Samenwerken over de grenzen van bevoegdheden heen: misschien geen sinecure, maar wel een noodzaak. We nemen de topics mobiliteit en energie even als voorbeeld.

De Vlaamse regering wil het woon-werkverkeer tegen 2030 voor bijna de helft met duurzame vervoersmodi laten verlopen. Pendelen met de fiets, bus of trein als eerste keuze. Een gestroomlijnde collaboratie tussen de vervoersmaatschappijen kan al heel wat voertuigen van de weg plukken. Ook het vrachtverkeer moet stevig verwateren: 6,3 miljard tonkilometers zullen verlopen via de waterwegen, of via het spoor. Mooie doelstellingen, maar onhaalbaar zolang er geen federaal aangestuurde investeringen komen, zowel in het spoornet als in de uitbating ervan.

Overschakelen op een elektrisch wagenpark maakt de nood aan goede samenwerking nog duidelijker. In 2021 zal die transitie op kruissnelheid komen, met 10 procent van de nieuw aangekochte wagens die op elektriciteit rijden. Het bedrijfswagenpark krijgt een trekkersrol: een vloot die snel vernieuwt, veel kilometers aflegt en uit relatief dure wagens bestaat. Verschillende partijen schuiven die oplossing naar voren. De vergroening van de bedrijfswagenfiscaliteit is echter een federale bevoegdheid. Terwijl het aantal elektrische voertuigen vooral dient om klimaat- en luchtkwaliteitsdoelen te halen op regionaal niveau.

Klimaatbeleid: 'Overheden moeten nu samenwerken om miljardenfactuur straks te vermijden.'

Maar zelfs in een confederale constructie zijn de gewesten aan handen en voeten gebonden. De verkeersbelastingen voor leasingwagens moeten bijvoorbeeld in onderling overleg hervormd worden om fiscale concurrentie te vermijden, waarbij de leasingbedrijven naar het gewest trekken met de meest voordelige fiscaliteit en zo de vergroening vertragen. Met een Vlaamse elektrische wagen ben je tenslotte weinig, als je hem als pendelaar tijdens de werkuren in Brussel niet kan opladen. De Brusselse netbeheerder zal dus veel meer dan vier laadpalen moeten voorzien. Hij zal zijn net snel moeten versterken en verslimmen. De daarvoor benodigde investeringen rekent hij echter aan de Brusselaars door, wat meteen de uitdaging op scherp stelt. Elke regio zal inspanningen moeten doen om de andere vooruit te helpen.

Op vlak van energie is de uitdaging nog nijpender. En urgenter. Zelfs als de N-VA haar zin krijgt en er twee kerncentrales open blijven, sluiten er sowieso vijf de deuren voor 2025. Die kunnen om allerlei redenen niet open blijven. Uitbater Engie-Electrabel wil dat ook niet. Volgens hoogspanningsnetbeheerder Elia hebben we daardoor bijna 3 gigawatt extra capaciteit nodig voor 2026. Die bijkomende capaciteit kan er volgens hen alleen komen met een subsidiemechanisme (CRM). Consultancybedrijf PWC rekende uit: per jaar zullen die subsidies mogelijk tussen 30 en 100 miljoen euro kosten. Per gigawatt. Op vijftien jaar tijd moeten de gezinnen en ondernemingen dus mogelijk meer dan een miljard euro ophoesten, enkel om de bevoorradingszekerheid te garanderen.

Beter en goedkoper

Dat kan beter. En goedkoper. Op die manier komen we - bij wijze van spreken - terecht in een situatie waarbij de federale overheid een gascentrale subsidieert, om de energieverslindende straatverlichting van de andere overheden te laten branden. De gewesten hebben de sleutel in handen. Door bijvoorbeeld onderling af te spreken om massaal te investeren in efficiënte verlichting, maken ze die extra gascentrale mee overbodig.

Laat de kans van de lage rente niet nog eens ontglippen om een gigantische private en publieke investeringsgolf op gang te trekken.

Nog belangrijker: de gewesten kunnen hun energiebeleidsovereenkomsten (EBO's) voor ondernemingen aanscherpen. Zo stimuleren ze zuinige pompen, ventilatoren en koelinstallaties bij bedrijven. Want de ondernemingen staan in voor maar liefst drie vierde van het elektriciteitsverbruik. Dat soort beleid spaart twee keer kosten uit voor de burger: een lagere doorgerekende energiefactuur, en minder subsidies voor extra gascentrales. Maar ook 1 gigawatt bijkomende installaties die gelijktijdig warmte en elektriciteit produceren (WKK) maakt een bijna even groot verschil voor de bevoorradingszekerheid.

Schuldig verzuim

Als de gewesten niets doen plegen ze schuldig verzuim. Dan lokken ze de problemen en bijkomende kosten gewoon uit. De visies over hoe ons land het best georganiseerd wordt, lopen uiteen. Sommigen zien in deze argumenten het bewijs dat we de bevoegdheden moeten herfederaliseren. Anderen vinden dat we alles net moeten regionaliseren. Eén ding is zeker: energie- en mobiliteitsnetwerken lopen over de gewestgrenzen heen. Om zulke systemen door verandering te loodsen is er intensieve en constructieve samenwerking tussen de overheden nodig.

Daarom: gebruik de komende maanden om volop te onderhandelen. En laat de kans van de lage rente niet nog eens ontglippen om een gigantische private en publieke investeringsgolf op gang te trekken. Het momentum om het energie- en mobiliteitssysteem van de toekomst vorm te geven is er nu.

Samenwerken over de grenzen van bevoegdheden heen: misschien geen sinecure, maar wel een noodzaak. We nemen de topics mobiliteit en energie even als voorbeeld.De Vlaamse regering wil het woon-werkverkeer tegen 2030 voor bijna de helft met duurzame vervoersmodi laten verlopen. Pendelen met de fiets, bus of trein als eerste keuze. Een gestroomlijnde collaboratie tussen de vervoersmaatschappijen kan al heel wat voertuigen van de weg plukken. Ook het vrachtverkeer moet stevig verwateren: 6,3 miljard tonkilometers zullen verlopen via de waterwegen, of via het spoor. Mooie doelstellingen, maar onhaalbaar zolang er geen federaal aangestuurde investeringen komen, zowel in het spoornet als in de uitbating ervan. Overschakelen op een elektrisch wagenpark maakt de nood aan goede samenwerking nog duidelijker. In 2021 zal die transitie op kruissnelheid komen, met 10 procent van de nieuw aangekochte wagens die op elektriciteit rijden. Het bedrijfswagenpark krijgt een trekkersrol: een vloot die snel vernieuwt, veel kilometers aflegt en uit relatief dure wagens bestaat. Verschillende partijen schuiven die oplossing naar voren. De vergroening van de bedrijfswagenfiscaliteit is echter een federale bevoegdheid. Terwijl het aantal elektrische voertuigen vooral dient om klimaat- en luchtkwaliteitsdoelen te halen op regionaal niveau.Maar zelfs in een confederale constructie zijn de gewesten aan handen en voeten gebonden. De verkeersbelastingen voor leasingwagens moeten bijvoorbeeld in onderling overleg hervormd worden om fiscale concurrentie te vermijden, waarbij de leasingbedrijven naar het gewest trekken met de meest voordelige fiscaliteit en zo de vergroening vertragen. Met een Vlaamse elektrische wagen ben je tenslotte weinig, als je hem als pendelaar tijdens de werkuren in Brussel niet kan opladen. De Brusselse netbeheerder zal dus veel meer dan vier laadpalen moeten voorzien. Hij zal zijn net snel moeten versterken en verslimmen. De daarvoor benodigde investeringen rekent hij echter aan de Brusselaars door, wat meteen de uitdaging op scherp stelt. Elke regio zal inspanningen moeten doen om de andere vooruit te helpen.Op vlak van energie is de uitdaging nog nijpender. En urgenter. Zelfs als de N-VA haar zin krijgt en er twee kerncentrales open blijven, sluiten er sowieso vijf de deuren voor 2025. Die kunnen om allerlei redenen niet open blijven. Uitbater Engie-Electrabel wil dat ook niet. Volgens hoogspanningsnetbeheerder Elia hebben we daardoor bijna 3 gigawatt extra capaciteit nodig voor 2026. Die bijkomende capaciteit kan er volgens hen alleen komen met een subsidiemechanisme (CRM). Consultancybedrijf PWC rekende uit: per jaar zullen die subsidies mogelijk tussen 30 en 100 miljoen euro kosten. Per gigawatt. Op vijftien jaar tijd moeten de gezinnen en ondernemingen dus mogelijk meer dan een miljard euro ophoesten, enkel om de bevoorradingszekerheid te garanderen.Beter en goedkoperDat kan beter. En goedkoper. Op die manier komen we - bij wijze van spreken - terecht in een situatie waarbij de federale overheid een gascentrale subsidieert, om de energieverslindende straatverlichting van de andere overheden te laten branden. De gewesten hebben de sleutel in handen. Door bijvoorbeeld onderling af te spreken om massaal te investeren in efficiënte verlichting, maken ze die extra gascentrale mee overbodig. Nog belangrijker: de gewesten kunnen hun energiebeleidsovereenkomsten (EBO's) voor ondernemingen aanscherpen. Zo stimuleren ze zuinige pompen, ventilatoren en koelinstallaties bij bedrijven. Want de ondernemingen staan in voor maar liefst drie vierde van het elektriciteitsverbruik. Dat soort beleid spaart twee keer kosten uit voor de burger: een lagere doorgerekende energiefactuur, en minder subsidies voor extra gascentrales. Maar ook 1 gigawatt bijkomende installaties die gelijktijdig warmte en elektriciteit produceren (WKK) maakt een bijna even groot verschil voor de bevoorradingszekerheid. Schuldig verzuimAls de gewesten niets doen plegen ze schuldig verzuim. Dan lokken ze de problemen en bijkomende kosten gewoon uit. De visies over hoe ons land het best georganiseerd wordt, lopen uiteen. Sommigen zien in deze argumenten het bewijs dat we de bevoegdheden moeten herfederaliseren. Anderen vinden dat we alles net moeten regionaliseren. Eén ding is zeker: energie- en mobiliteitsnetwerken lopen over de gewestgrenzen heen. Om zulke systemen door verandering te loodsen is er intensieve en constructieve samenwerking tussen de overheden nodig.Daarom: gebruik de komende maanden om volop te onderhandelen. En laat de kans van de lage rente niet nog eens ontglippen om een gigantische private en publieke investeringsgolf op gang te trekken. Het momentum om het energie- en mobiliteitssysteem van de toekomst vorm te geven is er nu.