'Er moeten dringend een aantal taboes worden gesloopt.' Dat zegt arbeidsmarktspecialist Ive Marx van het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid. Onze arbeidsmarkt is niet aangepast om veel vluchtelingen aan een baan te helpen, de loonsubsidies die we daarom werkgevers toestoppen hebben amper zin, en racisme en discriminatie zijn echt niet de belangrijkste reden waarom allochtonen, en weldra allicht ook vluchtelingen, het zoveel slechter doen in België dan in onze buurlanden.

Knack gaat deze week op zoek naar een antwoord op de vraag: kunnen we de vluchtelingen gebruiken? Werkgeversorganisaties en heel wat economen zeggen van wel, meer sceptische stemmen zoals Bart De Wever en andere N-VA'ers spreken dat tegen. Ook al moeten we de mensen die uit het oorlogsgebied in Syrië en andere landen vluchten hoe dan ook opvangen, is het goed om nu al naar de toekomst te kijken die de mensen die hier een leven willen opbouwen wacht.
...

Het is heel belangrijk dat Unizo zo'n signaal geeft. Zoiets is niet evident voor Karel Van Eetvelt: hij neemt een standpunt in dat niet altijd even makkelijk ligt bij alle leden. Die positieve houding geldt natuurlijk niet alleen voor de vluchtelingen, maar ook voor de mensen die hier al zijn. Zij verdienen evengoed een kans. Alleen moeten we dan vaststellen dat er wel enorme problemen zijn. De tewerkstellingskloof tussen Belgen en nieuwkomers is immens. Hoe je die kloof ook definieert: tussen allochtonen en autochtonen, of mensen die hier wel of niet geboren zijn, ... De nieuwkomers doen het altijd veel slechter. België is daarin triest wereldrecordhouder. Alleen al de situatie van allochtone jongeren in Brussel is gewoon hallucinant slecht. Dat probleem is door de jaren heen ontstaan. Er is geen dramatisch beeld zoals een nine eleven of een vluchtelingencrisis: alleen als blijkt dat Molenbeek terroristen grootbrengt, worden er vragen gesteld. Maar verder is er weinig sense of urgency. We moeten dus realistisch zijn: veel vluchtelingen gaan geen werk vinden.Dat is de paradox: zeker in Vlaanderen. Wij worden een knelpunteconomie. Door de vergrijzing en de ontgroening, zijn er sowieso nieuwe mensen nodig op de arbeidsmarkt. Die mensen mogen zelfs allerlei kwalificaties hebben: zowel aan de onderkant van de arbeidsmarkt als aan de bovenkant komen er jobs bij. Die gekwalificeerde arbeidsplaatsen zijn voor ingenieurs en andere mensen met bijzondere specialisaties: daar moet je in het buitenland echt naar op zoek. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wij hebben een onderzoek gedaan naar de massale regularisatie van 2000. Het is typisch dat heel wat vluchtelingen hooggeschoold zijn. Wel, twee of drie hadden een gekwalificeerde job gevonden. De meerderheid was er niet in geslaagd hun diploma te laten erkennen, en door de periode in de illegaliteit hadden ze geen ervaring en geen cv meer kunnen opbouwen. Ze moesten genoegen nemen met een baan aan de onderkant. Ze werden misschien wel door het OCMW en de VDAB begeleid, maar er werd geen inspanning gedaan om het hele potentieel van die mensen te benutten. De nieuwkomers die wel een job op niveau hadden gevonden, waren gewoon ongelooflijk gemotiveerd.Dat denk ik niet. We moeten er ons gewoon van bewust zijn dat het een enorme investering vergt om die mensen vooruit te helpen. Maar evengoed aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn er veel vacatures. Dat gaat dan om schoonmakers, barmannen of tuinwerkers. Dat zijn niet per se vacatures die maandenlang blijven openstaan, maar jobs waar een groot verloop is. Elke ochtend om vijf uur gaan kuisen in een Brussels kantoor, is niet heel aantrekkelijk. Mensen geven dat snel weer op.Misschien. Maar dat is maar een deel van het verhaal. Eigenlijk is onze hele arbeidsmarkt absoluut niet afgestemd op de migratiesamenleving die we wel zijn. Er leven in België vandaag verhoudingsgewijs even veel mensen die in het buitenland zijn geboren dan in de Verenigde Staten. Maar de arbeidsmarkt van de VS is daar helemaal naar gericht. Er is een reden waarom die niet sterk gereguleerd is, er is een reden waarom de loonkloof zo hoog is. Wij hebben uit de 19de eeuw een model geërfd waarin de vakbonden en het collectief overleg sterk staan. Dat maakt dat onze arbeidsmarkt niet aangepast is aan de nieuwe realiteit.Er is heel weinig laagbetaalde arbeid in België. Ga in de VS naar een supermarkt: er zijn altijd veel kassa's open en er staan zelfs mensen om klanten te helpen met inpakken. De lage loonlasten moedigen werkgevers niet aan om te investeren in technologie of productiever te worden. Zulke eenvoudige baantjes voor nieuwkomers heb je maar weinig in België. Dat blijkt zelfs uit een vergelijking met andere Europese landen. De OESO rekent onder laagbetaalde jobs, de baantjes waarbij iemand minder dan tweederde van het mediaaninkomen verdient. In Duitsland is dat bijna 20 procent, en in Nederland 15 procent. Hoeveel is dat in België? Slechts zes procent. We hebben nochtans een vrij gelijkaardige economie als Duitsland en Nederland. Alleen zijn daar veel sectoren waar het collectief overleg minder sterk staat, en de lonen dus lager liggen.Pas op, ik wil niet in simplismen vervallen. Dat model heeft ons een hoge welvaart bezorgt. Het zorgt er ook voor dat de overheid investeert in goed onderwijs voor iedereen: in de VS is dat niet nodig om aan een baan te raken. En in Duitsland begint men ook wel op hun stappen terug te komen. Het werd daar iets te gortig met baantjes van drie of vier euro per week in de vleesindustrie. Ik wil niet zeggen wat er precies moet gebeuren. Het is ook niet zo dat we meteen enorme resultaten zullen boeken als we onze arbeidsmarkt helemaal herinrichten. Er moet alleen dringend een debat gevoerd worden waarin een aantal grote taboes worden gesloopt. Hoe organiseren we onze loonvorming? Dat gebeurt nu op nationaal, sectoraal en bedrijfsniveau. Dat is heel rigide. Het minimumloon in België ligt niet zo heel hoog, maar zelfs de laagste lonen zitten daar vaak ver boven. Laagbetaalde arbeid is duur. Daardoor gaan jobs verloren die vluchtelingen kunnen vooruithelpen: ze verwerven vaardigheden, sociaal kapitaal en connecties. Door onze industriële geschiedenis en de sterke rol van de vakbonden, hebben wij sinds jaar en dag een heel ander model. Alleen kan dat verleden geen excuus blijven: zeker niet voor wat er vandaag in Brussel misloopt.Een ander verschil met de VS is natuurlijk het sociale vangnet dat wij wel en zij niet hebben. Daar krijgen alleenstaande moeders enkel een uitkering die in de tijd beperkt is, en moeten mannen het stellen met voedselbonnen. Hier krijgt iedereen een uitkering, en daarnaast meestal nog andere sociale voordelen. Het is vaak niet de moeite om dat allemaal in te ruilen voor een tijdelijk baantje met slechte uren en waar je je ver voor moet verplaatsen.Dat hoort er zeker bij. Het is alleen niet eenvoudig. We weten dat de leeflonen laag liggen in België. De werkloosheidsuitkeringen zijn in het begin min of meer goed en dalen lichtjes. Er zijn politici die die willen inperken in de tijd, maar dat doet niet echt ter zake. Mensen worden achter hun veren gezeten en zelfs gekoeioneerd door de RVA, dus die uitkeringen zijn zeker geen hangmat. (stilte) Maar als je alles optelt, moet je vaststellen dat heel veel mensen leven van één of andere uitkering. Dat aantal ligt ook hoger dan in andere landen. Nu zijn het de klassieke usual suspects op rechts die daarover spreken: het zou goed zijn als dat debat eens breder wordt gevoerd.Ik denk van wel. Nederland heeft een veel flexibelere arbeidsmarkt dan wij. De tewerkstellingsgraad ligt er hoger, en er is een pak minder armoede in dat land. Ik wil niet zeggen dat mensen die waarschuwen voor de nadelen van allerlei mini-jobs geen punt hebben. Ze moeten alleen eerlijk zijn: sommige groepen blijven daardoor met ontiegelijk hoge werkloosheidscijfers zitten.Racisme speelt ook mee. Discriminatie op de arbeidsmarkt is een feit: mijn Gentse collega Stijn Baert heeft daar voldoende onderzoek naar gedaan met het rondsturen van verschillende sollicitatiebrieven. Alleen is daar ook in Nederland veel onderzoek naar gedaan, en daar stelt men in essentie hetzelfde vast. Er moeten dus nog andere factoren zijn want wij doen het echt slechter. Zelfs bij de tweede generatie van allochtonen die hier geboren zijn. In veel landen assimileren die met de rest, terwijl de kloof bij ons gigantisch blijft. We geven heel veel geld uit aan een actief arbeidsmarktbeleid. Veel meer dan andere landen, terwijl het rendement eigenlijk ongelooflijk laag is. Zeker in verhouding tot wat het kost. Meestal krijgen bedrijven lastenverlagingen voor mensen die ze sowieso al zouden aannemen. Of neem de dienstencheques: die zijn gericht op laaggeschoolde vrouwen die niet werken - maar die instroom is al bij al beperkt. Het zijn meer Poolse vrouwen die naar hier komen om schoon te maken met dienstencheques dan Noord-Afrikaanse vrouwen die hier al wonen die er gebruik van maken. Ik heb er zelf geen onderzoek naar gedaan maar denk dat arbeidsmarktbemiddeling en opleidingen van de VDAB en andere organisaties veel beter werken dan het subsidiëren van werkgevers.Dat signaal is dus wel belangrijk. Het valt mij overigens ook op dat werkgevers enthousiaster zijn dan vakbonden. Ik had meer engagement en betrokkenheid van de bonden verwacht. Zij lijken het probleem van allochtonen op de arbeidsmarkt niet heel belangrijk te vinden. Terwijl werkgevers natuurlijk geconfronteerd worden met de knelpunten waar ze niemand voor kunnen vinden.Door de vluchtelingencrisis is er veel urgentie. Maar we zullen meer moeten doen dan die mensen op te vangen en eten te geven. Ik was verheugd toen Geert Bourgeois (N-VA) het in een speech had over de positie van de nieuwe Vlamingen. Hij leek zich daar voor te willen inzetten. Maar als het over concrete initiatieven gaat, zie ik heel weinig bewegen.