In februari ontstond er ­commotie over de benoeming van Laurence Massart als nieuwe eerste voorzitter van het tweetalige Brusselse hof van beroep, een van de belangrijkste functies in de Belgische magistratuur. De magistrate heeft weliswaar de juridische capaciteiten om leiding te geven aan het de rechtbank, maar spreekt ­alleen Frans.

Dat botste op weerstand, zeker omdat er vragen waren bij de wettigheid van haar benoeming. Massart kwam aan het hoofd van het hof van beroep via een Franstalige vacature, die in juni vorig jaar was ­opgesteld door minister van Justitie Koen Geens (CD&V).

Nochtans had iedereen, inclusief de ­vorige voorzitter van dat hof van beroep, verwacht dat er een Nederlandstalige ­vacature zou komen. De taalrol van opeenvolgende voorzitters is vastgelegd in de wet die het gebruik van talen in rechtszaken regelt: na een Franstalige komt een Nederlandstalige.

Tegen de benoeming van Massart loopt intussen een procedure bij de Raad van ­State. Naar alle verwachting zal haar benoeming vernietigd worden.

In een zaak die sterk gelijkloopt met die van Massart, heeft de Raad van State woensdag een arrest uitgesproken dat niet veel goeds voor Massart belooft. Het arrest ­vernietigt de Franstalige vacature op basis waarvan de Franstalige eerste voorzitter van het arbeidshof is benoemd, vernam de krant.

Volgens de Raad van State had Geens wettelijk een vacature voor een Nederlandstalige eerste voorzitter moeten uitschrijven.