Van de asielzoekers die zich in 2015 en 2016 aansloten bij de VDAB, stroomde 12,4 procent na zes maanden uit naar werk, 24,5 procent vond na 12 maanden werk. Opvallend daarbij is dat vrouwelijke asielzoekers, die sowieso al in de minderheid zijn bij VDAB tegenover de mannen, ook moeilijker werk vinden: 10,1 procent na zes maanden en 20 procent na een jaar. 'Dit rijmt met voorgaand onderzoek waarin gewezen wordt op een lagere arbeidsmarktparticipatie van vrouwelijke asielzoekers, omwille van traditionele genderrollen en hiërarchieën die een barrière vormen', zo legt Steunpunt Werk uit.

Een andere vaststelling is dat hoger opgeleiden onder hun niveau werken. 'Het blijkt moeilijk voor hen om het diploma uit hun thuisland te laten erkennen', klinkt het. Voorts blijkt dat naarmate het bbp van het land van nationaliteit afneemt, hoe armer het land van herkomst dus, asielzoekers meer beroep doen op de begeleiding van de VDAB. 'In tegenstelling tot onze verwachtingen, vinden we echter geen effect terug van het bbp op de uitstroom naar werk', luidt het. Asielzoekers uit arme landen, vinden dus even gemakkelijk, of even moeilijk, werk als andere asielzoekers.

Getraumatiseerd

Bij asielzoekers uit oorlogsgebieden ligt dat anders: 'Zij kampen vaak met mentale gezondheidsproblemen die voortkomen uit traumatische en/of stresserende gebeurtenissen voorafgaand, tijdens en na de vlucht. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat asielzoekers uit deze landen zich relatief meer getraumatiseerd voelen, waardoor ze meer tijd nodig hebben om hun zoektocht naar werk te starten en zich actief aan te bieden op de Vlaamse arbeidsmarkt via een dienst als de VDAB.'

Ten slotte blijkt ook dat wie het Nederlands goed beheerst, een grotere waarschijnlijkheid heeft om naar werk uit te stromen dan wie het Nederlands niet beheerst.