Hij zal dat rapport ook overmaken aan het parlement. Dat heeft de premier donderdag in de Kamer geantwoord op een handvol vragen over het dossier.

Woensdag was een brief bekend geraakt uit 2012 waarin minister Reynders zijn Libische collega vroeg om werk te maken van het uitbetalen van enkele Belgische bedrijven, met de bevroren rekeningen als pasmunt.

Het was overigens de minister zelf die de brief aan de Kamer had overgemaakt op vraag van de commissie Financiën. Die houdt al geruime tijd hoorzittingen wie uiteindelijk de beslissing heeft genomen om die fondsen vrij te geven.

Voor verschillende Kamerleden bewijst die brief dat Reynders een actieve rol heeft gespeeld bij de vrijgave van het geld.

'Het feit dat die brief nu pas opduikt, is het bewijs dat men informatie wil proberen achter te houden', gelooft Wouter De Vriendt (Groen). Dirk Van der Maelen (SP.A) merkte op dat de minister maandenlang heeft volgehouden van niets te weten. 'We weten nu dat Didier Reynders zich actief heeft ingelaten met de ontvriezingen, en niet zonder gevolg', luidde het.

Eric Van Rompuy (CD&V), de voorzitter van de commissie Financiën, kondigde aan dat op 15 maart een hoorzitting geprogrammeerd staat met de vroegere en huidige baas van de Schatkist. Die laatste werd eveneens gevraagd een overzicht te bezorgen van de correspondentie met Financiën en Buitenlandse Zaken over de Libische fondsen.

Prins Laurent

De advocaat van prins Laurent, die al jaren vraagt om een gelijkaardige tussenkomst van de regering, zei eerder dat de brief ook bewijst dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt.

'Het kabinet van de premier heeft me op 18 januari nog gezegd dat hij niet op de hoogte was van enige tussenkomst van een Belgische minister met het oog op een mogelijke betaling van de Belgische schuldeisers. Wie lacht men hier uit?, reageerde advocaat Laurent Arnauts woensdag.

Prins Laurent probeert al jaren een schadevergoeding te krijgen, nadat de Libische overheid in 2010 een contract met zijn vzw GSDT (Global Sustainable Development Trust) eenzijdig had opgezegd. De vzw kreeg in Brussel zowel in eerste aanleg als in beroep (in 2014) gelijk. De Libische overheid zou de vzw meer dan 50 miljoen euro moeten.

Verdwenen intresten

De brief van Reynders doet op z'n minst ook de vraag rijzen in welke mate hij op de hoogte is van de vrijgegeven intresten op de geblokkeerde Libische fondsen.

Het gaat om fondsen die de Verenigde Naties in het buitenland blokkeerden ten tijde van de burgeroorlog op het einde van het regime van leider Muammar Khaddafi. In België gaat het om ongeveer 14 miljard euro. Maar de intresten op dat geld zijn eind 2012 door de Belgische staat vrijgegeven. Wat precies met dat geld is gebeurd, is niet geweten. Bovendien is niet duidelijk of een minister - en zo ja, welke - daar het fiat voor heeft gegeven. De toenmalige bevoegde ministers Reynders (MR, Buitenlandse Zaken) en Steven Vanackere (CD&V, Financiën) zeggen van de operatie geen weet te hebben.