden. De werkgevers schermen dan weer met de gevolgen van de coronapandemie en vragen realiteitszin. De beperkte ruimte voor loonsstijging is het gevolg van de loonwet van 1996, die bepaalt dat de lonen in ons land niet sneller mogen stijgen dan die in de buurlanden. (Belga)

Via verklaringen in zowat alle Vlaamse media liet Vooruit-voorzitter Conner Rousseau woensdagavond weten dat de socialisten zich niet zullen neerleggen bij een beperkte loonsverhoging van 0,4 procent bovenop de index in de privésector. Hij koppelt daar het artikel 14 van de loonwet van 1996 aan, wat concreet zou betekenen dat er ook geen dividenden kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. "Ik krijg dat aan de kassierster niet uitgelegd dat als er winsten worden gemaakt die naar de aandeelhouders gaan, er geen hoger loon kan gaan naar haar." PS-minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne echode die boodschap even later op Twitter. "Als er geen marge is voor een serieuze coronapremie en er geen discussie mogelijk is over het minimumloon, zal er ook geen marge zijn voor dividenden en de lonen van de CEO's", antwoordde hij op een tweet van Egbert Lachaert, de voorzitter van coalitiepartner Open Vld. Die laatste reageert woensdagavond kort bij monde van de partijwoordvoerster. "Wij rekenen erop dat de gemaakte akkoorden worden nageleefd. Die zijn duidelijk in de kern." Lachaert verklaarde eerder op de dag dat het kernkabinet een akkoord heeft om de maximale loonmarge effectief vast te leggen op 0,4 procent als de sociale partners geen akkoord kunnen vinden, maar dat zien de socialisten dus anders. Dat het loonoverleg een mogelijke splijtzwam is tussen socialisten en liberalen, is geen geheim. Minister Dermagne en premier Alexander De Croo probeerden het dossier al eens te ontmijnen door ruimte te maken voor een eenmalige coronapremie in sectoren die ondanks de coronacrisis goed hebben geboerd, maar de vakbonden lieten begin deze week weten dat het overleg mislukt is. Dermagne zelf benadrukte dinsdag in de Kamer dat hij toch nog probeert om bonden en werkgevers aan de tafel te krijgen. "Maar het is een schrale hoop", klonk het toen. De minister gaf de sociale partners eerder tot 1 mei de tijd om een akkoord te vinden. Vakbonden en werkgevers onderhandelen al enkele maanden over de loon- en arbeidsvoorwaarden in de privésector voor de komende twee jaar. Dat overleg liep van in het begin al bijzonder stroef, omdat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven marge zag voor slechts 0,4 procent opslag bovenop de verwachte index van 2,8 procent, een "aalmoes" volgens de bonden. De werkgevers schermen dan weer met de gevolgen van de coronapandemie en vragen realiteitszin. De beperkte ruimte voor loonsstijging is het gevolg van de loonwet van 1996, die bepaalt dat de lonen in ons land niet sneller mogen stijgen dan die in de buurlanden. (Belga)