Een nieuw wetsvoorstel regelt het gebruik van een leugendetector in strafzaken. De indieners wijzen erop dat politiediensten dit nu al gebruiken in strafonderzoeken en er daarom beter een regelgeving komt. De betrouwbaarheid van deze test is echter al decennia voer voor debat. Nu er zoveel twijfel is over de betrouwbaarheid van de resultaten van een leugendetector wordt de test beter helemaal uitgesloten.

Leugendetector in de rechtszaal: geen kop of munt voor (on)schuld.

De fans van Amerikaanse politieseries of dichter bij huis Temptation Island zijn al vertrouwd met de leugendetector, of juister, de polygraaf. De verdachte wordt verbonden met sensoren die verschillende lichaamsreacties meten zoals het hartritme, bloedvolume, de ademhaling en transpiratie. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat liegen, of beter het bewust verdraaien van de waarheid, gepaard gaat met veranderingen in deze lichaamsfuncties, zoals zwetende handjes of blozende wangen. Die veranderingen op het moment van het beantwoorden van een vraag wordt door de detector gebruikt om de betrouwbaarheid of leugenachtigheid van antwoorden te beoordelen.

Al twee decennia gebruikt ook de Belgische politie deze test. Deze week was dit nog voer voor debat toen bleek dat de beklaagde in een assisenzaak zelf had aangevraagd de test te ondergaan maar toch als leugenachtig uitkwam. De test is nochtans niet zonder controverse. Het merendeel van de wetenschap acht de test onvoldoende betrouwbaar. Vandaag stemt de Commissie Justitie een nieuw wetsvoorstel om deze test nu verankeren in het Belgische strafprocesrecht. Daarmee hopen de politici de context en voorwaarden van het afnemen van een polygraaftest verbeteren. De intentie van de indieners om duidelijke regels en voorwaarden te bepalen is misschien nobel, maar tegelijkertijd geven ze ook een legitimiteit aan een test die het niet verdient.

De betrouwbaarheid van polygraaftest nog steeds niet bewezen

Al sinds haar uitvinding in 1921 stelden wetenschappers vragen bij de betrouwbaarheid van de polygraaftest. Verschillende landen, waaronder Nederland en Canada, verbieden daarom het gebruik van deze test als bewijs in strafzaken. Politiediensten in Europa onthouden zich van het afnemen van de polygraaftest in strafzaken. Door de jaren heen werden verschillende criteria opgenomen om de betrouwbaarheid van de test te verhogen, zoals leeftijdsgrenzen, een standaardisering van de vraagstelling en fysieke geschiktheidsvereisten.

Dit heeft echter de discussie in de wetenschap over de betrouwbaarheid van de test niet doen verstommen. Zo zijn de context, training om de test te doorstaan, fysieke gebreken en verslavingen, de persoonlijkheid van de verdachte alsook de manier van vraagstelling meebepalend voor het resultaat. Zelfs in optimale omstandigheden geven onderzoekers een 10 tot 20% foutenmarge aan: té afwijkend om mee te spelen in een discussie over schuld of onschuld. Desondanks wordt de polygraaftest geregeld en weinig kritisch gebruikt in Belgische strafonderzoeken en procedures. Advocaten, onderzoekers en magistraten blijken in de praktijk ook vaak weinig bekend met het onderzoek hierover.

Het nieuwe wetsvoorstel gaat uit van de meest positieve onderzoeken over de polygraaftest en geeft aan dat het "maar" een element is waarvan rechter de waarde vrij kan beoordelen. Anderzijds bleek uit een eerdere versie van het wetsvoorstel dat polygraaftesten in België veelal gebruikt worden bij zededelicten waar het "woord tegen woord" is. De test geeft het woord van de één of de ander dan wel een doorslaggevende of minstens belangrijke waarde. Het hoogste gerechtshof van de Verenigde Staten besliste dat resultaten van een polygraaftest nooit voorgelegd mogen worden in strafzaken. Zelfs al heeft men kennis van de controverse in de wetenschap zal het toch meespelen in de beoordelen van ander bewijs zoals een verhoor, volgens het US Supreme Court.

Dit is des te meer het geval wanneer een jury het bewijs moet beoordelen die niet geroutineerd is in bewijsbeoordeling en polygraaftesten kennen uit allerhande series waar het een gouden sleutel naar de waarheid lijkt. Het assisenproces van veehouder Roger De Rie geldt in die zin als waarschuwing. De visie van het openbaar ministerie werd tijdens het proces van de rails gereden toen er ernstige vragen opdoken over de betrouwbaarheid van de resultaten van een polygraaftest. In die zaak konden de advocaten van de beklaagde uiteindelijk de onbetrouwbaarheid van de resultaten aantonen, maar nog al te vaak wordt de test gewoon als strikt wetenschappelijk en onfeilbaar geslikt.

Betrouwbare onderzoeksmethoden noodzakelijk voor betrouwbare veroordelingen

De wetenschap en technologie heeft de afgelopen decennia reuzensprongen gemaakt. Daarbij worden nieuwe technieken uit de geneeskunde of neurowetenschappen steeds vaker toegepast in strafonderzoeken. Soms met enorme meerwaarde zoals bij het DNA-onderzoek. Maar evenzeer komen er allerhande toepassingen op de markt die ofwel nooit werden ontwikkeld voor strafonderzoeken ofwel nooit wetenschappelijk betrouwbaar bevonden. Sommige technieken kunnen misschien nuttig als indicatie of hulpmiddel in de maatschappij bv in onderzoek naar de kans op herval van veroordeelde daders, maar geenszins voldoende betrouwbaar om als bewijs in een rechtszaak voor te leggen.

Daarbij komt dat die technieken ook steeds meer hoogtechnologisch en wetenschappelijk complex zijn zodat de gebruikers - politie, rechters en advocaten - zelf niet meer de zin van onzin kunnen scheiden en de resultaten al snel een hogere legitimiteit geven dan terecht is. Nochtans mag de fabrikant zijn potje yoghurt ook niet op de markt brengen als middel tegen migraine, als dat niet wetenschappelijk bewezen is. Met de stortvloed aan semi- dan wel pseudowetenschappelijke toepassingen die op ons afkomt, is het tijd om eenzelfde kritische kijk op bewijsmethoden te introduceren. Het strafrecht is te belangrijk voor kop of munt.

Een nieuw wetsvoorstel regelt het gebruik van een leugendetector in strafzaken. De indieners wijzen erop dat politiediensten dit nu al gebruiken in strafonderzoeken en er daarom beter een regelgeving komt. De betrouwbaarheid van deze test is echter al decennia voer voor debat. Nu er zoveel twijfel is over de betrouwbaarheid van de resultaten van een leugendetector wordt de test beter helemaal uitgesloten.De fans van Amerikaanse politieseries of dichter bij huis Temptation Island zijn al vertrouwd met de leugendetector, of juister, de polygraaf. De verdachte wordt verbonden met sensoren die verschillende lichaamsreacties meten zoals het hartritme, bloedvolume, de ademhaling en transpiratie. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat liegen, of beter het bewust verdraaien van de waarheid, gepaard gaat met veranderingen in deze lichaamsfuncties, zoals zwetende handjes of blozende wangen. Die veranderingen op het moment van het beantwoorden van een vraag wordt door de detector gebruikt om de betrouwbaarheid of leugenachtigheid van antwoorden te beoordelen. Al twee decennia gebruikt ook de Belgische politie deze test. Deze week was dit nog voer voor debat toen bleek dat de beklaagde in een assisenzaak zelf had aangevraagd de test te ondergaan maar toch als leugenachtig uitkwam. De test is nochtans niet zonder controverse. Het merendeel van de wetenschap acht de test onvoldoende betrouwbaar. Vandaag stemt de Commissie Justitie een nieuw wetsvoorstel om deze test nu verankeren in het Belgische strafprocesrecht. Daarmee hopen de politici de context en voorwaarden van het afnemen van een polygraaftest verbeteren. De intentie van de indieners om duidelijke regels en voorwaarden te bepalen is misschien nobel, maar tegelijkertijd geven ze ook een legitimiteit aan een test die het niet verdient. Al sinds haar uitvinding in 1921 stelden wetenschappers vragen bij de betrouwbaarheid van de polygraaftest. Verschillende landen, waaronder Nederland en Canada, verbieden daarom het gebruik van deze test als bewijs in strafzaken. Politiediensten in Europa onthouden zich van het afnemen van de polygraaftest in strafzaken. Door de jaren heen werden verschillende criteria opgenomen om de betrouwbaarheid van de test te verhogen, zoals leeftijdsgrenzen, een standaardisering van de vraagstelling en fysieke geschiktheidsvereisten. Dit heeft echter de discussie in de wetenschap over de betrouwbaarheid van de test niet doen verstommen. Zo zijn de context, training om de test te doorstaan, fysieke gebreken en verslavingen, de persoonlijkheid van de verdachte alsook de manier van vraagstelling meebepalend voor het resultaat. Zelfs in optimale omstandigheden geven onderzoekers een 10 tot 20% foutenmarge aan: té afwijkend om mee te spelen in een discussie over schuld of onschuld. Desondanks wordt de polygraaftest geregeld en weinig kritisch gebruikt in Belgische strafonderzoeken en procedures. Advocaten, onderzoekers en magistraten blijken in de praktijk ook vaak weinig bekend met het onderzoek hierover. Het nieuwe wetsvoorstel gaat uit van de meest positieve onderzoeken over de polygraaftest en geeft aan dat het "maar" een element is waarvan rechter de waarde vrij kan beoordelen. Anderzijds bleek uit een eerdere versie van het wetsvoorstel dat polygraaftesten in België veelal gebruikt worden bij zededelicten waar het "woord tegen woord" is. De test geeft het woord van de één of de ander dan wel een doorslaggevende of minstens belangrijke waarde. Het hoogste gerechtshof van de Verenigde Staten besliste dat resultaten van een polygraaftest nooit voorgelegd mogen worden in strafzaken. Zelfs al heeft men kennis van de controverse in de wetenschap zal het toch meespelen in de beoordelen van ander bewijs zoals een verhoor, volgens het US Supreme Court. Dit is des te meer het geval wanneer een jury het bewijs moet beoordelen die niet geroutineerd is in bewijsbeoordeling en polygraaftesten kennen uit allerhande series waar het een gouden sleutel naar de waarheid lijkt. Het assisenproces van veehouder Roger De Rie geldt in die zin als waarschuwing. De visie van het openbaar ministerie werd tijdens het proces van de rails gereden toen er ernstige vragen opdoken over de betrouwbaarheid van de resultaten van een polygraaftest. In die zaak konden de advocaten van de beklaagde uiteindelijk de onbetrouwbaarheid van de resultaten aantonen, maar nog al te vaak wordt de test gewoon als strikt wetenschappelijk en onfeilbaar geslikt. De wetenschap en technologie heeft de afgelopen decennia reuzensprongen gemaakt. Daarbij worden nieuwe technieken uit de geneeskunde of neurowetenschappen steeds vaker toegepast in strafonderzoeken. Soms met enorme meerwaarde zoals bij het DNA-onderzoek. Maar evenzeer komen er allerhande toepassingen op de markt die ofwel nooit werden ontwikkeld voor strafonderzoeken ofwel nooit wetenschappelijk betrouwbaar bevonden. Sommige technieken kunnen misschien nuttig als indicatie of hulpmiddel in de maatschappij bv in onderzoek naar de kans op herval van veroordeelde daders, maar geenszins voldoende betrouwbaar om als bewijs in een rechtszaak voor te leggen. Daarbij komt dat die technieken ook steeds meer hoogtechnologisch en wetenschappelijk complex zijn zodat de gebruikers - politie, rechters en advocaten - zelf niet meer de zin van onzin kunnen scheiden en de resultaten al snel een hogere legitimiteit geven dan terecht is. Nochtans mag de fabrikant zijn potje yoghurt ook niet op de markt brengen als middel tegen migraine, als dat niet wetenschappelijk bewezen is. Met de stortvloed aan semi- dan wel pseudowetenschappelijke toepassingen die op ons afkomt, is het tijd om eenzelfde kritische kijk op bewijsmethoden te introduceren. Het strafrecht is te belangrijk voor kop of munt.