Om de Living Planet Index (LPI) en de toestand van de biodiversiteit in kaart te brengen, werd de gemiddelde verandering in populatiegrootte van 283 soorten vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen en insecten gemeten voor de periode 1990-2018. De trend is voorzichtig optimistisch, maar de kanttekening is dat in België al heel veel biodiversiteit verloren is gegaan voor 1990. De lichte stijging compenseert die verliezen niet, benadrukt WWF. Het nieuwe LPI toont duidelijke winnaars, maar ook verliezers. "Voornamelijk in landbouwgebied is de situatie dramatisch. Daar gaat de biodiversiteit met 60,9% achteruit. De bossen doen het ook minder goed, maar daartegenover staat dat in heidegebieden en natte gebieden, zoals vijvers en moerassen, de biodiversiteit wel weer vooruit gaat", vertelt Sophie Luyten, directeur beleid bij WWF België. De landbouw neemt in België liefst 44% van het landoppervlak in. Het probleem is daar de intensieve landbouw met veel gebruik van mest en pesticiden, maar ook het verdwijnen van kleine landschapselementen zoals hagen, bermen of houtkanten draagt bij aan het grote biodiversiteitsverlies. Net die elementen zijn volgens WWF nodig voor de soorten om zich te kunnen verplaatsen, verschuilen of voedsel te vinden. "Tot op vandaag laat het beleid daar nog steken vallen, maar tegelijkertijd is er een unieke kans met het gemeenschappelijke landbouwbeleid dat nu wordt uitgewerkt. Er is 250 miljoen aan Europese middelen die kunnen worden ingezet. Laat ons die gebruiken om boeren te subsidiëren per hectare kruidenrijk en permanent grasland. Dat komt ook ten goede van de boer", stelt Luyten. In Vlaanderen steeg de biodiversiteit in de periode 1990-2018 jaarlijks met 0,8 tot 0,9%, terwijl in Wallonië de trend stabiel blijft. Maar beide regio's vergelijken is volgens WWF moeilijk vanwege hun verschillende startpunt en hun duidelijke verschillen in leefgebieden. Zo blijft de biodiversiteit in de Waalse bossen op hetzelfde niveau, maar stijgt die in Vlaanderen, doordat nieuwe bossen ouder worden en meer kansen bieden aan verschillende diersoorten. (Belga)

Om de Living Planet Index (LPI) en de toestand van de biodiversiteit in kaart te brengen, werd de gemiddelde verandering in populatiegrootte van 283 soorten vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen en insecten gemeten voor de periode 1990-2018. De trend is voorzichtig optimistisch, maar de kanttekening is dat in België al heel veel biodiversiteit verloren is gegaan voor 1990. De lichte stijging compenseert die verliezen niet, benadrukt WWF. Het nieuwe LPI toont duidelijke winnaars, maar ook verliezers. "Voornamelijk in landbouwgebied is de situatie dramatisch. Daar gaat de biodiversiteit met 60,9% achteruit. De bossen doen het ook minder goed, maar daartegenover staat dat in heidegebieden en natte gebieden, zoals vijvers en moerassen, de biodiversiteit wel weer vooruit gaat", vertelt Sophie Luyten, directeur beleid bij WWF België. De landbouw neemt in België liefst 44% van het landoppervlak in. Het probleem is daar de intensieve landbouw met veel gebruik van mest en pesticiden, maar ook het verdwijnen van kleine landschapselementen zoals hagen, bermen of houtkanten draagt bij aan het grote biodiversiteitsverlies. Net die elementen zijn volgens WWF nodig voor de soorten om zich te kunnen verplaatsen, verschuilen of voedsel te vinden. "Tot op vandaag laat het beleid daar nog steken vallen, maar tegelijkertijd is er een unieke kans met het gemeenschappelijke landbouwbeleid dat nu wordt uitgewerkt. Er is 250 miljoen aan Europese middelen die kunnen worden ingezet. Laat ons die gebruiken om boeren te subsidiëren per hectare kruidenrijk en permanent grasland. Dat komt ook ten goede van de boer", stelt Luyten. In Vlaanderen steeg de biodiversiteit in de periode 1990-2018 jaarlijks met 0,8 tot 0,9%, terwijl in Wallonië de trend stabiel blijft. Maar beide regio's vergelijken is volgens WWF moeilijk vanwege hun verschillende startpunt en hun duidelijke verschillen in leefgebieden. Zo blijft de biodiversiteit in de Waalse bossen op hetzelfde niveau, maar stijgt die in Vlaanderen, doordat nieuwe bossen ouder worden en meer kansen bieden aan verschillende diersoorten. (Belga)