Lees ook: Vlaamse fractieleiders klaar voor nieuwe jaar: 'Wat hebben we tot nu toe gezien van Bourgeois I?'
...

Het is intussen wat cliché, maar in deze economische context is beleid maken geen evidentie. Het is een permanent keuzeproces, en dus moet er al eens geknokt worden. Sommigen noemen dat gekibbel, maar eigenlijk gaat dit over de kern van het politieke debat: waar leg je de prioriteiten? Ik ben er best trots op dat we erin zijn geslaagd de vastgelegde budgetten voor welzijn en onderwijs te behouden. Ongeacht de noodzakelijke besparingsoefeningen blijft de Vlaamse regering investeren. Dat maakt dat onder andere de inspanningen in de kinderopvang en voor personen met een beperking kunnen worden verder gezet. Dat de middelen voor scholenbouw overeind bleven, en zelfs werden uitgebreid, is een niet te onderschatten verwezenlijking. Een selectie, want er ligt bijzonder veel werk op de plank. Nu we een minister van onderwijs hebben die van aanpakken weet, moeten we er volop voor gaan. Het loopbaanpact om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken, de modernisering van ons secundair onderwijs, de scholenbouw, ... Het zijn maar enkele van de vele dossiers die op kruissnelheid zijn, en die we samen met leerkrachten, schoolbesturen en directies willen realiseren. Ook de hervorming van de kinderbijslag vereist de nodige aandacht. CD&V heeft in dit dossier haar huiswerk klaar. Het komt er nu op aan onze partners te overtuigen van de noodzaak aan een systeem dat elk kind alle kansen geeft en voldoende rekening houdt met de draagkracht van elk gezin. Ook belangrijk is het garanderen van de naadloze overgang tussen het oude en het nieuwe systeem. Onze gezinnen moeten ten allen tijde op deze belangrijke ondersteuning kunnen blijven rekenen. We blijven ook in moeilijke ruimtelijke dossiers natuur, landbouw en economie met elkaar verzoenen. En CD&V trekt radicaal de klimaatkaart. De vergroening van onder andere onze mobiliteit door investeringen in andere vervoersmiddelen dan de auto, zijn cruciaal met het oog op de toekomst en de leefbaarheid van ons land. Als laatste pik er nog de Vlaamse woonmarkt uit. Er moet een tandje bijgestoken worden in de versterking van de sociale en private huurmarkt. Zowel huurders als verhuurders hebben nood aan een werkbare bescherming. Daar moeten we dringend mee aan de slag. En dan is er onze rode draad: we blijven er absoluut over waken dat maatregelen die worden genomen het evenwicht tussen economische groei met sociale vooruitgang niet verstoren. Ik kijk vooral uit naar het economische kantelpunt, wanneer de inspanningen die de Vlamingen vandaag leveren volop zullen renderen en de jobcreatie in een hogere versnelling schakelt. Wat ook stilaan mag is een terugkeer naar de ernst. Ik stel me serieuze vragen bij het opbod in bijvoorbeeld het vluchtelingenverhaal. Het lijkt soms een wedstrijd 'om ter strafst' om het zogenaamde buikgevoel van Vlaanderen te vatten. Voor mijn part is het debat open over hoe we het allemaal het best aanpakken om mensen op een aanvaardbare manier de kans te geven hier of in hun thuisland een toekomst op te bouwen. Maar stoere verklaringen en onrealistische voorstellen brengen de oplossing niet dichterbij. Integendeel. Het doet het draagvlak afbrokkelen, en dat mag voor mijn part nu ophouden.Meer partijgebonden, ligt een nieuw congres in het verschiet. Dat wordt ongetwijfeld een inspirerend vervolg op het succesvolle Innestocongres van een tweetal jaar geleden. Zulke ontmoetings- en discussiemomenten met onze leden zijn steevast goed voor bakken energie. Elk dossier is een puzzelstuk in het grote geheel dat maakt dat het goed wonen en en werken is in Vlaanderen. Elk van die dossiers heeft zijn woordvoerder. Ik reken erop dat ze allemaal de aandacht krijgen die ze verdienen, ook in Knack en op Knack.be. Het parlement werkt hard. En ieder parlementslid heeft zijn eigen stijl. Dat die niet altijd sexy is of topentertainment biedt, zal wel kloppen. So what? Het parlement is geen circus, hé. Door de constante aanwezigheid van camera's tijdens de plenaire vergadering is het vaak al show wat de klok slaat, ten koste van het échte diepgaande parlementaire werk in de commissies. Ik ken veel parlementsleden wiens werk onderbelicht wordt omdat ze nu eenmaal minder camerageniek bezig zijn. En dat is buitengewoon jammer. Ik hou zelf ook van een pittig debat, maar om daar nu een doelstelling op zich van te maken? Voor mij primeert de kwaliteit van het parlementaire werk, en niet het showgehalte.(JH)