Vooral de maand april was koud. Dat kwam door een sterk golvende straalstroom die voor de aanvoer van een overwegend koude noordoostenwind naar Europa en onze streken zorgde. In Ukkel werd deze lente een gemiddelde temperatuur van 8,4 graden gemeten. De gemiddelde minimumtemperatuur in Ukkel, 4,2 graden, wordt mogelijk de op drie na laagst gemeten minimumtemperatuur voor de lente sinds het begin van de waarnemingen. Volgens het KMI vertaalden de lage temperaturen zich ook in een uitzonderlijk laag aantal lentedagen of dagen waarop de maximumtemperatuur 20 graden of meer bereikt. Deze lente eindigt wellicht ook met het laagste aantal lentedagen sinds 1991, wat in contrast staat met vorig jaar. Toen werden 30 lentedagen geregistreerd, het hoogste aantal sinds het begin van de waarnemingen. De neerslaghoeveelheid bleek volgens het KMI dan weer normaal te zijn tijdens de lente van 2021. De meeste neerslag viel tijdens het eerste deel van de lente rond half maart en begin april. Vanaf de tweede helft van april tot begin mei bleef het gedurende een onafgebroken periode van 20 dagen droog. In de tweede helft van mei viel veel neerslag. Het is opnieuw een groot verschil met de lente van 2020, die voor Ukkel tot één van de vijf droogste lentes sinds 1981 behoort. Het KMI merkt op klimatologisch vlak een afnemende trend op van de hoeveelheid neerslag die tijdens de lente valt. De laatste 30 jaar is er in Ukkel 17,5 procent minder neerslag gevallen in de lente in vergelijking met de dertig jaar daarvoor. Voor het einde van deze eeuw zouden er meer en vaker droogteperiodes te wachten staan in Ukkel. Uitzonderlijke droogtes, zoals deze van 1976, zouden tot vijf keer vaker kunnen voorkomen. Ook de duur van de droogteperiodes neemt significant toe, met 0,95 dagen per decennium sinds 1961. (Belga)

Vooral de maand april was koud. Dat kwam door een sterk golvende straalstroom die voor de aanvoer van een overwegend koude noordoostenwind naar Europa en onze streken zorgde. In Ukkel werd deze lente een gemiddelde temperatuur van 8,4 graden gemeten. De gemiddelde minimumtemperatuur in Ukkel, 4,2 graden, wordt mogelijk de op drie na laagst gemeten minimumtemperatuur voor de lente sinds het begin van de waarnemingen. Volgens het KMI vertaalden de lage temperaturen zich ook in een uitzonderlijk laag aantal lentedagen of dagen waarop de maximumtemperatuur 20 graden of meer bereikt. Deze lente eindigt wellicht ook met het laagste aantal lentedagen sinds 1991, wat in contrast staat met vorig jaar. Toen werden 30 lentedagen geregistreerd, het hoogste aantal sinds het begin van de waarnemingen. De neerslaghoeveelheid bleek volgens het KMI dan weer normaal te zijn tijdens de lente van 2021. De meeste neerslag viel tijdens het eerste deel van de lente rond half maart en begin april. Vanaf de tweede helft van april tot begin mei bleef het gedurende een onafgebroken periode van 20 dagen droog. In de tweede helft van mei viel veel neerslag. Het is opnieuw een groot verschil met de lente van 2020, die voor Ukkel tot één van de vijf droogste lentes sinds 1981 behoort. Het KMI merkt op klimatologisch vlak een afnemende trend op van de hoeveelheid neerslag die tijdens de lente valt. De laatste 30 jaar is er in Ukkel 17,5 procent minder neerslag gevallen in de lente in vergelijking met de dertig jaar daarvoor. Voor het einde van deze eeuw zouden er meer en vaker droogteperiodes te wachten staan in Ukkel. Uitzonderlijke droogtes, zoals deze van 1976, zouden tot vijf keer vaker kunnen voorkomen. Ook de duur van de droogteperiodes neemt significant toe, met 0,95 dagen per decennium sinds 1961. (Belga)