Dertien was ze, toen Edith Hall haar geloof in God verloor. Voordien had deze dochter van een Anglicaanse priester maar één doel voor ogen: haar hemel verdienen, letterlijk. Maar als prille tiener raakte ze een beetje op de dool. Voor wie moest ze zich nog netjes gedragen, als er toch geen opperheerser was die vanuit de hemel toekeek? Na wat omzwervingen langs de astrologie, het boeddhisme en de onvermijdelijke zelfhulpboeken, belandde ze op de universiteit van Oxford en leerde ze Aristoteles kennen. Hij zou haar redding worden, vertelt Hall, die intussen professor klassieke studies is aan het Londense King's College. 'Dankzij Aristoteles ontdekte ik een niet-religieus ethisch systeem, met stevige argumenten voor een goed leven.' Hall pende haar bevindingen neer in Aristotle's way. Niet al haar collega's reageerden enthousiast, omdat het erg vulgariserend is. Maar dat vindt Hall een compliment. '...