Het is zo'n typische voetbalkantine in grijs cellenbeton, zoals er in België honderden staan. Toch kwam de koning er al op bezoek, net als de minister van Asiel en Migratie, twee Eurocommissarissen, de secretaris-generaal van de UEFA, de top van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité en de voorzitter van de voetbalbond. Die aandacht komt voort uit een impulsief telefoontje van Laurent Thieule, de voorzitter van Kraainem Football Club, vijf jaar geleden. 'De vluchtelingencrisis domineerde toen de krantenkoppen', vertelt Benjamin Renauld, verdediger in de eerste ploeg van de tweedeprovincialer en aanjager van het project dat intussen We Welcome Young Refugees heet. 'Onze voorzitter dacht: bij al die nieuwkomers moeten wel knapen zitten die graag tegen een bal stampen. Hij belde het lokale asielcentrum. Een week later arriveerde het eerste busje.'
...

Het is zo'n typische voetbalkantine in grijs cellenbeton, zoals er in België honderden staan. Toch kwam de koning er al op bezoek, net als de minister van Asiel en Migratie, twee Eurocommissarissen, de secretaris-generaal van de UEFA, de top van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité en de voorzitter van de voetbalbond. Die aandacht komt voort uit een impulsief telefoontje van Laurent Thieule, de voorzitter van Kraainem Football Club, vijf jaar geleden. 'De vluchtelingencrisis domineerde toen de krantenkoppen', vertelt Benjamin Renauld, verdediger in de eerste ploeg van de tweedeprovincialer en aanjager van het project dat intussen We Welcome Young Refugees heet. 'Onze voorzitter dacht: bij al die nieuwkomers moeten wel knapen zitten die graag tegen een bal stampen. Hij belde het lokale asielcentrum. Een week later arriveerde het eerste busje.' Vorig seizoen verwelkomde Kraainem FC zijn tweeduizendste vluchteling. Het blauw-geel van Kraainem werd gedragen door Liberianen, Congolezen, Kameroeners, Ivorianen, Eritreeërs en Somaliërs. De nationaliteiten verschuiven mee met de vluchtelingenproblematiek. Vandaag komt de grote meerderheid uit Afghanistan, al zijn er ook opvallend veel Guineeërs bij. Tweeduizend voetballers in vijf seizoenen betekent een enorm verloop. 'We werken samen met het asielcentrum van Sint-Pieters- Woluwe, dat niet-begeleide minderjarige asielzoekers opvangt', zegt Renauld. 'Die jongens zijn pas enkele weken in het land en schuiven snel door naar andere asielcentra. Je leert hen net kennen en ze zijn alweer weg. Dat levert soms tragische scènes op. Het is ongelooflijk hoe snel mensen zich aan elkaar hechten.' De club nam contact op met het asielcentrum van Rixensart, waar gezinnen verblijven die doorgaans uitzicht hebben op een verblijfsvergunning. Hun kinderen blijven vaak langer bij Kraainem. Sinds kort komen er ook vrouwelijke vluchtelingen uit het Rode Kruiscentrum van Jette. Sommigen van hen zijn moeder. De club regelt dan opvang voor hun kinderen. Vandaag komen drie Afghaanse jongens voor het eerst naar de club. Mohamad, Esmatullah en Abdulah sjokken onwennig naar het kunstgrasveld, tot een vrijwilliger hen duidelijk maakt dat ze eerst naar de les moeten. Kraainem vormde oude kleedkamers om tot klaslokaal. 'Het eerste idee was: we maken kennis en we leren hen wat voetbaltermen, zodat ze zich op training uit de slag kunnen trekken. Maar dat bleek enerzijds onnodig en anderzijds volstond het niet', vertelt lesgever Jean-François. Hij heeft geen ervaring als leraar, maar zegt dat goed te maken met passie. 'Kinderen hoeven elkaar niet te verstaan om samen te spelen. Wel merkten we dat we moesten wijzen op bepaalde culturele gevoeligheden. Dat we als het ware moeten tonen wie wij zijn.' De Afghaanse tieners krijgen een stoomcursus België. Ons land aanwijzen op een blinde kaart blijkt geen probleem. ' But do you know the name of our king?' vraagt lesgeefster Miriam. Ze wijst naar een foto, genomen in het raamloze lokaaltje waarin we nu zitten. Blijkt dat koning Filip bij zijn bezoek op dezelfde stoel zat als Abdulah nu, maar de jongen lijkt amper te registreren wat er wordt gezegd. ' And when the king dies, his daughter Elisabeth will be queen', prent Miriam haar klas in. Daarna toont ze een foto van een vierende Dries Mertens, arm in arm met Romelu Lukaku. Op de achtergrond juichen voetbalfans op de Grote Markt van Brussel, een en al rode euforie. 'Belgen worden gelukkig als ze voetbalmatchen winnen', vertelt Miriam. 'Ons land werd derde op het WK! Derde!' Het maakt niet de indruk die ze hoopte. De Afghaanse jongens kennen weinig van voetbal. Zelfs Lionel Messi doet geen belletje rinkelen. ' We like cricket', zeggen ze verontschuldigend. De drie zijn hier zonder familie. De jongste is dertien. Met zijn handen gebaart hij dat hij twee weken in België is. 'We willen graag blijven', benadrukt de vijftienjarige Abdulah, en hij kijkt me aan alsof ik dat wel even kan regelen. Dat de lesgevers België voorstellen via prinses Elisabeth en Romelu Lukaku blijkt een weloverwogen keuze. 'Die foto van Lukaku toont dat ook migrantenkinderen erbij horen. Dat ze het kunnen maken en zelfs idolen kunnen worden', zegt lesgever Jean-François. 'Via Elisabeth praten we eigenlijk over gendergelijkheid. Zonder te willen stigmatiseren: niet alle jongens die hier passeren, zijn daarmee vertrouwd.' Ook frieten proeven en een trip naar het Atomium horen bij deze informele inburgeringscursus. Die frieten blijken een cultuurclash waar de autochtone spelers sterk naar uitkijken. 'Onze spelers vinden frieten zonder uitzondering heerlijk. Voor de vluchtelingen is het vaak de eerste keer dat ze het eten. Sommigen walgen ervan, tot hilariteit van hun ploegmaats.' Voor vluchtelingen uit zwart Afrika zijn de lessen in het Frans, met de vele Afghaanse nieuwkomers valt vaak enkel te communiceren in het Engels. Kraainem is een Vlaamse faciliteitengemeente, maar op de club bekijken ze het pragmatisch. 'Door het voetbal voel ik me thuis in België', vertelt Mohamed, een pijlsnelle dribbelaar die de lijn afdweilt bij de reserveploeg van Kraainem. In september 2019 kwam de 24-jarige Guineeër aan in het asielcentrum van Sint-Pieters-Woluwe. Toen hij daar moest vertrekken, vroeg Mohamed of hij naar het asielcentrum van Zaventem kon, om dicht bij zijn club te kunnen blijven. 'Deze mensen geven om mij en ik om hen', zegt hij. 'Dat zit in kleine dingen. Sandra, die achter de tapkast staat, heeft altijd een vriendelijk woord voor mij. Gevolgd door een mop, want ze plaagt graag. Het heeft misschien niet veel te betekenen, maar dat kleine gebaar doet mij deugd. Het zegt: ik hoor ergens bij.' Sommige clubs klagen erover dat de inburgering in hun schoenen wordt geschoven. 'Dan komt er in onze landelijke gemeente zo'n gezin aan dat niemand kent en de taal niet spreekt', hoorden we een Limburgse voorzitter zeggen. 'Het OCMW stuurt de kinderen naar het voetbal, in de hoop dat onze club het netwerk van die mensen wordt. Maar mijn vrijwilligers zitten daar niet op te wachten.' De anekdote wordt in Kraainem op ongeloof onthaald. 'Als wij hen niet helpen, wie dan wel?' reageert lesgever Jean-François. 'Leven we sámen of is dit een maatschappij van individuen, waarin iedereen zichzelf maar moet zien te redden?' Niet dat het makkelijk is. Er zitten jongeren bij die heftige oorlogssituaties hebben meegemaakt en op hun vlucht met de dood zijn geconfronteerd. De regel op de club is dat daar niet naar wordt gevraagd. Hier moeten de vluchtelingen kunnen vergeten wat ze hebben meegemaakt. Toch komen de verhalen af en toe naar boven. 'Dan hoor je zo'n knaapje van veertien zeggen dat hij te voet door de Turkse bergen trok, waar zijn beste vriend stierf, en dat hij in Servië werd gevangengenomen en wekenlang amper at. Onze reactie is: wat een horror, maar die kinderen lijken de bladzijde al te hebben omgedraaid. Die veerkracht: het blaast je omver, zegt coördinator Benjamin Renauld.' Guineeër Mohamed betaalde smokkelaars om de oversteek naar Spanje te maken. 'Ze beloofden dat het niet gevaarlijk was. Met machetes dwongen ze ons in een rubberboot: "Nu kun je niet meer terug!" We waren met 45, ik heb iedereen geteld voor ze ons van de kant duwden. Achttien uur dobberden we op zee, zonder eten of drinken. De boot verloor langzaam lucht. Vrouwen en kinderen weenden. Ik dacht dat ik ging sterven.' Vorige maand kreeg Mohamed goed nieuws: zijn asielaanvraag werd goedgekeurd. Tot hij zijn eigen stek vindt, woont hij in bij een oud-speler van Kraainem. Mohameds Belgische avontuur kent een happy end, maar het gebeurt dat spelers van Kraainem worden uitgewezen. 'Eén jongen is mij sterk bijgebleven', zegt vrijwilliger Benjamin. 'Hij had een puntgave techniek. Ik dacht: dat is er een voor de eerste ploeg. Plots kwam hij niet meer opdagen - bleek dat zijn gezin het land had moeten verlaten. Zijn medespelers reageerden verslagen. Vrijwilligers die al langer meedraaien, houden een beetje emotionele afstand, dan komt de klap minder hard aan. ( snel) Al zou het wrang zijn als wij klaagden. Voor die jongen zelf was het erger.' Voor de drie Afghaanse jongens die met open mond naar foto's van koning Filip en Romelu Lukaku staarden, begint de training. De coach schreeuwt zich schor - 'Balcontrole verzorgen!' - maar de Afghanen zijn het voetballen duidelijk niet gewend. Ze staan perplex wanneer een van hun teammaats staalhard in de winkelhaak mikt. Ook bij de opwarming moesten ze snel afhaken. Het project is tot nu toe geen goudader voor voetbaltalent. Twee seizoenen geleden arriveerde op een club een jonge Afrikaan die de posterboy van het vluchtelingenproject had kunnen worden. Na een oefenmatch tegen OH Leuven nam die club hem meteen over. De ex-vluchteling woont intussen met zijn gezin in Leuven en speelt voor de elitejeugd van OHL. Een ander talent is de 22-jarige Abdou. 'Het mooiste moment van mijn leven was toen ik scoorde tegen KFC Wezembeek. Een droog, hard schot', zegt hij met gloed in de ogen. 'De keeper had geen schijn van kans. En uitgerekend tegen onze grote rivalen! De supporters gingen uit hun dak.' Abdou woonde op dat moment nog in het Klein Kasteeltje. 'De begeleiders doen echt hun best en ik wil niet klagen, maar in een asielcentrum leven is niet simpel. Met vijf jongens deelden we één kamer; natuurlijk komen daar conflicten van. Gelukkig had ik mijn voetbal. Sinds die goal tegen Wezembeek leef ik voor één doel: ik wil profvoetballer worden. Ik moet dringend meer eten, ik weeg te licht. Die grote, sterke Belgen duwen me omver.' Hoe goed Adbou ook voetbalt, de kans dat een 22-jarige flankaanvaller uit de reserven van een tweedeprovincialer het tot prof schopt, is klein. 'Bijna alle deelnemers aan het project delen nochtans zijn droom. En bij de meesten is het nog veel onwaarschijnlijker dat ze het zullen maken', zegt vrijwilliger Benjamin. 'We hebben er lang over getobd of we hen uit die droom moeten halen, maar uiteindelijk was de conclusie: waarom zouden we? Het geeft die jongens een doel, het maakt hen ambitieuzer in al het andere wat ze ondernemen. Láát ze dromen. Realistisch worden kan later nog.'