Vorige week kwamen klimaatwetenschappers opnieuw met verontrustend nieuws: de ijskap van Groenland smelt sneller af dan gedacht. In de toekomst zou de ijskap volledig kunnen verdwijnen. Hoe kwam het dat dit geruisloos passeerde? Liggen mensen niet meer wakker van het klimaat? Zijn wij mensen dommer dan kikkers in een opwarmende pot?

Deze vragen stelde Dirk Holemans zichin een recent opiniestuk. Anders dan kikkers kunnen mensen de kookpot stiller zetten door daadkrachtig klimaatbeleid te voeren. Waarom schieten we dan nog te weinig in actie? Holemans legt de oorzaak bij de zogenaamde 'klimaatvertragers': de klimaatministers die al jaren talmen om goed klimaatbeleid uit te rollen, maar ook mensen die 'de spreekbuis zijn van de gevestigde machten'. Hun pleidooi voor technologische innovatie en economische groei zou echte klimaatoplossingen vertragen. Misschien doelt Holemans hiermee op de ecomodernistische beweging, maar dat zou vreemd zijn. Hoe zou een beweging die pleit om élke klimaatvriendelijke technologie zo snel mogelijk in te zetten de boel vertragen?

Apathische politici en burgers

Elders heeft Holemans wel een punt: de klimaatministers in ons land slepen teveel met hun voeten. Ze zouden bestaande groene technologieën zoals warmtepompen, dubbel glas, betere isolatie, elektrische wagens en diervrij vlees sneller kunnen uitrollen, maar om een of andere reden doen ze het niet. Het is eveneens juist dat er 'gevestigde machten' zijn - olie- en gasbedrijven bijvoorbeeld - die de transitie naar schone energie zo lang mogelijk willen uitstellen. Onze bestaande infrastructuur zorgt bovendien voor een 'fossiele lock-in'. We zitten als het ware vast in onze fossiele levenswijze. Autorijden is niet alleen populair omdat het comfortabel is, maar ook omdat onze volledige wegeninfrastructuur en stedenbouw erop is afgesteld. Dit maakt de omslag naar een klimaatvriendelijke samenleving een werk van lange adem.

Klimaatbeweging heeft nood aan positieve boodschappen en bruggenbouwers.

Deze lock-in is echter geen excuus voor politici. Ze zouden zich meer moeten laten leiden door klimaat- en energiewetenschappers. Waarom blijven ze dan zo weinig ambitieus? Wellicht vrezen ze dat krachtig klimaatbeleid hen stemmen zal kosten. En inderdaad: de bevolking is niet zo happig op bepaalde maatregelen, zoals een vlees-en vliegtaks. Uit een Humo-enquête blijkt dat veel Vlamingen klimaatbeleid associëren met nieuwe belastingen en kosten. Toch is het een misvatting dat goed klimaatbeleid de modale Vlaming veel hoeft te kosten. Klimaatspecialist Pieter Boussemaere bijvoorbeeld hamert er vaak op dat er geen grote offers nodig zijn om onze uitstoot te verminderen.

De vruchten van goed klimaatbeleid

Hoe kunnen we deze populaire misvattingen het best tegengaan? Een belangrijke eerste stap is om de focus te leggen op de vele voordelen die klimaatbeleid met zich meebrengt. 'Klimaatvriendelijk' moet de associatie krijgen van gezond, leuk en hip. Aan voorbeelden geen gebrek. Zonnepanelen en goede isolatie zijn goed voor je portemonnee. In fietsvriendelijke steden is de lucht frisser en het verkeer veiliger. Plantaardige hamburgers zoals de Rebel Whopper zijn lekker en zorgen voor minder dierenleed. Elektrische wagens zijn proper, geruisloos en comfortabel, enzovoort.

Deze positieve benadering is niet langer populair bij klimaatactivisten. Onder invloed van mensen als Al Gore, Naomi Klein en Greta Thunberg is inspelen op angst voor klimaatrampen de voornaamste strategie geworden. Het punt is niet dat die klimaatrampen niet kunnen of zullen plaatsvinden, maar wel dat angst een verkeerde motivator is. Psychologen weten al lang dat angst leidt tot een vecht-of vluchtreactie. Op dit moment kiezen veel mensen voor vluchten: het klimaatprobleem voelt voor hen te overweldigend aan om ertegen te vechten.

Beter klimaatactivisme? Graag!

Angstboodschappen zijn spijtig genoeg niet het enige probleem. Ook de sterke politisering van het klimaat bemoeilijkt de zaak. Omdat rechts - met name de Amerikaanse Republikeinen - gedurende lange tijd verkoos de klimaatopwarming te minimaliseren, kwam er een linkse tegenreactie. Het klimaatthema werd vastgehaakt aan klassieke linkse thema's: de strijd tegen ongelijkheid, racisme en discriminatie. Die strijdpunten zijn op zich legitiem en lovenswaardig, maar ze zorgen voor een nadrukkelijk linkse stempel op het klimaatthema. Dit heeft het draagvlak voor klimaatbeleid verkleind omdat rechtse- en centrumkiezers er hun gading niet in vinden.

Een ander euvel van de linkse klimaatbeweging zijn haar vele vijandbeelden. Zowel Greta Thunberg als Anuna De Wever beschuldigden de oudere generaties ervan de puinhoop gecreëerd te hebben die zij nu moesten opkuisen. Daarmee verloor de beweging veel sympathie, niet alleen bij twittertrollen, maar ook bij gewone burgers.

Het zijn niet enkel oudere generaties die met de vinger gewezen worden. De lijst met vijandbeelden is lang: politieke leiders, grote bedrijven, het westen, oudere generaties en spilzuchtige consumenten moeten het allemaal ontgelden.

Het probleem is niet dat de kritiek onterecht is: een heleboel landen, bedrijven en politici hebben inderdaad hun verantwoordelijkheid ontlopen en doen dat nog steeds. Het probleem is dat de klimaatbeweging met de vele beschuldigingen vooral defensieve reacties en tegenaanvallen zal oogsten. Strategisch gezien is het wellicht interessanter om af en toe een brug te bouwen met je tegenstanders.

Het klimaat hoeft geen zuiver links verhaal te zijn

De nieuwe lichting klimaatactivisten was nochtans veelbelovend begonnen. Jongeren gingen de straat op, kwamen met ludieke slogans en creëerden een 'grote tent' waar iedereen - links en rechts - welkom was. Er werden ook concrete voorstellen gedaan. Samen met de toenmalige Vlaamse Bouwmeester, Leo Van Broeck, werd een klimaatplan uitgedokterd. Helaas deden politici er niks mee. Dit leidde begrijpelijkerwijs tot frustratie en verbittering.

Toch is het slim om te blijven praten met politici. Alleen zo kunnen we hun koudwatervrees beter begrijpen. Misschien weten (centrum)rechtse politici niet hoe ze klimaatbeleid moeten verkopen aan hun kiezers. Dat is nochtans mogelijk als ze de juiste waarden benadrukken.

Goed zorg dragen voor de natuur is historisch gezien een conservatieve waarde ('conservation' betekent niet toevallig natuurbehoud). Conservatieve politici - in de ware zin van het woord - zullen ons land willen beschermen tegen klimaatrampen door dijken te bouwen, door zorgvuldig om te gaan met watervoorraden, door onze steden koel te houden, enzovoort. Het klimaat hoeft geen zuiver links verhaal te zijn.

Dirk Holemans heeft dus onbedoeld een punt als hij pleit voor beter klimaatactivisme. Er is nood aan een nieuwe frisse wind. Blijven focussen op angst en vijandbeelden zal weinig harten veroveren. Met meer positieve en oplossingsgerichte boodschappen over het klimaat bereiken we meer.

Thomas Rotthier is medestichter van ecomodernisme.be en kernlid van Liberales.

Vorige week kwamen klimaatwetenschappers opnieuw met verontrustend nieuws: de ijskap van Groenland smelt sneller af dan gedacht. In de toekomst zou de ijskap volledig kunnen verdwijnen. Hoe kwam het dat dit geruisloos passeerde? Liggen mensen niet meer wakker van het klimaat? Zijn wij mensen dommer dan kikkers in een opwarmende pot? Deze vragen stelde Dirk Holemans zichin een recent opiniestuk. Anders dan kikkers kunnen mensen de kookpot stiller zetten door daadkrachtig klimaatbeleid te voeren. Waarom schieten we dan nog te weinig in actie? Holemans legt de oorzaak bij de zogenaamde 'klimaatvertragers': de klimaatministers die al jaren talmen om goed klimaatbeleid uit te rollen, maar ook mensen die 'de spreekbuis zijn van de gevestigde machten'. Hun pleidooi voor technologische innovatie en economische groei zou echte klimaatoplossingen vertragen. Misschien doelt Holemans hiermee op de ecomodernistische beweging, maar dat zou vreemd zijn. Hoe zou een beweging die pleit om élke klimaatvriendelijke technologie zo snel mogelijk in te zetten de boel vertragen? Elders heeft Holemans wel een punt: de klimaatministers in ons land slepen teveel met hun voeten. Ze zouden bestaande groene technologieën zoals warmtepompen, dubbel glas, betere isolatie, elektrische wagens en diervrij vlees sneller kunnen uitrollen, maar om een of andere reden doen ze het niet. Het is eveneens juist dat er 'gevestigde machten' zijn - olie- en gasbedrijven bijvoorbeeld - die de transitie naar schone energie zo lang mogelijk willen uitstellen. Onze bestaande infrastructuur zorgt bovendien voor een 'fossiele lock-in'. We zitten als het ware vast in onze fossiele levenswijze. Autorijden is niet alleen populair omdat het comfortabel is, maar ook omdat onze volledige wegeninfrastructuur en stedenbouw erop is afgesteld. Dit maakt de omslag naar een klimaatvriendelijke samenleving een werk van lange adem.Deze lock-in is echter geen excuus voor politici. Ze zouden zich meer moeten laten leiden door klimaat- en energiewetenschappers. Waarom blijven ze dan zo weinig ambitieus? Wellicht vrezen ze dat krachtig klimaatbeleid hen stemmen zal kosten. En inderdaad: de bevolking is niet zo happig op bepaalde maatregelen, zoals een vlees-en vliegtaks. Uit een Humo-enquête blijkt dat veel Vlamingen klimaatbeleid associëren met nieuwe belastingen en kosten. Toch is het een misvatting dat goed klimaatbeleid de modale Vlaming veel hoeft te kosten. Klimaatspecialist Pieter Boussemaere bijvoorbeeld hamert er vaak op dat er geen grote offers nodig zijn om onze uitstoot te verminderen. Hoe kunnen we deze populaire misvattingen het best tegengaan? Een belangrijke eerste stap is om de focus te leggen op de vele voordelen die klimaatbeleid met zich meebrengt. 'Klimaatvriendelijk' moet de associatie krijgen van gezond, leuk en hip. Aan voorbeelden geen gebrek. Zonnepanelen en goede isolatie zijn goed voor je portemonnee. In fietsvriendelijke steden is de lucht frisser en het verkeer veiliger. Plantaardige hamburgers zoals de Rebel Whopper zijn lekker en zorgen voor minder dierenleed. Elektrische wagens zijn proper, geruisloos en comfortabel, enzovoort. Deze positieve benadering is niet langer populair bij klimaatactivisten. Onder invloed van mensen als Al Gore, Naomi Klein en Greta Thunberg is inspelen op angst voor klimaatrampen de voornaamste strategie geworden. Het punt is niet dat die klimaatrampen niet kunnen of zullen plaatsvinden, maar wel dat angst een verkeerde motivator is. Psychologen weten al lang dat angst leidt tot een vecht-of vluchtreactie. Op dit moment kiezen veel mensen voor vluchten: het klimaatprobleem voelt voor hen te overweldigend aan om ertegen te vechten. Angstboodschappen zijn spijtig genoeg niet het enige probleem. Ook de sterke politisering van het klimaat bemoeilijkt de zaak. Omdat rechts - met name de Amerikaanse Republikeinen - gedurende lange tijd verkoos de klimaatopwarming te minimaliseren, kwam er een linkse tegenreactie. Het klimaatthema werd vastgehaakt aan klassieke linkse thema's: de strijd tegen ongelijkheid, racisme en discriminatie. Die strijdpunten zijn op zich legitiem en lovenswaardig, maar ze zorgen voor een nadrukkelijk linkse stempel op het klimaatthema. Dit heeft het draagvlak voor klimaatbeleid verkleind omdat rechtse- en centrumkiezers er hun gading niet in vinden.Een ander euvel van de linkse klimaatbeweging zijn haar vele vijandbeelden. Zowel Greta Thunberg als Anuna De Wever beschuldigden de oudere generaties ervan de puinhoop gecreëerd te hebben die zij nu moesten opkuisen. Daarmee verloor de beweging veel sympathie, niet alleen bij twittertrollen, maar ook bij gewone burgers. Het zijn niet enkel oudere generaties die met de vinger gewezen worden. De lijst met vijandbeelden is lang: politieke leiders, grote bedrijven, het westen, oudere generaties en spilzuchtige consumenten moeten het allemaal ontgelden. Het probleem is niet dat de kritiek onterecht is: een heleboel landen, bedrijven en politici hebben inderdaad hun verantwoordelijkheid ontlopen en doen dat nog steeds. Het probleem is dat de klimaatbeweging met de vele beschuldigingen vooral defensieve reacties en tegenaanvallen zal oogsten. Strategisch gezien is het wellicht interessanter om af en toe een brug te bouwen met je tegenstanders. De nieuwe lichting klimaatactivisten was nochtans veelbelovend begonnen. Jongeren gingen de straat op, kwamen met ludieke slogans en creëerden een 'grote tent' waar iedereen - links en rechts - welkom was. Er werden ook concrete voorstellen gedaan. Samen met de toenmalige Vlaamse Bouwmeester, Leo Van Broeck, werd een klimaatplan uitgedokterd. Helaas deden politici er niks mee. Dit leidde begrijpelijkerwijs tot frustratie en verbittering. Toch is het slim om te blijven praten met politici. Alleen zo kunnen we hun koudwatervrees beter begrijpen. Misschien weten (centrum)rechtse politici niet hoe ze klimaatbeleid moeten verkopen aan hun kiezers. Dat is nochtans mogelijk als ze de juiste waarden benadrukken. Goed zorg dragen voor de natuur is historisch gezien een conservatieve waarde ('conservation' betekent niet toevallig natuurbehoud). Conservatieve politici - in de ware zin van het woord - zullen ons land willen beschermen tegen klimaatrampen door dijken te bouwen, door zorgvuldig om te gaan met watervoorraden, door onze steden koel te houden, enzovoort. Het klimaat hoeft geen zuiver links verhaal te zijn.Dirk Holemans heeft dus onbedoeld een punt als hij pleit voor beter klimaatactivisme. Er is nood aan een nieuwe frisse wind. Blijven focussen op angst en vijandbeelden zal weinig harten veroveren. Met meer positieve en oplossingsgerichte boodschappen over het klimaat bereiken we meer. Thomas Rotthier is medestichter van ecomodernisme.be en kernlid van Liberales.