De krantenkoppen de voorbije dagen waren bemoedigend voor ons onderwijslandschap en voor onze kinderen. Verleden jaar maakten 2.818 zij-instromers uit de privésector de overstap naar het onderwijs. Een groot deel van hen heeft de stap durven te wagen nu ze sinds juli 2020 tot 8 jaar anciënniteit kunnen meenemen als ze in een knelpuntambt starten in het onderwijs. Het is een stap in de goede richting, maar we zijn er nog niet.

De regel rond geldelijke anciënniteit is er voor mensen die vandaag de overstap naar het onderwijs maken. Maar ze laat mensen die in het verleden een zijsprong gemaakt hebben in de kou staan. Het verhaal van Suzanne leert ons hoe koud dat kan zijn.

Kinesist

Suzanne werkte 28 jaar als kinesist in een ziekenhuis. Aanvullend op haar taak als kinesist begeleidde ze jongeren die stage liepen in het ziekenhuis. Toen Suzannes dochter naar school ging, kwam ze geregeld in de klas, deed ze middagopvang op school en af en toe begeleidde Suzanne mee een klasactiviteit. Het vlammetje dat Suzanne al in zich had om kinderen en jongeren te laten groeien in hun talent, werd zo aangewakkerd. Stilaan zag ze hoe een leerkracht het verschil kan maken, hoe een luisterende en positief bevestigende aanpak kinderen vleugels geeft. En dat is wat Suzanne verder in haar leven wilde doen: kinderen laten stralen en hen een solide basis van zelfvertrouwen meegeven voor hun toekomst.

De grote sprong gewaagd

Na een aantal jaren wikken en wegen waagde ze de sprong. Hoewel ze een masterdiploma heeft, schreef Suzanne zich in voor de bacheloropleiding leerkracht in het basisonderwijs. Al tijdens de opleiding kon Suzanne starten in een school, die op zoek was naar haar gedrevenheid en enthousiasme. Eens afgestudeerd in 2016 kwam de grote ontnuchtering. Hoewel haar vele malen verteld was dat haar anciënniteit zou meetellen voor de verrekening van haar loon, was het eerste loonbriefje een klap in het gezicht. Suzanne, intussen 49 jaar met een rugzak van 28 jaar werkervaring, moest het doen met het loon van een startende (0 jaar ervaring) leerkracht.

'Laat de toekomst van onze kinderen niet afhangen van de spaarpot van de leerkracht'

Maar ze liet de moed niet zakken, want haar hart voor de kinderen en haar drive om het beste in hen naar boven te laten komen, waren groter dan haar wens voor een groot huis en een spaarboekje. Het verschil paste Suzanne bij met haar spaargeld en verder bleef ze hopen dat de wetgever de veranderde realiteit zou volgen en deze wantoestand zou rechttrekken.

Deuren blijven gesloten

Ze contacteerde met de steun van haar directie verschillende instanties: de personeelsdienst van de overheid, het departement onderwijs, de vakbonden en zelfs het kabinet van minister Weyts. Ze kreeg enkel schriftelijk antwoord dat zij spijtig genoeg tussen de mazen van het net gevallen was. Niemand die een oplossing zoekt voor haar situatie, soms eens iemand die durft te suggereren dat dit een hiaat in de wetgeving is.

'Beste,

De prestaties van ... komen niet in aanmerking voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit. Ze voldoen namelijk niet aan de voorwaarden zoals bepaald door artikel 3 en art. 16, §1, A, m en B, k van het KB van 15 april 1958. Motivering: Geen onderwijsdiensten en ook geen diensten van de Staat of een andere openbare dienst dan de diensten van de Staat.'

(citaat uit een antwoordbrief)

Vandaag, 31 augustus 2021, kan Suzannes spaarboekje het niet langer trekken en ze heeft dan ook met spijt in het hart besloten dat zij op 1 september niet langer de juf van het eerste leerjaar zal zijn. Suzanne zal met haar masterdiploma les gaan geven in het secundair onderwijs en daarnaast met haar ervaring leerkrachten coachen in zelfstandig bijberoep.

Nog niet op lauweren rusten

De hiaat in de wetgeving, zoals sommigen het verontschuldigend noemen, is voor Suzanne een onoverbrugbare kloof gebleken. Spijtig genoeg vallen vandaag meer mensen in dat grote gat, mensen met veel passie, talent en energie om onze kinderen te coachen tot de zelfbewuste volwassenen van morgen. De huidige anciënniteitsregeling voor zij-instromers heeft nog te veel gaten en dat is spijtig. Want ons onderwijs heeft mensen met ervaring in de privé-sector meer dan ooit nodig. Zij zijn met hun ervaring een enorme verrijking voor lerarenteams, die nood hebben aan enthousiaste teamplayers die zelfstandig kunnen werken, professioneel kunnen communiceren en oplossingsgericht en creatief kunnen meedenken, met een ruim netwerk achter de hand.

De wet moet met terugwerkende kracht ook van toepassing zijn op leerkrachten zoals Suzanne, werknemers die jaren geleden een sprong in het (financieel) duistere hebben gewaagd. Ik roep dan ook op om minstens de anciënniteitsregeling uit te breiden voor alle zij-instromers die de voorbije 20 jaar hun schouders onder het onderwijs hebben gezet. En ik roep op om te evalueren of 8 jaar voldoende is om àlle waardevol talent in de private sector aan te spreken.

Want we hebben leerkrachten nodig voor de toekomst van onze kinderen. Hun werk moeten we naar waarde schatten, ook financieel. Het kan echt niet de bedoeling zijn dat zij de toekomst van onze kinderen zelf financieren met hun eigen spaarpot.

De krantenkoppen de voorbije dagen waren bemoedigend voor ons onderwijslandschap en voor onze kinderen. Verleden jaar maakten 2.818 zij-instromers uit de privésector de overstap naar het onderwijs. Een groot deel van hen heeft de stap durven te wagen nu ze sinds juli 2020 tot 8 jaar anciënniteit kunnen meenemen als ze in een knelpuntambt starten in het onderwijs. Het is een stap in de goede richting, maar we zijn er nog niet. De regel rond geldelijke anciënniteit is er voor mensen die vandaag de overstap naar het onderwijs maken. Maar ze laat mensen die in het verleden een zijsprong gemaakt hebben in de kou staan. Het verhaal van Suzanne leert ons hoe koud dat kan zijn.Suzanne werkte 28 jaar als kinesist in een ziekenhuis. Aanvullend op haar taak als kinesist begeleidde ze jongeren die stage liepen in het ziekenhuis. Toen Suzannes dochter naar school ging, kwam ze geregeld in de klas, deed ze middagopvang op school en af en toe begeleidde Suzanne mee een klasactiviteit. Het vlammetje dat Suzanne al in zich had om kinderen en jongeren te laten groeien in hun talent, werd zo aangewakkerd. Stilaan zag ze hoe een leerkracht het verschil kan maken, hoe een luisterende en positief bevestigende aanpak kinderen vleugels geeft. En dat is wat Suzanne verder in haar leven wilde doen: kinderen laten stralen en hen een solide basis van zelfvertrouwen meegeven voor hun toekomst.Na een aantal jaren wikken en wegen waagde ze de sprong. Hoewel ze een masterdiploma heeft, schreef Suzanne zich in voor de bacheloropleiding leerkracht in het basisonderwijs. Al tijdens de opleiding kon Suzanne starten in een school, die op zoek was naar haar gedrevenheid en enthousiasme. Eens afgestudeerd in 2016 kwam de grote ontnuchtering. Hoewel haar vele malen verteld was dat haar anciënniteit zou meetellen voor de verrekening van haar loon, was het eerste loonbriefje een klap in het gezicht. Suzanne, intussen 49 jaar met een rugzak van 28 jaar werkervaring, moest het doen met het loon van een startende (0 jaar ervaring) leerkracht. Maar ze liet de moed niet zakken, want haar hart voor de kinderen en haar drive om het beste in hen naar boven te laten komen, waren groter dan haar wens voor een groot huis en een spaarboekje. Het verschil paste Suzanne bij met haar spaargeld en verder bleef ze hopen dat de wetgever de veranderde realiteit zou volgen en deze wantoestand zou rechttrekken. Ze contacteerde met de steun van haar directie verschillende instanties: de personeelsdienst van de overheid, het departement onderwijs, de vakbonden en zelfs het kabinet van minister Weyts. Ze kreeg enkel schriftelijk antwoord dat zij spijtig genoeg tussen de mazen van het net gevallen was. Niemand die een oplossing zoekt voor haar situatie, soms eens iemand die durft te suggereren dat dit een hiaat in de wetgeving is.Vandaag, 31 augustus 2021, kan Suzannes spaarboekje het niet langer trekken en ze heeft dan ook met spijt in het hart besloten dat zij op 1 september niet langer de juf van het eerste leerjaar zal zijn. Suzanne zal met haar masterdiploma les gaan geven in het secundair onderwijs en daarnaast met haar ervaring leerkrachten coachen in zelfstandig bijberoep. De hiaat in de wetgeving, zoals sommigen het verontschuldigend noemen, is voor Suzanne een onoverbrugbare kloof gebleken. Spijtig genoeg vallen vandaag meer mensen in dat grote gat, mensen met veel passie, talent en energie om onze kinderen te coachen tot de zelfbewuste volwassenen van morgen. De huidige anciënniteitsregeling voor zij-instromers heeft nog te veel gaten en dat is spijtig. Want ons onderwijs heeft mensen met ervaring in de privé-sector meer dan ooit nodig. Zij zijn met hun ervaring een enorme verrijking voor lerarenteams, die nood hebben aan enthousiaste teamplayers die zelfstandig kunnen werken, professioneel kunnen communiceren en oplossingsgericht en creatief kunnen meedenken, met een ruim netwerk achter de hand. De wet moet met terugwerkende kracht ook van toepassing zijn op leerkrachten zoals Suzanne, werknemers die jaren geleden een sprong in het (financieel) duistere hebben gewaagd. Ik roep dan ook op om minstens de anciënniteitsregeling uit te breiden voor alle zij-instromers die de voorbije 20 jaar hun schouders onder het onderwijs hebben gezet. En ik roep op om te evalueren of 8 jaar voldoende is om àlle waardevol talent in de private sector aan te spreken.Want we hebben leerkrachten nodig voor de toekomst van onze kinderen. Hun werk moeten we naar waarde schatten, ook financieel. Het kan echt niet de bedoeling zijn dat zij de toekomst van onze kinderen zelf financieren met hun eigen spaarpot.