Veel werknemers, klanten en investeerders verwachten van ondernemingen dat zij duurzame ontwikkeling centraal plaatsen binnen hun bedrijfsstrategie. Dit zou uitermate positief zijn indien dit tot concreet gevolg zou hebben dat men, op basis van eenvormige standaarden, zou kunnen komen tot de betrouwbare beoordeling van de effectieve klimaatimpact van een onderneming.

De realiteit is anders. De beschikbare milieubeoordelingen zijn vaak onvolledig en oppervlakkig en de gegevens die effectief verzameld worden zijn meestal ontoereikend. Bovendien bestaan er tal van "geldige", op Environmental, Social en Governance (ESG) gebaseerde methodologieën voor dergelijke rapportage die in de praktijk weinig betrouwbaar blijken te zijn.

Het gevolg hiervan is dat een trend ontstaat van 'greenwashing': het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een organisatie of bedrijf daadwerkelijk is. Deze trend vertraagt de realisatie van de doelstellingen voor emissiereductie die de Europese Commissie heeft bepaald (vermindering met 55% in 2030 tegenover de cijfers van 1990), aangezien men momenteel moeilijk kan nagaan of ondernemingen zich aan hun verplichtingen houden. Er zijn trouwens in die context al verscheidene processen aangespannen tegen ondernemingen. Zo werd Shell in mei 2021 nog veroordeeld omdat haar plan voor emissiereductie totaal niet in lijn bleek te zijn met de verplichtingen uit het Akkoord van Parijs.

Vandaar mijn pleidooi om een eenvormig milieuboekhoudsysteem te ontwikkelen dat zou toezien op het halen van de doelstellingen wat emissiereducties betreft. Dit zou zowel het algemeen belang dienen als dat van de aan deze procedures blootgestelde ondernemingen.

Sommige initiatieven van de Europese Commissie gaan al in die richting. Zo verplicht de "Non-Financial Reporting Directive" (2014) van de Europese Unie ondernemingen van openbaar belang met meer dan 500 werknemers om in hun jaarverslag hun aanpak van de ecologische en maatschappelijke uitdagingen uiteen te zetten. De richtsnoeren die de Commissie heeft ontwikkeld, zijn evenwel niet dwingend zodat ondernemingen sterk uiteenlopende methodes hanteren om deze principes te implementeren waardoor hun klimaatprestaties onmogelijk met elkaar kunnen worden vergeleken.

Klimaatimpact van bedrijven vergelijken is moeilijk: hoe kunnen we dit beter aanpakken?

Om dit te verhelpen, heeft de Commissie recent een nieuwe tekst opgesteld die een gestandaardiseerd systeem vastlegt voor milieuboekhouding. Concreet voorziet de "Corporate Sustainability Reporting Directive" van april 2021 in geharmoniseerde duurzaamheidsstandaarden op Europees niveau. Dit in navolging van de in juni 2020 gepubliceerde "EU Taxonomy", die alle economische activiteiten rangschikt naargelang hun milieu-impact. Deze informatie zal digitaal beschikbaar moeten worden gemaakt. Er is bovendien een onafhankelijk auditsysteem voorzien. De Commissie wenst dat de richtlijn tegen ten laatste 2023 van kracht wordt.

De "European Financial Reporting Advisory Group" zal als referentie-instelling moeten toezien op het bepalen van deze uniforme standaarden. Ze heeft onlangs een rapport gepubliceerd dat een analysekader voor dergelijke duurzame rapportage voorstelt. Het kader omvat specifieke eisen voor elke sector en gaat uit van een holistische benadering voor de raming van de toekomstige klimaatimpact van een onderneming op haar omgeving en omgekeerd.

De Commissie zou in de toekomst het vastleggen van dergelijke standaarden echter moeten laten afhangen van een welomschreven methodologie die een kwantificering mogelijk maakt van de verplichtingen waaraan ondernemingen moeten voldoen. Dit is des te belangrijker omdat de emissies betrekking hebben op de volledige levenscyclus van een product, waarbij meerdere actoren van de productieketen betrokken zijn. De Commissie moet in dit verband de uitwisseling van informatie tussen de verschillende actoren verzekeren.

Bovendien zullen ondernemingen op korte termijn grote investeringen moeten doen om de nieuwe regels na te leven. De lasten mogen dan ook niet onevenredig hoog zijn voor de kleine ondernemingen (die gelukkig in de richtlijn meer flexibiliteit krijgen). Anderzijds zullen de investeringen die gedaan zullen worden finaal de kosten verlagen van de vele milieustandaarden en -labels die de ondernemingen momenteel moeten volgen.

Het implementeren van een eenvormige milieuboekhoudsysteem zou de reële milieu-impact van de privébedrijven dan ook heel wat transparanter moeten maken. Als het correct wordt toegepast, zal het bovendien een belangrijke stap zijn om aan de de druk veroorzaakt door de klimaatverandering tegemoet te komen en toelaten om de vooruitgang van de ecologische transitie objectief te beoordelen.

Marie Romain is Strategy Intelligence Analyst bij Solvay N.V. en lid van de Vrijdaggroep.

Veel werknemers, klanten en investeerders verwachten van ondernemingen dat zij duurzame ontwikkeling centraal plaatsen binnen hun bedrijfsstrategie. Dit zou uitermate positief zijn indien dit tot concreet gevolg zou hebben dat men, op basis van eenvormige standaarden, zou kunnen komen tot de betrouwbare beoordeling van de effectieve klimaatimpact van een onderneming. De realiteit is anders. De beschikbare milieubeoordelingen zijn vaak onvolledig en oppervlakkig en de gegevens die effectief verzameld worden zijn meestal ontoereikend. Bovendien bestaan er tal van "geldige", op Environmental, Social en Governance (ESG) gebaseerde methodologieën voor dergelijke rapportage die in de praktijk weinig betrouwbaar blijken te zijn. Het gevolg hiervan is dat een trend ontstaat van 'greenwashing': het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een organisatie of bedrijf daadwerkelijk is. Deze trend vertraagt de realisatie van de doelstellingen voor emissiereductie die de Europese Commissie heeft bepaald (vermindering met 55% in 2030 tegenover de cijfers van 1990), aangezien men momenteel moeilijk kan nagaan of ondernemingen zich aan hun verplichtingen houden. Er zijn trouwens in die context al verscheidene processen aangespannen tegen ondernemingen. Zo werd Shell in mei 2021 nog veroordeeld omdat haar plan voor emissiereductie totaal niet in lijn bleek te zijn met de verplichtingen uit het Akkoord van Parijs.Vandaar mijn pleidooi om een eenvormig milieuboekhoudsysteem te ontwikkelen dat zou toezien op het halen van de doelstellingen wat emissiereducties betreft. Dit zou zowel het algemeen belang dienen als dat van de aan deze procedures blootgestelde ondernemingen.Sommige initiatieven van de Europese Commissie gaan al in die richting. Zo verplicht de "Non-Financial Reporting Directive" (2014) van de Europese Unie ondernemingen van openbaar belang met meer dan 500 werknemers om in hun jaarverslag hun aanpak van de ecologische en maatschappelijke uitdagingen uiteen te zetten. De richtsnoeren die de Commissie heeft ontwikkeld, zijn evenwel niet dwingend zodat ondernemingen sterk uiteenlopende methodes hanteren om deze principes te implementeren waardoor hun klimaatprestaties onmogelijk met elkaar kunnen worden vergeleken.Om dit te verhelpen, heeft de Commissie recent een nieuwe tekst opgesteld die een gestandaardiseerd systeem vastlegt voor milieuboekhouding. Concreet voorziet de "Corporate Sustainability Reporting Directive" van april 2021 in geharmoniseerde duurzaamheidsstandaarden op Europees niveau. Dit in navolging van de in juni 2020 gepubliceerde "EU Taxonomy", die alle economische activiteiten rangschikt naargelang hun milieu-impact. Deze informatie zal digitaal beschikbaar moeten worden gemaakt. Er is bovendien een onafhankelijk auditsysteem voorzien. De Commissie wenst dat de richtlijn tegen ten laatste 2023 van kracht wordt.De "European Financial Reporting Advisory Group" zal als referentie-instelling moeten toezien op het bepalen van deze uniforme standaarden. Ze heeft onlangs een rapport gepubliceerd dat een analysekader voor dergelijke duurzame rapportage voorstelt. Het kader omvat specifieke eisen voor elke sector en gaat uit van een holistische benadering voor de raming van de toekomstige klimaatimpact van een onderneming op haar omgeving en omgekeerd.De Commissie zou in de toekomst het vastleggen van dergelijke standaarden echter moeten laten afhangen van een welomschreven methodologie die een kwantificering mogelijk maakt van de verplichtingen waaraan ondernemingen moeten voldoen. Dit is des te belangrijker omdat de emissies betrekking hebben op de volledige levenscyclus van een product, waarbij meerdere actoren van de productieketen betrokken zijn. De Commissie moet in dit verband de uitwisseling van informatie tussen de verschillende actoren verzekeren. Bovendien zullen ondernemingen op korte termijn grote investeringen moeten doen om de nieuwe regels na te leven. De lasten mogen dan ook niet onevenredig hoog zijn voor de kleine ondernemingen (die gelukkig in de richtlijn meer flexibiliteit krijgen). Anderzijds zullen de investeringen die gedaan zullen worden finaal de kosten verlagen van de vele milieustandaarden en -labels die de ondernemingen momenteel moeten volgen.Het implementeren van een eenvormige milieuboekhoudsysteem zou de reële milieu-impact van de privébedrijven dan ook heel wat transparanter moeten maken. Als het correct wordt toegepast, zal het bovendien een belangrijke stap zijn om aan de de druk veroorzaakt door de klimaatverandering tegemoet te komen en toelaten om de vooruitgang van de ecologische transitie objectief te beoordelen.Marie Romain is Strategy Intelligence Analyst bij Solvay N.V. en lid van de Vrijdaggroep.