1. Blootje

'Reynders en Vande Lanotte geven stokje door aan Geert Bourgeois en Rudy Demotte'
...

Toch wel opmerkelijk: al dagen voor koning Filip Geert Bourgeois (N-VA) en Rudy Demotte (PS) aanwees als opvolgers van informateurs Vande Lanotte en Reynders werden hun namen al stellig en zonder voorbehoud in de kranten genoemd. De discretie rond de beraadslagingen en beslissingen van de koning is niet meer wat ze ooit is geweest. De koning staat steeds meer in zijn blootje. Geert Bourgeois, Europees Parlementslid, en Rudy Demotte, voorzitter van het parlement van de Franse Gemeenschap, werden door de koning aangesteld als preformateur. Ze kregen de opdracht om na te gaan of een regering tussen de PS en de N-VA, de twee grootste partijen langs beide kanten van de taalgrens, kans op slagen heeft. Volgens Vande Lanotte en Reynders is een paars-gele coalitie (N-VA, Open VLD, SP.A, PS en MR) het meest aangewezen.De koning verwacht Bourgeois en Demotte op 4 november terug voor een verslag. Veel eerder kan er ook niets gebeuren omdat het wachten is tot Paul Magnette eind oktober écht de voorzitter wordt van de PS. Hij is overigens de enige kandidaat. Zo gaat dat in België: voor een federale regering moet er eerst worden gewacht tot de regeringen in de deelstaten gevormd zijn. En dan is het wachten tot de voorzitters van de grootste partijen benoemd zijn. De PS in dit geval, maar als we niet goed opletten zorgen de voorzittersverkiezingen in andere politieke partijen ook nog voor vertraging. Voor we het goed beseffen, zijn we zo meer dan vijf maanden verder en moeten de echte onderhandelingen voor een federale regering nog steeds beginnen.Na meer dan vier maanden kwam er dus een eind aan de informatieopdracht van Johan Vande Lanotte (SP.A) en Didier Reynders (MR). Vande Lanotte presenteerde meteen ook nog zeven persoonlijke slotaanbevelingen, integraal terug te vinden op Knack.be.De meest prikkelende aanbeveling was misschien wel de volgende: 'Na drie maanden geen regering? Verkiezingen dan maar.' Vande Lanotte: 'Het is een bizar fenomeen: sinds de verkiezingen van 2010 is de regering meer dan één vierde van de legislatuur in lopende zaken. Binnenkort 'vieren' we weer onze verjaardag: één jaar lopende zaken. En niemand lijkt het nog erg te vinden. Maar dat is het wel. Er is vandaag geen druk op de onderhandelende politici om echt een oplossing te vinden.'Hij gaat verder: 'In een aantal landen hebben ze daar wel een maatregel voor voorzien: na de verkiezingen moet er binnen een bepaalde periode een regering gevormd worden of er komen nieuwe verkiezingen. Als we dus met de sluipende ziekte van aarzelende politici komaf willen maken, moeten we die oplossing ook invoeren. We hervormen de grondwet en voorzien dat als er geen regering is na drie maanden er opnieuw verkiezingen gehouden worden. Ik ben ervan overtuigd dat de regeringsvorming duidelijk sneller zou gaan.'De aanbeveling van Vande Lanotte sluit aan bij wat Mark Deweerdt eerder al lanceerde. Deweerdt was journalist bij De Standaard en De Tijd, en werkte als kabinetsmedewerker voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy (allemaal CD&V) en Geert Bourgeois (N-VA). Op Doorbraak.be besprak hij vorige maand hoe in Israël en Spanje de regeringsvorming aan een vervaldag is gebonden. Op Knack.be ging Kamiel Vermeylen dieper in op nog enkele landen waar de partijen binnen een bepaalde tijdslimiet een regering moeten vormen.Heel interessant is de motivering van Deweerdt om iets soortgelijks te doen in ons land: 'Sinds 26 mei is geregeld te horen of te lezen dat enkel externe druk schot in de coalitievorming kan brengen. Maar is 'constitutionele' druk van een tijdvenster niet te verkiezen boven pressie van de financiële markten, zoals in 2011, of een andere externe dreiging?''In ons constitutioneel bestel heeft de koning de 'regie' van de federale regeringsvorming, maar hij staat daar vrij machteloos in', gaat Deweerdt verder. 'Met de mogelijkheid een formateur aan te wijzen die over een beperkte tijdsperiode beschikt, zou hij een instrument in handen hebben om politici tot spoed aan te zetten (het tijdslot geldt uiteraard enkel voor de formatieopdracht, niet voor de voorafgaande adviesronde van het staatshoofd).''Ook het perspectief - de dreiging, zo u wilt - van nieuwe verkiezingen kan de partijen ertoe aansporen datgene te doen waarom ze aan verkiezingen deelnemen: een regering vormen en regeren. Wanneer ze daar binnen een redelijke termijn toch niet in slagen, vraagt het democratisch fatsoen opnieuw naar de kiezer te gaan', besluit Deweerdt.Het is een prikkelende gedachte. Niet alleen voor de federale regering, want ook de vorming van de Vlaamse regering nam nu al meer dan drie maanden in beslag. Wat als we opnieuw hadden moeten gaan stemmen voor het Vlaams Parlement? Wat als de N-VA en Vlaams Belang dan samen een meerderheid hadden behaald? Begin deze week kregen we na enige commotie 'eindelijk' de Vlaamse begrotingscijfers, een paar dagen later bleken ze al achterhaald. De Vlaamse begroting voor 2020, die gepresenteerd werd door Vlaams minister van Financiën Matthias Diependaele, gaat ervan uit dat de Belgische economie volgend jaar met 1,1 procent groeit. Dat is ook het cijfer dat het Federaal Planbureau op 5 september publiceerde over de groei in 2020.Drie banken zijn nu al wat pessimistischer. Zij denken dat de Belgische economie in 2020 slechts met 0,7 procent groeit. De groeivertraging heeft te maken met de brexit en de handelsoorlog tussen de VS en China, die er natuurlijk een maand geleden ook al waren, maar nu zwaarder zouden wegen op het ondernemersvertrouwen.Zakenkrant De Tijd meldde dat ING zijn groeivoorspelling voor 2020 verlaagde van 1 naar 0,7 procent. Ook BNP Paribas Fortis en Degroof Petercam verwachten slechts 0,7 procent groei. KBC en Belfius zijn met een voorspelling van respectievelijk 0,8 en 1 procent iets optimistischer. Allemaal schatten ze de groei dus lager in dan de 1,1 procent van het Planbureau.Als de drie banken die net hun groeivoorspellingen verlaagden tot 0,7 procent gelijk krijgen, moet de regering-Jambon 120 miljoen extra besparen. Tenminste als ze het tekort wil beperken tot de vooropgestelde 436 miljoen. Het is nu al duidelijk dat de regering-Jambon er maar beter rekening mee kan houden dat de conjunctuur de volgende jaren niet zal meezitten. Verwonderlijk toch dat er geen buffers voorzien zijn in de Vlaamse begroting voor zulke tegenvallende gebeurtenissen. En die zijn er altijd. De aankondiging van de regering-Jambon dat ze de woonbonus gaat afschaffen, zorgde voor heel veel kritiek. 'Gemiddeld huis kost u 37.000 euro extra', kopte Het Laatste Nieuws de dag na de regeringsverklaring al op pagina één. Dat is heel pijnlijk voor een regering die haar eerste stappen doet. Ondertussen zorgde die aankondiging voor een forse stijging in de verkoop van vastgoed. Want velen willen natuurlijk nog profiteren van de woonbonus. Sinds de aankondiging van de regering-Jambon zijn de vastgoedverkopen met 40 procent gestegen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Het laat zich raden dat de vastgoedprijzen daardoor nog eens extra de hoogte werden ingestuwd. Het was dan ook verstandiger geweest als de Vlaamse regering de afschaffing van de woonbonus geleidelijk aan had doorgevoerd, als er een lange overgangsperiode was voorzien.Voor de afschaffing van de woonbonus valt trouwens veel te zeggen. De woonbonus werd in 2005 ingevoerd door de regering-Verhofstadt. Hij moest ervoor zorgen dat huizen betaalbaarder zouden worden. Mensen die een huis zouden kopen, bouwen of renoveren, zouden met de woonbonus een deel van de terugbetalingen en de interesten kunnen aftrekken van de belastingen. Maar in plaats van betaalbaarder werd het vastgoed duurder. Het fiscale voordeel werd immers volledig gebruikt om een duurdere woning te kopen, zo bleek onder andere uit een studie van de KU Leuven.Vraag is wat er nu zal gebeuren met de vastgoedprijzen ná de afschaffing van de woonbonus. Wellicht zullen de prijzen dan toch niet dalen, al zeggen sommigen dat 'de prijzen 10 procent kunnen dalen door exit woonbonus'. Let op het woordje 'kunnen' want toen de regering-Bourgeois in 2015 de woonbonus met een derde verminderde, werden prijsdalingen van 6 tot 8 procent voorspeld, en daar kwam niets van. En er was ook geen daling van de prijzen in Brussel, waar de woonbonus al in 2017 werd afgeschaft. Misschien zullen de woningprijzen in Vlaanderen minder snel stijgen. Maar het blijft toch zo dat zowel de invoering van de woonbonus als zijn plotse afschaffing de vastgoedprijzen de hoogte heeft ingejaagd.Nog dit: geen enkele partij had de afschaffing van de woonbonus in haar verkiezingsprogramma staan. Dat zou die partij(en) ook veel kiezers hebben gekost. Het blijft toch een manco van ons democratisch systeem dat politieke partijen verstandige en zelfs noodzakelijke maatregelen als de afschaffing van de inefficiënte woonbonus niet in hun verkiezingsprogramma durven op te nemen, omdat de kiezer hen daarvoor zou afstraffen. Maar als dan een Vlaamse regering beslist om die woonbonus toch snel af te schaffen, knaagt dat aan het vertrouwen in de politiek. In ieder geval, de afschaffing van de woonbonus zal de N-VA, de Open VLD, de CD&V en de regering-Jambon nog lang blijven achtervolgen.