Dertien was ze, toen Edith Hall haar geloof in God verloor. Voordien had deze dochter van een Anglicaanse priester maar één doel voor ogen: haar hemel verdienen, letterlijk. Maar als prille tiener raakte ze een beetje op de dool. Voor wie moest ze zich nog netjes gedragen, als er toch geen opperheerser was die vanuit de hemel toekeek? Na wat omzwervingen langs de astrologie, het boeddhisme en de onvermijdelijke zelfhulpboeken, belandde ze op de universiteit van Oxford en leerde ze Aristoteles kennen. Hij zou haar redding worden, vertelt Hall, die intussen professor klassieke studies is aan het Londense King's College. 'Dankzij Aristoteles ontdekte ik een niet-religieus ethisch systeem, met stevige argumenten voor een goed leven.' Hall pende haar bevindingen neer in Aristotle's way. Niet al haar collega's reageerden enthousiast, omdat het erg vulgariserend is. Maar dat vindt Hall een compliment. '...

Dertien was ze, toen Edith Hall haar geloof in God verloor. Voordien had deze dochter van een Anglicaanse priester maar één doel voor ogen: haar hemel verdienen, letterlijk. Maar als prille tiener raakte ze een beetje op de dool. Voor wie moest ze zich nog netjes gedragen, als er toch geen opperheerser was die vanuit de hemel toekeek? Na wat omzwervingen langs de astrologie, het boeddhisme en de onvermijdelijke zelfhulpboeken, belandde ze op de universiteit van Oxford en leerde ze Aristoteles kennen. Hij zou haar redding worden, vertelt Hall, die intussen professor klassieke studies is aan het Londense King's College. 'Dankzij Aristoteles ontdekte ik een niet-religieus ethisch systeem, met stevige argumenten voor een goed leven.' Hall pende haar bevindingen neer in Aristotle's way. Niet al haar collega's reageerden enthousiast, omdat het erg vulgariserend is. Maar dat vindt Hall een compliment. 'Ook Aristoteles zelf vond het belangrijk om naast zijn wetenschappelijke werk publieke lezingen te geven. Elke middag mocht iedereen naar zijn universiteit komen: van boeren tot vissers. Hen gaf hij ethische adviezen: hoe maak je goede beslissingen, wat is vriendschap, enzovoort.' Adviezen die ook nu nog zinvol zijn, vindt Hall. 'Het oude Griekenland was extreem gesofisticeerd, het enige wat ze toen niet hadden, was technologie. Maar de grote levensvragen zijn nog altijd dezelfde.' Het grote streefdoel van Aristoteles was eudaimonia. Dat zou je kunnen vertalen als geluk, maar niet in de moderne en vaak oppervlakkige versie. 'Veel mensen noemen zichzelf gelukkig als ze een grote villa hebben en regelmatig op een strand kunnen liggen. Dat is een vorm van hedonisme die Aristoteles niet toejuicht. Volgens hem is gelukkig worden een project: je moet een levensplan uittekenen in het kader van je talenten. Ben je een geweldige kok of tuinier? Verdiep je daar dan in en word de best mogelijke versie van jezelf. Het goede van deze filosofie is dat iedereen gelukkig kan worden: ook wie zware tegenslagen kent, kan zelf beslissen om een goede mens te zijn en een goed leven te leiden.' Een levensplan uittekenen, een goed mens zijn: het klinkt behoorlijk flou. Maar met wat goede wil kun je uit dit eeuwenoude oeuvre ook praktische lessen halen, zo bewijst Hall. Neem nu onze werk-levenbalans: in tijden van burn-out en workaholics zou Aristoteles eens stevig gefronst hebben. Vrije tijd vond hij véél belangrijker dan werk. 'Een deeltijdse job zou hij zeker een goed idee vinden', aldus Hall. 'Want alleen in je vrije tijd kun je volledig kiezen wat je doet én met wie. Met het hele dorp naar voetbal kijken is perfect: je wordt zelf gelukkig en het maakt de gemeenschap sterker.' Aristoteles was ook niet vies van wat lichaamsbeweging, maar ging toch vooral op zoek naar geestelijke verruiming. Die vond hij in de klassieke literatuur. 'De Griekse drama's lijken misschien heel zwaarwichtig, maar dat was de populaire cultuur van die tijd. Mocht Aristoteles vandaag leven, dan zou hij zeker Netflix kijken en zelfs een soap als EastEnders wel kunnen smaken. Als ik met mijn kinderen discussieer over welk personage met wie zou moeten trouwen en waarom, dan voeren wij ethische conversaties. Niks om op neer te kijken.' Facebook daarentegen zou niets zijn voor de oude Griek. 'Vriendschap en affectie waren voor Aristoteles van levensbelang, al bedoelde hij er niet hetzelfde mee als wij vandaag. Zijn philia duidt op wederkerig vertrouwen en goede wil. Bij moederliefde zie je dat het sterkst. Maar volgens Aristoteles kun je zo'n band net zo goed beleven met een vriend. De mensen voor wie je echt door het vuur zou gaan - of dat nu je moeder, je buurman of je studiegenoot is - kun je volgens Aristoteles zowat op één hand tellen. 500 "vrienden" op Facebook zou hij onzin vinden.' Tot slot benadrukt Hall nog dat vooral (jonge) ouders haar boek moeten lezen. 'Aristoteles heeft wijze lessen over opvoeding. Als we willen dat kinderen geluk vinden, moeten we hen stimuleren om hun talenten te ontdekken. Niet door hen richting vioolles te pushen, wel door hen bloot te stellen aan allerlei activiteiten en te kijken wat ze leuk vinden. Daarnaast is het cruciaal dat kinderen leren debatteren, om zichzelf te verdedigen én leugens van anderen - zeker politici - door te prikken. Lessen in elementaire logica mogen in geen enkele opvoeding ontbreken.'