Kleine helden
...

Elk jaar klopt de brandweer aan bij Vanessa Meurice in Brugge Sint-Pieters. Ze vragen dan of ze een kalender voor het nieuwe jaar wil kopen. Vanessa antwoordt dan altijd: 'Ja.' Het is een traditie als een andere en 5 euro is niet duur. Maar er is ook een andere reden. Op 10 december 1989 was Vanessa achttien maanden. Te jong om zich die dag nog te herinneren. Ze heeft alleen horen vertellen dat ze die middag een dutje deed in het huis van haar grootouders in Lissewege. Die gingen boodschappen doen, maar ze maakten zich geen zorgen. Haar oom was thuis en zou wel op haar passen. Hij had een hele nacht gewerkt in de vismijn en lag te slapen in een andere kamer. Zo diep dat hij niet merkte dat zijn elektrische deken vuur vatte door een kortsluiting. De buren zagen de rookontwikkeling en belden de brandweer. De jonge brandweerman Marc Proot rukte mee uit. 'Toen we aankwamen, riepen de buren direct: "Er zijn nog mensen in het huis." We hoorden ook een kind huilen. "Haal ze eruit", zei mijn chef.' Marc ging het brandende huis binnen. 'De deur van de kamer waar Vanessa sliep, was gelukkig dicht. Daardoor was er geen rook in haar kamer. Ze leefde nog en ik kon haar mee naar buiten nemen.' De oom van Vanessa had minder geluk: hij was al gestikt door de rook, net als zijn hond. Later ging Vanessa nog vaak slapen bij haar grootouders. Het werd zelfs een beetje haar tweede thuis. 'Eerst sliep ik nog in de kamer waar mijn nonkel omgekomen was', zegt ze. 'Maar op den duur kreeg ik het daar benauwd.' Ze ging dan maar in de caravan liggen, want je moet het lot ook niet uitdagen. Op haar tweede ging Vanessa met haar moeder naar de brandweerkazerne. 'Ze kwamen een cadeau brengen', zegt Marc. 'Dat heb ik heel erg geapprecieerd. Vooral omdat wat wij doen niet vanzelfsprekend is. "Het is uw job", zeggen ze dan. Maar je doet zulke interventies wel op risico van eigen leven. Zeker toen. Vandaag is ons vak veel veiliger geworden - we hebben meer technische middelen en procedures. Maar in die tijd moest je vooral vertrouwen op je intuïtie.' Achttien jaar later ging Vanessa werken bij een poetsbedrijf. Haar eerste klant was een wat oudere vrouw. Terwijl ze aan het dweilen was, vertelde die trots over haar kinderen. 'En onze Marc is brandweerman', zei ze. 'Ooit heeft hij eens een kind uit een brand gered.' Vanessa keek op. 'De vrouw haalde een oud krantenartikel uit de kast en inderdaad, mijn naam stond erin', zegt Vanessa. 'Het was een ongelofelijk toeval. De volgende keer dat ik bij haar ging poetsen, was Marc er ook. Het deed hem iets om mij terug te zien. Hij vroeg hoe het ging en ik kreeg een kalender van de brandweer.' Ze namen afscheid en hun levens gingen verder. Vanessa ging poetsen bij andere mensen. Een paar maanden geleden was ze aan het dweilen in het centrum van Brugge. Per ongeluk stoot ze daar een leeslamp om. Het lampje boort een gaatje in de zetel en er komt een rooksliert uit. Vanessa probeert de zetel eerst nog zelf te blussen, maar dat lukt niet. Ze belt de brandweer. Groot is haar verbazing als Marc even later weer uitstapt. 'Ik had haar niet direct herkend', zegt Marc. 'We deden eerst ons werk. Pas achteraf zag ik dat het Vanessa was.' Vanessa is intussen moeder van vier kinderen, Marc chef bij de brandweer. Deze keer hebben ze afgesproken dat ze niet meer op vuur wachten om elkaar terug te zien. Hij heeft haar uitgenodigd op zijn pensioenfeest. In afwachting kijkt zij soms in de kalender van de brandweer. Of haar engelbewaarder op de foto van mei of die van september staat.