Toen de VUB in februari aankondigde dat het archief van GAL gedigitaliseerd zou worden, tweette u: 'Dit is een erkenning van het belang van GAL in de journalistiek en het ernstig nemen van cartoons.' Wat is het belang van GAL?
...

Toen de VUB in februari aankondigde dat het archief van GAL gedigitaliseerd zou worden, tweette u: 'Dit is een erkenning van het belang van GAL in de journalistiek en het ernstig nemen van cartoons.' Wat is het belang van GAL? Steven Degryse: Een cartoonist houdt de samenleving een spiegel voor en schopt de mensen een geweten. Gerard schopt in schoonheid. Hij maakt elke week een kunstwerk en transformeerde de recente politieke geschiedenis tot een getekende kroniek. Hij tekent niet enkel over de politiek, hij beïnvloedt haar ook. Een voorbeeld zijn de affiches die hij maakte in opdracht van het toenmalige Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen. Op een van die affiches staat het van pijn vertrokken gezicht van een zwarte man. Op zijn lippen kleeft een witte pleister die steeds meer scheurt. Die affiche speelde een grote rol tijdens de protesten tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Wanneer maakte u kennis met zijn werk? Degryse: Ik bewonder zijn werk al sinds mijn negende. Ons gezin was de 'bottleneck' van alle tijdschriften- en krantenabonnementen in de familie. Ook Knack belandde in onze brievenbus. Ik was gefascineerd door cartoons en verzamelde GAL-prenten. Op een dag zag mijn grootmoeder me zitten in het midden van die op de grond uitgespreide prenten. Daar zaten nogal donkere beelden bij. 'Zoudt ge die jongen niet wat Suske en Wiske-strips kopen?' zei ze tegen mijn moeder. (lacht) Een van de GAL-prenten die me altijd is bijgebleven, is die van Yasser Arafat. Of beter: een man met een keffiyeh wiens gezicht wordt bedekt door twee veren van de vredesduif. Als kind kende ik Arafat niet. Toen ik hem later op tv zag, herkende ik hem dankzij de prent. 'Ik blijf een betoger', vertelde GAL in 2016 in Knack. Is dat ook uw drijfveer? Degryse: Ja. Cartoonisten tekenen kleine splinterbommen. Wij lachen met de waan van de dag of geven de mensen een ferme rammeling. Met onze pen voeren we oppositie en trachten zo de wereld te verbeteren. Dat was ook het idee achter een cartoon - een confrontatie tussen een potlood en een IS-strijder - die ik in 2015 maakte, net na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. Toen werd ik met de dood bedreigd. Sindsdien zet u zich in voor de toekomst van de cartoon. Degryse: Klopt. Cartoons zijn noodzakelijk - een samenleving dreigt een gedrocht te worden als ze niet af en toe eens in de spiegel kijkt - maar worden zelden zo gezien. Bovendien vormen de Belgische cartoonisten een clubje oudere witte mannen. Dat is een probleem. Daarom zit ik sinds 2019 in de adviescommissie strips van Literatuur Vlaanderen. Daarom waak ik als lid van Cartoonist Rights Network International over de rechten van cartoonisten in West-Europa. En daarom verschijnt eind juni mijn essay We mogen niets meer zeggen, waarin ik uitleg waarom humor een basisrecht is en waarom ik met iedereen lach behalve met slachtoffers. Net als GAL. Welk werk uit de expo zou u een plek geven in uw atelier? Degryse: Ik zou niet kunnen kiezen. De beste keuze is: geen. Net dat is zo waardevol aan het project van de VUB: door GALs werk te archiveren en te digitaliseren blijft het samen, als universum.