Het Kunstendecreet legt de krijtlijnen vast voor de subsidies van de kunstenorganisaties voor de periode 2023 tot 2027. De grootste vernieuwing is de invoering van de categorie 'kerninstellingen'. Het gaat om de grotere instellingen die uitzicht krijgen op een werkingssubsidie van tien in plaats van vijf jaar. Het decreet botste op kritiek van de Strategische AdviesRaad voor Cultuur (SARC) en het Overleg Kunstenorganisaties (oKo). Ook de oppositiepartijen hadden er grote vragen bij. Volgens Groen en Vooruit houdt het nieuwe Kunstendecreet geen rekening met de situatie in de sector door de coronacrisis. Ze vrezen ook een politisering van de kerninstellingen. De oppositiepartijen verhinderden vorige week een stemming van het decreet door een tweede lezing te vragen. Ze vroegen Cultuurminister Jan Jambon om die tijd te gebruiken om opnieuw na te denken over het decreet en te luisteren naar de sector. Groen en Vooruit dienden donderdag verschillende amendementen in. Zo stelde Vooruit voor om de verlengde subsidieperiode van tien jaar voor de grotere instellingen weer te schrappen. "Dat komt de dynamiek in het veld immers niet ten goede. Er is vanuit het veld geen enkele vraag naar een structurele ondersteuning van twee keer vijf jaar. Omdat er bij deze regeling een beheersovereenkomst moet worden afgesloten, zou dit tot meer toezicht op de sector leiden, zonder een toename van rechten of middelen." Groen vroeg in een amendement onder meer om 15 procent van het totale budget voor de kunstensector voor te behouden voor korte subsidies voor individuele kunstenaars of kleinere projecten. Groen stelde ook voor om de toegang tot beurzen voor individuele kunstenaars soepeler te maken. De voorstellen van beide oppositiepartijen werden donderdag weggestemd. Het decreet kan nu naar de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. (Belga)

Het Kunstendecreet legt de krijtlijnen vast voor de subsidies van de kunstenorganisaties voor de periode 2023 tot 2027. De grootste vernieuwing is de invoering van de categorie 'kerninstellingen'. Het gaat om de grotere instellingen die uitzicht krijgen op een werkingssubsidie van tien in plaats van vijf jaar. Het decreet botste op kritiek van de Strategische AdviesRaad voor Cultuur (SARC) en het Overleg Kunstenorganisaties (oKo). Ook de oppositiepartijen hadden er grote vragen bij. Volgens Groen en Vooruit houdt het nieuwe Kunstendecreet geen rekening met de situatie in de sector door de coronacrisis. Ze vrezen ook een politisering van de kerninstellingen. De oppositiepartijen verhinderden vorige week een stemming van het decreet door een tweede lezing te vragen. Ze vroegen Cultuurminister Jan Jambon om die tijd te gebruiken om opnieuw na te denken over het decreet en te luisteren naar de sector. Groen en Vooruit dienden donderdag verschillende amendementen in. Zo stelde Vooruit voor om de verlengde subsidieperiode van tien jaar voor de grotere instellingen weer te schrappen. "Dat komt de dynamiek in het veld immers niet ten goede. Er is vanuit het veld geen enkele vraag naar een structurele ondersteuning van twee keer vijf jaar. Omdat er bij deze regeling een beheersovereenkomst moet worden afgesloten, zou dit tot meer toezicht op de sector leiden, zonder een toename van rechten of middelen." Groen vroeg in een amendement onder meer om 15 procent van het totale budget voor de kunstensector voor te behouden voor korte subsidies voor individuele kunstenaars of kleinere projecten. Groen stelde ook voor om de toegang tot beurzen voor individuele kunstenaars soepeler te maken. De voorstellen van beide oppositiepartijen werden donderdag weggestemd. Het decreet kan nu naar de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. (Belga)