Van LuxLeaks tot PRISM en de Panama Papers: veel van dit soort grootschalige schandalen komen pas aan het licht wanneer iemand die getuige is van wantoestanden aan de alarmbel trekt. Deze mensen, de zogeheten klokkenluiders, beslissen om in het publiek belang informatie vrij te geven over wanpraktijken en misdaden. De persoonlijke risico's die ze daarbij nemen zijn meestal enorm. En ondanks het feit dat ze risico's nemen in het algemeen belang genieten klokkenluiders ook in het Europa van vandaag nog veel te weinig bescherming van de overheid of de samenleving.

Klokkenluiders verdienen geen vervolging wanneer ze onze maatschappij helpen beschermen.

Dat is als je er even bij stilstaat eigenlijk heel vreemd en het leidt vaak tot schrijnende situaties waarbij klokkenluiders persoonlijk moeten boeten omdat ze het publiek belang - het uwe en het mijne - wilden beschermen, veelal tegenover grote multinationals of machtige economische organisaties, niet zelden met al even machtige politieke connecties.

Zo raakte Antoine Deltour, de man die in Luxemburg de kat de bel aanbond en samen met enkele journalisten verantwoordelijk was voor LuxLeaks, verwikkeld in een juridische strijd die jaren heeft aangesleept alvorens hij eindelijk vrijgesproken werd in mei 2018. Anderen, zoals de Europese klokkenluider Paul van Buitenen die eind jaren negentig wantoestanden bij de Europese Commissie bekend maakte, werd ondanks de dienst die hij de Europese Unie eigenlijk bewees, 'veroordeeld' tot een soms letterlijk wegkwijnend bestaan in een anoniem kantoortje in een kelder. Een gefnuikte carrière als waarschuwing aan andere ambtenaren: 'Haal het vooral niet in uw hoofd om ook wantoestanden aan te klagen!'

Een ander voorbeeld is Robert McCoy, klokkenluider van het Comité van de Regio's die ruim tien jaar geleden financieel gesjoemel van superieuren aan het licht bracht - hetgeen zijn taak was - en nog steeds slopende juridische gevechten moet voeren om ook maar als klokkenluider erkend en vergoed te worden voor zijn te vroeg afgeblokte loopbaan.

Hadden zij bescherming gekregen van Europese wetgeving voor klokkenluiders dan was het verhaal heel anders afgelopen. Maar vandaag is er simpelweg nog steeds geen wettelijk kader dat voldoende beschermingsmaatregelen voor klokkenluiders vastlegt, laat staan een duidelijk raamwerk dat definieert wat ze wel of niet mogen doen. Dat moet veranderen. Na jarenlang de kop in het zand te steken (en veel trekken en sleuren door de Groene fractie in het Europees Parlement) heeft de Europese Commissie dit jaar eindelijk een voorstel gedaan voor een Richtlijn ter bescherming van klokkenluiders. Al twee jaar geleden stuurden de Europese groenen hun voorstel voor zo'n wettelijke regeling naar de Europese Commissie en op 10 april 2018 stuurden we nog een aangepaste versie ervan. Hierdoor kon de Commissie niet meer stellen dat het juridisch onmogelijk was, want het legaal-technische voorstel van ons liet zien dat het wél kon.

Op zich zou je denken dat het initiatief van de Europese Commissie lovenswaardig is, ware het niet dat het vol zit met haken en ogen en achterpoortjes. Zo is het kader dat bepaalt in welke gevallen een klokkenluider informatie bekend mag maken, nog veel te strikt gedefinieerd. Er rijzen vragen over wat de term klokkenluider nu precies inhoudt en wie onder die definitie valt, en zo zijn er nog veel meer ambiguïteiten.

Veel tijd is er nochtans niet meer. Het Europees Parlement en de Raad van Ministers proberen het voorstel van de Commissie te amenderen zodat een solide akkoord bereikt kan worden nog voor de Europese verkiezingen in mei. Lukt dat niet, dan dreigt de hele Richtlijn nooit het daglicht te zien.

Fake bescherming?

Het voorstel van de Commissie staat helaas bol van tegenstrijdige principes. Ja in eerste instantie wil men klokkenluiders beschermen, maar vervolgens worden de voorwaarden waaronder een klokkenluider publiek informatie mag vrijgeven zo strikt omschreven, dat het luiden van de klok de facto onmogelijk wordt. Volgens het huidige voorstel geniet een klokkenluider pas bescherming wanneer die eerst intern zijn bevindingen rapporteert en een intern onderzoek laat opstarten (veronderstelt dat dat ook gebeurt). Daarbovenop komt nog dat een klokkenluider eerst een periode van 9 maanden moeten laten voorbijgaan alvorens hij/zij naar een journalist mag stappen. Tenzij, en enkel en alleen, in het geval wanneer het gaat om 'een imminente en manifeste dreiging voor de publieke veiligheid of het risico op onomkeerbare schade'.

In eerste instantie wil men klokkenluiders beschermen, maar vervolgens worden de voorwaarden waaronder een klokkenluider publiek informatie mag vrijgeven zo strikt omschreven, dat het luiden van de klok de facto onmogelijk wordt.

Eigenlijk zegt de Europese Commissie dat je, wanneer je getuige bent van een misdaad , je eerst op de dief moet afstappen om te zeggen: 'Excuseer, ik denk dat u een misdaad begaat.' Daarna moet je even wachten tot de dief alles rechtzet en pas na 9 maanden als de dief je vierkant uitlacht of erger, dan mag je pas verdere stappen ondernemen. Dat slaat natuurlijk nergens op. Wat hieruit spreekt, is een angst van machthebbers voor te veel transparantie. Maar waar 'het grote geld' en politiek-economische macht met elkaar vervlochten zijn, kan niet genoeg transparantie zijn. Om miljoenen burgers te beschermen tegen de zotternijen van enkelingen.

Klokkenluiders moeten dus juist meer vrijheid krijgen om informatie vrij te geven zonder dat ze daar onmiddellijk persoonlijk voor vervolgd of bedreigd kunnen worden. Tijdens een periode van 9 maanden kan de kwade genius binnen een organisatie makkelijk zaken verbergen, bewijsmateriaal vernietigen, de klokkenluider bedreigen, intimideren of haar/zijn omgeving het leven zuur kan maken. Daarnaast voorziet het huidige wetsvoorstel ook geen bescherming voor zij die anoniem informatie naar buiten brengen.

Bovendien ligt het nog in het midden hoe het zit met de bewijslast. Een centraal principe in beschermingswetten voor klokkenluiders is de zogeheten 'omgekeerde bewijslast'. Omdat zij zich in een extreem kwetsbare positie bevinden ten opzichte van de organisatie, bedrijf of personen over wie ze informatie bekend maken, hoeven zij niet te bewijzen dat ze ter goeder trouw informatie naar buiten brengen.

De EVP, de politieke groep van de CD&V en tevens de grootste fractie in het Europees Parlement, diende een amendement in dat poogt dat principe onderuit te halen. Zo zou de hele doelstelling van de Richtlijn compleet onderuitgehaald worden. Moeten klokkenluiders daadwerkelijk gaan bewijzen dat ze te goeder trouw handelen, om in eerste instantie nog maar in aanmerking te kunnen komen voor bescherming? De wereld op zijn kop.

Het belang in deze zaak is heel duidelijk. Het gaat niet alleen om het beschermen van klokkenluiders, maar het gaat ook om de bescherming van fundamentele democratische mechanismes. Als klokkenluiders zo beperkt worden dat zij de facto niet meer publiek kunnen gaan tenzij hij of zij 9 maanden wacht, om dan naar buiten te komen zonder enige bescherming, dan eindigen we in een situatie waarin cruciale bronnen van de journalistiek drooggelegd worden. Geen Football Leaks en geen onthullingen over de Amerikaanse leugens en wandaden tijdens de tweede Irak-oorlog.

Het gaat niet alleen om het beschermen van klokkenluiders, maar het gaat ook om de bescherming van fundamentele democratische mechanismes.

Zo ontmantelen we de reeds zwaar onder druk staande controlerende kracht van de journalistiek van binnenuit. Daar wordt helemaal niemand beter van. Integendeel. Op 20 november stemt de commissie Juridische Zaken in het Europees Parlement over deze voorgestelde Richtlijn. Als dat voorstel ongewijzigd wordt goedgekeurd, dan volgt een stemming in de plenaire zitting. Wanneer de tekst in plenaire goedgekeurd zou worden, dan vormt de huidige tekst de basis van de positie van het Europees Parlement in de onderhandeling tussen het Parlement, de Europese Commissie en de Raad van Ministers. Dat kunnen we niet laten gebeuren. Daarom zou het misschien nuttig zijn als journalisten en burgers hier nog vragen over stellen.

Want klokkenluiders verdienen geen vervolging wanneer ze onze maatschappij helpen beschermen. Of zoals de Amerikaanse president Abraham Lincoln ooit zei: 'Ik heb het volste vertrouwen in mensen. Op voorwaarde dat je hun de waarheid vertelt, kunnen ze elke nationale crisis aan. Het is zaak hun de echte feiten te bezorgen.' Dat is wel wat anders dan tegen journalisten roepen dat ze fake news brengen en klokkenluiders in de cel gooien.

Van LuxLeaks tot PRISM en de Panama Papers: veel van dit soort grootschalige schandalen komen pas aan het licht wanneer iemand die getuige is van wantoestanden aan de alarmbel trekt. Deze mensen, de zogeheten klokkenluiders, beslissen om in het publiek belang informatie vrij te geven over wanpraktijken en misdaden. De persoonlijke risico's die ze daarbij nemen zijn meestal enorm. En ondanks het feit dat ze risico's nemen in het algemeen belang genieten klokkenluiders ook in het Europa van vandaag nog veel te weinig bescherming van de overheid of de samenleving. Dat is als je er even bij stilstaat eigenlijk heel vreemd en het leidt vaak tot schrijnende situaties waarbij klokkenluiders persoonlijk moeten boeten omdat ze het publiek belang - het uwe en het mijne - wilden beschermen, veelal tegenover grote multinationals of machtige economische organisaties, niet zelden met al even machtige politieke connecties.Zo raakte Antoine Deltour, de man die in Luxemburg de kat de bel aanbond en samen met enkele journalisten verantwoordelijk was voor LuxLeaks, verwikkeld in een juridische strijd die jaren heeft aangesleept alvorens hij eindelijk vrijgesproken werd in mei 2018. Anderen, zoals de Europese klokkenluider Paul van Buitenen die eind jaren negentig wantoestanden bij de Europese Commissie bekend maakte, werd ondanks de dienst die hij de Europese Unie eigenlijk bewees, 'veroordeeld' tot een soms letterlijk wegkwijnend bestaan in een anoniem kantoortje in een kelder. Een gefnuikte carrière als waarschuwing aan andere ambtenaren: 'Haal het vooral niet in uw hoofd om ook wantoestanden aan te klagen!'Een ander voorbeeld is Robert McCoy, klokkenluider van het Comité van de Regio's die ruim tien jaar geleden financieel gesjoemel van superieuren aan het licht bracht - hetgeen zijn taak was - en nog steeds slopende juridische gevechten moet voeren om ook maar als klokkenluider erkend en vergoed te worden voor zijn te vroeg afgeblokte loopbaan.Hadden zij bescherming gekregen van Europese wetgeving voor klokkenluiders dan was het verhaal heel anders afgelopen. Maar vandaag is er simpelweg nog steeds geen wettelijk kader dat voldoende beschermingsmaatregelen voor klokkenluiders vastlegt, laat staan een duidelijk raamwerk dat definieert wat ze wel of niet mogen doen. Dat moet veranderen. Na jarenlang de kop in het zand te steken (en veel trekken en sleuren door de Groene fractie in het Europees Parlement) heeft de Europese Commissie dit jaar eindelijk een voorstel gedaan voor een Richtlijn ter bescherming van klokkenluiders. Al twee jaar geleden stuurden de Europese groenen hun voorstel voor zo'n wettelijke regeling naar de Europese Commissie en op 10 april 2018 stuurden we nog een aangepaste versie ervan. Hierdoor kon de Commissie niet meer stellen dat het juridisch onmogelijk was, want het legaal-technische voorstel van ons liet zien dat het wél kon.Op zich zou je denken dat het initiatief van de Europese Commissie lovenswaardig is, ware het niet dat het vol zit met haken en ogen en achterpoortjes. Zo is het kader dat bepaalt in welke gevallen een klokkenluider informatie bekend mag maken, nog veel te strikt gedefinieerd. Er rijzen vragen over wat de term klokkenluider nu precies inhoudt en wie onder die definitie valt, en zo zijn er nog veel meer ambiguïteiten.Veel tijd is er nochtans niet meer. Het Europees Parlement en de Raad van Ministers proberen het voorstel van de Commissie te amenderen zodat een solide akkoord bereikt kan worden nog voor de Europese verkiezingen in mei. Lukt dat niet, dan dreigt de hele Richtlijn nooit het daglicht te zien.Het voorstel van de Commissie staat helaas bol van tegenstrijdige principes. Ja in eerste instantie wil men klokkenluiders beschermen, maar vervolgens worden de voorwaarden waaronder een klokkenluider publiek informatie mag vrijgeven zo strikt omschreven, dat het luiden van de klok de facto onmogelijk wordt. Volgens het huidige voorstel geniet een klokkenluider pas bescherming wanneer die eerst intern zijn bevindingen rapporteert en een intern onderzoek laat opstarten (veronderstelt dat dat ook gebeurt). Daarbovenop komt nog dat een klokkenluider eerst een periode van 9 maanden moeten laten voorbijgaan alvorens hij/zij naar een journalist mag stappen. Tenzij, en enkel en alleen, in het geval wanneer het gaat om 'een imminente en manifeste dreiging voor de publieke veiligheid of het risico op onomkeerbare schade'.Eigenlijk zegt de Europese Commissie dat je, wanneer je getuige bent van een misdaad , je eerst op de dief moet afstappen om te zeggen: 'Excuseer, ik denk dat u een misdaad begaat.' Daarna moet je even wachten tot de dief alles rechtzet en pas na 9 maanden als de dief je vierkant uitlacht of erger, dan mag je pas verdere stappen ondernemen. Dat slaat natuurlijk nergens op. Wat hieruit spreekt, is een angst van machthebbers voor te veel transparantie. Maar waar 'het grote geld' en politiek-economische macht met elkaar vervlochten zijn, kan niet genoeg transparantie zijn. Om miljoenen burgers te beschermen tegen de zotternijen van enkelingen.Klokkenluiders moeten dus juist meer vrijheid krijgen om informatie vrij te geven zonder dat ze daar onmiddellijk persoonlijk voor vervolgd of bedreigd kunnen worden. Tijdens een periode van 9 maanden kan de kwade genius binnen een organisatie makkelijk zaken verbergen, bewijsmateriaal vernietigen, de klokkenluider bedreigen, intimideren of haar/zijn omgeving het leven zuur kan maken. Daarnaast voorziet het huidige wetsvoorstel ook geen bescherming voor zij die anoniem informatie naar buiten brengen.Bovendien ligt het nog in het midden hoe het zit met de bewijslast. Een centraal principe in beschermingswetten voor klokkenluiders is de zogeheten 'omgekeerde bewijslast'. Omdat zij zich in een extreem kwetsbare positie bevinden ten opzichte van de organisatie, bedrijf of personen over wie ze informatie bekend maken, hoeven zij niet te bewijzen dat ze ter goeder trouw informatie naar buiten brengen.De EVP, de politieke groep van de CD&V en tevens de grootste fractie in het Europees Parlement, diende een amendement in dat poogt dat principe onderuit te halen. Zo zou de hele doelstelling van de Richtlijn compleet onderuitgehaald worden. Moeten klokkenluiders daadwerkelijk gaan bewijzen dat ze te goeder trouw handelen, om in eerste instantie nog maar in aanmerking te kunnen komen voor bescherming? De wereld op zijn kop.Het belang in deze zaak is heel duidelijk. Het gaat niet alleen om het beschermen van klokkenluiders, maar het gaat ook om de bescherming van fundamentele democratische mechanismes. Als klokkenluiders zo beperkt worden dat zij de facto niet meer publiek kunnen gaan tenzij hij of zij 9 maanden wacht, om dan naar buiten te komen zonder enige bescherming, dan eindigen we in een situatie waarin cruciale bronnen van de journalistiek drooggelegd worden. Geen Football Leaks en geen onthullingen over de Amerikaanse leugens en wandaden tijdens de tweede Irak-oorlog.Zo ontmantelen we de reeds zwaar onder druk staande controlerende kracht van de journalistiek van binnenuit. Daar wordt helemaal niemand beter van. Integendeel. Op 20 november stemt de commissie Juridische Zaken in het Europees Parlement over deze voorgestelde Richtlijn. Als dat voorstel ongewijzigd wordt goedgekeurd, dan volgt een stemming in de plenaire zitting. Wanneer de tekst in plenaire goedgekeurd zou worden, dan vormt de huidige tekst de basis van de positie van het Europees Parlement in de onderhandeling tussen het Parlement, de Europese Commissie en de Raad van Ministers. Dat kunnen we niet laten gebeuren. Daarom zou het misschien nuttig zijn als journalisten en burgers hier nog vragen over stellen.Want klokkenluiders verdienen geen vervolging wanneer ze onze maatschappij helpen beschermen. Of zoals de Amerikaanse president Abraham Lincoln ooit zei: 'Ik heb het volste vertrouwen in mensen. Op voorwaarde dat je hun de waarheid vertelt, kunnen ze elke nationale crisis aan. Het is zaak hun de echte feiten te bezorgen.' Dat is wel wat anders dan tegen journalisten roepen dat ze fake news brengen en klokkenluiders in de cel gooien.