Statbel publiceert een nieuwe balans over de werkgelegenheid en het onderwijs naar aanleiding van het aflopen van de EU2020-strategie. In het kader daarvan streefde de Europese Unie onder meer naar meer werkgelegenheid, een hogere productiviteit en een sterkere sociale samenhang. Er werden bepaalde kerndoelstellingen opgesteld die elk Europees land tegen 2020 moest halen. Daarbovenop legde ons land zichzelf nog enkele bijkomende doelstellingen op. Op het eerste gezicht levert de balans een diffuus beeld op. Zo scoort België bijvoorbeeld beter dan de Europese en Belgische doelstellingen inzake vroegtijdige schoolverlaters en mensen met een diploma hoger onderwijs.

Op het vlak van werkgelegenheidsgraad en verschil in werkgelegenheidgraad tussen Belgen en niet-EU-burgers haalt ons land de doelstellingen dan weer niet. Vooral die laatste parameter is opvallend. De kloof tussen werkzame Belgen en niet-EU-burgers die in ons land aan het werk zijn, bedroeg in 2020 32,5 procentpunt. Dat is meteen ook de grootste kloof over de afgelopen twintig jaar en staat dus haaks op de uitgesproken doelstelling om dat cijfer onder de 16,5 procentpunt te krijgen. Vooral het laatste jaar is die kloof sterk gestegen. Vooral vrouwen van buiten de EU scoren een stuk slechter dan Belgische vrouwen met een verschil van 40,5 procentpunt. Bij mannen is dit 23,8 procentpunt. Als we naar de regio's kijken, scoort Brussel het best (25,6 procentpunt), voor Vlaanderen (28 procentpunt) en Wallonië (38,8 procent).

Statbel publiceert een nieuwe balans over de werkgelegenheid en het onderwijs naar aanleiding van het aflopen van de EU2020-strategie. In het kader daarvan streefde de Europese Unie onder meer naar meer werkgelegenheid, een hogere productiviteit en een sterkere sociale samenhang. Er werden bepaalde kerndoelstellingen opgesteld die elk Europees land tegen 2020 moest halen. Daarbovenop legde ons land zichzelf nog enkele bijkomende doelstellingen op. Op het eerste gezicht levert de balans een diffuus beeld op. Zo scoort België bijvoorbeeld beter dan de Europese en Belgische doelstellingen inzake vroegtijdige schoolverlaters en mensen met een diploma hoger onderwijs. Op het vlak van werkgelegenheidsgraad en verschil in werkgelegenheidgraad tussen Belgen en niet-EU-burgers haalt ons land de doelstellingen dan weer niet. Vooral die laatste parameter is opvallend. De kloof tussen werkzame Belgen en niet-EU-burgers die in ons land aan het werk zijn, bedroeg in 2020 32,5 procentpunt. Dat is meteen ook de grootste kloof over de afgelopen twintig jaar en staat dus haaks op de uitgesproken doelstelling om dat cijfer onder de 16,5 procentpunt te krijgen. Vooral het laatste jaar is die kloof sterk gestegen. Vooral vrouwen van buiten de EU scoren een stuk slechter dan Belgische vrouwen met een verschil van 40,5 procentpunt. Bij mannen is dit 23,8 procentpunt. Als we naar de regio's kijken, scoort Brussel het best (25,6 procentpunt), voor Vlaanderen (28 procentpunt) en Wallonië (38,8 procent).