Studenten aan hogescholen en universiteiten werken hun opleidingen lang niet altijd af binnen de voorziene tijd. Van de studenten die zich in het academiejaar 2015-2016 inschreven voor een professionele bachelor bijvoorbeeld, haalde 30,8 procent binnen de voorziene drie jaar zijn of haar diploma. Bij de academische bachelors was dat 31 procent, blijkt uit cijfers van de Vlaamse Onderwijsraad. Die langere studiecarrières kosten de samenleving handenvol geld. Om de studieduurverlenging een halt toe te roepen, besliste de Vlaamse regering een hardere knip in te voeren tussen bachelor en master. Studenten zullen in principe niet langer kunnen starten aan hun masteropleiding zonder hun bachelor te hebben afgerond, staat in het regeerakkoord van de ploeg van minister-president Jan Jambon (N-VA). In uitzonderlijke gevallen zullen studenten wel nog bachelorvakken kunnen meenemen naar de master, maar dat zal dan voor maximaal 30 studiepunten zijn. Bovendien kan het enkel als de onderwijsinstelling oordeelt dat de studiepunten die nog niet verworven zijn, de "inhoudelijke volgtijdelijkheid niet belemmeren", en is de bachelorproef daarvan uitgesloten. Maar de hardere knip zal het studierendement - de verhouding tussen het aantal opgenomen studiepunten en het aantal studiepunten waarvoor de student effectief geslaagd is - niet verhogen. Dat staat in een nieuw advies van de Vlaamse Onderwijsraad. "Studenten worden in hun studievoortgang immers sterker geblokkeerd, voor de instelling wordt de organisatie nog complexer, de sociale cohesie wordt nog beperkter en het wordt nog complexer om een zinvol curriculum uit te werken", zegt de Vlor. De Onderwijsraad ziet meer heil in coherentere curricula, met samenhangende blokken van opleidingsonderdelen. De Vlor denkt bijvoorbeeld aan verschillende modeltrajecten van bijvoorbeeld 3 keer 60 of 4 keer 45 studiepunten, die logisch zijn opgesteld. Daarnaast moeten onderwijsinstellingen studenten al vroeg in het traject - na een of twee semesters - het signaal kunnen geven dat het studierendement te laag is, stelt de Vlor. Nu laten de klassieke studievoortgangsmaatregelen zich in veel instellingen pas voelen vanaf twee jaar - wanneer de studiepunten "op" zijn - al heeft een aantal scholen wel al strengere voorwaarden ingevoerd na afloop van het eerste jaar. Tot slot is een goede voorbereiding in het secundair onderwijs nodig om het studierendement te verhogen en de studieduur te beperken, zegt de Vlor. "Een goede voorbereiding in het secundair onderwijs betekent werken aan studiekeuze en wijzen op gevolgen van studiekeuze in het secundair onderwijs." Ook remediëren bij leerlingen die bijvoorbeeld te weinig uren wiskunde of taal hebben gekregen voor een bepaalde opleiding in het hoger onderwijs, is belangrijk, vindt de Raad. (Belga)

Studenten aan hogescholen en universiteiten werken hun opleidingen lang niet altijd af binnen de voorziene tijd. Van de studenten die zich in het academiejaar 2015-2016 inschreven voor een professionele bachelor bijvoorbeeld, haalde 30,8 procent binnen de voorziene drie jaar zijn of haar diploma. Bij de academische bachelors was dat 31 procent, blijkt uit cijfers van de Vlaamse Onderwijsraad. Die langere studiecarrières kosten de samenleving handenvol geld. Om de studieduurverlenging een halt toe te roepen, besliste de Vlaamse regering een hardere knip in te voeren tussen bachelor en master. Studenten zullen in principe niet langer kunnen starten aan hun masteropleiding zonder hun bachelor te hebben afgerond, staat in het regeerakkoord van de ploeg van minister-president Jan Jambon (N-VA). In uitzonderlijke gevallen zullen studenten wel nog bachelorvakken kunnen meenemen naar de master, maar dat zal dan voor maximaal 30 studiepunten zijn. Bovendien kan het enkel als de onderwijsinstelling oordeelt dat de studiepunten die nog niet verworven zijn, de "inhoudelijke volgtijdelijkheid niet belemmeren", en is de bachelorproef daarvan uitgesloten. Maar de hardere knip zal het studierendement - de verhouding tussen het aantal opgenomen studiepunten en het aantal studiepunten waarvoor de student effectief geslaagd is - niet verhogen. Dat staat in een nieuw advies van de Vlaamse Onderwijsraad. "Studenten worden in hun studievoortgang immers sterker geblokkeerd, voor de instelling wordt de organisatie nog complexer, de sociale cohesie wordt nog beperkter en het wordt nog complexer om een zinvol curriculum uit te werken", zegt de Vlor. De Onderwijsraad ziet meer heil in coherentere curricula, met samenhangende blokken van opleidingsonderdelen. De Vlor denkt bijvoorbeeld aan verschillende modeltrajecten van bijvoorbeeld 3 keer 60 of 4 keer 45 studiepunten, die logisch zijn opgesteld. Daarnaast moeten onderwijsinstellingen studenten al vroeg in het traject - na een of twee semesters - het signaal kunnen geven dat het studierendement te laag is, stelt de Vlor. Nu laten de klassieke studievoortgangsmaatregelen zich in veel instellingen pas voelen vanaf twee jaar - wanneer de studiepunten "op" zijn - al heeft een aantal scholen wel al strengere voorwaarden ingevoerd na afloop van het eerste jaar. Tot slot is een goede voorbereiding in het secundair onderwijs nodig om het studierendement te verhogen en de studieduur te beperken, zegt de Vlor. "Een goede voorbereiding in het secundair onderwijs betekent werken aan studiekeuze en wijzen op gevolgen van studiekeuze in het secundair onderwijs." Ook remediëren bij leerlingen die bijvoorbeeld te weinig uren wiskunde of taal hebben gekregen voor een bepaalde opleiding in het hoger onderwijs, is belangrijk, vindt de Raad. (Belga)