De bijzondere Kamercommissie 'Congo/Koloniaal Verleden' werd midden juli samengesteld en krijgt een jaar de tijd om haar opdracht uit te voeren. Ze wordt bijgestaan door een groep van tien experten. Naast vijf historici gaat het om verzoeningsexperten en een vertegenwoordiger van de diaspora. In een open brief zegt een zestigtal historici en andere wetenschappers zich zorgen te maken over de samenstelling van die groep. "Het lijkt ons vreemd dat de Congocommissie, in tegenstelling tot het aanvankelijke project, een aantal historici van de koloniale kwestie heeft samengebracht met advocaten en vertegenwoordigers van verenigingen van de Congolese diaspora en van instellingen begaan met hedendaagse sociale kwesties", luidt het. Op deze manier "vergeet" de commissie haar twee missies duidelijk te scheiden. "Zij is (...) blijkbaar van plan een debat te voeren over de verzoening (...) betreffende het koloniaal verleden, zonder de precieze conclusies van het verslag van de historici over dat verleden af te wachten." Commissievoorzitter De Vriendt weerlegt die kritiek. Volgens hem was het van meet af aan de bedoeling dat de expertengroep niet enkel uit historici bestaat. "Het doel van de Bijzondere Commissie is immers méér dan een status quaestionis van het historisch onderzoek. De finaliteit is wezenlijk politiek en maatschappelijk. Het is namelijk aan de parlementsleden om na vele decennia conclusies te trekken uit het pijnlijke koloniale verleden van ons land. Daaruit moeten aanbevelingen volgen inzake een consequent discours, erkennen van verantwoordelijkheid, teruggave van gestolen goederen, excuses, de publieke ruimte, het verband met hedendaags racisme, enz. Dit alles ook met het oog op een nieuwe 'entente' en betere relaties tussen de verschillende gemeenschappen in ons land, en met de betrokken landen Congo, Rwanda en Burundi. Rond al deze aspecten verwachten wij van de experten in oktober suggesties rond de verdere stappen die we als commissie moeten zetten", schrijft De Vriendt. "Daaruit afleiden dat beide taken (historisch onderzoek en erkenning/verzoening) 'blijkbaar' met elkaar gemengd worden en dat het debat het onderzoek niet zou afwachten, zoals de auteurs schrijven, is echter een brug te ver". "De experten zijn amper twee weken aan het werk en de werkzaamheden vorderen goed. De meerwaarde van een multidisciplinaire ploeg spreekt voor zich. Verzoening en erkenning zijn óók een opdracht, en een tamelijk urgente zelfs", schrijft De Vriendt verder. "Wat de Bijzondere Commissie ambieert, is uniek. Geen enkele voormalige koloniale macht heeft de moed gehad om te doen wat het Belgische federale parlement doet. Zonder twijfel wordt dit een confronterend en delicaat proces", schrijft de commissievoorzitter nog. "Niet iedereen is onze oefening genegen en de zenuwachtigheid is groot. Maar het is niet onze ambitie om elke polemiek in te duiken. Graag steken we de hand uit voor een dialoog met de auteurs van de open brief, vanuit de overtuiging dat het welslagen van deze complexe opdracht een doelstelling is die we delen". (Belga)

De bijzondere Kamercommissie 'Congo/Koloniaal Verleden' werd midden juli samengesteld en krijgt een jaar de tijd om haar opdracht uit te voeren. Ze wordt bijgestaan door een groep van tien experten. Naast vijf historici gaat het om verzoeningsexperten en een vertegenwoordiger van de diaspora. In een open brief zegt een zestigtal historici en andere wetenschappers zich zorgen te maken over de samenstelling van die groep. "Het lijkt ons vreemd dat de Congocommissie, in tegenstelling tot het aanvankelijke project, een aantal historici van de koloniale kwestie heeft samengebracht met advocaten en vertegenwoordigers van verenigingen van de Congolese diaspora en van instellingen begaan met hedendaagse sociale kwesties", luidt het. Op deze manier "vergeet" de commissie haar twee missies duidelijk te scheiden. "Zij is (...) blijkbaar van plan een debat te voeren over de verzoening (...) betreffende het koloniaal verleden, zonder de precieze conclusies van het verslag van de historici over dat verleden af te wachten." Commissievoorzitter De Vriendt weerlegt die kritiek. Volgens hem was het van meet af aan de bedoeling dat de expertengroep niet enkel uit historici bestaat. "Het doel van de Bijzondere Commissie is immers méér dan een status quaestionis van het historisch onderzoek. De finaliteit is wezenlijk politiek en maatschappelijk. Het is namelijk aan de parlementsleden om na vele decennia conclusies te trekken uit het pijnlijke koloniale verleden van ons land. Daaruit moeten aanbevelingen volgen inzake een consequent discours, erkennen van verantwoordelijkheid, teruggave van gestolen goederen, excuses, de publieke ruimte, het verband met hedendaags racisme, enz. Dit alles ook met het oog op een nieuwe 'entente' en betere relaties tussen de verschillende gemeenschappen in ons land, en met de betrokken landen Congo, Rwanda en Burundi. Rond al deze aspecten verwachten wij van de experten in oktober suggesties rond de verdere stappen die we als commissie moeten zetten", schrijft De Vriendt. "Daaruit afleiden dat beide taken (historisch onderzoek en erkenning/verzoening) 'blijkbaar' met elkaar gemengd worden en dat het debat het onderzoek niet zou afwachten, zoals de auteurs schrijven, is echter een brug te ver". "De experten zijn amper twee weken aan het werk en de werkzaamheden vorderen goed. De meerwaarde van een multidisciplinaire ploeg spreekt voor zich. Verzoening en erkenning zijn óók een opdracht, en een tamelijk urgente zelfs", schrijft De Vriendt verder. "Wat de Bijzondere Commissie ambieert, is uniek. Geen enkele voormalige koloniale macht heeft de moed gehad om te doen wat het Belgische federale parlement doet. Zonder twijfel wordt dit een confronterend en delicaat proces", schrijft de commissievoorzitter nog. "Niet iedereen is onze oefening genegen en de zenuwachtigheid is groot. Maar het is niet onze ambitie om elke polemiek in te duiken. Graag steken we de hand uit voor een dialoog met de auteurs van de open brief, vanuit de overtuiging dat het welslagen van deze complexe opdracht een doelstelling is die we delen". (Belga)