Is het nu een echte Rembrandt of niet? Jan Six zal de vraag onderhand hartsgrondig beu zijn, maar feit is: bijna twee jaar nadat de Amsterdamse kunsthandelaar zijn Portret van een jonge man aan de wereldpers presenteerde, is het antwoord nog altijd niet eenduidig 'ja' of 'nee'. Verschillende experts stelden dat het effectief om een authentiek, ongesigneerd werk van de Hollandse meester gaat. Andere connaisseurs blijven twijfelen, met alle kunsthistorische, financiële en persoonlijke suspense van dien.
...

Is het nu een echte Rembrandt of niet? Jan Six zal de vraag onderhand hartsgrondig beu zijn, maar feit is: bijna twee jaar nadat de Amsterdamse kunsthandelaar zijn Portret van een jonge man aan de wereldpers presenteerde, is het antwoord nog altijd niet eenduidig 'ja' of 'nee'. Verschillende experts stelden dat het effectief om een authentiek, ongesigneerd werk van de Hollandse meester gaat. Andere connaisseurs blijven twijfelen, met alle kunsthistorische, financiële en persoonlijke suspense van dien. Six ontdekte het portret in 2016 op een veiling bij Christie's in Londen, waar het werk werd aangeboden als een relatief onbelangrijk, zeventiende-eeuws schilderij 'uit de kring van Rembrandt'. 'Het was meteen klik-klik-klik', aldus Six. 'Na jaren kijken, lezen en vergelijken heb ik daar veel gevoel voor gekregen. Vooral de observerende blik van de jongeman viel me op. Hij maakt echt contact met je.' Via een anonieme investeerder kocht hij het schilderij voor 160.000 euro, in de volle overtuiging dat het befaamde veilinghuis zijn huiswerk niet goed had gemaakt. Vervolgens liet hij het anderhalf jaar onderzoeken om het in mei 2018, met de steun van vijftien internationale conservatoren en kunsthistorici, plus het nodige tromgeroffel voor te stellen als een herontdekt werk van de grote Rembrandt van Rijn. Geen wonder dat Six en zijn spectaculaire vondst, wellicht een fragment van een groter dubbelportret, meteen voorpaginanieuws werden in Nederland én daarbuiten. Maar lang duurde het niet vooraleer er craquelures opdoken. Bij het Rijksmuseum, dat net voor 160 miljoen euro Rembrandts portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit had aangekocht in samenwerking met het Louvre, bleek niet iedereen van de echtheid overtuigd. Bovendien brak Ernst van de Wetering, sinds jaar en dag Rembrandtkenner par excellence, openlijk met Six op de Nederlandse tv, nadat die laatste had geopperd dat diens ideeën misschien achterhaald waren. Sindsdien blijft er een voile van mysterie over de voorlopig ook nog steeds niet geïdentificeerde jonge man hangen, maar dat de 42-jarige kunsthandelaar met kennis van zaken spreekt, betwist niemand. Niet alleen specialiseert hij zich al jaren in de oude meesters. Hij groeide ook op met Rembrandt. Letterlijk zelfs. Jonkheer Six is immers de elfde Jan in rij van een oud, Amsterdams burgergeslacht, waarvan Jan I - regent en schrijver - in 1654 werd vereeuwigd door Rembrandt (1606-1669), een portret dat nog altijd tot de Collectie Six behoort en in het familiehuis hing waarin hij is grootgebracht. In de documentaire Mijn Rembrandt, nu uit op video on demand en dvd, zoekt regisseur Oeke Hoogendijk trotste bezitters van een Rembrandt op en doet ze verslag van de spannende queeste van de jonge Six. Je ziet hem triomfantelijke momenten beleven met het Portret van een jonge man, en nog geen half jaar later nog een tweede schilderij te presenteren waarvan hij vermoedt dat het een Rembrandt is. In casu: het Bijbelse, grotendeels overschilderde tafereel Christus laat de kinderen tot zich komen. Maar je ziet ook de ontzetting toeslaan wanneer hij toch niet iedereen weet te overtuigen, bijvoorbeeld wanneer hij het portret laat zien aan het Rijksmuseum, op het moment dat Marten en Oopjen er worden gerestaureerd. 'Tuurlijk was ik gefrustreerd,' geeft Six toe, 'maar je krijgt wel niet het hele plaatje te zien. Alleen de curatoren krijgen het woord, en niet de restaurateurs. Die waren na het bekijken van de röntgenfoto's en de technische analyse wél meteen overtuigd. Een van hen zei letterlijk: als deze jongeman geen Rembrandt is, dan is Marten ook geen Rembrandt. Maar goed: de film duurt anderhalf uur, omspant een periode van 4,5 jaar en dat zit er dus niet in.' Waar hangen de twee schilderijen op dit moment?Jan Six: Christus laat de kinderen tot zich komen bevindt zich in het Ashmolean te Oxford. De restauratie is halverwege, en mijn hypothese blijkt nog altijd te kloppen, maar voorlopig gebeurt er even niks mee aangezien het museum door de coronacrisis gesloten is. Het Portret van een jonge man is uitgeleend aan het Thyssen-Bornemisza in Madrid, en ook dat hangt tot nader order achter slot en grendel. Zijn er nog nieuwe inzichten opgedoken over het schilderij? Six: Straks verschijnt een uitgebreid artikel over Rembrandt en de portretkunst waarin het werk aan bod komt, en waarin men dieper ingaat op de identiteit van de jonge man. Hij begint dus meer en meer te leven binnen de kunsthistorische literatuur, los van mij, of van het boek dat ik erover geschreven heb. Dat is prettig en nodig omdat hij nu zijn plek moet vinden in Rembrandts oeuvre. Begrijpt u waarom sommige experts over de echtheid blijven twijfelen? Six: Sceptici zullen er altijd zijn, maar ik heb nog geen enkel artikel gelezen met valide, kunsthistorische argumenten waaruit zou blijken dat het geen Rembrandt is. De verf, het vernis, de stilistische details die zo uniek zijn voor Rembrandt, zoals de beweging en diepgang die hij in de kraag en het manchet heeft weten te stoppen. Alles is onderzocht en het wetenschappelijke plaatje klopt. Bovendien past het werk volledig in Rembrandts tijdslijn. Dat is niet eens lastig te checken aangezien hij zo goed gedocumenteerd is, nog meer dan bijvoorbeeld Rubens. U hebt nauw samengewerkt met Rembrandt-autoriteit Ernst van de Wetering. Hebt u hem nog gesproken sinds hij u publiekelijk afviel? Six: Nee. Ik zal Ernst altijd respecteren voor zijn kunde, maar op het vriendschappelijke vlak vind ik het treurig dat het zo gelopen is. Ik was niet degene die ruzie zocht. Hij was een goede vriend, maar goed: het is onderdeel van het kunsthistorisch volwassen worden, veronderstel ik. Op een gegeven moment moet je elkaar loslaten om eigen ideeën te ontwikkelen. Was de breuk met Van de Wetering het pijnlijkste offer dat u hebt moeten brengen tijdens uw zoektocht? Six: Weet u wat het is? Iemand houdt zich heel zijn leven bezig met een kunstenaar over wie hij alles denkt te weten, en dan komt daar plots een onbekende jonge man binnengestapt. Wie is die kerel? Waar komt hij vandaan? Wat moet je ermee? Het is niet makkelijk om dat een plek te geven. Feit is dat ik al vrij snel doorhad dat veel ideeën over de portretkunst van Rembrandt gedateerd waren, gebaseerd op minderwaardige reproducties, of op aannames die nooit ten gronde werden onderzocht. Ik heb de indruk dat sommigen daarin vast zijn blijven hangen. Wanneer je dan jong bent en enthousiast om nieuwe inzichten te delen, en je merkt dat ze het niet meteen snappen, dan is het logisch dat dat voor frustraties zorgt. Bij momenten was het best eenzaam. Ik voelde me als Neil Armstrong die een eerste pas op de maan zet, maar dan zonder dat iemand dat in de gaten heeft. In de film zegt u: 'Als ik het gemaakt heb, dan is dat niet omdat ik een Six ben, maar omdat Jantje vijf keer zo hard heeft gelopen als de rest.' Six: Toen ik de film bekeek, viel me zelf ook op hoe hard ik me wilde bewijzen ten opzichte van mijn familie, de kunstgeschiedenis en de buitenwereld. Heb ik wel oog voor Rembrandt? Heb ik het talent om dingen uit te zoeken? Die dingen speelden in mijn hoofd. Ik ben vier jaar ouder nu en die bewijsdrang voel ik niet meer zo hard. Ik heb het vaak moeten horen: 'Jij bent een Six, da's lekker handig als kunsthandelaar', maar zo werkt het niet. Ik ben de eerste in mijn familie die de kunstwereld is ingegaan. Iedereen vindt het logisch dat ik met oude meesters bezig ben omdat ik tussen hen opgegroeid ben, maar de echte reden waarom ik dit doe, is omdat kunst mijn passie is. Altijd geweest. Qua kunde en intellectuele scheppingsdrang is de Gouden Eeuw een van de hoogtepunten uit de geschiedenis. Ik hou ook van moderne kunst, maar Rembrandt is gewoon erg mooi en herkenbaar, met toch een beetje mysterie eromheen. Leg uit. Six: Je ziet wat je ziet, maar je moet ook een beetje zelf nadenken. Rembrandt weet als geen ander de psyche van de geportretteerde aan te raken. Het is geen afbeelding van een mens. Het is die mens zelf. Jij kijkt het schilderij niet aan. Het schilderij kijkt jou aan. Met alle respect voor de grote Vlamingen, maar Rubens kon dat niet, en Van Dyck maar af en toe. En dat terwijl Rembrandt naar verluidt een nare vent was die zo ongeveer iedereen een proces heeft aangedaan. Six: Da's gebaseerd op een kleine hoeveelheid bronnen. Als je mijn bureau opent, en je maakt een profiel op basis van een twintigtal documenten die je daar vindt, zou je ook kunnen denken: wat een rotzak. Of wat een aardige vent. Je kunt geen uitspraken doen over iemands persoonlijkheid op basis van zo weinig documenten. Ik begrijp waarom mensen graag zo dicht bij Rembrandt willen komen. Je bewondert de schilder, hij heeft veel zelfportretten gemaakt en je krijgt het gevoel dat je hem kent, in tegenstelling tot Michelangelo, van wie we maar een paar kopieën kennen van zijn hoofd. Maar op die Rembrandt zit veel historisch vernis.Toen u de jonge Rembrandt herkende in het schilderij Christus laat de kinderen tot zich komen, dat momenteel wordt gerestaureerd, was dat toch ook deels op basis van het beeld dat bij u van hem is ontstaan? Six: Da's puur fysionomisch. Leg alle zelfportretten op elkaar, en dan springt dat gezicht daar zo uit. Het is hem gewoon. De waarheid zit niet in het buikgevoel, maar in het object. Dat werk past ook naadloos binnen hetgeen Rembrandt zo vaak deed in zijn vroege periode. Met name: zichzelf op de achtergrond opvoeren als toeschouwer. Het is wetenschappelijke analyse maar ook logisch nadenken. Je ziet dat bij elk werk dat plots aan deze of gene meester wordt toegeschreven. Alle puzzelstukjes passen. Rembrandt is ook best voorspelbaar. Hij had een groter kunsthistorisch plan. Ik ben er zeker van dat we binnen twintig jaar zullen terugblikken en zeggen: dat we die dingen niet eerder zagen. De tijd zal het finale oordeel vellen. Hoeveel Rembrandts zijn er, en zullen er ooit nog nieuwe worden ontdekt? Six: Er zijn zo'n 330 Rembrandts bekend. Gemiddeld maakte een meester uit de Gouden Eeuw tien schilderijen per jaar, en Rembrandt had een carrière van veertig jaar, dus dan kom je uit op 400. Dat betekent dat er zo'n 70 schilderijen ontbreken. Tuurlijk zullen er daarvan nog worden ontdekt, dat kan niet anders omdat het onderzoek zich verder verdiept en ontwikkelt. Maar om dezelfde reden zullen er ook afvallen. Er zijn werken die al jaren in musea hangen, die zeventiende-eeuws zijn en heel hard op Rembrandt lijken, maar sorry: da's niet voldoende. Hebt u al een koper gevonden voor uw Portret van een jonge man? Six: Nee. We spreken over werk van topniveau, dus is het logisch dat geïnteresseerde kopers eerst kijken hoe de kunsthistorische wereld erop reageert. Nu komt daar de coronacrisis bij, dus loopt het allemaal wat uit. Ik ken de meeste Rembrandt-verzamelaars en dat zijn er zes of zeven. Ik denk dat er veel meer geïnteresseerden zijn, maar veel mensen beseffen niet dat je wel degelijk een Rembrandt kunt kopen. Het is simpeler dan je zou verwachten. Je moet me gewoon bellen. En miljoenen euro's op zak hebben. Six: Als je een Ferrari wilt, trek je ook niet met duizend euro naar de garage. Rembrandt is werelderfgoed, die is explosief en daar wil iedereen een stukje van. Moet een Rembrandt dan niet in een museum hangen in plaats van bij een multimiljonair thuis? Six: Als een Rembrandt in Amerika belandt, is dat niet de schuld van de kunsthandelaar, maar van de musea die niet voldoende proactief aan de slag zijn. Ik heb tientallen brieven en mails ontvangen van mensen die vragen om het Portret van een jonge man in Nederland te houden. Dan antwoord ik beleefd: dat zou ik ook wel willen, maar ik moet ook mijn huur betalen. Het belangrijkste voor mij is dat de koper goed zorg draagt voor het werk, of dat nu een museum of een particulier is. Uw liefde voor Rembrandt staat buiten discussie, of is obsessie een juister woord? In De Groene Amsterdammer werd u vergeleken met Smeagol uit Lord of the Rings, die geobsedeerd is door ' my precious'. Six: Dat heb ik ook gelezen en vond ik een beetje kinderachtig. Ik ben geen raar wezentje dat geen ogenschouw meer heeft voor de wereld om zich heen. Ik zit niet totaal verslonst in mijn galerie tegen mijn Rembrandt te praten. Ik ben gewoon een jongen met een passie voor Rembrandt. Daar is niks ongezonds aan. Je kunt ook een passie voor fastfood hebben, maar daar ga je aan dood.