Tegen het eerdere Uplace kantte Leuven zich al, en ook op zijn opvolger had de stad felle kritiek. Op de valreep diende Leuven eind januari, bij het einde van het tweede openbaar onderzoek, nog een bezwaarschrift in tegen Broeklin. Na het eerste openbaar onderzoek had projectontwikkelaar Uplace aanpassingen doorgevoerd in zijn plannen, maar die bleken voor Leuven niet voldoende. Nu keert de stad alsnog haar kar. "We blijven het wel jammer vinden", zegt Leuvens schepen van Handel Johan Geleyns (CDV). "Maar de voorwaarden die de Vlaamse regering in haar vergunning heeft ingekapseld, zijn voor ons voldoende om geen juridische procedure op te starten. Leuven blijft wel van oordeel dat een project van dergelijke omvang buiten een kernwinkelgebied onverantwoord is." Leuven had vooral moeite met de juridische definitie van het concept 'maakwinkels'. Met het concept op zich was geen probleem, maar de stad toonde bezwaar tegen het feit dat een traditionele winkel erg gemakkelijk een maakwinkel kon worden. "De Vlaamse regering is tegemoet gekomen aan ons bezwaar door de voorwaarden voor maakwinkels krachtiger te formuleren. Zo mag Broeklin wel een start nemen met een atelieraandeel van 15 procent, maar moet het binnen de tien jaar dat aandeel uitbreiden naar 33 procent van de totale winkelruimte. Als de ruimte niet verhuurd geraakt aan maakwinkels, mogen er ook geen kmo's met een klassieke retailfunctie komen. Daar zijn we tevreden mee." Stad Vilvoorde is nu het enige bestuur dat zich nog tegen Broeklin kant. Naast bedenkingen over de maakwinkels, richt de kritiek van die stad zich vooral op mobiliteits- en leefmilieuaspecten. Ondernemersorganisaties Voka en Unizo, en ook milieuorganisatie Bond Beter Leefmilieu, toonden zich wel al voorstander van het project. (Belga)

Tegen het eerdere Uplace kantte Leuven zich al, en ook op zijn opvolger had de stad felle kritiek. Op de valreep diende Leuven eind januari, bij het einde van het tweede openbaar onderzoek, nog een bezwaarschrift in tegen Broeklin. Na het eerste openbaar onderzoek had projectontwikkelaar Uplace aanpassingen doorgevoerd in zijn plannen, maar die bleken voor Leuven niet voldoende. Nu keert de stad alsnog haar kar. "We blijven het wel jammer vinden", zegt Leuvens schepen van Handel Johan Geleyns (CDV). "Maar de voorwaarden die de Vlaamse regering in haar vergunning heeft ingekapseld, zijn voor ons voldoende om geen juridische procedure op te starten. Leuven blijft wel van oordeel dat een project van dergelijke omvang buiten een kernwinkelgebied onverantwoord is." Leuven had vooral moeite met de juridische definitie van het concept 'maakwinkels'. Met het concept op zich was geen probleem, maar de stad toonde bezwaar tegen het feit dat een traditionele winkel erg gemakkelijk een maakwinkel kon worden. "De Vlaamse regering is tegemoet gekomen aan ons bezwaar door de voorwaarden voor maakwinkels krachtiger te formuleren. Zo mag Broeklin wel een start nemen met een atelieraandeel van 15 procent, maar moet het binnen de tien jaar dat aandeel uitbreiden naar 33 procent van de totale winkelruimte. Als de ruimte niet verhuurd geraakt aan maakwinkels, mogen er ook geen kmo's met een klassieke retailfunctie komen. Daar zijn we tevreden mee." Stad Vilvoorde is nu het enige bestuur dat zich nog tegen Broeklin kant. Naast bedenkingen over de maakwinkels, richt de kritiek van die stad zich vooral op mobiliteits- en leefmilieuaspecten. Ondernemersorganisaties Voka en Unizo, en ook milieuorganisatie Bond Beter Leefmilieu, toonden zich wel al voorstander van het project. (Belga)