Wanneer heeft Brels muziek uw hart veroverd?
...

Wanneer heeft Brels muziek uw hart veroverd? Junior Mthombeni: Toen ik voor het eerst liefdesverdriet had en naar Ne me quitte pas luisterde. Op dat moment zag ik in dat 'mamamuziek' - mijn moeder draaide zijn platen vaak, thuis - écht mooi was. Mijn moeder was een getalenteerde operazangeres, maar heeft haar carrière opgegeven voor haar gezin. Thuis legde ze geregeld operamuziek op. Ons meenemen naar de opera deed ze niet: ze kreeg verdriet als ze anderen zag stralen op het podium waar zij had kunnen staan. Het ligt nog altijd gevoelig. Toen ik haar fragmentjes uit L'Homme de La Mancha toonde, was ze ontroerd. Dit stuk is een ode aan haar. En het is ook een ode aan de stad, niet? Mthombeni: Inderdaad. Net zoals in Malcolm X (2016) plaatsen we de stad op de scène. Onze dertienkoppige cast bestaat onder meer uit Albanezen, Argentijnen, Belgen en Congolezen. Maar we blijven trouw aan het verhaal én aan de muziek die Brel in 1968 bracht. Brel was gek op musicals. In 1965 zag hij Dale Wassermans Man of La Mancha in New York en besloot die te bewerken en op te voeren in De Munt. Hij speelde de hoofdrol, maar het stuk flopte. In Parijs werd het wél een hit. Toen De Munt voorstelde om Brels musical vijftig jaar na de première te hernemen, besloten we te doen wat vandaag nogal ongewoon is: trouw blijven aan de oerversie. We brengen wel nuances aan. Filip Jordens speelt de hoofdrol - hij is een meesterlijk Brel-vertolker. Sancho Panza, Quichots hulpje, wordt vertolkt door r&b-artiest Junior Akwety. Mezzosopraan Ana Naqé vertolkt Dulcinea, Quichots grote liefde. Ook het kamermuziekensemble van De Munt staat op de scène.De repetitiefoto's laten zien dat jullie op expeditie naar Madrid zijn gegaan. Waarom? Mthombeni: We werken samen met het Teatro Español en het Instituto Cervantes, beide gevestigd in Madrid, dat vlak bij de regio La Mancha ligt. We filmden er beelden van Don Quichot, dolend door het landschap, op zoek naar rust, geluk en liefde. Die beelden gebruiken we in het decor. Dat oogt als een desolate plek in een stad, een plek waar mensen zich gevangen voelen en maar één ding delen: een uitzichtloze toekomst. Ook zij dolen, net als Don Quichot, door de stad. Ja, ook als kunstenaar dool je soms. Soms dreig je het geloof in de kracht van fantasie te verliezen. Of je wordt cynisch. Maar Brel is dé remedie tegen cynisme, omdat hij durfde te kiezen voor de verbeelding, voor het groteske en de bravoure. Jullie openen de musical op een andere manier dan hij destijds. Mthombeni: Ja. Wij openen met een murga, een Uruguayaanse volkskunstvorm waarbij het volk uitgedost als de elite de straat optrekt en spot met wie op hen neerkijkt. We willen geen vrijblijvende musical maar een statement maken. We zeggen: durf te dromen, durf te luisteren naar de Don Quichot in jezelf. Het sleutelnummer is La quête, waarin Brel zingt over ' rêver un impossible rêve'. Van welk stuk droomt u na deze musical? Mthombeni: Ik bereid een muziektheaterstuk voor over Winnie Mandela, de vrouw van Nelson Mandela. Mijn vader is Zuid-Afrikaans. Hij was lid van het ANC en schreef als politiek gevangene enkele brieven aan Winnie. Vanuit die brieven vertrekt de voorstelling. Het wordt opnieuw een ode, dit keer aan hem.