Bijna drie kwart (73 procent) van de studenten is tijdens de zomermaanden aan het werk, van wie iets meer dan een derde langer dan een maand. Daarnaast werkt 64 procent van de studenten tijdens het schooljaar en 26 procent van de studenten tijdens een van de kortere vakanties (kerst, Pasen, krokus, Allerheiligen). Meer studenten werken over het hele jaar (80 procent tegenover 78 procent in 2017) en het aantal dagen waarop men, naar eigen zeggen, gemiddeld werkt, steeg vorig jaar van 50 naar 60.

Volgens Randstad schommelt sinds het begin van de metingen het aantal studenten dat zonder contract werkt grosso modo tussen de 15 en 20 procent. 'Te verwachten viel dat de nieuwe studentenwetgeving die begin 2017 van kracht werd de laatste drempel om met een contract te werken weggenomen had. Vorig jaar stelden we al vast dat dit niet het geval was en ook de studie van dit jaar geeft geen aanwijzing van een positieve evolutie.

Bijna een op de vijf rapporteert zonder contract te werken. Bij de studenten jonger dan 18 jaar is dat 27 procent', klinkt het bij Randstad. Een meerderheid van het zwartwerk zou zich voordoen in kleine bedrijven, waardoor handhaving volgens Randstad minder voor de hand ligt.

Voorts blijkt dat de kieskeurigheid van de jobstudenten toegenomen is, door de enorme krapte en grotere keuzemogelijkheden. Mannelijke studenten blijken daarbij even kieskeurig als vrouwelijke. De studenten zijn ook veeleisender geworden over het tijdstip waarop ze moeten werken. Ze zijn kritischer om in het weekend of 's avonds te werken.

De sectoren die het meest beroep doen op studenten zijn de detailhandel (21 procent), de horeca (18 procent) en de overheid/social profit (13 procent). De meeste studenten gaan aan de slag als kassier(ster) (12 procent), administratief bediende (11 procent), productiearbeider (11 procent) en magazijnier (11 procent).