De verschrikkelijke manier waarop George Floyd gestorven is en de vele protesten die erop volgden, hebben het debat rond racisme terug op de voorgrond gebracht. Getuige daarvan is ook de resolutie over antiracismedemonstraties die het Europees parlement vrijdag heeft aangenomen.

De discussies heropenen ook, en niet onterechte, heel wat oude vraagstukken. Zoals de discussie die over de standbeelden, maar ook de vraag of we ons publiek moeten verontschuldigen voor het Congo-beleid van Leopold II. Deze publieke verontschuldigen gericht aan het Congolese volk kunnen uitgesproken worden door de regering, het parlement of door Koning Filip.

Laten we ons publiek verontschuldigen voor Leopold II.

De vraag is wat de argumenten pro en contra zijn om dit al dan niet te doen.

Een publieke verontschuldiging in naam van een bevolking voor een historisch onrecht is steeds een zeer moeilijke bevalling en geeft meestal aanleiding tot heftige debatten. Bekende voorbeelden zijn de verontschuldigen die de Duitse president Johannes Rau in 2000 uitsprak in de Israëlische Knesset omtrent de Holocaust, maar ook president Ronald Reagan in 1988 betreffende de behandeling van Amerikanen van Japanse afkomst tijdens de Tweede Wereldoorlog. In België heeft toenmalig eerste minister Guy Verhofstadt in 2000 verontschuldigingen uitgesproken voor de terugtrekking van Belgische VN-troepen na de moord op tien militairen in 1994.

Maar hebben zo'n publieke verontschuldigen wel zin? Zijn ze ook niet wat te goedkoop? En tot wat dragen zij bij?

Over deze vragen is al veel inkt gevloeid en is het laatste woord nog niet gezegd. De fundamentele vraag in het geval van Leopold II is de volgende: wat is onze verantwoordelijkheid voor iets dat meer dan 100 jaar geleden is gebeurd?

Kan ik verantwoordelijk opnemen voor iets dat bijvoorbeeld mijn overgrootvader heeft gedaan? En zijn publieke verontschuldigingen niet wat te goedkoop? Men biedt zijn verontschuldigingen aan en gaat vervolgens terug naar de orde van de dag.

De eerste reactie op al deze vragen is vrij duidelijk. We kunnen in eerste instantie maar verantwoordelijkheid opnemen voor iets dat we zelf gedaan hebben. Dat is wat we onder moreel individualisme verstaan. Een persoon is verantwoordelijk voor zijn daden die hij in alle vrijheid heeft genomen. Als hij door deze keuze schade heeft toegebracht kan hij daarvoor gestraft worden en zijn verontschuldigen op zijn plaats.

In onze samenleving is deze opvatting zeer sterk aanwezig, ze wordt onder meer beargumenteerd door filsofen van John Locke over Immanuel Kant tot John Rawls.

En toch kunnen publieke verontschuldigingen voor iets waar wij persoonlijk niet verantwoordelijk voor zijn, aangewezen zijn.

De auteur Michael J. Sandel heeft in zijn boek 'Rechtvaardigheid: wat is de juiste keuze?' daarover interessante dingen geschreven, onder meer als antwoord op de vraag: 'Moeten we boeten voor de zonden van onze voorouders?' Na tal van historische voorbeelden en argumenten pro en contra komt hij tot het besluit dat publieke verontschuldigen gerechtvaardigd kunnen zijn. Want tegenover het moreel individualisme staan begrippen zoals gemeenschap, solidariteit en 'ergens bij horen'. Zo zet ook Alasdair MacInyre in zijn boek 'After Virtue' de verhalende mens centraal. We maken allemaal deel uit van een bepaalde groep die een gemeenschappelijk geschiedenis deelt en dat zich kan vinden in eenzelfde 'verhaal'.

Het verhaal van België kan dan ook niet los gezien worden van de geschiedenis die we delen met de Congolezen. Alhoewel deze band gaandeweg is verwasemd, hebben wij decennialang een verantwoordelijkheid gehad over Congo en zijn inwoners. Ook al zijn we zelf niet verantwoordelijk voor de dood van miljoenen Congolezen ten tijde van Leopold II, we staan er zeker niet los van. Als we in ons gemeenschappelijk verhaal willen blijven streven naar rechtvaardigheid en een respect voor elke mens, moeten we overwegen ons publiek verontschuldigen voor die periodes waarin dat helemaal misloopt.

Wanneer we ervan overtuigd zijn dat we samen met de huidige Congolezen nog een 'verhaal' hebben en publieke verontschuldigingen een positieve invloed hebben in de strijd tegen racisme, moeten we dit doen. Niet op een 'gratuite' manier om er ons gemakkelijk van af te maken, maar na een grondig publiek debat. Niet alleen in het parlement maar ook in onze scholen en universiteiten. Het racisme heeft diepe wortels in onze samenleving en kent verschillende oorzaken. De fouten die we in het verleden hebben gemaakt horen daar ook bij.

Laat ons die verantwoordelijkheid erkennen door ons publiek te verontschuldigen.

De verschrikkelijke manier waarop George Floyd gestorven is en de vele protesten die erop volgden, hebben het debat rond racisme terug op de voorgrond gebracht. Getuige daarvan is ook de resolutie over antiracismedemonstraties die het Europees parlement vrijdag heeft aangenomen. De discussies heropenen ook, en niet onterechte, heel wat oude vraagstukken. Zoals de discussie die over de standbeelden, maar ook de vraag of we ons publiek moeten verontschuldigen voor het Congo-beleid van Leopold II. Deze publieke verontschuldigen gericht aan het Congolese volk kunnen uitgesproken worden door de regering, het parlement of door Koning Filip. De vraag is wat de argumenten pro en contra zijn om dit al dan niet te doen.Een publieke verontschuldiging in naam van een bevolking voor een historisch onrecht is steeds een zeer moeilijke bevalling en geeft meestal aanleiding tot heftige debatten. Bekende voorbeelden zijn de verontschuldigen die de Duitse president Johannes Rau in 2000 uitsprak in de Israëlische Knesset omtrent de Holocaust, maar ook president Ronald Reagan in 1988 betreffende de behandeling van Amerikanen van Japanse afkomst tijdens de Tweede Wereldoorlog. In België heeft toenmalig eerste minister Guy Verhofstadt in 2000 verontschuldigingen uitgesproken voor de terugtrekking van Belgische VN-troepen na de moord op tien militairen in 1994.Maar hebben zo'n publieke verontschuldigen wel zin? Zijn ze ook niet wat te goedkoop? En tot wat dragen zij bij?Over deze vragen is al veel inkt gevloeid en is het laatste woord nog niet gezegd. De fundamentele vraag in het geval van Leopold II is de volgende: wat is onze verantwoordelijkheid voor iets dat meer dan 100 jaar geleden is gebeurd?Kan ik verantwoordelijk opnemen voor iets dat bijvoorbeeld mijn overgrootvader heeft gedaan? En zijn publieke verontschuldigingen niet wat te goedkoop? Men biedt zijn verontschuldigingen aan en gaat vervolgens terug naar de orde van de dag.De eerste reactie op al deze vragen is vrij duidelijk. We kunnen in eerste instantie maar verantwoordelijkheid opnemen voor iets dat we zelf gedaan hebben. Dat is wat we onder moreel individualisme verstaan. Een persoon is verantwoordelijk voor zijn daden die hij in alle vrijheid heeft genomen. Als hij door deze keuze schade heeft toegebracht kan hij daarvoor gestraft worden en zijn verontschuldigen op zijn plaats.In onze samenleving is deze opvatting zeer sterk aanwezig, ze wordt onder meer beargumenteerd door filsofen van John Locke over Immanuel Kant tot John Rawls.En toch kunnen publieke verontschuldigingen voor iets waar wij persoonlijk niet verantwoordelijk voor zijn, aangewezen zijn.De auteur Michael J. Sandel heeft in zijn boek 'Rechtvaardigheid: wat is de juiste keuze?' daarover interessante dingen geschreven, onder meer als antwoord op de vraag: 'Moeten we boeten voor de zonden van onze voorouders?' Na tal van historische voorbeelden en argumenten pro en contra komt hij tot het besluit dat publieke verontschuldigen gerechtvaardigd kunnen zijn. Want tegenover het moreel individualisme staan begrippen zoals gemeenschap, solidariteit en 'ergens bij horen'. Zo zet ook Alasdair MacInyre in zijn boek 'After Virtue' de verhalende mens centraal. We maken allemaal deel uit van een bepaalde groep die een gemeenschappelijk geschiedenis deelt en dat zich kan vinden in eenzelfde 'verhaal'.Het verhaal van België kan dan ook niet los gezien worden van de geschiedenis die we delen met de Congolezen. Alhoewel deze band gaandeweg is verwasemd, hebben wij decennialang een verantwoordelijkheid gehad over Congo en zijn inwoners. Ook al zijn we zelf niet verantwoordelijk voor de dood van miljoenen Congolezen ten tijde van Leopold II, we staan er zeker niet los van. Als we in ons gemeenschappelijk verhaal willen blijven streven naar rechtvaardigheid en een respect voor elke mens, moeten we overwegen ons publiek verontschuldigen voor die periodes waarin dat helemaal misloopt.Wanneer we ervan overtuigd zijn dat we samen met de huidige Congolezen nog een 'verhaal' hebben en publieke verontschuldigingen een positieve invloed hebben in de strijd tegen racisme, moeten we dit doen. Niet op een 'gratuite' manier om er ons gemakkelijk van af te maken, maar na een grondig publiek debat. Niet alleen in het parlement maar ook in onze scholen en universiteiten. Het racisme heeft diepe wortels in onze samenleving en kent verschillende oorzaken. De fouten die we in het verleden hebben gemaakt horen daar ook bij. Laat ons die verantwoordelijkheid erkennen door ons publiek te verontschuldigen.