Woensdag stelt de Europese Commissie de lang verwachte Klimaatwet voor. Nu ja, lang; het gaat met de Klimaatwet beter vooruit dan met de federale Belgische regeringsvorming. De Commissie beloofde zo'n wet op tafel te leggen tijdens de eerste honderd dagen van de nieuwe legislatuur en haalt die deadline ook. De Klimaatwet is een radicaal nieuwe manier om de Europese klimaatdoelstellingen - met name koolstofneutraal worden tegen 2050 - in harde wetgeving te gieten. Ze worden zo onomkeerbaar.

Waarom is zo'n klimaatwet nuttig of zelf noodzakelijk? Hoewel het zogenaamde Klimaatakkoord van Parijs bindend is voor de 195 landen die het ondertekenden, is het inmiddels duidelijk dat heel wat regeringen zich in een processie van Echternach naar het einddoel slepen. Die vaststelling heeft ook geleid tot de wereldwijde klimaatmarsen en schoolstakingen. Ook in Europa, dat het voortouw wil nemen in de strijd tegen klimaatverandering, blijven regeringen op twee paarden wedden. Buiten enkel kwaadwillige warhoofden durft geen enkele regeringsleider de ernst van de klimaatverandering te betwijfelen. Maar moedige maatregelen nemen die er meteen voor zorgen dat de grote kosten niet op de kap van gewone burgers terecht komen, durven weinig regeringsleiders aan. Ze blijven ook schaamteloos de fossiele industrie voorzien van gigantische hoeveelheden subsidies die nog steeds die voor hernieuwbare energie overtreffen.

Klimaatwet is goed nieuws voor de hele economie, die zich kan voorbereiden op nieuw, duurzaam model.

Om paal en perk te stellen aan dat eeuwige getalm en het gebrek aan daadkracht van de lidstaten is een Klimaatwet noodzakelijk. Klimaatcommissaris Frans Timmermans had het eerder over het 'disciplineren' van de lidstaten, in de zin dat de Europese klimaatwet regeringen de discipline moet opleggen om echt werk te maken van de transitie naar een koolstofneutrale economie. Het wordt 'van moetens'.

Maar de klimaatwet is niet enkel nodig om de neuzen van de lidstaten in dezelfde richting te krijgen, ze is ook richtinggevend voor bedrijven en investeerders die eindelijk zullen weten waar ze aan toe zijn. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, is de klimaatwet goed nieuws voor de hele economie, die zich kan voorbereiden op een nieuw, duurzaam model, een circulaire economie waarin afval geen plaats meer heeft. Niet voor niets ziet de Commissie in haar Green Deal een duurzaam groeimodel voor de economie. Het is dan ook geen toeval dat vorige week nog een coalitie van stakeholders uit de energie- en bouwsector een brief schreef naar de Commissie waarin ze ambitieuze doelstellingen vroegen.

Een aantal sectoren zal echter wel te lijden hebben onder de transitie, vooral in de fossiele sector en de zware industrieën zoals staal- en cementproductie. Precies daarom werd het Rechtvaardig Transitiefonds in het leven geroepen om lidstaten en regio's die nog sterk steunen op deze sectoren te helpen de omslag te maken.

Ook in de financiële sector klaart de mist stilaan op. Dankzij een Klimaatwet kunnen banken en investeerders er immers zeker van zijn dat investeringen in de fossiele industrie weggegooid geld zijn. Ze richten zich trouwens steeds vaker op bedrijven met hoge ESG-scores, waarbij ESG staat voor Environmental (milieu), Social (sociaal) en Governmental (bestuursmatig). Nu al is Europa leidinggevend als het over investeringen in duurzaam ondernemen gaat, schreef de Financial Times. Tegen 2030 zouden naar schatting 1 op de 3 aandelenfondsen in Europa zich op ESG-investeringen richten en stijgen die investeringen met bijna 1 miljard euro. De laatste twee jaar zijn duurzame investeringen in de EU al verachtvoudigd.

Om greenwashing te vermijden en te verhinderen dat investeringen naar schijnbaar groene investeringen gaan, zal de Europese Commissie ook een taxonomie van duurzame investeringen opstellen, een lijst met duurzaamheidscriteria waaraan groene investeringen moeten voldoen. Een Klimaatwet die de omslag naar een duurzame economie dwingend vastlegt, zal alvast ook voor de financiële sector een grote houvast bieden. Investeren in de 'bruine' economie wordt zo stilaan financiële zelfmoord.

Hoe het voorstel voor de nieuwe Klimaatwet er precies zal uitzien, weten we pas woensdag, maar vast staat al wel dat de Commissie tussentijdse doelstellingen voor de afbouw van broeikasgassen in de wet wil verankeren. Uit gelekte ontwerpteksten van de klimaatwet blijkt echter dat de Commissie bang is voor de reacties van de lidstaten. Zo ontbreken de reductiedoelstellingen voor CO2 voor 2030, terwijl Von der Leyen wel degelijk beloofde die op te trekken naar "zeker 50 tot mogelijk 55 procent" ten opzichte van de uitstoot van 1999. Die belofte vinden we niet terug in de wettekst, wat er op wijst dat de Commissie wel ambitieus wil zijn, maar niet durft. Pas tegen tegen september wil ze met concrete cijfers komen. De Commissie speelt dus schaak met de Raad: in de eerste zet komt het principe van een klimaatwet aan bod, in de volgende zet pas de concrete cijfers. Daarover zal de komende maanden wellicht een strijd op leven en dood gevochten worden met de lidstaten. In het parlement zal de Commissie een bondgenoot vinden. Wij willen alvast een reductie van broeikasgassen met 55 procent tegen 2030.

Om te controleren of lidstaten op de goede weg zijn, zal de Commissie op regelmatige basis de vooruitgang meten die lidstaten boeken en concrete aanbevelingen doen als lidstaten van het rechte pad afwijken. Hardleerse lidstaten kunnen desgevallend een ingebrekestellingsprocedure verwachten.

De Commissie wil de klimaatdoelstellingen ook kunnen bijstellen als de wetenschap ons vertelt dat dat noodzakelijk is om klimaatneutraal te worden tegen 2050. Dat zou vanaf 2030 elke vijf jaar gebeuren. We zouden dat trouwens beter al vanaf 2025 doen. De Commissie wil alvast de touwtje stevig in handen houden en verhinderen dat de lidstaten elke vijf jaar opnieuw tegenstribbelen. Ze stelt daarom voor die bijstellingen te doen via een 'gedelegeerde handeling', waarbij ze niet eerst braaf de toestemming moet vragen aan de lidstaten (of het parlement), maar de aanpassing meteen zelf kan doorvoeren. De lidstaten kunnen zich weliswaar verzetten, maar slechts met een gekwalificeerde meerderheid en binnen een beperkte termijn.

Dat de Commissie gebruik wil maken van dat merkwaardige mechanisme, wijst er opnieuw op dat ze weinig vertrouwen heeft in de klimaatambities van de lidstaten. Terecht allicht, want nu al gaan enkele lidstaten in het verweer. Polen heeft al laten weten geen voorstander te zijn van aanpassingen via een gedelegeerde handeling en dreigt ermee naar het Europees Hof van Justitie te stappen. Daarmee zijn we trouwens aanbeland bij de grootste uitdaging van het voorstel dat de Commissie woensdag zal doen: hoe zullen de lidstaten reageren? De klimaatwet komt er precies omdat regeringsleiders al jaren met de voeten slepen; er is dus geen reden om aan te nemen dat ze het voorstel op applaus zullen onthalen. De Klimaatwet kan pas een wet worden als de lidstaten én het parlement daarmee instemmen. De lidstaten zullen in de Raad allicht doen wat ze vaker doen, namelijk besluiteloos elkaar met de vinger wijzen.

Gelukkig kunnen we een beroep doen op de voorzitter van de Raad, onze landgenoot Charles Michel die in november voor een gezelschap van studenten aan de universiteit van Amsterdam over klimaatverandering zei: 'We moeten dit met een laserfocus aanpakken. We moeten in hogere versnelling gaan. We moeten leiding geven. En anderen inspireren om actie te ondernemen.' Ik stel voor dat hij meteen begint met het inspireren van de Europese regeringsleiders.

Woensdag stelt de Europese Commissie de lang verwachte Klimaatwet voor. Nu ja, lang; het gaat met de Klimaatwet beter vooruit dan met de federale Belgische regeringsvorming. De Commissie beloofde zo'n wet op tafel te leggen tijdens de eerste honderd dagen van de nieuwe legislatuur en haalt die deadline ook. De Klimaatwet is een radicaal nieuwe manier om de Europese klimaatdoelstellingen - met name koolstofneutraal worden tegen 2050 - in harde wetgeving te gieten. Ze worden zo onomkeerbaar.Waarom is zo'n klimaatwet nuttig of zelf noodzakelijk? Hoewel het zogenaamde Klimaatakkoord van Parijs bindend is voor de 195 landen die het ondertekenden, is het inmiddels duidelijk dat heel wat regeringen zich in een processie van Echternach naar het einddoel slepen. Die vaststelling heeft ook geleid tot de wereldwijde klimaatmarsen en schoolstakingen. Ook in Europa, dat het voortouw wil nemen in de strijd tegen klimaatverandering, blijven regeringen op twee paarden wedden. Buiten enkel kwaadwillige warhoofden durft geen enkele regeringsleider de ernst van de klimaatverandering te betwijfelen. Maar moedige maatregelen nemen die er meteen voor zorgen dat de grote kosten niet op de kap van gewone burgers terecht komen, durven weinig regeringsleiders aan. Ze blijven ook schaamteloos de fossiele industrie voorzien van gigantische hoeveelheden subsidies die nog steeds die voor hernieuwbare energie overtreffen.Om paal en perk te stellen aan dat eeuwige getalm en het gebrek aan daadkracht van de lidstaten is een Klimaatwet noodzakelijk. Klimaatcommissaris Frans Timmermans had het eerder over het 'disciplineren' van de lidstaten, in de zin dat de Europese klimaatwet regeringen de discipline moet opleggen om echt werk te maken van de transitie naar een koolstofneutrale economie. Het wordt 'van moetens'.Maar de klimaatwet is niet enkel nodig om de neuzen van de lidstaten in dezelfde richting te krijgen, ze is ook richtinggevend voor bedrijven en investeerders die eindelijk zullen weten waar ze aan toe zijn. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, is de klimaatwet goed nieuws voor de hele economie, die zich kan voorbereiden op een nieuw, duurzaam model, een circulaire economie waarin afval geen plaats meer heeft. Niet voor niets ziet de Commissie in haar Green Deal een duurzaam groeimodel voor de economie. Het is dan ook geen toeval dat vorige week nog een coalitie van stakeholders uit de energie- en bouwsector een brief schreef naar de Commissie waarin ze ambitieuze doelstellingen vroegen. Een aantal sectoren zal echter wel te lijden hebben onder de transitie, vooral in de fossiele sector en de zware industrieën zoals staal- en cementproductie. Precies daarom werd het Rechtvaardig Transitiefonds in het leven geroepen om lidstaten en regio's die nog sterk steunen op deze sectoren te helpen de omslag te maken.Ook in de financiële sector klaart de mist stilaan op. Dankzij een Klimaatwet kunnen banken en investeerders er immers zeker van zijn dat investeringen in de fossiele industrie weggegooid geld zijn. Ze richten zich trouwens steeds vaker op bedrijven met hoge ESG-scores, waarbij ESG staat voor Environmental (milieu), Social (sociaal) en Governmental (bestuursmatig). Nu al is Europa leidinggevend als het over investeringen in duurzaam ondernemen gaat, schreef de Financial Times. Tegen 2030 zouden naar schatting 1 op de 3 aandelenfondsen in Europa zich op ESG-investeringen richten en stijgen die investeringen met bijna 1 miljard euro. De laatste twee jaar zijn duurzame investeringen in de EU al verachtvoudigd. Om greenwashing te vermijden en te verhinderen dat investeringen naar schijnbaar groene investeringen gaan, zal de Europese Commissie ook een taxonomie van duurzame investeringen opstellen, een lijst met duurzaamheidscriteria waaraan groene investeringen moeten voldoen. Een Klimaatwet die de omslag naar een duurzame economie dwingend vastlegt, zal alvast ook voor de financiële sector een grote houvast bieden. Investeren in de 'bruine' economie wordt zo stilaan financiële zelfmoord.Hoe het voorstel voor de nieuwe Klimaatwet er precies zal uitzien, weten we pas woensdag, maar vast staat al wel dat de Commissie tussentijdse doelstellingen voor de afbouw van broeikasgassen in de wet wil verankeren. Uit gelekte ontwerpteksten van de klimaatwet blijkt echter dat de Commissie bang is voor de reacties van de lidstaten. Zo ontbreken de reductiedoelstellingen voor CO2 voor 2030, terwijl Von der Leyen wel degelijk beloofde die op te trekken naar "zeker 50 tot mogelijk 55 procent" ten opzichte van de uitstoot van 1999. Die belofte vinden we niet terug in de wettekst, wat er op wijst dat de Commissie wel ambitieus wil zijn, maar niet durft. Pas tegen tegen september wil ze met concrete cijfers komen. De Commissie speelt dus schaak met de Raad: in de eerste zet komt het principe van een klimaatwet aan bod, in de volgende zet pas de concrete cijfers. Daarover zal de komende maanden wellicht een strijd op leven en dood gevochten worden met de lidstaten. In het parlement zal de Commissie een bondgenoot vinden. Wij willen alvast een reductie van broeikasgassen met 55 procent tegen 2030. Om te controleren of lidstaten op de goede weg zijn, zal de Commissie op regelmatige basis de vooruitgang meten die lidstaten boeken en concrete aanbevelingen doen als lidstaten van het rechte pad afwijken. Hardleerse lidstaten kunnen desgevallend een ingebrekestellingsprocedure verwachten. De Commissie wil de klimaatdoelstellingen ook kunnen bijstellen als de wetenschap ons vertelt dat dat noodzakelijk is om klimaatneutraal te worden tegen 2050. Dat zou vanaf 2030 elke vijf jaar gebeuren. We zouden dat trouwens beter al vanaf 2025 doen. De Commissie wil alvast de touwtje stevig in handen houden en verhinderen dat de lidstaten elke vijf jaar opnieuw tegenstribbelen. Ze stelt daarom voor die bijstellingen te doen via een 'gedelegeerde handeling', waarbij ze niet eerst braaf de toestemming moet vragen aan de lidstaten (of het parlement), maar de aanpassing meteen zelf kan doorvoeren. De lidstaten kunnen zich weliswaar verzetten, maar slechts met een gekwalificeerde meerderheid en binnen een beperkte termijn. Dat de Commissie gebruik wil maken van dat merkwaardige mechanisme, wijst er opnieuw op dat ze weinig vertrouwen heeft in de klimaatambities van de lidstaten. Terecht allicht, want nu al gaan enkele lidstaten in het verweer. Polen heeft al laten weten geen voorstander te zijn van aanpassingen via een gedelegeerde handeling en dreigt ermee naar het Europees Hof van Justitie te stappen. Daarmee zijn we trouwens aanbeland bij de grootste uitdaging van het voorstel dat de Commissie woensdag zal doen: hoe zullen de lidstaten reageren? De klimaatwet komt er precies omdat regeringsleiders al jaren met de voeten slepen; er is dus geen reden om aan te nemen dat ze het voorstel op applaus zullen onthalen. De Klimaatwet kan pas een wet worden als de lidstaten én het parlement daarmee instemmen. De lidstaten zullen in de Raad allicht doen wat ze vaker doen, namelijk besluiteloos elkaar met de vinger wijzen. Gelukkig kunnen we een beroep doen op de voorzitter van de Raad, onze landgenoot Charles Michel die in november voor een gezelschap van studenten aan de universiteit van Amsterdam over klimaatverandering zei: 'We moeten dit met een laserfocus aanpakken. We moeten in hogere versnelling gaan. We moeten leiding geven. En anderen inspireren om actie te ondernemen.' Ik stel voor dat hij meteen begint met het inspireren van de Europese regeringsleiders.