John Micklethwait studeerde in Oxford. Na een job in de bankensector ging hij aan de slag als journalist bij het gereputeerde Britse zakenblad The Economist. Later werd hij daar hoofdredacteur en zorgde hij voor een forse toename van het lezersaantal. Vandaag heeft hij, als hoofdredacteur van het mediaconcern Bloomberg News, 2700 journalisten onder zich.
...

John Micklethwait studeerde in Oxford. Na een job in de bankensector ging hij aan de slag als journalist bij het gereputeerde Britse zakenblad The Economist. Later werd hij daar hoofdredacteur en zorgde hij voor een forse toename van het lezersaantal. Vandaag heeft hij, als hoofdredacteur van het mediaconcern Bloomberg News, 2700 journalisten onder zich. Toen u drie jaar geleden The Economist verliet, schreef u: 'Elke hoofdredacteur die niet paranoïde is, is dom.' Hoe paranoïde bent u ondertussen? John Micklethwait: Dat zei ik voor de brexit en voor Donald Trump president van Amerika werd. Sindsdien ben ik alleen maar meer paranoïde geworden. Vreest u voor de toekomst van de media? De oude verdienmodellen functioneren niet meer. Fake news is overal en het wantrouwen tegen journalisten neemt toe. Micklethwait: Op dat vlak ben ik een angstige optimist. De media zitten in een overgangsfase, maar ik denk dat de kwaliteit zal toenemen. Meer en meer mediabedrijven kunnen via internet geld verdienen. Bij Bloomberg hebben we twee maanden geleden een betaalmuur ingevoerd. In één maand hadden we meer betalende lezers dan we er op een heel jaar hadden verwacht. Mensen willen kwaliteit en zijn bereid daarvoor te betalen. Niet dat betaalmuren alles zullen oplossen, maar de kwaliteitsmedia zullen zeker een boost krijgen. Op wat is uw optimisme gebaseerd? Micklethwait: In het begin van de negentiende eeuw kwamen er dankzij de cilinderdrukpers heel wat kranten bij. Zij publiceerden alles om meer lezers te krijgen. De meest verkochte titel op dat moment, The Sun in New York, schreef zelfs dat er vleermuisachtige mensen op de maan woonden. Die stunt sloeg in als een bom, maar uiteindelijk kregen lezers genoeg van dat soort onbetrouwbare berichten. Adverteerders wilden ook niet dat hun product naast artikels over vleermuismensen kwam te staan. Zo ontstonden er uiteindelijk kwaliteitskranten als The New York Times. Met de komst van het internet gebeurde er iets soortgelijks. Veel kranten plaatsten hun artikels gratis online. Toen hun reclame-inkomsten daalden, probeerden ze meer lezers te krijgen met allerlei triviale artikels. Maar ook nu blijken lezers te verlangen naar kwaliteit. Is dat geen wishful thinking? Micklethwait: The New York Times heeft twee miljoen online betalende lezers. In de Verenigde Staten stroomt er meer geld dan ooit naar onderzoeksjournalistiek. Hoeveel tijd en geld wordt er niet besteed aan het onderzoeken van Trump? In Amerika is er in elk geval geen gebrek aan democratische controle. Dat kan wel een probleem zijn op lokale niveaus waar de media niet dezelfde middelen hebben. Begin 2015 schreef u dat het Westen kampte met een gevoel van onbehagen. Een jaar later kregen we de brexit en Trump. Die gebeurtenissen verrasten u niet? Micklethwait: Ik ben blij dat u me nog eens aan die uitspraak herinnert, maar ook ik kon dat niet voorspellen, hoor. De belangrijkste les van de brexit en Trump is dat er geen vanzelfsprekendheden bestaan. In tegenstelling tot wat de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama dacht, heeft de geschiedenis geen einde (Fukuyama schreef in 1992 Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, nvdr). Daarnaast moeten de winnaars van de globalisering meer aandacht hebben voor de verliezers. Economische groei is goed, maar als het loon van de bedrijfsleider met zeventig procent stijgt en dat van zijn werknemer met vijf procent, volstaat dat niet. Hoewel ze allebei beter af zijn, hebben veel mensen het gevoel dat dat onrechtvaardig is. En terecht. Is het liberalisme iets voor de elite geworden? Micklethwait: Het liberalisme is erg pragmatisch. Een liberaal kan de staat wantrouwen en tegelijkertijd vinden dat de overheid de gezondheidszorg moet organiseren. Een groot probleem van het liberalisme is dat er veel winnaars zijn, maar dat de verliezers meer opvallen. Het is makkelijker om een gesloten staalfabriek te bezoeken en te zeggen dat dat de schuld is van de Chinezen, dan te zeggen dat we dankzij de globalisering een goedkope auto en gsm hebben. Autocratische, nationalistische en populistische partijen doen het overal goed. Is het liberalisme ten dode opgeschreven? Micklethwait: Er zijn altijd momenten geweest in de geschiedenis waarop emoties, populisme en religie de overhand kregen. Maar uiteindelijk hebben de technologische vooruitgang en de economische logica altijd tot een vrijere en meer open samenleving geleid. Ik geloof nog altijd in dat project, al moeten we als journalisten aandacht hebben voor die mensen die in de steek gelaten worden door het liberalisme.In het geval van Trump en de brexit hebben de media dat niet gedaan. Daardoor is het wantrouwen jegens journalisten gegroeid. Micklethwait: Het grote probleem is dat we altijd stereotiepe Trump-aanhangers opvoeren, types die in een camper wonen en een geweer in de kast hebben liggen. Maar veel Amerikanen uit de middenklasse hebben op Trump gestemd omdat ze bang zijn dat hun kinderen het minder goed zullen hebben. Net zoals niet enkel werklozen voor de brexit hebben gestemd, maar ook veel ondernemers. U bent een neef van de hertog van Norfolk, hebt in Oxford gestuurd en in de bankensector gewerkt. Hebt u wel voeling met de gewone mensen? Micklethwait: Als journalist heb ik ook over de armste streken ter wereld bericht. Het is niet omdat je een bepaalde familiale achtergrond hebt dat je blind bent voor de problemen van anderen. Hoe zijn de media de afgelopen jaren veranderd? Micklethwait: Op het technologische vlak zitten we op een kantelpunt. Onze lezers hebben meer geld dan tijd. We onderzoeken volop hoe we computers kunnen gebruiken om het nieuws sneller te brengen. Toen ik drie jaar geleden bij Bloomberg begon, hadden we een zogenaamd 'snel team'. Als een bedrijf zijn kwartaalcijfers vrijgaf, moest een journalist in zeven haasten een bericht schrijven. Nu hebben we sjablonen geprogrammeerd, waardoor datzelfde bericht in een aantal seconden kan worden gemaakt. Kunt u dan niet alle journalisten ontslaan? Micklethwait: Je hebt mensen nodig die weten wat de computer moet zoeken en hem moeten leren welke informatie relevant is. Data zijn waardeloos als je geen verstandige mensen hebt die daar iets mee kunnen doen. Een kwart van onze teksten bevat door een computer gecreëerde content, maar we hebben onze 2700 journalisten nodig om analyses te maken. Bent u bang voor Twitter en Facebook? Micklethwait: Mensen vernemen het nieuws steeds vaker via sociale media. Maar klopt alles wat ze daar lezen? Wij hebben dertig journalisten paraat staan die sociale media afzoeken naar berichten over gebeurtenissen die een invloed kunnen hebben op de markt, zoals terroristische aanslagen of grote faillissementen. Vervolgens onderzoeken onze journalisten of een bericht klopt of niet. Dat kan niemand zo goed als wij. Lezers willen informatie steeds sneller tot zich nemen. Het is vaak beter om een afbeelding met honderd woorden uitleg bij te publiceren dan een tekst van zevenhonderd woorden. Maar als je de complexe problematiek in Syrië wilt begrijpen, kun je beter een half uur lang een groot stuk lezen dan 25 korte stukken.