De Landmine Monitor brengt verslag uit van de toepassing van het Verdrag van Ottowa uit 1997, dat het gebruik, de productie, de opslag en het transport van landmijnen verbiedt. Het rapport 2021 meldt voor het zesde jaar op rij een uitzonderlijk hoog aantal slachtoffers. In 2020 liep de dodentol op tot 7.073. Dat is een vijfde (21 procent) meer dan in 2019, toen er 5.853 slachtoffers vielen. Het is zelfs meer dan het dubbele van 2013, toen landmijnen bijna 3.500 levens eisten. In vele staten en regio's kon het aantal slachtoffers niet worden geteld, wat betekent dat het reële cijfer waarschijnlijk veel hoger ligt. Burgers blijven de grootste slachtoffers van mijnen en explosieve oorlogsresten: 80 procent zijn burgers (4.437), van wie 1.872 kinderen. In 2020 vielen voor het vijfde opeenvolgende jaar het meeste slachtoffers, namelijk 2.119, door geïmproviseerde mijnen. Explosieve oorlogsresten eisten 1.760 levens. Het grootste aantal slachtoffers viel vorig jaar in Syrië (2.729), dat geen lid is van het Verdrag, gevolgd door Afghanistan (1.474), Mali (368), Jemen (350), Myanmar (280), Oekraïne (277), Nigeria (226), Colombia (167), Irak (161) en Burkina Faso (111). De Landmine monitor bevestigt ook het gebruik van antipersoonsmijnen door regeringstroepen in Myanmar tussen juni 2020 en oktober 2021. De coronapandemie heeft in 2020 heel wat obstakels opgeworpen in de strijd tegen landmijnen. Behalve de ontmijningsoperaties werden ook de sensibiliseringsacties, die doorgaans een fysieke aanwezigheid vereisen, en de hulpactiviteiten voor slachtoffers tijdelijk opgeschort in verscheidene landen of ze moesten worden aangepast om aan de COVID-19-maatregelen te voldoen. De 164 landen die het Verdrag ondertekenden, meldden dat ze in 2020 bijna 146 vierkante kilometer land hebben opgeruimd en 135.000 landmijnen vernietigd. Dat is ten opzichte van 2019 een daling van 6 procent wat betreft opgeruimd land (156 km2) maar een stijging van 10 procent wat betreft vernietigde mijnen (122.270). Van 15 tot en met 19 november vindt in het Nederlandse Den Haag de Conventie over het Verbod op Antipersoonsmijnen (APMBC) plaats. Jaarlijks komen landen en organisaties bij elkaar om de voortgang van het Verdrag te bespreken in een zogeheten Meeting of States Parties (MSP). Het gaat om de 19e MSP. (Belga)

De Landmine Monitor brengt verslag uit van de toepassing van het Verdrag van Ottowa uit 1997, dat het gebruik, de productie, de opslag en het transport van landmijnen verbiedt. Het rapport 2021 meldt voor het zesde jaar op rij een uitzonderlijk hoog aantal slachtoffers. In 2020 liep de dodentol op tot 7.073. Dat is een vijfde (21 procent) meer dan in 2019, toen er 5.853 slachtoffers vielen. Het is zelfs meer dan het dubbele van 2013, toen landmijnen bijna 3.500 levens eisten. In vele staten en regio's kon het aantal slachtoffers niet worden geteld, wat betekent dat het reële cijfer waarschijnlijk veel hoger ligt. Burgers blijven de grootste slachtoffers van mijnen en explosieve oorlogsresten: 80 procent zijn burgers (4.437), van wie 1.872 kinderen. In 2020 vielen voor het vijfde opeenvolgende jaar het meeste slachtoffers, namelijk 2.119, door geïmproviseerde mijnen. Explosieve oorlogsresten eisten 1.760 levens. Het grootste aantal slachtoffers viel vorig jaar in Syrië (2.729), dat geen lid is van het Verdrag, gevolgd door Afghanistan (1.474), Mali (368), Jemen (350), Myanmar (280), Oekraïne (277), Nigeria (226), Colombia (167), Irak (161) en Burkina Faso (111). De Landmine monitor bevestigt ook het gebruik van antipersoonsmijnen door regeringstroepen in Myanmar tussen juni 2020 en oktober 2021. De coronapandemie heeft in 2020 heel wat obstakels opgeworpen in de strijd tegen landmijnen. Behalve de ontmijningsoperaties werden ook de sensibiliseringsacties, die doorgaans een fysieke aanwezigheid vereisen, en de hulpactiviteiten voor slachtoffers tijdelijk opgeschort in verscheidene landen of ze moesten worden aangepast om aan de COVID-19-maatregelen te voldoen. De 164 landen die het Verdrag ondertekenden, meldden dat ze in 2020 bijna 146 vierkante kilometer land hebben opgeruimd en 135.000 landmijnen vernietigd. Dat is ten opzichte van 2019 een daling van 6 procent wat betreft opgeruimd land (156 km2) maar een stijging van 10 procent wat betreft vernietigde mijnen (122.270). Van 15 tot en met 19 november vindt in het Nederlandse Den Haag de Conventie over het Verbod op Antipersoonsmijnen (APMBC) plaats. Jaarlijks komen landen en organisaties bij elkaar om de voortgang van het Verdrag te bespreken in een zogeheten Meeting of States Parties (MSP). Het gaat om de 19e MSP. (Belga)