Kleine helden
...

Er was die zaterdagmorgen in oktober veel volk in de Sint-Martinuskerk in Koekelare. In het midden stond een witte kist. En een foto van een meisje van achttien met een grote glimlach. 'Charlotte,' zei haar vriendin Lara, 'twee weken geleden spraken we nog over het verlies van je opa. Je vertelde toen dat je geloofde in een leven hierna. Dat het niet you only live once is en doei.' Een uur later zong een koor Hallelujah en daarna werden, aan de deur van de kerk, honderd witte ballonnen opgelaten waaraan honderd kaartjes hingen: 'Ik wens een ballon zo groot dat ik naar je toe kan zweven, om je nog een laatste knuffel te geven. Charlotte Gysel, 26-1-2001 - 27-9-2019'. Heel Koekelare keek de ballonnen na, tot ze opgeslokt werden door de hemel. Tweeëntwintig uur later kregen Johan Gysel en Griet Depreitere, de ouders van Charlotte, een bericht via Messenger. Iemand in Italië had een witte ballon gevonden. Hij had een foto op Facebook gezet en een Nederlandse vriend had de boodschap op zijn beurt verspreid - soms hangt de wereld ongelofelijk aan elkaar. Johan en Griet wisten niet wat ze lazen. De ballon van hun dochter was 734 kilometer ver gevlogen, Frankrijk en de Alpen over, en zelfs na die lange reis was hij niet kapot. Wat later kregen ze een filmpje van de pastoor van het Italiaanse dorp. 'Die witte ballon is een geschenk uit de hemel', zei hij hen. 'Dit is een teken dat Charlotte verder leeft in de hemel, met haar opa.' Hij nodigde hen uit in zijn dorp. Op 26 oktober vertrokken Johan, Griet en hun zoon Arthur met het vliegtuig, de ballon van hun dochter achterna. In Margno, in Noord-Italië, werden ze opgewacht door de ballonvinder en de pastoor. Ze wandelden zijn kerk binnen. Alle dorpelingen die van het verhaal gehoord hadden, zaten er. Aan het altaar hing de ballon. De priester preekte enthousiast over het wonder. Na de laatste hallelujah wandelden ze naar de plaats waar de ballon gevonden was. Wat hogerop in Pian delle Betulle - een prachtige plek tussen de bergen, die alleen te voet of met een kabellift te bereiken is. 'L'Ultimo paradiso' noemen ze het in Italië, het ultieme paradijs. Onderweg praatte Griet met een man, die haar in de kerk omarmd had. Hij had een andere ballon gevonden, tweehonderd kilometer verder in Italië. 'Waarom ben je naar hier gekomen?' vroeg Griet. 'Ik heb mijn vrouw achttien maanden geleden verloren', vertelde hij. 'Een paar dagen geleden vroeg ik haar of ze een teken kon geven.' En toen viel die ballon uit de lucht, met die tekst over een laatste knuffel. De dag erna ging het gezelschap varen op het Comomeer. In het midden van het meer staken ze een kaars op, namen elkaars hand vast, keken hemelwaarts en dachten aan alle dagen met Charlotte: aan de lange vakanties in Spanje samen, aan die ene keer dat ze zo trots was omdat ze cum laude haar diploma piano behaald had. En aan die mooie zomerdag toen ze met haar vriend voor de eerste keer een weekend naar Roermond ging en Griet zo ongerust was. Zoals elke moeder zou zijn. 'Ik was zo fier op haar', zegt Griet. 'Dat heb ik haar gelukkig ook vaak gezegd.' Charlotte studeerde voor lerares, toen haar Fiat op 27 september door een dronken spookrijder van de weg gereden werd. 'Ze heeft ons ook veel geleerd', zeggen haar ouders. 'In haar laatste paper voor het vak cultuurwetenschappen schreef ze: "Pijn is iets waarvan we onbewust ook leren. Het schept een band tussen mensen die dezelfde pijn voelen."' Ook aan die woorden van Charlotte dachten ze, op het Comomeer, toen ze elkaars hand vasthielden. Omdat het troostte. Een heel klein beetje toch. Op maandagavond vertrokken ze weer naar Koekelare. De lucht was grijs geworden. Het sneeuwt nu in het paradijs. En toch willen ze elk jaar terugkeren. Naar de plaats waar de ballon nu bewaard wordt in de sacristie van de kerk. Naast de foto van hun meisje, die eeuwig achttien zal blijven.