In Twee tinten grijs verkennen Jan Van Eyken en compagnon de voyage Pascal Braeckman de derde leeftijd en haar tijdverdrijven. Voor Van Eyken is dat minder vrijblijvend dan men zou denken: de rocker is intussen 65 en als televisieproducer met pensioen. Geknipt moment voor een carrièreoverspannend gesprek in zijn tuin, waar hij - met de grootste achting voor de regels van de social distancing - de vlam jaagt in de ene Bastos na de andere.
...

In Twee tinten grijs verkennen Jan Van Eyken en compagnon de voyage Pascal Braeckman de derde leeftijd en haar tijdverdrijven. Voor Van Eyken is dat minder vrijblijvend dan men zou denken: de rocker is intussen 65 en als televisieproducer met pensioen. Geknipt moment voor een carrièreoverspannend gesprek in zijn tuin, waar hij - met de grootste achting voor de regels van de social distancing - de vlam jaagt in de ene Bastos na de andere. Dag 70 van de lockdown: hoe hemeltergend is zo'n quarantaine voor een podiumtijger als u? Jan Van Eyken: Niet erger dan voor een ander. Er zijn mensen die met twee kinderen en hun lief in een klein appartementje zitten. En zie mij hier zitten in de zon op mijn pelouse. Ik klaag niet. Alhoewel, we zouden met De Kreuners veertig keer optreden deze zomer, ook op een paar dikke festivals. Dat steekt. Er staat een gitaar tegen de muur in de woonkamer. U hebt nu alle tijd van de wereld om nummers te schrijven. Van Eyken: Het is raar, maar ik speel veel minder dan anders. Ik heb geen fut. Het virus ontslaat je van de plicht om nuttig te zijn, en het geeft je ook een alibi om op een onchristelijk uur te beginnen aperitieven. (blaast) Het komt er gewoon niet van. Ik was nochtans veel aan het spelen, met twee jonge gasten, gamins van twintig jaar. Die geven mij een stamp onder mijn gat. Dat is belangrijk. Zit er een soloalbum aan te komen? Van Eyken: Er is nog niks concreet, maar ik denk er al een tijdje over na. Ons repertoire? Geen idee, eigenlijk. Ik weet zelfs niet in welke taal ik zou opnemen: ik heb een paar nummers in het Brussels geschreven, maar ook in het Frans en het Engels. Misschien moet ik maar alles dooreensmijten, zo doet Arno het ook. Zullen we het vervelende deel van het interview maar meteen afhaspelen? Dan zijn we ervan af. Van Eyken: De recensies van Twee tinten grijs, bedoel je? Die zijn slecht, hè. Vooral die van die mens van De Standaard... (fluit) Da's spesjaul, zenne. Ik citeer: 'Uitstraling hebben ze niet, interviewen kunnen ze niet en op hun humor staat de schrale schuimkraag van een lauwe pint.' Dat is er niet naast. Van Eyken: Ik ben een groot voorstander van de vrije pers, maar toen ik gisteren aan het kijken was, kreeg ik de ene sms na de andere binnen van mensen die het wel goed vonden. En er kijken elke week meer dan 800.000 mensen. Heeft die journalist een betere smaak, vraag ik me af, omdat hij betaald wordt om tv te kijken? Ik ben geneigd te denken van niet. Maar voor de rest geef ik die mens gelijk: ik ben geen presentator. Ik ben geen interviewer. Met dat deel over mijn humor heb ik het lastiger. (lacht)Heb ik u niet een paar keer op de tanden zien bijten, wanneer zich een goeie maar misschien iets te scherpe mop aandiende? Van Eyken: Ja. Het probleem is dat ik soms te cassant ben. Ik wil niemand kwetsen, maar soms komt het er gewoon uitgefloept. Aan de toog kan dat geen kwaad, maar als je met een groep rolstoelpatiënten staat aan te schuiven in de grot van Lourdes, hou je beter je manieren. U hebt dertig jaar achter de schermen gewerkt bij de televisie. Waarom bent u nu toch voor het voetlicht getreden? Van Eyken:(haalt de schouders op) Ik heb het mij ook afgevraagd: 'Was je niet beter op je plaats gebleven, Van Eyken?' Ik stond bij De Kreuners ook altijd drie meter achter Walter (Grootaers, nvdr). Dat had voor- en nadelen. Hij kreeg de bh's naar zijn kop gesmeten, maar ook de tomaten. En hij kreeg veel tomaten naar zijn kop, zeker na Big Brother. U neemt toch een prominente plaats in op het podium, als De Kreuners spelen? Van Eyken: Ja, maar dat is iets van de laatste jaren. Misschien heb ik aan zelfvertrouwen gewonnen, want daar heb ik nooit veel van op overschot gehad. En toch staat u al vijftig jaar op een podium? Van Eyken: Langer. Op mijn tiende was ik tamboer in de fanfare van Zaventem, en daarna trompettist. Maar niet veel later nam ik mijn eerste gitaar vast en wist ik: this is it. Met een gitaar kun je de meisjes charmeren hè, met een trompet is dat veel lastiger. Ik heb altijd veel talent gehad voor bewondering. In 1963 zag ik op de BRT The Rolling Stones optreden. Ze speelden Tell Me, maar alleen Mick Jagger kwam close in beeld. Dat was betoverend, ik zat daarnaar te kijken als een konijn naar een lichtbak. Maar dan kwam ons ma de voorkamer binnengestormd: knal, tv uit. 'Wat is dat voor zever?' Toen wist ik: dat wil ik ook doen, ook al leek het zo onbereikbaar. Dat gevoel heb ik nog altijd: ik ben er nog niet. Walter heeft dat ook, die is nog altijd bloednerveus voor elk optreden: 'Ik kan het niet.' Ben Crabbé (drummer bij De Kreuners, nvdr) heeft daar minder last van. (lacht)Na de fanfare speelde u in jeugdhuizen, en nog later richtte u The Strings op. Maar uw carrière nam een definitieve wending toen u begin jaren tachtig in de Brusselse Beursschouwburg naar een obscuur Iers groepje ging kijken. Van Eyken: Jean-Marie Aerts had een single van The Strings geproducet, en hij was wild van de sound van Boy, het eerste album van U2. Wij daarnaartoe. Die avond speelden De Kreuners in het voorprogramma van U2. Toen heb ik ze voor het eerst zien spelen. Walter vertelt graag dat de organisator De Kreuners op het laatste nippertje aan de affiche had toegevoegd omdat de ticketverkoop voor geen meter liep. (grijnst) Ik kan dat niet bevestigen. Later speelde u met The Strings in het voorprogramma van De Kreuners. Op een avond, zo wil de legende, hebben jullie met 10 man 16 bakken bier verzet. Omgerekend 38 pinten per man. En toch, houdt u vol, hebt u nog nooit een kater gehad. Van Eyken: Nee, ik heb nog nooit koppijn gehad van te veel drank. We hebben dat wereldrecord overigens nooit kunnen scherpstellen, want een paar weken later ben ik bij De Kreuners gaan spelen en hielden The Strings het voor bekeken. Dat verhaal over de zestien bakken bier heb ik uit uw memoires, De Dikke Van Eyken, een schier eindeloze lijst straffe verhalen over het leven on the road. Hebt u verhalen in uw mouw zitten die te gepeperd zijn om te boek te stellen? Van Eyken: Ja, d'office. Als mensen mij vragen wat het strafste verhaal is, antwoord ik altijd dat ik dat onmogelijk kan vertellen. Omdat ik dan uit De Kreuners word gesjot en Walter uit zijn huis. Door zijn vrouw. (lacht)Het land platspelen met De Kreuners was de facto hobbyisme. Al die tijd had u ook nog eens écht werk. Van Eyken:(grinnikt) Je moet eens naar mypension.be surfen: spesjaul, zenne. Elke job die je ooit gedaan hebt, staat daar opgelijst. Tenminste, de jobs die je niet in het zwart hebt gedaan. Ik was allang vergeten dat ik ooit drie dagen de rekken van de Unic had gevuld. Ik heb ook voor Wagons-Lits gewerkt, een fantastische job. Ik was couchettist, een soort butler in eerste klasse. Ik was de klok rond paraat, maakte de bedden op en schonk coupes champagne. Plezierige tijden, we reden door heel Europa.U hebt ook op Kantersteen gewerkt, de afdeling van het ministerie van Verkeerswezen, waar een mens terechtkon voor autonummerplaten. Van Eyken: Mijn moeder zei: 'Doe eens mee met een examen van de staat. Dan heb je vast werk.' Voor ik het wist, zat ik achter een bureau, ik was de Jomme Dockx van mijn generatie. Ik moest de nummerplaten verwerken die teruggestuurd werden. Tegenwoordig kun je voor veel geld zelf een nummerplaat kiezen, maar vroeger bestond dat niet. Ik had al snel door dat ik iets kon bijverdienen door speciale combinaties achter te houden: ik heb lang met JAN 001 rondgereden, en mijn lief met ANN 001. Ik hield platen opzij voor vrienden en kennissen. Mijn tarief was: een fles cognac. In 1988 zette u uw eerste stappen in de televisiewereld. Van Eyken: Doordat we met De Kreuners geregeld in Met Mike in zee optraden, had ik Mike Verdrengh en muzieksamensteller Jos Van Oosterwijck leren kennen. Op een dag kwamen Jos en Mike naar mij: 'We gaan een wekelijks programma maken met tien Vlaamse zangers.' Zo ben ik de vaste tekstschrijver geworden van Willy Sommers en Bea Van der Maat, de presentatoren van Tien om te zien. Elke week stuurde Jos me de lijst met artiesten door. In het ministerie was maar één faxtoestel, in een klein hokje. Ik zorgde ervoor dat ik altijd op het juiste moment in dat hok stond. Op een dag stond ik daar weer te wachten, maar de fax kwam niet door. Een uur later kreeg ik telefoon op mijn bureau: 'De secretaresse van minister van Verkeer Jean-Luc Dehaene hier, de minister ontbiedt u op zijn bureau.' Ik met knikkende knieën naar ginder, en toen ik zijn bureau binnenging, kreeg ik een stapel papier naar mijn kop gesmeten. 'Is die rommel van u?' Jos was zijn papiertje met mijn faxnummer kwijtgeraakt, en had in het telefoonboek het nummer van het kabinet van Dehaene gevonden, niet dat van het ministerie. Enfin, nadat Dehaene mij in het lang en het breed had uitgekafferd, boog hij zich fluisterend voorover: 'Ik zou wat meer op tv willen komen, kunt gij daar niet voor zorgen?' (lacht) Dat team was geweldig, en de feestjes waren top. Eigenlijk heb ik geen enkele job zo graag gedaan als Tien om te zien. Dat niet elke artiest die er langskwam een even spectaculair niveau haalde, nam u er voor lief bij? Van Eyken: Ik had inderdaad niks met veel van die zangers. En zij niet met mij. Paul Severs heeft mij ooit aangevallen in de coulissen: 'Nu is het aan ons, het is gedaan met jullie lawaai.' Die mannen waren geweldig gefrustreerd omdat ze jaren niet aan bod waren gekomen op de BRT, en wij met De Kreuners wel. Een paar maanden later werd Ik wil je een monsterhit en was Tien om te zien van ons. (lacht)Ik wil je is een van de hits van De Kreuners die u hebt geschreven. Van Eyken: Ik had dat nummer, waarvoor Walter de tekst leverde, al drie jaar in een la liggen. Ik dacht er niet te veel van, tot we het tijdens een repetitie toch eens hebben opgevist. Kort daarna speelden we het voor de eerste keer live op Marktrock. Het was toen nog niet uit op plaat, maar het hele plein zong het mee. Toen het nummer voorbij was, bléven ze zingen. Ik weet nog dat onze bassist, Berre Bergen, grijnzend naar me toe kwam: 'Ik weet het niet zeker, Van Eyken, maar ik denk dat we een hit hebben.' Berre Bergen stierf in 2016. Heeft hij ooit niet in een interview geclaimd dat hij en niet u Ik wil je had geschreven? Van Eyken: Dat was typisch Berre, het was zijn manier om ons te irriteren. Walter was trouwens geen haar beter. We stonden eens samen te plassen in de toiletten van café Den Oriënt in Leuven toen er een paar zatte gasten binnenvielen: ' Ik wil je is fantastisch, Walter! Goed gedaan!' Hij bedankte die gasten uitvoerig, liet zich de lof welgevallen. En toen ze weg waren: 'Ik kon toch moeilijk zeggen dat jij dat nummer hebt geschreven?' (lacht luid)In De Dikke Van Eyken beweerde u dat een muzikant 'bij voorkeur niet aan sport doet en leeft op een dieet van nicotine, alcohol en verzadigde vetten'. Van Eyken: Toch niks mis met wat opgepompte clichés? (lachje) Maar het klopt dat het leven on the road ongenadig is voor lijf en leden. Onze après-ski was berucht: als de backstage sloot, gingen we op café. Als het café sloot, gingen we op zoek naar een frituur. Op den duur woog ik 160 kilo. Ik begreep al lang dat ik daar iets aan moest doen, maar bleef het uitstellen. Tot ik in Lissabon met vrienden op stap was. We gingen van de binnenstad naar de Bairro Alto. Steil bergop, dus. Ik raakte niet boven. Maar het ergst van al was de schaamte. Ik schaamde me tegenover mijn vrienden. De dokter meldde u daarna dat u morbide obees was.Van Eyken: Ik heb dan een streng dieet gevolgd. Ik dronk geen alcohol, at alleen gestoomde groenten, magere yoghurt en vis, en ben snel vermagerd. Ik ben van 160 naar 80 kilogram gegaan. Op slag verdwenen al mijn kwaaltjes: ik sliep plots weer beter en had geen last meer van jicht. Ik ben ook beginnen te fietsen. U hebt een dochter en drie kleinkinderen. In Twee tinten grijs biecht u op dat u nooit veel tijd hebt gehad voor uw familie. Van Eyken: Dat is waar, ik heb mijn dochter niet zo vaak gezien. Ik ben vroeg gescheiden van haar moeder, dat maakt het al lastig, en ik was vaak on the road. Maar ik heb toch een heel goede band met mijn dochter. Er was gewoon geen middenweg. En ik heb ook geen spijt. Het loopt zoals het loopt.Mijn liefdesleven heeft wel geleden onder mijn werk en mijn muziek. Het was niet evident om een relatie vol te houden. Nu ben ik allang alleen, ik noem mezelf wel 's wereldkampioen single zijn. Da's een kwestie van karakter, zeker? Sommige mannen móéten een vrouw hebben, ik niet.Te veel one's own man?VAN EYKEN: Ik denk het. Maar pas op, het was niet altijd de beste oplossing. Er is in mijn leven veel fout gelopen op financieel vlak. Ik ben nogal negligent met facturen. Als je een relatie hebt, draag je een verantwoordelijkheid voor elkaar en los je de problemen op. Terwijl ik alleen kon denken: 'Voor wie doe ik het?' De schulden - bij de belastingen, onder andere - bleven zich opstapelen, de facturen bleven onbetaald. Dat blijft een tijd goed gaan, tot het plots niet meer goed gaat. Bij mij was dat tien, vijftien jaar geleden. En als je schulden hebt, komen de wolven. Ze sluipen rond je huis. En op een dag zit er eentje binnen. Want wolven raken altijd binnen, zeker als er deurwaarders aan te pas komen. (stil) Waarom vertel ik dit eigenlijk? Alleen mijn dichtste vrienden weten ervan. Maar ik heb toen wel een belangrijke les geleerd: het is nooit te laat. We hebben dat goed aangepakt, vooral door heel hard te werken. Ik heb mezelf bijeengeraapt, heb veel jobs aangepakt die ik anders nooit had gedaan, en zoveel jaren later kan ik zeggen: I did it.