1. Kwalijk

'Het maakt nauwelijks nog uit wat het theater der nachtelijke onderhandelingen baart. Het kan onmogelijk deugdelijk beleid zijn.'
...

De manier waarop in België een begroting tot stand komt, staat ernstig werk in de weg. We zijn het al decennia zo gewoon: eerst alles lang laten aanslepen, pas op het laatste moment beginnen met vergaderen, dan volgen de nachtelijke onderhandelingen, vervolgens is er een kleine crisis, wordt er weggelopen van de onderhandelingstafel en net voor de deadline wordt een soort akkoord bereikt. Zo is het al lang en zo ging het ook bij het begrotingsconclaaf dat de regering-De Croo begin deze week afrondde. We verbazen ons daar niet meer over, laat staan dat we er ons nog over opwinden.Voor een buitenlandse waarnemer in Brussel is dat anders. Alexander Bakker is in ons land correspondent voor de Nederlandse krant De Telegraaf en tweette: 'Kabinetten in Nederland onderhandelen in de zomer over de begroting. De presentatie is een paar weken later op Prinsjesdag. De Belgische regering doet het net even anders: onderhandelingen zijn vannacht vastgelopen, de "troonred"' van De Croo is vanmiddag!'Bakker drukt ons met de neus op de feiten: zolang een regering de begroting à la Belge behandelt, kan er geen sprake zijn van ernstig begrotingswerk. Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de premier, die de agenda bepaalt en de vergaderingen voorzit, dat de begrotingsonderhandelingen op een serieuze manier verlopen. Ook deze keer was daar geen sprake van. Bakker verwees met de 'troonrede' van premier Alexander De Croo (Open VLD) naar diens State of the Union, die hij dinsdagnamiddag in het parlement hield en waarbij hij alle plannen en cijfers ontvouwde. Eerder die dag had de premier dat al gedaan op een persconferentie, geflankeerd door zijn vicepremiers. Opnieuw tot verbazing van Bakker: 'Witte rook. Premier De Croo geeft nu een persconferentie over het begrotingsakkoord. Het parlement moet nog even wachten op de details...'De Nederlandse journalist herinnert ons daarmee aan een ander cruciaal feit: de premier hoort eerst het parlement in te lichten over zijn begrotingsplannen. Het is ongehoord dat een premier en zijn vicepremiers alles eerst uitleggen voor camera's en microfoons.Het is natuurlijk al jaren zo dat in België een begroting op een drafje wordt opgesteld, na nachtelijke onderhandelingen. En het is ook al jaren zo dat daarna steevast eerst naar de journalisten wordt gerend om vooral de eigen prestaties en trofeeën in de schijnwerpers te plaatsen. Maar dat praat zo'n handelwijze nog niet goed. Integendeel, er zou beter zo vlug mogelijk een eind worden gemaakt aan het theater der nachtelijke onderhandelingen en de promo-stand-ups voor de camera's. Er is al heel wat gezegd en geschreven over de maatregelen die op het begrotingsconclaaf werden genomen. Essentieel daarbij zijn de uitgangspunten, de fundamenten waarop een begroting wordt gebouwd. De verwachte economische groei is altijd een zeer belangrijke steunpilaar, want meer groei zorgt voor meer overheidsinkomsten en minder uitgaven. Het komt een regering dus goed uit als ze kan uitgaan van een sterke groei.Dat was deze keer niet anders. Er werd geen rekening gehouden met een verzwakking van de groei, maar terwijl premier De Croo zijn State of the Union in het parlement voorlas, waarschuwde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor een minder sterke groei dan verwacht. Oorzaken zijn onder meer het coronavirus, dat lelijk blijft huishouden en daardoor de wereldhandel bemoeilijkt, en de stijgende inflatie -- stijgende prijzen remmen de economie af. Het IMF sloot zich daarmee aan bij berichten van andere onderzoeksinstellingen die de voorbije weken de verwachte economische groei naar beneden bijstelden. Het is dus zeer de vraag of de economische groei zal zorgen voor de rugwind waarvan de regering-De Croo hoopt te genieten.Naast de economische groei is er nog een ander fundament waarop deze begroting is gebouwd: de aangroei van het aantal jobs. Meer jobs betekent minder uitkeringen en meer belastinginkomsten. Wil de regering goed nieuws brengen, dan kan ze maar beter uitgaan van een forse jobcreatie.Dat deed ze. Het Planbureau berekende dat er volgend jaar 13.200 jobs bij komen, dankzij de economische heropleving na de coronacrisis. De regering-De Croo is véél optimistischer. Eerst ging ze ervan uit dat er elk jaar 10.000 jobs zouden gecreëerd worden boven op het aantal dat het Planbureau had berekend. Dat stond ook zo in de begrotingstabel die De Tijd dinsdag verspreidde.De 10.000 extra jobs zouden goed zijn voor 140 miljoen euro minder uitgaven aan uitkeringen en 140 miljoen euro meer belastinginkomsten, zo stond in de tabel. Winst: 280 miljoen euro voor de schatkist. De vraag rees meteen of en hoe de regering-De Croo erin zou slagen om elk jaar 10.000 extra jobs te creëren. Het ontbreekt aan maatregelen die dat cijfer kunnen hardmaken.Het wordt nog erger. Uit begrotingstabellen die daarna werden verspreid, kon de aandachtige lezer opmaken dat het aantal extra jobs was opgetrokken van 10.000 naar 13.500 per jaar boven op het aantal dat het Planbureau had berekend. Dat zou jaarlijks goed zijn voor 190 miljoen euro minder uitgaven en 190 miljoen euro meer inkomsten. De winst voor de overheid steeg daardoor tot 380 miljoen euro per jaar, of 100 miljoen per jaar meer dan enkele uren eerder. Zomaar. Het is het soort hocus pocus dat niet thuishoort in een begroting. De conclusie: als de economische groei lager uitvalt dan de regering hoopt, en dat lijkt steeds meer het geval te zijn, is de begroting op los zand gebouwd. Bovendien blijkt dat de regering-De Croo goochelde met het aantal extra jobs dat zal worden gecreëerd, nog een essentieel punt in de begroting. Door die twee elementen is het moeilijk om de afgeleverde begrotingstabellen ernstig te nemen.Na een begrotingsconclaaf is het ook altijd interessant om te kijken naar wat níét werd beslist. Arbeidsmarktexpert Stijn Baert (UGent) toonde zich tevreden op Twitter: 'Toch wel opluchting. Want geen enkel spoor van circulerende zotternijen zoals vrijwillige werkloosheid.' Zover zijn we dus: we zijn al blij als een regering beslist om geen 'zotternijen' in te voeren. Maar er is ook niets beslist over heel wat andere zaken die allesbehalve 'zotternijen' waren, maar juist cruciaal voor onze samenleving. Zo was er geen spoor van een ernstige pensioenhervorming of zelfs maar een aanzet daartoe. Er kwam ook geen duidelijkheid over het al dan niet openhouden van de kerncentrales. Het was nochtans de strategie van de premier om alle moeilijke dossiers op te sparen om dan tijdens het begrotingsconclaaf knopen door te hakken. Dat is niet gebeurd. Uitstel over dossiers als de pensioenhervorming en de kernuitstap kunnen we ons al jaren niet permitteren, nu werd een beslissing daarover nog maar eens uitgesteld.Misschien nog opvallender is dat er niet werd beslist om de gunstige fiscale regeling voor een tweede woning af te schaffen. Alle coalitiepartijen wilden dat nochtans graag doen. De gunstige fiscale regeling bij de eerste woning, een regionale bevoegdheid, is in Vlaanderen al afgeschaft. Niemand vond het nog verdedigbaar dat ze voor een tweede woning, een federale bevoegdheid, zou blijven bestaan. Niemand, op één uitzondering na: MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez. Hij motiveerde dat zo: 'Niet alleen rijken kopen een tweede woning, hoor. Voor veel zelfstandigen vormt de tweede woning zelfs hun pensioen.'Die eerste zin strookt niet met de feiten, liet armoedespecialist Wim Van Lancker (KU Leuven) weten: 'Het bezit van tweede woning is zeer ongelijk verdeeld: 17 procent van de hoogste inkomens heeft een tweede verblijf. In de middenklasse is dat 4 procent.' Het kan wel kloppen dat een tweede woning voor veel zelfstandigen hun pensioen is, zoals Bouchez zegt. Dat heeft alles te maken met de manier waarop in ons land de wettelijke pensioenen in elkaar zitten, en waarom er al jaren gezegd en geschreven wordt dat een pensioenhervorming dringend en noodzakelijk is. Zo'n hervorming lijkt er ook tijdens deze regeringsperiode niet te komen.De regering-De Croo besliste ook niet om de vrijstelling van de socialezekerheidsbijdrage voor eerste aanwervingen af te schaffen, iets wat ongelijkheidsexpert Ive Marx (UAntwerpen) bestempelde als 'wraakroepend en onbegrijpelijk'. Hij legde ook uit waarom: 'Omdat we hier over een budgettair heel dure maatregel spreken (...) Zowel het Rekenhof als Planbureau heeft brandhout gemaakt van deze regeling. Ze is veel te duur in verhouding tot de opbrengst. Bovendien bereikten de sociale partners een akkoord om de korting te beperken in hoogte en duur. De regering heeft alleen een plafond ingevoerd, maar de onbeperkte duur blijft. De besparing is daarom zeer beperkt.'Marx vat het zo samen: 'Kortom, zelfs ondubbelzinnige adviezen en een akkoord van de sociale partners volstaan helaas nog steeds niet om te doen wat goed is. De bediening van particuliere belangen en lobby's blijft voor sommige partijen blijkbaar belangrijker.' Dat kan tellen als evaluatie van een begroting.Er werd op het begrotingsconclaaf over een hele reeks maatregelen geen akkoord bereikt, en die werden dan maar doorgeschoven naar een vergadergroep. Dat is bijvoorbeeld het geval voor het nachtwerk, dat belangrijk is in onder meer de e-commercesector. De discussie over het nachtwerk tussen de PS en de MR, en bij uitbreiding de socialisten en liberalen, laaide tijdens de nachtelijke begrotingsgesprekken zo hoog op, dat sommigen wegliepen van de onderhandelingstafel. Even werd zelfs de vraag gesteld of er wel een begrotingsakkoord zou worden bereikt.Hoe los je dat op? Door het probleem naar werkgroepen te versassen. Zo komt er een rondetafel waarbij verschillende federale ministers zullen bekijken waarom de e-commerce in België het zo moeilijk heeft. Daarnaast moeten de sociale partners uitzoeken of avondwerk tussen 20 uur en 24 uur ook mogelijk kan worden als één in plaats van alle vakbonden in een bedrijf daarvoor de toelating geeft. Het is zeer de vraag of over die punten snel een beslissing zal vallen, want al vaker bleek een werkgroep het ideale middel om een dossier in de vergeetput te dumpen.Iets soortgelijks zien we bij de gunstige regeling voor sporters, die momenteel een lage sociale bijdrage betalen. Ze wordt berekend op een fictief brutomaandloon van maximaal 2352 euro in plaats van op hun reële loon, dat in heel wat gevallen veel hoger ligt. Dat wil zeggen dat de RSZ-bijdrage van een sporter maximaal 895,5 euro per maand bedraagt, ongeacht hoeveel hij of zij verdient.Dat wordt aangepakt, zo heet het, en de regering kleeft er zelfs een bedrag op: 43 miljoen euro. Hoe dat precies zal angepakt worden, is onduidelijk. Wordt gewoon de forfaitaire bijdrage verhoogd (zodat voetballers die veel verdienen procentueel nog steeds het minst bijdragen) of zal in de toekomst een voetballer die meer verdient ook meer bijdragen? En draagt die voetballer dan meer bij dan een doorsnee-arbeider? Daarover zou nog overleg volgen met de voetbalbonzen. Alweer een dossier dat wordt doorgeschoven.Ook de clubs genieten momenteel van een aardig financieel voordeel: ze hoeven 80 procent van de geïnde bedrijfsvoorheffing niet door te storten aan de schatkist. Dat bedrag moeten ze investeren in hun jeugdwerking. Alleen blijkt dat een rekbaar begrip, zo maakt sporteconoom Trudo Dejonghe (KU Leuven) duidelijk in Het Laatste Nieuws: 'Het loon van elke speler jonger dan 26 kan betaald worden met die niet-doorgestorte bedrijfsvoorheffing. Dus ook dat van een 23-jarige spits uit Mozambique of een 25-jarige Oezbeekse verdediger.' Dejonghe zegt dus: 'Zorg ervoor dat de bedrijfsvoorheffing stroomt naar waar ze moet stromen: de eigen jeugd. En niet naar goedkopere buitenlandse voetballers.' Wordt daar iets aan gedaan?De gunstmaatregelen voor de voetbalwereld draaien niet om veel geld, wel om principes. Dat het topvoetbal zulke (para)fiscale voordelen krijgt, valt steeds moeilijker uit te leggen. De regering-De Croo zou er iets aan doen, zo stond in het regeerakkoord: 'De regering hervormt de huidige fiscale en parafiscale voordelen van beroepssporters en sportclubs met het oog op meer billijkheid, waarbij gegarandeerd wordt dat iedereen een eerlijke bijdrage levert, afhankelijk van de draagkracht van de sport.'We noemden het wegwerken van het gunstregime voor sporters eerder de lakmoesproef om te zien of de regering-De Croo nog in staat is om iets te beslissen. Veel wordt er niet aan gedaan, ondanks de mooie woorden in het regeerakkoord en de ronkende verklaringen vooraf. De regering-De Croo heeft de begroting overleefd, maar is niet in staat om haar eigen beloftes in te lossen en doortastende maatregelen te nemen. Tot slot iets heel anders. De Wetstraat moet dringend klare wijn schenken over de Open VLD-verkiezingscampagne van 2019, schreef collega Tex Van berlaer op knack.be.De aanleiding zijn de verkiezingsuitgaven van de Open VLD ten voordele van Sihame El Kaouakibi in 2019. Tijdens de campagne van dat verkiezingsjaar factureerde het nu partijloze Vlaams Parlementslid ruim 100.000 euro aan de partij als campagne-uitgaven. Daarvan ging 33.000 euro naar een persoonlijke medewerker van El Kaouakibi. Volgens partijvoorzitter Egbert Lachaert hoefde dat bedrag niet te worden aangegeven, ook al zegt de kieswet dat men 'alle uitgaven' voor verkiezingspropaganda moet aangeven.Bij die uitgave werden al in februari vraagtekens gezet, want het mag duidelijk zijn: als je uitgaven voor medewerkers tijdens de kiescampagne niet hoeft aan te geven als uitgave tijdens de kiescampagne, zet je de deur wagenwijd open om langs die weg meer geld uit te geven dat niet aangegeven hoeft te worden. Daarom zou het goed zijn als de federale controlecommissie voor verkiezingsuitgaven klaarheid schept, zodat er geen verwarring mogelijk is bij de volgende verkiezingen.De federale controlecommissie lijkt niet van plan om er veel mee te doen. Geen enkele politieke partij, ook niet Vlaams Belang of de PTB-PVDA (dat nochtans de voorzitter voor de commissie levert), lijkt er een zaak van te willen maken. Deskundigen vinden de wet trouwens hopeloos verouderd en menen dat ze moet worden herschreven. Daar wil geen enkel politieke partij werk van maken. Blijkbaar verkiezen ze allemaal een krakkemikkige wet op de verkiezingsuitgaven.Ook het Vlaams Parlement, waarvoor El Kaouakibi werd verkozen, blijkt van het dossier geen werk te willen maken. De parlementsleden en de Vlaamse controlecommissie maken zich ervan af met de verklaring dat de zaak verjaard is. Sancties kunnen alleen worden getroffen binnen de 200 dagen na de verkiezingen, en die zijn al lang voorbij. Dat is wel erg gemakkelijk. Natuurlijk kunnen de parlementsleden stappen zetten. Ze zouden bijvoorbeeld de verjaringstermijn van 200 dagen kunnen uitbreiden, want die is wel erg kort. Daarnaast zouden ze zich kunnen uitspreken over de vraag of uitbetalingen aan een medewerker tijdens de verkiezingscampagne al dan niet een verkiezingsuitgave is, en of die moet worden aangegeven. Misschien nog wel het belangrijkste: het Vlaams Parlement zou een eigen vademecum over verkiezingsuitgaven kunnen schrijven. Tot nu toe beroept het zich op de federale richtlijnen. Maar ook dat laat het na. Zowel de politici in het federale als in het Vlaams Parlement lijken voor de financiering van de kiescampagne het liefst alles bij het oude te laten. Want als er onduidelijkheid heerst, kan iedereen daar zijn voordeel mee doen.