1. Slagkrachtige regering

'Alleen een volwaardige en slagkrachtige regering kan die uitdaging aanpakken.'
...

Het begrotingstekort dreigt de volgende jaren uit de hand te lopen. Dat is geen nieuws, maar het werd nog eens bevestigd door het Monitoringcomité, een groep topambtenaren die de begroting opvolgt. Bij ongewijzigd beleid en zonder rekening te houden met verkiezingsbeloften voorzien zij dat het begrotingstekort zal oplopen tot 11,4 miljard in 2024. Dat betekent dat de volgende regering harde noten zal moeten kraken als ze de overheidsfinanciën opnieuw gezond wil maken. En zeker als ze een begrotingsevenwicht wil bereiken, zoals we aan Europa hebben beloofd.Ontslagnemend minister van Financiën Alexander De Croo (Open VLD) pleit daarom, net als ontslagnemend minister van Begroting Sophie Wilmès (MR), voor de snelle vorming van een 'volwaardige en slagkrachtige regering', want alleen die kan de noodzakelijke ingrepen doen. Dat klopt: een regering in lopende zaken die steunt op 38 van de 150 parlementsleden kan die noodzakelijke ingrepen niet doen. Maar we hebben natuurlijk enkele jaren zo'n volwaardige regering gehad: de regering-Michel I, die in oktober 2014 de eed aflegde en in december 2018 ophield te bestaan toen de N-VA eruit trok en de MR, Open VLD en CD&V achterliet. Tijdens die vier jaar hadden we die volwaardige, maar jammer genoeg niet 'slagkrachtige regering'. Die regering heeft nagelaten de noodzakelijke ingrepen te doen, zodat er een begroting in evenwicht zou zijn. Daar betalen we vandaag de tol voor. Het heeft geen zin om - zoals De Croo en Wilmès - vooraf of achteraf te roepen om een slagkrachtige regering, je moet het op het moment zelf doen. Gewoon doen, om het met de slogan te zeggen waarmee de partij van Alexander De Croo naar de verkiezingen trok.Topvrouw Dominique Leroy ruilt Proximus voor het Nederlandse telecombedrijf KPN. Proximus is het tweede beursgenoteerd overheidsbedrijf dat in korte tijd op zoek moet naar een nieuwe ceo, want bij Bpost stapt Koen Van Gerven op. Leroy vertrekt op 1 december, Van Gerven moet tegen maart worden vervangen. Die vervangingen zijn van groot belang voor beide bedrijven. Bij Proximus lopen onderhandelingen over een groot reorganisatieplan dat over drie jaar tijd 1900 jobs zou kosten, terwijl 1250 nieuwe digitale profielen moeten worden aangeworven. De omzet in de traditionele telefoondiensten lopen terug en het bedrijf staat voor cruciale investeringen voor snellere digitalisering. Bij Bpost boert de brievenpost achteruit en moet gezocht worden naar nieuwe inkomstenbronnen. De overname van het Amerikaanse bedrijf Radial bleek een miskoop. De nieuwe ceo's van Proximus en Bpost staan dus voor hete vuren.De Belgische staat heeft 53 procent van de aandelen van Proximus en 51 procent van Bpost. De regeringen moeiden zich in het verleden vaak met deze ondernemingen en zeker met de belangrijke benoemingen. Maar in 2015 besliste de regering dat ze niet meer tussenbeide zal komen in het bestuur van beide overheidsbedrijven. Bestuurders worden door de aandeelhoudersvergadering aangewezen, de voorzitter van de raad van bestuur en de ceo zouden door de raad van bestuur worden aangesteld. Mooi in theorie.Aangezien de overheid als meerderheidsaandeelhouder in de raad van bestuur nog altijd een doorslaggevende stem heeft, speelt de regering nog steeds een rol in de benoeming van de voorzitter en de ceo, zowel bij Proximus als Bpost. En dus ook bij de zoektocht naar een nieuwe ceo van beide bedrijven. Dat de regering-Michel nu in lopende zaken is en in het parlement maar kan terugvallen op 38 van de 150 zetels, maakt dit alles nóg delicater. Het is uitkijken hoe de drie partijen, die nog deel uitmaken van de regering-Michel (MR, Open VLD en CD&V), zich de volgende weken op dit vlak zullen gedragen, maar de verleiding om zich te moeien is ongetwijfeld zeer groot.Met het opstappen van Leroy en Van Gerven zal ook discussie over het loon van managers bij overheidsbedrijven opnieuw ter sprake komen. Dat is nu vastgelegd op maximum 650.000 euro per jaar, terwijl de premies mogen oplopen tot maximum 290.000 euro, zoals in 2013 werd vastgelegd door de regering-Di Rupo. Is dat nog 'marktconform', zo hoor je dan steeds, met andere woorden: kun je voor dat bedrag een topmanager aantrekken? Leroy ontving vorig jaar bij Proximus 940.546 euro, bonussen inbegrepen. Daarmee was ze de 17e best verdienende ceo van in België beursgenoteerde bedrijven. Bij KPN bedraagt haar basisloon 935.00 euro, exclusief bonussen. Tel uit de winst. Daarnaast is er nog een fundamentelere discussie: moet de overheid aandeelhouder blijven van bedrijven als Proximus en Bpost? Enerzijds zorgen ze elk jaar met hun dividend voor een mooie inkomstenstroom voor de overheid. Van Proximus ontvangt de staat jaarlijks pakweg 270 miljoen en van Bpost zo'n 130 miljoen. Dat is mooi meegenomen voor een regering die constant in geldnood zit. Maar bij een privatisering ontvangt de overheid meteen een grote zak geld, ook erg verleidelijk wat daarmee kan de torenhoge schuld worden afgebouwd. Los van deze financiële bedenkingen moet de overheid zich bezinnen óf en welke rol ze moet spelen in bedrijven. Nog iets voor de regeringsonderhandelingen, al zegt ons iets dat daar nog andere hete hangijzers zijn.Er moeten meer mensen aan het werk om onze welvaart te behouden en de stijgende vergrijzingskosten (pensioenen en gezondheidszorg) te kunnen betalen. In de bekende startersnota die de N-VA presenteerde bij het begin van de Vlaamse regeringsonderhandelingen staat dat de Vlaamse werkzaamheidsgraad (het aantal mensen tussen 20 en 64 jaar dat werkt) moet worden opgedreven van 75 naar 80 procent. Dan haalt Vlaanderen de score die Nederland vandaag al haalt. Dat wordt een hele uitdaging, want het gaat om 200.000 extra jobs, in Vlaanderen alleen.Maar er is nog iets anders dat nog belangrijker én nog moeilijker realiseerbaar is: onze productiviteit, of eenvoudig gezegd, hoe slagen we erin om met de mensen en middelen die we hebben zo veel mogelijk welvaart te scheppen? Econoom Gert Peersman (UGent) besteedde er ruim aandacht aan in zijn column in De Standaard, gouverneur Pierre Wunsch benadrukte het begin dit jaar bij de voorstelling van het jaarverslag van de Nationale Bank: 'Een hoge productiviteit is belangrijk voor onze economische groei, voor loonsverhogingen, om de overheidsschuld te kunnen verminderen, om de pensioenen te kunnen betalen enzoverder. De toename van productiviteit is de voornaamste stuwende kracht die op een duurzame manier inkomsten kan genereren', aldus de gouverneur.België stond lang bekend als een zeer productief land, maar zoals we al in Knack schreven: 'De productiviteitsgroei vertraagt al jaren. In de jaren zeventig steeg ze nog 4,7 procent per jaar, maar in de jaren negentig daalde dat tot 1,3 procent. Tussen 2000 en 2014 zaten we aan 0,8 procent. Dat was minder dan in Frankrijk en Duitsland (1,1 procent), Nederland (0,9 procent) en in de vijftien kernlanden van Europa (gemiddeld 1 procent). Onze productiviteitsgroei is de voorbije decennia dus niet alleen sterk afgeremd, we deden het ook nog eens slechter dan de ons omringende landen.' Er er is geen beterschap. De Nationale Bank publiceerde eind vorig jaar hierover een interessant artikel, met als titel 'De vertraging van de productiviteit : bevindingen en poging tot verklaring'.Onze productiviteit moet dus terug omhoog en het is niet eenvoudig om daar snel in te slagen. De Nationale Bank signaleert dat onze productiviteitsgroei zeer geconcentreerd zit bij een beperkt aantal ondernemingen, die sterk presteren. Zij doen veel aan innovatie, kunnen terugvallen op wereldvermaarde onderzoekscentra aan de Belgische universiteiten. Maar bij heel veel, kleinere bedrijven gaat het niet goed met de productiviteit. De Nationale Bank stipt in dit verband nog aan dat we een tekort aan technisch en wetenschappelijk gediplomeerden hebben. We moeten studenten meer stimuleren om wetenschappen, wiskunde, statistiek, ICT, engineering, industrie en bouw te gaan studeren. Als die op de arbeidsmarkt komen, kan dat zorgen voor meer productiviteit.Het kan best zijn dat we productiever kunnen worden dankzij de technologische vooruitgang, met robotisering, zelfrijdende auto's, artificiële intelligentie enzoverder, maar er zal toch meer nodig zijn, want alle landen zullen van die technologische vooruitgang kunnen genieten. Naast meer geld voor onderzoek en ontwikkeling, moet er ook gezorgd worden dat er meer startende ondernemingen komen. Er moet bijvoorbeeld ook een eind komen aan de lange files, want net als de verpauperde infrastructuur belemmeren die de productiviteit. En dan begrijpt u het al: dit alles vergt beleid en daarvoor is een regering nodig die de mouwen opstroopt. Dat ziet er dus niet goed uit, want die regeringsvorming wil maar niet vlotten. Ook al vallen er geen ontslagen, het verdwijnen van 1400 jobs bij KBC is natuurlijk een zware klap voor de Belgische arbeidsmarkt. Onverwacht komt de beslissing niet. Uit het interview met KBC-topman Johan Thijs in Knack meer dan twee jaar geleden :Wat is in de nabije toekomst de grootste uitdaging voor een bank als KBC?JOHAN THIJS: Het veranderende gedrag van onze klanten. Daarin speelt de digitale revolutie een rol: we hebben allemaal internet en een smartphone, we kunnen financiële apps downloaden. Die revolutie verloopt veel sneller dan we een paar jaar geleden dachten.Zal ik u een anekdote vertellen die dat illustreert? Al jaren sponsort KBC Kom op tegen Kanker. Tijdens de slotshow staan wij in voor een telefooncentrale. Vrijwillige telefonisten noteren daar de bedragen die bellers willen doneren. Hun telefoons stonden altijd roodgloeiend, tot een paar jaar geleden: na een uur hadden sommigen nog altijd geen oproep gehad. Iedereen begon zich ongerust te maken: 'Oei, we gaan niet genoeg geld inzamelen.' Wat bleek? Meer dan de helft van de donaties was elektronisch binnengekomen - nog nooit was er zo veel geld gestort. Al meer dan 90 procent van het geld komt elektronisch binnen.Zult u binnenkort ook minder personeel nodig hebben in uw bankkantoren?THIJS: De evolutie waarvoor we nu staan, heeft onherroepelijk gevolgen. Niet alleen voor het aantal personeelsleden, maar ook voor de kennis en kunde die we van hen vragen. Enkele jaren geleden waren we er nog van overtuigd dat vooral eenvoudige transacties, zoals overschrijvingen, gedigitaliseerd zouden worden. Voor complexere zaken, zoals een hypotheeklening, zouden klanten nog naar het kantoor komen. Maar in Ierland worden kredieten vandaag al volledig online verleend. Misschien staat ons dat ook te wachten. Vandaag wordt bij KBC al 1 op de 3 consumentenkredieten - als je een relatief klein bedrag leent, bijvoorbeeld om een auto te kopen - online afgesloten. Een jaar geleden nog gebeurde dat nagenoeg niet. Het gaat hard.Vraag me niet met hoeveel mensen we het in de toekomst zullen doen. Vaststaat wel dat we er veel zullen moeten omscholen. Bijvoorbeeld om ons adviescentrum KBC Live te bemannen, of om onze klanten digitaal te helpen. Daar investeren we ook volop in.In het Britse Lagerhuis stemden 21 Conservatieven tegen hun partijleider en premier Boris Johnson, die er een no-dealbrexit wou doorjagen. Ze stemden tegen, ondanks de dreigementen van Johnson dat hij hen uit de partij zou zetten. Het doet er ons aan herinneren dat parlementsleden helemaal niet slaafs het partijstandpunt hoeven te volgen, zoals we in België steeds zien. In oktober 1978 sprak toenmalig premier Leo Tindemans de parlementsleden al toe: 'Laat het parlement niet ontkrachten tot een puur ornament zoals in de totalitaire regimes.' Toch is dat gebeurd. Een democratie is niet gediend met parlementsleden die als horigen de partij slaafs volgen.