Eerder had Ullens bij de politie klacht ingediend tegen Didier Reynders en zijn rechterhand Jean-Claude Fontinoy omdat die smeergeld zouden opgestreken hebben bij een reeks overheidsopdrachten en overheidsaankopen. Hij verwees onder meer naar de verhuis van de federale politie naar het Rijksadministratief Centrum in Brussel, Kazachgate en een zaak rond Libische fondsen. Het parket startte daarop een vooronderzoek, maar eind september meldde het parket dat het vooronderzoek zonder gevolg geklasseerd was, "bij gebrek aan enig misdrijf". Wijlen Armand De Decker werd door het parket in Bergen in verdenking gesteld omdat hij smeergeld zou gekregen hebben voor hand en spandiensten bij de goedkeuring van de afkoopwet, waardoor Chodiev zijn strafzaak kon afkopen. Ullens wijst in zijn brief aan de Parijse onderzoeksrechter op een ontmoeting in het kantoor van De Decker tussen advocate Catherine Degoul - die op vraag van Chodiev miljoenen smeergeld uitbetaalde, dat onder meer bij De Decker terecht kwam - en Didier Reynders op 2 februari 2012. Reynders verklaarde in de commissie Kazachgate dat het thema de vrijlating van voormalig Congolees vicepremier Jean-Pierre Bemba was. In tegenstelling tot de commissie nam Ullens geen genoegen met die uitleg. Hij zou zich op een mail baseren die Degoul op 3 februari stuurde naar de man die aan het Elysée de belangen van Chodiev verdedigde en die handelde over perikelen met de betaling van erelonen. Hij vraagt de Parijse onderzoeksrechter dan ook aan Degoul te vragen waarover de ontmoeting ging. In de brief aan de procureur-generaal vraagt hij een rogatoire commissie naar Frankrijk te sturen met hetzelfde doel. (Belga)