De oprichting van het federaal testplatform kwam er om de dagelijkse testcapaciteit van ons land te verhogen. Er was toen nood aan 90.000 tot 100.000 testen per dag, terwijl de klassieke klinische labo's tot zowat 60.000 konden gaan. Daarom werd een beroep gedaan op een federaal testplatform, met daarin acht universitaire laboratoria. Om te garanderen dat die labo's samen meer dan 50.000 testen per dag zouden kunnen doen - tot 7.000 per labo - werd een basisvergoeding voorzien die neerkwam op de personeelskost voor de eerste 2.000 testen per labo, dus 16.000 per dag. Dat komt neer op 720.000 euro per maand. Net voor de zomer werd duidelijk dat de labo's niet aan de voorziene 2.000 tests per dag geraakten. Dat had volgens het kabinet van de minister verschillende oorzaken. Zo hadden de klassieke klinische labo's uiteindelijk hun capaciteit opgeschaald tot 100.000 testen per dag, gingen bedrijven en woonzorgcentra bij uitbraken toch vaak naar de labo's waarmee ze al langer werken en ging een aantal triagecentra samenwerken met (privé-)labo's. Ook namen huisartsen zelf veel testen af en lieten mensen met een hoogrisicocontact zich vaak testen op dag 1, maar minder op dag 7. Toch werd toen niet beslist het cijfer van 2.000 testen per dag terug te schroeven. De verwachting was immers dat er in de zomer veel getest zou moeten worden. Niet alleen omdat er meer zou worden gereisd, maar ook omdat er door de 'heropening' van de samenleving meer hoogrisicocontacten zouden zijn. Ook kreeg iedereen die niet de kans had zich volledig te laten vaccineren, twee gratis PCR-tests. Wel besliste het Riziv al in mei de terugbetaling van een test aan te passen van 47 naar 40 euro. Dat zou intussen een minderuitgave van 22 miljoen hebben opgeleverd. De gemiddeldes lagen tijdens de zomer weliwaar hoger dan in het voorjaar, maar het cijfer van 2.000 tests werd in geen van de labo's gehaald. Dat heeft volgens het kabinet te maken met het succes van de vaccinatiecampagne, het succes van de antigentest bij de apotheek, het lage aantal rode zones bij het begin van de zomer en opnieuw het fenomeen dat mensen na een hoogrisicocontact zich vaak laten testen op dag 1, maar minder op dag 7. Op basis van de cijfers in de zomer, werd daarom beslist de financiering aan te passen. Op Twitter bevestigt Herman Goossens, de voormalige voorzitter van de Task Force Testen, dat de overheid achteraf bekeken meer heeft uitgegeven voor de labo's dan nodig was om te voorzien in de nodige testcapaciteit. Maar hij nuanceert dat je die evaluatie niet mag doorvoeren met de kennis van vandaag, maar met die van de zomer van 2020. "Als ik mij probeer terug te plaatsen in de tijd, blijf ik erbij dat dit een zeer goede beslissing was van de overheid", aldus prof. Goossens. (Belga)

De oprichting van het federaal testplatform kwam er om de dagelijkse testcapaciteit van ons land te verhogen. Er was toen nood aan 90.000 tot 100.000 testen per dag, terwijl de klassieke klinische labo's tot zowat 60.000 konden gaan. Daarom werd een beroep gedaan op een federaal testplatform, met daarin acht universitaire laboratoria. Om te garanderen dat die labo's samen meer dan 50.000 testen per dag zouden kunnen doen - tot 7.000 per labo - werd een basisvergoeding voorzien die neerkwam op de personeelskost voor de eerste 2.000 testen per labo, dus 16.000 per dag. Dat komt neer op 720.000 euro per maand. Net voor de zomer werd duidelijk dat de labo's niet aan de voorziene 2.000 tests per dag geraakten. Dat had volgens het kabinet van de minister verschillende oorzaken. Zo hadden de klassieke klinische labo's uiteindelijk hun capaciteit opgeschaald tot 100.000 testen per dag, gingen bedrijven en woonzorgcentra bij uitbraken toch vaak naar de labo's waarmee ze al langer werken en ging een aantal triagecentra samenwerken met (privé-)labo's. Ook namen huisartsen zelf veel testen af en lieten mensen met een hoogrisicocontact zich vaak testen op dag 1, maar minder op dag 7. Toch werd toen niet beslist het cijfer van 2.000 testen per dag terug te schroeven. De verwachting was immers dat er in de zomer veel getest zou moeten worden. Niet alleen omdat er meer zou worden gereisd, maar ook omdat er door de 'heropening' van de samenleving meer hoogrisicocontacten zouden zijn. Ook kreeg iedereen die niet de kans had zich volledig te laten vaccineren, twee gratis PCR-tests. Wel besliste het Riziv al in mei de terugbetaling van een test aan te passen van 47 naar 40 euro. Dat zou intussen een minderuitgave van 22 miljoen hebben opgeleverd. De gemiddeldes lagen tijdens de zomer weliwaar hoger dan in het voorjaar, maar het cijfer van 2.000 tests werd in geen van de labo's gehaald. Dat heeft volgens het kabinet te maken met het succes van de vaccinatiecampagne, het succes van de antigentest bij de apotheek, het lage aantal rode zones bij het begin van de zomer en opnieuw het fenomeen dat mensen na een hoogrisicocontact zich vaak laten testen op dag 1, maar minder op dag 7. Op basis van de cijfers in de zomer, werd daarom beslist de financiering aan te passen. Op Twitter bevestigt Herman Goossens, de voormalige voorzitter van de Task Force Testen, dat de overheid achteraf bekeken meer heeft uitgegeven voor de labo's dan nodig was om te voorzien in de nodige testcapaciteit. Maar hij nuanceert dat je die evaluatie niet mag doorvoeren met de kennis van vandaag, maar met die van de zomer van 2020. "Als ik mij probeer terug te plaatsen in de tijd, blijf ik erbij dat dit een zeer goede beslissing was van de overheid", aldus prof. Goossens. (Belga)